Sloveense succesauteur Frelih op residentie in Passa Porta

Uit de Grote Kakofonie van het tastbare en virtuele leven wist de Sloveense schrijver Jasmin B. Frelih, nu in residentie in Brussel, een ronduit overrompelend toekomstvisioen te puren. In/tweeën speurt samen met de hedendaagse samengestelde mens de wereld af naar vulling voor het leven.

"Met de computer laat je je geest de vrije loop en achteraf reviseer je wat eruit is gekomen. Op deze manier ben je meer betrokken bij wat je schrijft, moet je je gedachten stroomlijnen voor je ze aan het papier toevertrouwt. Ze lijken zo meer aanwezig dan wanneer ze meteen out there zijn,” vertelt Jasmin B. Frelih (1986) als we hem vragen naar de typemachine in zijn tijdelijke Brusselse werkruimte.

De trage geste die wordt afgedwongen door de onverbiddelijke machine, zit de Sloveense schrijver als gegoten. Frelih, die op uitnodiging van Passa Porta ruim een maand in Brussel vertoeft voor een residentie in Sint-Gillis én de presentatie van de Nederlandse vertaling van zijn debuutroman, is geen spraakwaterval. Hij maalt zijn gedachten, proeft zijn woorden vooraleer ze te laten ontsnappen, en lijkt ze abrupt een halt toe te roepen als ze niet aan de hoge eisen van de noodzaak tegemoetkomen.

Als je In/tweeën, uitgegeven bij De Geus, achter de kiezen hebt, begrijp je waarom. Jasmin B. Frelih doet in die roman, in het Sloveens verschenen toen hij nog maar 25 was en vorig jaar nog goed voor een van de European Union Prizes for Literature, een – onbewuste – gooi naar wereldfaam.

In/tweeën reikt een duizelingwekkende leeservaring aan in de vorm van een zinsbegoochelend toekomstvisioen, waarin drie verhaallijnen elkaar in de nek ademen, zich rakelings aan elkaar openhalen, verward raken, en ultiem uitvloeien in een coda die je ademloos en met een knetterende geest achterlaat. En dat allemaal in een taal die kinetisch haar eigen grenzen oprekt, haar grillige tentakels alle hoeken en kanten van het universum laat verkennen, maar ook heel precies en scherp de matrices uitkerft die ten grondslag liggen aan het visioen dat hij op het papier drukt.

Als een halsbrekende surfsessie die je tot in de vroege uren aan het scherm gekluisterd houdt en je gehypnotiseerd leidt van omineuze pannenkoekenfestijnen in de futuristische tektonische agglomeratie Edo over een imploderende familiereünie aan de voet van de Alpen tot een massahysterie veroorzakend poëziefestival in Brooklyn. Eén Grote Kakofonie kortom, en een ongemeen verslavende mix van stijlen, toonaarden, perspectieven en betekenis, met een schrijver die nu eens zijn lezers vanuit het boek bij de lurven pakt en dan weer chauffeur speelt voor zijn eigen creaties.

Linke boel
Klinkt als onmogelijk samen te vatten? Precies. Willen we het toch niet eens proberen? Nee. Het zou de grandioos gefragmenteerde staat van het boek, die wonderlijk ineengevlochten rafelingen van vorm en inhoud, onrecht doen. In/tweeën distilleert momenten, gedachten, gevoelens en handelingen uit de versmelting van de twee werelden, de tastbare en de virtuele, die we vandaag allebei voor even waar en echt horen te nemen, en is in die zin een roman die zo levensvatbaar is dat het soms pijn doet aan je eigen bestaan.

Jasmin B. Frelih: “Voor mijn generatie is het internet een allesbepalende context geweest. Die plaats waar je totale autonomie geniet, niemand je gedachten of leeservaring redigeert, en alles zich tot in het oneindige vertakt. Heel bevrijdend. Leer zoveel mogelijk zo snel mogelijk kennen. Neem de wereld in je op, ze ligt voor het grijpen… De roman als ultieme proteïsche vorm kon dat reflecteren, dacht ik, de manier waarop we de wereld ervaren en zien.”

