De zevensprong van pianist Bram De Looze

© Jos L Knaepen

De tournee die Bram De Looze als orkestleider opnieuw naar België brengt laat een ambitieus geluid horen. Hij componeerde nieuwe muziek voor maar liefst zeven muzikanten: in het Bram De Looze Septych wordt hij bijgestaan door twee cellisten, drie hoornblazers en een drummer.

 

Als we Bram De Looze contacteren is hij in New York een plaat aan het opnemen met Dre Hocevar Trio, een van de trio’s waarin hij als pianist actief is. In eigen land is het jazztalent vooral bekend als smaakmaker bij LABtrio, waarmee hij vorig jaar nog een fris debuut uitbracht, en als onderdeel van het triumviraat De Looze/Machtel/De Waele, de groep die hij overhield aan zijn passage in het Leuvense Lemmensinstituut.

 “Ik zou graag dezelfde chemie en interactie creëren als in mijn trio’s,” laat hij weten vanuit New York, de stad waar hij in 2012 een jaar jazz ging studeren als beursstudent en die hem sindsdien niet meer loslaat. “Maar zo’n interactie is alleen mogelijk met de juiste muzikanten.” In dit geval, een goed gedoseerde mix van veelal ervaren collega’s uit de New Yorkse en de Belgische scène.

Je bent vooral vertrouwd met trio’s. Hoe verloopt de aanpassing aan deze ruimere line-up?
De Looze:
Het vraagt een enorme inspanning van de muzikanten om te spelen met de ruimte. De vraag is steeds wie waar het voortouw neemt in het verloop van de muziek. Het heeft te maken met hoe snel je iets waarneemt in het spel van de ander, terwijl je zelf aan het spelen bent, en wanneer en hoe je daar iets aan verandert. Dit Septych is mijn eerste poging om muziek te maken voor een grotere bezetting. De sound had ik al lange tijd in mijn hoofd. De grootste uitdaging was uiteindelijk om de band daadwerkelijk op poten te zetten. 

Waarom koos je precies voor een ongewoon collectief met twee cello’s en drie blazers?
De Looze:
Een ontmoeting met cellist en componist Lester St. Louis (die ook in Dre Hocevar Trio zit) op een workshop van pianist Matthew Shipp in Brooklyn lag aan de basis. Ik was al langer verknocht aan het geluid van de cello en de manier waarop goeie improvisatoren het instrument gebruiken. Daarom haalde ik er ook Daniel Levin nog bij. Die had ik op een jazz event in de Lower East Side ontmoet. Na enkele sessies met ook saxofonist Robin Verheyen en drummer Flin Van Hemmen ontstond er een fijne verstandhouding. 

Daarna haalde je er ook nog de ervaren Gebhard Ullmann (basklarinet, tenorsax, fluit) en Bo Van der Werf (baritonsax) bij. Wat is het bindmiddel tussen al deze muzikanten?
De Looze:
Als je ze samen in één groep zet, zorgen ze niet voor een overload aan informatie. Integendeel, ze springen net heel subtiel om met de context van geïmproviseerde muziek. Gecombineerd met hun vakmanschap en het onderlinge vertrouwen zorgt dat voor een interessante poel van mogelijkheden waarin we kunnen beginnen exploreren. De muziek zal dus elke avond anders zijn.

Je ging enkele jaren geleden studeren aan de New School for Jazz and Contemporary Music in New York. Wat is je uit die periode het meest bijgebleven?

De Looze: Dat je er mensen tegenkomt van over de hele aardbol die in hetzelfde schuitje zitten. Allemaal zijn ze op zoek naar iets en hopen ze dat die school hen daarbij kan helpen. Ook voor mij was het een ontmoetingsplaats waar ik tegelijk m’n muzikale taal kon bijschaven. Later kreeg ik een breder perspectief op de stad en begon ik (ook los van de school) steeds meer inspirerende mensen te ontmoeten, zoals je zal merken in het septet en straks ook bij LABtrio dat eveneens met een ruimere bezetting aan de slag gaat.

 

 

 

12/12, 20.15, €13/18

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
deze week
  • Étangs Noirs: beklijvend Brussels filmdebuut
  • Phosphorescent: "C'est la vie", said the old folks
  • Anna Calvi: qui part à la chasse, trouve sa place
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement