De Bob Dylan in Bert Dockx

© Thomas Geuens

Hij bouwt zijn eigen klankwereld uit met Flying Horseman, Dans Dans, Strand en straks ook Ottla, maar op Transit keert Bert Dockx andermans songs binnenstebuiten. “In de jazz zijn covers doodnormaal,” zegt hij terwijl hij voor ons door de zeven liedjes op zijn soloalbum struint.

Albatross

(Fleetwood Mac, 1968)

“Ik ben niet per se een grote Fleetwood Mac-fan, maar dit is een van de mooiste instrumentale nummers die ik ken. De genialiteit van ‘Albatross’ zit niet in zijn virtuositeit, het is de sfeer die het oproept. Weids en dromerig, en toch intiem en klein. Dat heeft mij altijd ontroerd. In mijn versie staat mijn gitaar absurd laag gestemd, waardoor alles rammelt en ratelt.”
Transit is geen opsomming van mijn favoriete nummers. Vaak begin ik zulke liedjes op een onbewaakt moment te spelen en als ik er iets bij voel, maak ik er mijn eigen versie van. Vandaar ook de titel van mijn album: iemand heeft iets gemaakt en stuurt dat de publieke ruimte in. Dat komt tot bij mij, ik geef er mijn eigen vorm aan, en geef het weer door. Eigenlijk is dat met alle muziek zo. Je interpreteert wat er voor je kwam en draagt het over.”

 

Rake

(Townes Van Zandt, 1971)

“Anders dan bij Fleetwood Mac, zit Townes Van Zandt wél helemaal in mij. De directe manier waarop hij donkere gevoelens kan uiten, is ongeëvenaard. Als tekstschrijver is hij voor mij een van de allergrootsten. Net als Dylan en Cohen kan hij binnen de vorm van een song poëtisch en literair zijn. Het geniale is dat Van Zandt er nooit iets theatraals van maakt. Hij vertelt dat hij op de rand van de waanzin staat, maar hij doet dat kurkdroog, laconiek bijna. Ik heb het lang niet aangedurfd om hem te coveren, omdat ikzelf al snel wat theatraler klink. Ik probeer dat vaak wat te temperen.”
“Nu, bij het maken van een cover hou ik me niet bezig met het origineel. Ik hou het bij de melodie en de akkoorden zoals ze in mijn hoofd zitten, en verder wil ik vooral dat de tekst klopt. Ik ben een tekstmens. Ik wil weten wat er gezongen wordt. Als kind al leerde ik de lyrics van Dire Straits en Metallica vanbuiten.”


Shadowplay

(Joy Division, 1979)

“Meestal maak ik liedjes donkerder, maar hier doe ik het omgekeerde, met een soort tokkel die lijkt op de jonge Dylan. Joy Division heb ik ontdekt in Barcelona. Ik was een jaar of achttien en in een museum voor hedendaagse kunst kon je bij een installatie een video kiezen. Een daarvan was een bundeling liveoptredens van Joy Division. Ik was fan van Radiohead en Thom Yorke had hun naam ooit eens in een interview laten vallen. De beeld- en geluidskwaliteit was rot-slecht, maar vanaf opener ‘Here are the young men’ was ik gehypnotiseerd door de theatraliteit van Ian Curtis, die tegelijk rauw en echt was. Diezelfde dag ben ik een video van hen gaan kopen in Barcelona. Grappig. Ik zat in de zomer in Spanje en ik keek naar Joy Division.” (Lacht)


Yesterday is here

(Tom Waits, 1987)

“Een paar jaar voor ik Joy Division leerde kennen, was Tom Waits erg belangrijk. Een vriend had me Franks wild years laten horen. Ik werd gegrepen door Waits’ stem en de manier waarop de muziek was gearrangeerd. Alles leek kapot, en toch klopte het. Daarna raakte ik verslingerd aan muziek die nog veel experimenteler was, maar Tom Waits was de eerste die zo hoekig en dissonant klonk. Pas later besefte ik dat ik veel van die dingen goed vond dankzij zijn gitarist, Marc Ribot. Als ik aan iemand refereer met deze cover, dan wel aan hem.”
“Tom Waits zingen, blijft raar, mijn stem is veel minder excentriek. Ik ben het gewoon om mijn vocals in overdub op te nemen, maar omdat we voor Transit beslisten om voor elk nummer een video in één shot in te blikken, moest alles in één take gebeuren. Zo krijg je iets heel puurs. Aanvankelijk vond ik dat ongemakkelijk, maar na verloop van tijd zorgde die werkwijze voor een ander soort focus. Alsof het live was, zonder het vangnet van de studio. Dat gaf mij net veel zelfvertrouwen, en zo ben ik ook gegroeid als zanger.”

 


Shadowplay

(Joy Division, 1979)

“Meestal maak ik liedjes donkerder, maar hier doe ik het omgekeerde, met een soort tokkel die lijkt op de jonge Dylan. Joy Division heb ik ontdekt in Barcelona. Ik was een jaar of achttien en in een museum voor hedendaagse kunst kon je bij een installatie een video kiezen. Een daarvan was een bundeling liveoptredens van Joy Division. Ik was fan van Radiohead en Thom Yorke had hun naam ooit eens in een interview laten vallen. De beeld- en geluidskwaliteit was rot-slecht, maar vanaf opener ‘Here are the young men’ was ik gehypnotiseerd door de theatraliteit van Ian Curtis, die tegelijk rauw en echt was. Diezelfde dag ben ik een video van hen gaan kopen in Barcelona. Grappig. Ik zat in de zomer in Spanje en ik keek naar Joy Division.” (Lacht)


Yesterday is here

(Tom Waits, 1987)


“Een paar jaar voor ik Joy Division leerde kennen, was Tom Waits erg belangrijk. Een vriend had me Franks wild years laten horen. Ik werd gegrepen door Waits’ stem en de manier waarop de muziek was gearrangeerd. Alles leek kapot, en toch klopte het. Daarna raakte ik verslingerd aan muziek die nog veel experimenteler was, maar Tom Waits was de eerste die zo hoekig en dissonant klonk. Pas later besefte ik dat ik veel van die dingen goed vond dankzij zijn gitarist, Marc Ribot. Als ik aan iemand refereer met deze cover, dan wel aan hem.”
“Tom Waits zingen, blijft raar, mijn stem is veel minder excentriek. Ik ben het gewoon om mijn vocals in overdub op te nemen, maar omdat we voor Transit beslisten om voor elk nummer een video in één shot in te blikken, moest alles in één take gebeuren. Zo krijg je iets heel puurs. Aanvankelijk vond ik dat ongemakkelijk, maar na verloop van tijd zorgde die werkwijze voor een ander soort focus. Alsof het live was, zonder het vangnet van de studio. Dat gaf mij net veel zelfvertrouwen, en zo ben ik ook gegroeid als zanger.”

 

 

I’m on fire

(Bruce Springsteen, 1984)

“Toen ik twaalf, dertien was, zat ik in een grote Springsteen-fase. Hij was voor mij de link naar rootsmuziek, maar ‘I’m on fire’ is eigenlijk een van zijn popsongs. Dat ijle synthje laat je makkelijk meedrijven. Tegelijk schijnt er veel gefrustreerd verlangen door. In de lange outro van mijn versie heb ik, zonder er diep over na te denken, die donkerte die erin zit verklankt.”
“Een paar jaar geleden heb ik dit liedje en nog zes andere opgenomen voor iemand waar ik heel verliefd op was. Heel narcistisch, als ik daar nu aan denk. (Lacht) Het is ook niets geworden.”


Sinnerman

(traditional/Nina Simone, 1965)

“Telkens als ik dat nummer hoorde, spitste ik mijn oren, al van kleins af, in welke versie dan ook. Dat afroritme, die pianopartij... En dan die Bijbelse tekst: de zondaar die probeert weg te vluchten, maar hij wordt ingehaald door de duivel en hij belandt in de hel. Willen weglopen van jezelf is iets heel universeels. Deze song houdt een brutale spiegel voor je ogen en je wilt het niet zien: dát gevoel. Heel heftig.”
“Ik heb ontzettend veel naar zwarte muziek geluisterd. Blues natuurlijk, maar ook Afrikaanse dingen en heel veel jazz. Ik was fan van Sonic Youth, omdat die band zo experimenteel omging met rock. Maar toen ontdekte ik freejazz, en dat was nog veel wilder. Daarna vond ik alle andere muziek te ‘ingekapseld’. Ik ging jazz studeren in Brussel en zag mezelf als improvisator. Ik was heel kritisch voor mezelf, ik vond dat ik niet hard genoeg studeerde. Mijn gitaarspel leed daaronder. Ik had veel ideeën, maar het kwam er niet uit. Ik genoot er ook niet meer van. Tot ik op een bepaald moment ben beginnen te zingen. Dat heeft mijn gitaarspel opnieuw bevrijd, en zo is ook Flying Horseman ontstaan.”
“Mensen vinden het gewaagd dat ik Dylan dúrf te coveren, maar in de jazz is het doodnormaal dat je andermans werk interpreteert. Ik speel gewoon nummers waar ik het gevoel van heb dat ik er iets mee kan aanvangen.”

 

I shall be released

(Bob Dylan, 1967)

“Een superbekend nummer, dit, maar ik had er eigenlijk nooit op gelet. Ik ben geen Dylan-freak, al luister ik wel al mijn hele leven naar hem. Vorig jaar werd ik gevraagd om een van zijn liedjes te coveren voor de veertigste verjaardag van The last waltz van The Band. Dit zat bij de suggesties. Ik heb die tekst opgezocht, en ik voelde daar meteen van alles bij. Dat verlangen om bevrijd te worden, dat is zo herkenbaar. Uiteindelijk is mijn bijdrage niet doorgegaan, maar ik ben dat liedje wel blijven spelen.”
“Dat ik ‘I’m on fire’, ‘Sinnerman’ en ‘I shall be released’ cover, mag je toeval noemen. Maar ik vond het wel geestig om ze bij elkaar te zetten op kant twee van Transit. Het verboden verlangen, de schuld, en dan de bevrijding. Die drie liedjes hebben niets met elkaar te maken, maar door ze zo te plaatsen, krijg je een narratief. En ook muzikaal klopt het: ‘I’m on fire’ is diep en bezwerend, ‘Sinnerman’ is een explosie van geweld en ‘I shall be released’ is heel sereen.”

Bert Dockx10/10, 21.00, Beursschouwburg

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over