Diversiteit Brusselse jazz als troefkaart

© Greg Macvean Photography
| Een kleurrijk gezelschap muzikanten, Brusselaars én Schotten, trok zaterdag door de hoofdstad van Edinburgh.

Behalve chocolade en bier is ook jazz een sterk merk en een prima ambassadeur voor Brussel. Een tiental bands stelde zichzelf vorig weekend voor in Edinburgh. De Schotten waren enthousiast over het nieuwe exportproduct, dat veel diverser bleek dan hun eigen scene. De professionals bevestigden dat muziek meenemen in je ‘city branding’ werkt, zolang er maar een authentiek verhaal tegenover staat.

In het midden van zijn optreden in gemeenschapscentrum St Brides, een tot concertzaal omgedoopte kerk, zegt de Brusselse saxofonist Toine Thys plots dat hij maar beter kan stoppen op dit hoogtepunt. “Mijn ego heeft hier in Edinburgh een wel erg speciale behandeling gekregen,” verwijst hij lachend naar zijn nieuwe carrière als posterboy.

Het is natuurlijk een grap, want Thys heeft met zijn trio net een nieuw album klaar. Maar afgelopen weekend was hij, samen met de fluitiste Esinam Dogbatse, letterlijk het boegbeeld van Thrill, een jazzdriedaagse waarvoor de Franse Gemeenschap en visit.brussels de handen in elkaar sloegen met de organisatoren van het Edinburgh Jazz & Blues Festival. Affiches waarop een musicerende Thys en Dogbatse het evenement aankondigen en Jazz From Brussels als een soort van handelsmerk aanprijzen, hingen verspreid over de hele stad.

Jazzkruispunt

Het programma bood een staalkaart van de huidige Brusselse scene. Er was zowel aandacht voor de traditie, met een avond rond de erfenis van Django Reinhardt, als voor nieuwkomers zoals Echoes of Zoo, dat zijn eerste ep voorstelde. Aka Moon vertegenwoordigde de gevestigde waarden, terwijl de Ghanese roots van Esinam en het Oriental Jazz Project van de Belgisch-Marokkaanse pianiste Marie Fikry de groeiende diversiteit van de scene weerspiegelden.

Thrill edinburgh Madrane BRUZZ ACTUA 1649

Die mix viel nog meer op naast enkele Schotse bands, die veel minder gedurfd uit de hoek kwamen, en sloeg van bij de eerste concerten aan. Zo zagen we alleen maar lachende gezichten bij Les Violons des Bruxelles na hun doortocht in de legendarische Queen’s Hall. Het door Tcha Limberger geleide gipsykwintet zag zijn voorraad van dertig meegebrachte cd’s in een mum van tijd uitverkopen. Hun prestatie werd zo hoog ingeschat dat Rose Room, de Schotse hoofdact van de avond, de jazzstandard ‘Avalon’ schrapte van de setlist, zo geïntimideerd waren ze door de versie van hun Belgische ‘voorprogramma’.

De wil om Brussel ook als jazzbestemming op de kaart te zetten is niet nieuw. Een dikke vier jaar geleden stelde visit.brussels in de schoot van de eerste editie van het Brussels Jazz Festival het Brussels Jazz Platform voor. De belangrijkste Brusselse jazzspelers wilden op die manier de troeven van de hoofdstad als internationaal jazzkruispunt beter uitspelen. Maaike Wuyts, die eerder het Brusselse jazzagentschap Aubergine uit de grond had gestampt, werd aangenomen als jazzexperte, en leidde nu ook de tachtigkoppige delegatie met muzikanten, journalisten en jazzprofessionals naar Edinburgh.

Opmerkelijk is dat het geld dit keer niet kwam van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of van een of andere cultuurpot, maar van de Franse Gemeenschap. Rachid Madrane, minister van Promotie van Brussel, had in totaal 200.000 euro veil voor het evenement dat hem als liefhebber - in een verleden volgde hij nog drumles bij Bruno Castellucci - na aan het hart ligt. Nadat hij eerder met dezelfde promotiepot de Brusselse hedendaagse kunsten-, dans- en circussector naar Parijs, Berlijn en Italië had gevoerd, was het in het laatste jaar van zijn legislatuur de beurt aan jazz.

