interview

Romanschrijver Jérôme Colin: 'Sluit pubers niet uit'

© Saskia Vanderstichele
| Jérôme Colin over het ware "slagveld."

Al vijftien jaar neemt Jérôme Colin als rond­rijdende taximan interviews af voor het cultuurprogramma ‘Hep Taxi!’ van La Deux (RTBF). Nu zijn tweede roman ‘Het slagveld’ in het Duits, Roemeens én Nederlands is vertaald, mag hij een blik in de achteruitkijkspiegel werpen.

Hep Taxi! is een concept dat bij de Franstalige tv-kijker in België aanslaat. Jérôme Colin voerde er al een driehonderdtal gasten in op, onder wie maar een beperkt aantal Nederlandstalige gasten, zoals filmregisseurs Nabil Ben Yadir en Stijn Coninx, en acteur Matthias Schoenaerts. Deze week is Veerle Baetens te gast in de taxi waarin Jérôme Colin als chauffeur heel intimistisch het gesprek stuurt over het wel en wee van de actrice. Waar komt die gesluierde aandacht voor la culture flamande op RTBF vandaan?“Het is een vreemde realiteit dat de beide cultuurgemeenschappen lichtjaren van elkaar verwijderd liggen, als je de openbare zenders bekijkt,” zegt Jérôme Colin. “Nochtans zijn er genoeg Nederlandstalige zangers en rappers die in Wallonië toeren. Aan de andere kant geldt hetzelfde: wie heeft het in het Nederlands over de Waalse topartiesten en muziekgroepen van dit moment? Instellingen als de KVS zijn de uitzondering, door zeer multicultureel te programmeren. Waarom informeren we elkaar binnen ons land zo traag, of niet? Om over de Fransen nog te zwijgen, die sluiten zich compleet af van wat in België op cultuurvlak gebeurt.”

Uw tweede roman, ‘Le champ de bataille’ bij Allary Editions, met al negenduizend verkochte exemplaren, werd pas vertaald. Het appelleert aan de terreuraanslagen in Parijs en Brussel, en het mogelijke effect op jongeren.
Jérome Colin: Mijn boek is via een ommetje, de Nederlandse uitgever De Bezige Bij, hier geraakt. Net zoals Tom Lanoye via Frankrijk tot bij de Franstalige Belgische lezer is geraakt. Ik beken dat het geduurd heeft tot schrijfster Lize Split in het Frans werd vertaald dat ik haar naam leerde kennen. En toch voel ik me ten volle Belg, van hier tot aan de zee. Oostende, het strand en Ensor … Het is allemaal ook mijn cultuur als Belg. Waarom hebben Vlamingen dat niet als ze het over Brussel en het zuiden van het land hebben? Waar komen die tegenstellingen vandaan?

Misschien omdat de identiteit van Brussel velen ontsnapt?
Colin: Het is zeker zo dat de nieuwe Brusselaars de stad een smoel hebben gegeven, een nieuwe cultuur. Maar de politiek volgt die realiteit niet, of althans veel te traag. Inclusie blijft een niet toegepast woord. Als er geen burgerinitiatieven waren, dan bewoog er niets in Brussel. Dan was er geen enkele modernisering en actualisering. Kijk maar naar het Maximiliaanpark.Hoe kan zoiets eind 2018 nog bestaan: mensen – welke ook – nachten laten slapen in een park? De burger staat hierin veel verder dan zijn politiek kader. Hij neemt die mensen mee naar huis om ze een bed en wat huiselijkheid te gunnen. En hoe reageert de overheid daarop? De Franstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel spreekt zich uit over journalisten die onderdak hebben durven te geven aan transmigranten uit het Maximiliaanpark. Anouk Van Gestel (hoofdredactrice Marie Claire, red.) en Myriam Berghe (Femmes d’Aujourd’hui, red.) moeten zich voor de correctionele rechtbank nu verantwoorden voor ‘mensensmokkel’. In welk systeem leven we in Brussel?

Colin BRUZZ ACTUA 1636
© Saskia Vanderstichele
| Jérôme Colin.

U hebt het niet zo voor de hoofdstad.
Colin: Hoegenaamd niet. Ik ben ook direct na mijn studententijd gevlucht naar het platteland. Na mijn werkuren aan de Reyerslaan schiet ik de stad uit. Brussel interesseert me alleen om zijn cultuuraanbod, in brede zin. De stad heeft niets aantrekkelijks, behalve misschien het karakter van enkele wijken, zoals Matonge – enkel goed voor een uurtje of twee wandelen en dan weer weg. De politiek houdt zich hier vooral bezig met ‘geen keuzes’ te maken. Er wordt maar wat aan­gemodderd in Brussel, elke wereld­evolutie en jongerenambitie ten spijt.

