Mdou Moctar: Prince van de woestijn

© Cem Misirlioglu
| 1666 Mdou Moctar

“Mijn ouders dachten dat ik in de gevangenis zou belanden,” vertelt Mdou Moctar over zijn besluit om muzikant te worden. Het gitaargenie uit Niger groeide op in een strengreligieuze familie waar muziek niet welkom was. “Mijn moeder wilde dat ik gewoon ging studeren om daarna een goede job te zoeken. Muziek stond voor haar gelijk aan drank en drugs.” (Lacht)

Mdou Moctar was verliefd geworden op de gitaar nadat hij Abdallah Oumbadougou, een lokale ster, aan het werk had gezien. “Maar ik had geen geld om een instrument te kopen. Dus bouwde ik er zelf één, met stukken hout die ik gevonden had en remkabels van een fiets.”

Hij begon traditionele takamba te spelen op trouwfeesten en nam in 2008 een plaat op waarop hij zijn stem met AutoTune bewerkte. Zijn song ‘Tahoultine’ kwam in 2011 terecht op de wijdverspreide compilatie Music from Saharan cellphones. Toen ging het snel. Christopher Kirkley, de man achter Sahel Sounds, het label dat de compilatie uitbracht, zocht hem op en schonk hem een in Niger moeilijk te vinden linkshandige gitaar. “Tot dan draaide ik altijd de snaren om van een rechtshandige gitaar,” vertelt Moctar. “Net zoals Jimi Hendrix.”

Dat hij intussen als de “Jimi Hendrix van de Sahara” wordt bestempeld, is dus niet zo gek. “Neen, maar ik kende zijn muziek helemaal niet voor ik in het Westen ging toeren. Ik luisterde alleen naar traditionele muziek, en naar Abdallah Oumbadougou en Ali Farka Touré. De enige westerse popster die ik kende, was Michael Jackson.”

Kirkley castte Moctar vervolgens in de film Akounak tedalat taha tazoughai, een hommage aan Prince’ film Purple rain. “Alleen hebben wij in het Tamasheq geen woord voor purper,” zegt Moctar. “Dus leest de titel in het Engels als Rain the colour of blue with a little red in it. (Lacht) Die film maken was fantastisch, ik herkende me in het verhaal van Prince: ook zijn ouders verzetten zich aanvankelijk tegen zijn beslissing om muzikant te worden.”

Ondertussen heeft Moctar een nieuw album uit, Ilana, een rauwe brok Toeareg-rock met wat boogiestof van ZZ Top. “Ik zing over de liefde, maar ook over Niger. Tot 1960 waren wij een kolonie van Frankrijk. Maar dat land blijft ons uitbuiten, onder meer voor ons uranium. Op papier zijn we vrij, maar eigenlijk zijn we moderne slaven."

"Niger zelf is intussen nog altijd straatarm, er is een tekort aan drinkbaar water, stroom en medicijnen. Vooral vrouwen en kinderen lijden daaronder. Daarom bouw ik een school in mijn geboortedorp. Ik wil als muzikant mensen helpen en blij maken. Zelfs mijn moeder is ondertussen ook helemaal mee.” (Lacht)

MDOU MOCTAR 18/6, 20.00, Les Ateliers Claus

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?