“De cirkel lijkt rond,” zegt Madrane nadat hij net drummer Antoine Pierre omarmd heeft en diens pas afgelopen concert met Urbex monstrueus heeft genoemd. “Op mijn vijftiende ging ik met mijn Belgische vrienden naar de Mirano, maar mij lieten ze als enige niet binnen omdat ik Rachid heette en er Arabisch uitzag.

Nochtans ben ik een echt Zinneke, geboren in de Huugstruut. Maar daardoor belandden we vlakbij in de jazzclub Le Travers en daar leerde ik mijn eerste drumleraar kennen. Nu is de oude baas van de Mirano grappig genoeg een vriend en ben ik hem dankbaar omdat zijn buitenwippers me de jazz deden ontdekken (lacht). Die persoonlijk ervaring sterkt mij in de overtuiging dat we haar diversiteit moeten aanwenden als een kracht en nog veel meer tonen aan de buitenwereld. Vlamingen, Walen en Brusselaars moeten leren begrijpen dat ze samen sterk zijn. Brussel is het koppelteken geworden tussen iedereen.”

Een dag eerder vertelde Pierre ongeveer hetzelfde. “Muziek is voor mij per definitie grenzeloos,” klonk het bij de drummer die het vak leerde bij Philip Catherine, met Next.Ape zopas een nieuwe band lanceerde, in het najaar vers materiaal van TaxiWars uitbrengt en in Edinburgh ook nog speelde met Brandhaard. “Mij kan het echt niet schelen of er Vlamingen, Brusselaars of Walen in mijn band zitten. Vaak is het ook een mix.” Dat laatste zie je vooral in Brussel én in de jazz, waar bands veel makkelijker dan in het rock­circuit pendelen tussen talen en culturen.

Authentiek

Maar werkt het ook echt om een regio te koppelen aan een scene, en voldoende return on investment te krijgen? De minister beweert op basis van zijn vorige promotieprojecten in de dans-, circus- en kunstensector van wel. In de muziek bleek het voorbeeld van de Noorse of Scandinavische jazzscene, die ook door staatsfondsen uitgroeide tot een waarmerk, alvast aanstekelijk. Maarten Van Rousselt, jazzcoördinator van Flagey, organiseerde ooit het festival Danish Delight. “Zonder de extra fondsen van JazzDenmark hadden we dat nooit gedaan, want ons programma zat al eivol, maar het werkte wel, want alle concerten waren uitverkocht.”

Saxofonist Soweto Kinch, die voor het invloedrijke BBC-radioprogramma Jazz Now in Edinburgh enkele Brusselse collega’s kwam interviewen, zegt dat je een bepaalde stijl natuurlijk niet echt kan definiëren binnen de grenzen van een regio of een stad.

“Maar het kan wel helpen om weerklank en zo ook nieuwe afzetmarkten te vinden, zolang het bredere plaatje authentiek is. Dus het is zeker nuttig om over Belgische of Brusselse jazz te spreken als een verhaal. Zelf hoor ik er met al die Marokkaanse, Afrikaanse en gipsy-invloeden een sterk gevoel voor gemeenschap in. De diversiteit van de Brusselse jazz is internationaal zeker een troefkaart.”

Edouard Notte, die Laurent Blondiau van Mâäk voor een masterclass ontving aan de University of Edinburgh, beaamt dat bredere perspectief. “Behalve de Belgische brasstraditie hoorde ik ook gekke Afrikaanse geluiden en Zuid-Amerikaanse klanken, maar ik hoorde vooral dat Brussel deel uitmaakt van de wereld.” Hetzelfde verhaal zaterdag in High Street op de Royal Mile. Op de belangrijkste toeristische straat van de Schotse hoofdstad deden Marokkaanse percussie en blazers van Brusselse en Schotse muzikanten de stad gezamenlijk vibreren. Rodger Spence, CEO van het Edinburgh Jazz & Blues Festival, had toen al genoeg gezien. Hij wil deze zomer minstens drie Brusselse jazzbands terugzien op zijn festival.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?