interview

Philippe Herreweghe wordt cantor van Flagey: 'Ik speel alleen muziek die ik fabuleus vind'

Dirigent Philippe Herreweghe wordt, met zijn ensemble Collegium Vocale Gent, cantor van Flagey.© Saskia Vanderstichele

‘s Lands meest gelauwerde dirigent Philippe Herreweghe (72) mag zich nu ook cantor van Flagey noemen. Met zijn ensemble Collegium Vocale Gent gaat hij de komende jaren in residentie bij het muziekcentrum. Voor Herreweghe, officieel inwoner van Elsene, is het een uitdaging én een verademing. “Het was tijd voor een ankerpunt. Nu ben ik minstens 250 dagen per jaar op reis.” 

Wie is Philippe Herreweghe?

  • Geboren in Gent in 1947
  • Studeert piano en geneeskunde (psychiatrie)
  • Richt in 1970 Collegium Vocale Gent op, aanvankelijk een amateurkoor
  • Dirigeert sinds 1991 het Parijse Orchestre des Champs-Elysées, een orkest met oude instrumenten
  • Vaste gastdirigent van het Antwerp Symphony Orchestra en gastdirigent van het Concertgebouw Amsterdam en vele andere orkesten over de hele wereld

Het interview met de dirigent verloopt enigszins anders dan gepland. Herreweghe en Collegium Vocale zitten midden in een drukke Europese tournee. In negen dagen spelen ze acht keer Bachs meesterwerk, de Hohe Messe, telkens in een andere stad: Baden-Baden, Madrid, Barcelona, Brussel, Londen, Amsterdam, Luzern, Wenen.

Maar de vlucht uit Barcelona heeft vertraging, zodat het strakke schema helemaal overhoop ligt en er alleen vlak voor het concert in Flagey tijd is voor een kort gesprek.

Als de maestro bij zijn loge arriveert, blijkt bovendien dat hij zich beroerd voelt omdat hij amper geslapen heeft die nacht en nog altijd veel last ondervindt van de blessure aan zijn rechterarm die hij een dikke week geleden opliep in Shanghai. “Dom gestruikeld over een trapje,” zegt hij. Met moeite kan hij de pijnlijke arm bewegen. Toch moet hij zo meteen het podium op om voor een volle zaal een drie uur durend concert te dirigeren.

Is dit waanzinnig drukke leven de reden dat u cantor van Flagey wilde worden?
Philippe Herreweghe: Een tournee is enorm vermoeiend. Ik heb de laatste dagen telkens maar drie, vier uur geslapen. Gisterenavond na het concert in Barcelona was er nog een diner met de directeur van het muziekhuis. Tegen drie uur lag ik in bed, maar ik moest er om zes weer uit om het vliegtuig te halen. Dodelijk.

Ik zeg soms: ik maak nog altijd met evenveel enthousiasme muziek als toen ik twintig was, maar dat voortdurende reizen is er te veel aan. Daarom was het een droom een deel van mijn bestaan hier te verankeren. Bij wijze van grap heb ik een paar jaar geleden geopperd dat ik zeer gelukkig zou zijn als ik ‘cantor’ van Flagey kon worden.

Maar mijn persoonlijk comfort is niet de enige reden. Ook op artistiek gebied is het beter om ergens een vaste plek te hebben. Die hadden we tot hiertoe niet.
 

Philippe Herreweghe 1 BRUZZ ACTUA 1667
© Saskia Vanderstichele
| Philippe Herreweghe, cantor in Flagey.

En die plek moest in Brussel zijn, niet in uw geboortestad Gent, waar ook de roots van Collegium Vocale liggen?
Herreweghe: Ik vind Brussel een fantastische stad, ik voel mij Brusselaar, ik heb hier een huis, ook al zie ik dat weinig. Ook Gent is een fijne stad, maar ik leef persoonlijk liever ofwel op den buiten, zoals in Italië, waar ik ook een huis heb dat ik veel te weinig zie, ofwel in de grootstad. Ik hou van Tokio en New York.Ook Brussel is internationaal, niet te groot, er is veel cultuur en de woningen zijn, in vergelijking met Londen of Parijs, betaalbaar. Ik ben tweetalig opgevoed en vind het fijn dat ik hier Nederlands én Frans kan spreken. De mobiliteit is geen probleem, want ik doe alles met de fiets. In tien minuten fiets ik naar Flagey.

Philippe Herreweghe

Waarom koos u in Brussel voor Flagey?
Herreweghe: Vooral vanwege de schitterende akoestiek. Ik heb overal opgetreden en kan zeggen: studio 4 is een van de mooiste zalen van Europa, van de wereld zelfs. De akoestiek is werkelijk prachtig. Er is veel nagalm en dat is voor een deel van mijn repertoire erg geschikt.

Tot hiertoe speelden we vaak in Bozar. Die zaal heeft een andere akoestiek, perfect voor een grote Stravinsky, maar niet voor Bach.
Ik hoop trouwens dat we in de toekomst ook nog in Bozar kunnen optreden, met name voor de heel grote werken met veel vertolkers. Dan is Bozar de aangewezen plek.

Philippe Herreweghe 3 BRUZZ ACTUA 1667
© Saskia Vanderstichele
| Philippe Herreweghe.

In de tijd van Bach was de cantor diegene die de muzikale leiding van de kerk had. Hoe gaat u de functie invullen?
Herreweghe: Collegium Vocale gaat hier in residentie. Dat betekent dat we de komende jaren idealiter vier of vijf keer per jaar in Flagey samenkomen om een bepaald werk te repeteren en dat dan ook een of twee keer uit te voeren. Voorts is het de bedoeling om een band met het publiek op te bouwen en ook op zoek te gaan naar een jonger publiek. We willen de mensen voorbereiden op een concert door hen de gelegenheid te geven om repetities bij te wonen en hen uitleg te geven.

Als cantor mag u het repertoire mee bepalen. Voor het eerste jaar staan er voornamelijk grote meesterwerken van Bach op het programma. Na de ‘Hohe Messe’ volgen het ‘Weihnachtsoratorium’, de ‘Johannespassie’ en de ‘Matthäuspassie’. Allemaal grote publiekstrekkers.
Herreweghe: Klopt, maar dit is een soort inleiding. Onze manier van werken drijft ons soms in de richting van de grote kleppers. Om te kunnen spelen, moeten we ons verkopen aan zalen. Die willen vol zitten en hebben dus liever een symfonie van Mahler dan iets van de veel minder bekende Oostenrijkse componist Alexander Zemlinsky. Het frustreert me soms dat de zaal meteen uitverkocht is als we het Magnificat van Bach spelen, terwijl er minder volk opdaagt voor de late koorwerken van Brahms, die minstens zo goed zijn.Dat betekent niet dat ik zomaar iets zou programmeren. De Hohe Messe is een fantastisch werk. De Messiah van Händel zou ik bijvoorbeeld nooit doen, dat vind ik geen interessante muziek, te simpel.

Philippe Herreweghe 2 BRUZZ ACTUA 1667
© Saskia VAnderstichele
| Philippe Herreweghe.

U bent zeer selectief?
Herreweghe: Ik zie het zo: je hebt museale kunst, antiek en brocante. In de barok is er naar mijn mening zeer veel brocante. Het publiek slikt het omdat het makkelijk behapbaar is, maar mij interesseert het niet. Ik vind het niet meer nodig om zwakke tweederangscomponisten te programmeren. Ik speel alleen muziek die ik fabuleus vind, ik kan me dat permitteren.

Als dit eerste jaar een introductie is, hoe zullen de volgende seizoenen in Flagey er dan uitzien?
Herreweghe: Ik wil de toehoorders werken leren kennen die ik als muzikant, die meer weet van muziek dan zij, fantastisch vind. Als dirigent ben je ook een beetje leraar.