Politiek is bevreemdend, staat ver van elke verbeelding. En zelfs ver van elke realiteit en van wat mensen willen. Politiek is te traag voor de huidige maatschappij, te afstandelijk, te archaïsch. Ze kan niet meer mee, laat staan dat ze iets concreets voor zich ziet. Politiek heeft niets meer gemeen met de samenleving. Daarom haal ik in Hep Taxi! nooit een politicus binnen, alleen de ruime cultuurwereld. De media focussen al genoeg op de politiek, op uitspraken en gezichten van politici. En cultuur moet het onderspit delven voor het snelle politieke nieuws, welke inhoudswaarde dat ook heeft.

Collin boekcover BRUZZ ACTUA 1636
© De Bezige Bij
| Het slagveld, uitgeverij De Bezige Bij, 192 blz., 19,99 euro. e-book 12,99 euro.

In ‘Het slagveld’ heeft u het over de identiteitscrisis van de puberende jeugd. Het vader-zoonconflict rond spijbel- en ander gedrag.
Colin: Het is iets wat zoveel gezinnen meemaken, de conflict­situatie tussen opvoeding thuis en op school, met de kinderen daartussen. Ik heb dat familieverhaal in Brussel geplaatst, met de terreuraanslag in metrostation Maalbeek als ondertoon. Jongeren krijgen een kader aangeboden in hun opvoeding, en daar moeten ze zich naar schikken als ze in de volwassenenwereld willen treden. Maar wat (school)gemeenschappen niet begrepen hebben, is dat men de grenzen van dat kader moet mogen aftasten. Het is door er af en toe uit te treden en te kijken wat botst en anders is, dat men na een tijd het positieve van de contouren kan waarderen. Het is niet erg dat jongeren zich uit dat kader vechten. Een kind heeft recht op een eigen zoektocht naar een identiteit, en de school houdt dat tegen.

Kan een school ‘buiten de lijntjes lopen’ wel toelaten?
Colin: Dat is net het soort generalistische opvoeding dat al een halve eeuw vasthoudt aan een nog ouder verleden in onderwijscultuur. Het onderwijssysteem houdt de jongeling tegen om zijn of haar identiteit te ontdekken. En in sommige gemeenten zie je nog ergere dingen. Een gemeente die geen jeugdhuis inricht of toestaat. Wat wil dat zeggen? Denkt men dat jongeren een jeugdhuis willen om te kunnen snuiven? Nee, het is een plek waar ze onder leeftijdsgenoten creatief kunnen zijn, discussiëren, musiceren, initiatieven ontwikkelen, ideeën aftoetsen. Niets dan waardevolle dingen.

Als uw boek iets van uw eigen ervaringen inhoudt, dan liep de relatie toch niet zo rooskleurig met de grillen van puberende kinderen.
Colin: Mijn kinderen zijn nu 18, 17 en 15, en het is bijna voorbij. En ja, ik heb een tijd gehamerd op kennis van alle vakken en het afwerken van taken, met alle heisa en spanningen vandien. Mijn controle op hen was extreem. Tot ik inzag dat ‘naar school gaan’ erbij hoort op die leeftijd. En dat ik ook niet met alles akkoord ga van die school, maar dat dat aanvaard moet worden naast je eigen idee. Pas toen ik de controle zelf losliet, hebben ook zij het begrepen. Ze weten wat ‘het systeem’ van hen verwacht, volgen de klas, en weten dat dat maar één soort kader is, en niet het enige en laatste voor hun leven. Plots loopt het wel beter. Maar het probleem is dat de samenleving en het onderwijssysteem niet mee zijn met de gsm- en zapgeneratie. De beroepen van over twintig jaar bestaan nog niet, en toch wordt geen kind voorbereid op de snelle veranderingen die hen te wachten staan. Het oude onderwijsliedje wordt doorgezongen, hoe ver het ook achterop holt op de noodwendigheden om de jeugd voor te bereiden.

Jérôme Colin

  • Geboren in 1974
  • Theater- en filmstudies in Parijs, journalistiek in Brussel
  • Begon bij Radio 21 met Rock a gogo en lanceerde mee Pure fm.
  • Presenteert dagelijks Entrez sans frapper bij La Première (RTBF radio).
  • Sinds 2003 animator-taximan van Hep Taxi! voor La Deux (RTBF tv)
  • Twee romans: Evitez les péages en Le champ de bataille, net vertaald
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?