interview

De artrockers van Sparks stellen 23ste album voor in AB

45 jaar nadat Queen in hun voorprogramma speelde, maken de broers Russell en Ron Mael nog steeds de beste popmuziek met een hoek af. De Amerikaanse artrockers zouden allang op pensioen kunnen zijn en toch ruikt het nieuwe Hippopotamus frisser dan de bepoederde billen van een pasgeboren baby.

Brothers gonna work it out
68 en 72 zijn ze ondertussen, en heel hun carrière stonden ze aan elkaars zij. De dandy met zijn loepzuivere stem en – tegenwoordig – zwartgeverfde haren en het alles stoïcijns vanachter zijn klavier bekijkende muzikale genie met de gepenseelde moustache en de droogkomische teksten. “In het begin was het zeker niet de bedoeling om ons hele leven in dezelfde band te zitten,” zegt Ron. “Russell studeerde film en ik grafische vormgeving, en we hadden andere plannen.”

Toch heeft de broederband voor een stabiliteit gezorgd die ook na 23 albums overeind blijft. “We hoeven na al die jaren niet verbaal te worden om te weten wat de andere denkt, hebben kortom een onuitgesproken manier van werken ontwikkeld waar we het allebei mee eens zijn, ook al omdat we Sparks naar eigen goeddunken in de meest verschillende richtingen en stijlen hebben kunnen manoeuvreren.”

I don’t want to grow up
“De lange levensduur van ons gezamenlijke project heeft er bovendien voor gezorgd dat we de volwassenheid inmiddels voorbij zijn en we opnieuw heerlijk naïef naar de dingen kunnen kijken,” lacht Ron. “Andere bands beginnen in een latere fase van hun carrière terug te blikken of te reflecteren over wie ze vroeger waren. Wij rebelleren net tegen die contemplatieve houding die meestal uitdraait op sombere muziek.”

Volgens Ron kan je ook door te schrijven over pakweg nijlpaarden in je zwembad (de titelsong van de nieuwe plaat) of de missionarishouding kwalitatief hoogstaande popmuziek leveren. “Mensen vergissen zich nog steeds en denken door onze humoristische voordracht en ons guitige imago dat we in werkelijkheid even lichtzinnig zijn. Maar eigenlijk zijn we net heel gefocuste muzikanten, die onze naïviteit heel ernstig nemen.”

Euro-Vision
Zoveel is Brussel in al die jaren niet veranderd, vindt het broederpaar. “Ja, de plek waar we vroeger onze wafels verorberden, is niet meer, maar we zijn intussen grote fan van EXKi.” De band met de Europese hoofdstad kreeg vorm door hun vriendschap met muzikant en radiomaker Marc Moulin. “Nadat hij ons in 1979 geïnterviewd had, zijn we goede vrienden geworden,” zegt Russell. “Wij zochten hem op in Brussel, hij ons in LA, en elke week hingen we wel aan de telefoon. We namen ook twee albums op in de studio van Dan Lacksman in Laken.”

Op een hommage-avond in Flagey brachten ze hun versie van de Telex-track ‘Tell me it’s a dream’ en gisteren aten ze nog couscous ter zijner nagedachtenis. “We hebben het altijd bijzonder gevonden dat er met iemand op een ander continent zo’n innige band kon ontstaan. Daar moet iets van zijn blijven hangen in onze muziek.”

Pop Muzik
De samenwerkingen die de groep de voorbije jaren opzette met de filmregisseurs Leos Carax en Guy Maddin hebben misschien wel de grootste impact gehad op Hippopotamus. “Carax had een nummer van ons gebruikt in zijn vorige film Holy motors en intussen werken we aan zijn eerste niet-Engelstalige film,” zegt Russell. Maddin sleutelt aan een musical gebaseerd op The seduction of Ingmar Bergman (2009).

Op dat conceptalbum verbeeldde Sparks wat er gebeurd zou zijn als de Zweedse filmmaker naar Hollywood zou zijn getrokken. “De strakke discipline nodig voor een filmproject, waarin op anderhalf uur één verhaal wordt verteld, steekt af tegen losse popdeuntjes van drie à vier minuten,” zegt Russell. “Het was bevrijdend weer gewoon het popbandje met weerhaken te zijn. Ons FFS-project met Franz Ferdinand had onze liefde voor popmuziek ook al aangewakkerd.”

1583 SPARKS Hippopotamus
Hippopotamus
In de titelsong duiken naast een nijlpaard (hippopotamus) ook Titus Andronicus, een schilderij van Jheronimus (Bosch) en een Aziatische vrouw met een telraam (abacus) op in het zwembad van de broers. Het lijkt rijmelarij, maar in combinatie met de inventieve muziek en een knotsgekke videoclip biedt het een hilarische blik op een samenleving die alles op een hoopje gooit.

“In de muziek kruipt altijd veel tijd en energie,” zegt Ron Mael. “Daarom alleen al zou het niet eerlijk of gewoon lui zijn om achteraf de teksten niet goed uit te werken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Sigur Rós zijn wij heel concreet. Wij reflecteren met een overvloed van details, niet met vaagheid.” Sinds de doorbraak met het glimmende ‘This town ain’t big enough for both of us’ heeft Sparks er een bijzonder (consequent) parcours op zitten.

“Toen we begonnen, wilden we nog The Who, The Kinks of The Move zijn,” zegt Russell Mael. “Maar later kon het poplandschap ons minder bekoren en zijn we ons gaan specialiseren in dingen die je elders niet te horen kreeg. We hebben altijd platen gemaakt die we zelf goed vonden. Voor ons zou het een nachtmerrie zijn om iets uit te brengen dat middle-of-the-road klinkt.”

Ook daarom blijft anno 2017 de verscheidenheid groot. Niet een van de vijftien nieuwe tracks typeert de hele plaat, waarin Russell amper adempauze gegund is. “Er zijn inderdaad weinig instrumentale passages,” lacht hij. “Om anderhalf uur bijna non-stop te kunnen blijven zingen, ben ik vijftien jaar geleden gestart met fitness. Die cardiovasculaire oefeningen helpen om mijn stem intact te houden.”

Broerlief beaamt: “We verzorgen ons gewoon goed. Misschien ook daarom dat we ons altijd anders hebben gevoeld dan de meeste Amerikaanse bands.”

Sparks. 16/09, 20.00, Ancienne Belgique, Brussel

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • Assita Kanko: 'De N-VA? Ik zit goed bij de MR'
  • Landbouw in Neerpede: hoe lang nog?
  • Weg uit Vlaanderen: hippe senioren verhuizen naar bruisend Brussel
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
Neem een abonnement