Ik ben bijna twintig jaar directeur geweest van een festival in Saintes in Zuid-Frankrijk. We zijn daar begonnen met oude muziek, maar al gauw kwam het publiek af op de kwaliteit van het festival en konden we gewaagdere werken programmeren, ook hedendaagse. De mensen kwamen naar dingen die ze niet kenden. In Flagey hoop ik op dezelfde manier te werk te kunnen gaan. Het hele muziekleven in Europa is qua repertoire erg mainstream geworden: vaak dezelfde werken, uitgevoerd door dezelfde topsolisten, bijna vedettes.Dat was het mooie van de jaren zeventig, toen wij met oude muziek begonnen. Wij deden waar we zin in hadden. Dat kon omdat de oude muziek toen nieuw was, wij brachten totaal onbekende componisten of werken. Niemand kende de Vespers van Monteverdi. Dat is iets wat ik nu mis.

Welke fantastische, onbekende muziek wil u hier laten klinken?
Herreweghe: Er is zoveel mooie muziek van Brahms of van Schumann die nooit gespeeld wordt, Schumanns Scènes de Faust bijvoorbeeld, een groot oratorium op een fantastische tekst.

U wil mee op zoek gaan naar een jonger publiek. Klassieke muziek is uit het collectieve geheugen verdwenen, zo lijkt het. Hoe pak je dat aan?
Herreweghe: Ik ga niet aan jeunisme doen. Een tijdje geleden heb ik in Nederland de Matthäuspassie gedirigeerd met een ander gezelschap en daar hadden ze het idee om de passie in te korten en te vertellen als een verhaaltje. De belichting was die van een rockconcert en op het einde mochten de mensen joelen. Ik geloof niet dat het die richting moet uitgaan.

Voor mij is het simpel. Ik denk dat een groot stuk van ons repertoire helaas niet bedoeld is voor kleine kinderen, de symfonieën van Bruckner bijvoorbeeld. Ik ben dan ook niet zo een fan van kinderen die komen luisteren naar Pierrot Lunaire of een pianoconcerto van Schönberg. Dat is voldoende om hen voor de rest van hun leven te degouteren.

Philippe Herreweghe, cantor van Flagey

Als je kinderen tot muziek wil brengen, moet je hen laten spelen en vooral zingen. Ik heb destijds in Gent op het Sint-Barbaracollege gezeten, bij de jezuïeten. Elke dag zong ik in het koor, een uur lang, van mijn zesde tot mijn zeventiende. Het is een belangrijk deel van mijn muziekonderricht. Al die jongens uit het koor zijn fanatieke muziekliefhebbers geworden.Klassieke muziek is wel goede muziek voor adolescenten en jonge mensen. Als zij toevallig een repetitie hebben kunnen bijwonen, vertellen ze me dat ze daar veel aan gehad hebben en met meer aandacht naar het concert luisterden. Daarom gaan we hen die kans geven.

Philippe Herreweghe 4 BRUZZ ACTUA 1667
© Saskia Vanderstichele
| Philippe Herreweghe dirigeert.

U hebt de ‘Hohe Messe’ al zeker 150 keer gedirigeerd, de ‘Matthäuspassie’ meer dan 250 keer. Hoe zorgt u ervoor dat het geen routine wordt?
Herreweghe: Met tweederangs­muziek zou ik het niet kunnen, maar op zulke goede muziek kun je niet uitgekeken raken. De Matthäuspassie heb ik onlangs zeventien dagen na elkaar gespeeld. Dat verveelt nooit. Hetzelfde geldt voor veel muziek van Beethoven, zijn late strijkkwartetten, zijn laatste pianomuziek of de Missa Solemnis bijvoorbeeld, en ook voor veel polyfonie.
Als je daarentegen een symfonie van César Franck twee keer gespeeld hebt, wil je niet nog eens.

Studio 4 in Flagey
© Johan Jacobs
| Philippe Herreweghe: "Studio 4 is een van de mooiste zalen van Europa, van de wereld zelfs. De akoestiek is werkelijk prachtig."

Als dirigent word je beter naarmate je ouder wordt, zei u twee jaar geleden, toen u zeventig werd.
Herreweghe: Ik heb inderdaad het gevoel dat ik de betekenis van bepaalde muziek beter vat. Het is als reizen in een land dat je beter en beter kent. Dat is een voordeel van ouder worden. Natuurlijk moet je wel gezond blijven. Een goede gezondheid is de eerste vereiste voor een dirigent.

Ik ken ondertussen een paar componisten zeer goed, Bach en Schumann bijvoorbeeld. Andere ken ik totaal niet. Bartók, die ik ook een genie vind, heb ik nooit gedirigeerd. Ik doe alleen werken waarvan ik het gevoel heb dat ik ze aankan en waarbij ik iets toe te voegen heb. Zo speel ik Schumann vanuit mijn achtergrond van oude muziek.

Bartók doe ik niet omdat mijn gestiek niet mijn sterkste punt is, ik ben autodidact. Bij Bartók moet je juist qua bewegen heel performant zijn.

Ik zag deze lente een uitvoering van de ‘Matthäuspassie’, waarbij de dirigent, Sigiswald Kuijken, niet meer vooraan stond om te dirigeren, maar achterin meespeelde met het orkest.
Herreweghe: Dat was vroeger ook zo. Bach speelde mee met het orkest, af en toe stopte hij even om te dirigeren. Dat kon omdat de muzikanten in die tijd alleen dát zongen.
De zangers hier hebben zopas Einstein on the Beach van Philip Glass gebracht, volgende week moeten ze misschien Stravinsky doen. Dat is toch anders.Maar als ik vanavond echt niet zou kunnen dirigeren, kan het concert toch doorgaan zonder mij. In een symfonie van Sjostakovitsj zou dat niet mogelijk zijn, daar is de dirigent op elk moment onmisbaar. Bij Bach reik ik ideeën aan. Ik kijk voornamelijk en probeer te inspireren.

Als u straks optreedt, voelt u dan meteen welk publiek er in de zaal zit?
Herreweghe: Ik voel het onmiddellijk, hoewel ik met mijn rug naar de mensen sta. Het gebeurt dat de toehoorders je taal niet begrijpen. Maar als het wel werkt, wat gelukkig dikwijls het geval is, dan merk je dat er in de zaal een gezamenlijk gevoel ontstaat dat je thuis nooit kunt ervaren.

Ik heb psychiatrie gestudeerd en ben nogal rationeel aangelegd, maar wat er bijvoorbeeld in het Concert­gebouw van Amsterdam gebeurt als tweeduizend mensen ademloos zitten te luisteren naar een adagio van Bruckner, dat is wetenschappelijk moeilijk uit te leggen.

Het geeft me energie, adrenaline. Vergelijk het met alpinisten. Die zien soms ongelofelijk hard af tijdens de beklimming van een berg. Maar eenmaal op de top zijn ze alle inspanningen meteen vergeten.
Als het bij ons klinkt, is het hetzelfde. Daarvoor doe je het. Niet voor het geld. Ik word nu goed betaald, maar tot mijn veertigste, vijfenveertigste verdiende ik nauwelijks mijn brood. Als ze me morgen niet meer betalen, doe ik voort. Je hebt zoveel mensen die hunkeren naar hun pensioen om eindelijk te kunnen leven. Als ik stop, ben ik na twee jaar dood.

20190607_Flageygebouw_Buitenbeeld_Vijvers Van Elsene_Nachtbeeld
© Johan Jacobs
| Vanaf dit jaar is Collegium Vocale Gent artiest in residentie bij Flagey.

Collegium Vocale verankerd in Flagey

Vanaf dit jaar is Collegium Vocale Gent artiest in residentie bij Flagey. Het ensemble van Philippe Herreweghe krijgt er de ruimte om te repeteren en zal er jaarlijks een aantal producties voorbereiden en uitvoeren. Flagey en Collegium  Vocale willen ook zoeken naar manieren om het publiek te verbreden en te verjongen. Bedoeling is onder meer om jonge mensen, VUB-studenten bijvoorbeeld, toe te laten op repetities en audities en in gesprek te gaan met hen.

Voorts zijn er plannen voor een kinderkoor dat door leden van Collegium Vocale geleid zal worden. Vlaams minister voor Brussel Sven Gatz (Open VLD) steunt de nieuwe samenwerking. Hij maakte voor de komende drie jaar 100.000 euro vrij. 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?