Boogie Belgique: 'Veel mensen beseffen niet eens dat het oude samples zijn'

In eigen land blijft de Antwerpse producer Oswald Cromheecke alias Boogie Belgique alsnog onder de radar. Gelukkig kennen zijn kruisbestuivingen – tussen elektronica en jazz, muziek en beeld – geen grenzen. Vrijdag speelt zijn swingende bandje ten dans in de Vk*.

Als kind dook Oswald Cromheecke (25) gretig in de jazzplaten van zijn moeder. Duke Ellington was een compagnon de route, net als de komiek Danny Kaye en Disney-soundtracks. Later, geïnspireerd door Fat Freddy’s Drop, triphopproducer Bonobo en elektroswingpionier Parov Stelar, ging hij als Boogie Belgique voor zijn eigen experimentele mix van elektronica, hiphop en jazz. “In het begin maakte ik vooral elektroswing, maar ik wil me niet vastpinnen op één genre, al blijven oude samples een constante,” vertelt hij. Ondertussen verschenen er vier albums op digitale nichelabels, een vijfde is in de maak.

Zowel voor je samples als voor je visuals vind je inspiratie in de jaren 1930. Waarom spreekt die tijd je zo aan?
Oswald Cromheecke: De esthetiek! De auto’s, de kostuums, de muziek… alles was nog uitgepuurd, en tegelijk mysterieus. Er was al wel commercie, maar die liep nog niet de spuigaten uit. De naam Boogie Belgique haalde ik uit een oud Vlaams magazine van tijdens de bezetting dat reclame maakte voor Belgische kaarsen. Met mijn beelden geef ik liefst een surrealistische sfeer weer. Bij elektroswing worden al te vaak filmpjes uit het archief gewoon wat gemanipuleerd. Voor mij mag het iets meer zijn dan documentaires verknippen of een beat plakken onder een sample. Muziek uit die periode is net heel interessant om nieuwe dingen mee te doen. De solo’s uit de swingjazz zijn bijvoorbeeld erg complex. Ik ga aan de slag met zo’n riff, bouw er een akkoordenschema op, schrijf er een baslijn bij… tot er een origineel nummer ontstaat. Dat werkt beter dan beginnen vanaf nul.

Live word je begeleid door drie extra muzikanten en video-animaties.
Cromheecke: Ja, een drummer, een pianist en een trompettist. Vroeger dj’de ik weleens met alleen een trompettist, maar eigenlijk voel ik me helemaal geen dj. Ik laat mijn muzikanten liever improviseren op oude samples om zo tot iets nieuws te komen. Veel mensen beseffen niet eens dat het oude samples zijn. Ik streef naar een totaalconcept waarin de verschillende genres – vintage en modern – verbonden worden door de visuals, die live op de muziek reageren. Zo schep ik een eigen wereld. De animaties die ik vroeger heb gemaakt (Cromheecke studeerde af als illustrator aan Sint-Lucas in Gent, tp), komen nu goed van pas.

Je treedt op in Griekenland, Tsjechië en Zwitserland, maar in eigen land breek je vooralsnog weinig potten. Hoe komt dat?
Cromheecke: Het internet kent geen grenzen. Ik had geen flauw benul van een fanbasis in Praag, en toch speelde ik daar voor een volle zaal van 300 à 400 man. Ik vind het stom dat ik meestal naar het buitenland moet om te spelen. Maar in België zijn er maar een paar ladders die je kunt opklimmen om door te breken. Misschien moet ik die paden – popwedstrijden, vi.be, een management – maar eens verkennen, want op een Syrië-benefiet in Antwerpen heb ik gemerkt dat mensen hier Boogie Belgique ook ontzettend leuk vinden.

Boogie Belgique

data: 16/1, 20.00

tickets: gratis

waar: VK*, Molenbeek

Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • Fietsersbond: 'Er zit een systeemfout in het Brussels verkeer'
  • Miljoenen voor openbare ruimte rond Zuidstation
  • Langspeelfilm van Patrick Van Antwerpen opnieuw uitgebracht
  • Lees online
deze week
  • Kaat Beels & Nathalie Basteyns: 'Niet iedereen wil Star Wars zien'
  • Melanie De Biasio: Jamais à bout de souffle
  • The Van Jets: The rock quartet releases the beast
  • Lees online
Neem een abonnement