“Al voelde ik ook dat er in dat wereldwijde web een spanning zou optreden tussen hoe de dingen waren en hoe ze zouden uitdraaien.” Een beetje zoals het boek, vertelt Jasmin B. Frelih. “Het initiële idee erachter heeft uiteindelijk zelfs het boek niet gehaald. De bedoeling was een man van 25 op te voeren, zo oud als ik toen, die, de wereld beu, alles achterlaat en ergens op een geïsoleerde plek gaat leven. 25 jaar later probeert hij zich de levens in te beelden van de mensen om wie hij toen gaf, hun aanwezigheid op de een of andere manier in het leven te roepen.”

Maar het draaide anders uit. “In het begin kneed je zelf je personages. Je hebt de totale vrijheid om ze te scheppen naar jouw idee. Of dat denk je toch, want eenmaal dat ze er zijn, hun karakters zijn bepaald, de scène klaar is gezet, en je ze in beweging brengt, nemen ze de teugels over. Je ervaart meteen een verlies van controle over hun levens, en op een bepaald moment zie je dat je eigenlijk aan het volgen bent. In de coda heb ik met de vuist op tafel geslagen: ‘Nee! Ik ben de schrijver… maar wat moet ik met jullie aanvangen?’ (Lacht) Heel uitdagend, maar afmattend.”

Echokamer
“Aan het eind van de rit, die ik vol energie twee jaar eerder was begonnen, was ik volledig leeggezogen,” beaamt Jasmin B. Frelih. “Deze roman heeft zoveel energie gevergd, dat ik me ernstig heb afgevraagd of ik dit wel de rest van mijn leven wilde doen. Nu nog zou ik soms graag gewoon een 9 to 5 hebben. Iemand die me zegt wat te doen, ik die het doe en dan naar huis kan, naar een leven."

"Maar dit is wie ik ben, dit is wat ik heb ervaren, dit is wat eruit moest. Dit is mijn manier om mijn stempel te drukken. Ik was hier, ik was in leven. Een boom bloesemt, ik schrijf. Wat is dat? Waar leidt het toe? Wat betekent het? Het is niet meer dan een manier om je uit te drukken, een plek uit te kerven in de tijd, voor dat ene vluchtige moment.”

Het is die leegte die ook de mensen in het postideologische universum van In/tweeën teistert. “Het probleem met de Grote Kakofonie is dat mensen erin verdwalen. Er is zoveel gepraat dat je het zicht verliest op wat relevant is. En dat gebeurt op een massale schaal. De maatschappij loopt vol verwarde mensen die niet weten hoe ze hun levens moeten leiden. De Grote Breuk uit het boek (een ingreep van hogerhand om de online-kakofonie uit te zuiveren, ks) komt daaruit voort: het besef dat het in zekere zin te ver is gegaan.”

Rest: de zoektocht naar de kern, het hart van het bestaan. Als In/tweeën ergens over gaat, dan is het dat: de strijd van die samengestelde wezens die zich aanhoudend tussen lichaam en geest bewegen, tussen de status als individu en de plek in de groep, tussen burgerschap en de maatschappij. De zoektocht naar de vulling van het leven – Filling is niet toevallig de naam van de voorstelling die regisseur Evan in Edo maakt –, de echo van de eigen hartslag, en wat een thuis kan betekenen.

“Ik hou van steden. Het tempo, de aanhoudende beweging, de ongrijpbaarheid ervan. Het onaffe karakter ook, al die lagen, stijlen en benaderingen die erin vervat zitten. Zelf woon ik op het platteland, en als ik kon kiezen, zou ik ergens diep in een woud op residentie gaan. Maar Brussel is cool, met de Europese kant en dan die mix van al die mensen die van overal ter wereld komen. Je verdwaalt hier natuurlijk, maar dat is het hele punt. Of dat zou het toch moeten zijn. Het is pas wanneer je de kust uit het oog verliest en op open zee vertoeft, dat er dingen kunnen gebeuren.”

> Meet the author: Jasmin B. Frelih. 31/05, 20.00, Passa Porta, Brussel

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • De witte file: de camionette verovert de stad
  • Laisse les filles tranquilles: 'Het intimideren moet stoppen'
  • NRC-correspondent: 'Laat Brussel niet te hip worden'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • AfricaMuseum: sur les chemins de la décolonisation avec Emma De Swaef
  • Raoul Servais: het geheim van de animatiefilmpionier
  • Duizelen op lintjazz en stoepdisco
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement