© Marcel Lennartz

Na het vertrek van Nicolas Rombouts raapte Gregory Frateur de scherven op en nam de tijd om Dez Mona weer bij elkaar te lijmen. Dat en andere verhalen vertelt Book of many, de nieuwe plaat van onze favoriete Antwerpse avant-gardeboysband.

We zijn terug bij de kern,” vertelden Nicolas Rombouts en Gregory Frateur ons bij de release van hun vorige album, het behoorlijk symbolisch getitelde Origin. Dat was in 2015, het enthousiasme spatte ervan af, beide heren klopten elkaar op de schouder. Hoe ze opnieuw de chemie hadden gevonden waarmee ze meer dan tien jaar geleden de Brusselse Brigittinenkerk in de fik staken – bewijsmateriaal van hun pyromanie werd vastgelegd op Pursued sinners. Hoe vruchtbaar hun taal was en hoe ze aan een halve noot genoeg hadden. Hoe ze, ten slotte, stonden te popelen om al meteen de volgende plaat op te nemen.

Die plaat is er nu. Ze heet Book of many. Maar Nicolas Rombouts werkte er niet aan mee. Drie jaar geleden, in volle Origin-tournee, hield de bassist het na dertien intense jaren plots voor bekeken. “Dat had niemand zien aankomen,” zegt Gregory Frateur in het Antwerpse café L’Entrepot du Congo, voor even onze veilige haven terwijl iedereen buiten uitglijdt over de eerste sneeuw. “De opname van die plaat was voor ons beiden een speeltuin, maar bij de liveconcerten brak er iets voor hem in onze samenwerking. En ineens was het op. Dat was een shock.”

Is daarmee een stuk uit het DNA van Dez Mona geknipt? Absoluut. Maar het hertekenen van de genen betekende niet het einde van de band, benadrukt Frateur. “Je geesteskind geef je niet zomaar op.” Hij raapte de brokstukken bij elkaar, en vond lijm bij oudgedienden Roel Van Camp (accordeon), Sjoerd Bruil (gitaar) en Tijs Delbeke (van alles). Die laatste meet ondertussen de koorts van Balthazar op op hun nieuwe tournee, allrounder Tom Pintens komt hem op het podium vervangen. “Vroeger startte het werkproces bij Nicolas en mij, nu is het veel meer een samenwerking tussen iedereen,” zegt Frateur over Dez Mona 2.0.

Rivier

Uiteraard volgde er een periode van bezinning na de ruptuur. Frateur moest tijd nemen. Die vond hij door uit te wijken naar de danswereld. “We hadden met Dez Mona al muziek gemaakt voor het werk van choreografe Ann Van den Broek van WArd/waRD,” vertelt Frateur. “Ann had mij al vaak gevraagd om ook mee op het podium te staan. Daar had ik plots de tijd voor, en dus heb ik mij daar helemaal in ondergedompeld. Ik was sowieso op zoek naar wie ik ben als performer. Niet alleen als zanger en als componist, maar ook hoe ik op een podium sta, met mijn lichaam. Dat dansen heeft me daarbij enorm geholpen.”

De confrontatie tijdens de lange tournees met WArd/waRD was groot, het keurslijf strak. Terwijl hij in de muziek altijd zoveel mogelijk vrijheid opzocht, moest Frateur zich nu aan structuren houden. Daar groeiden frustraties uit, maar ook kracht. De beperking werkte bevrijdend. “Je voelt je één met de grond waarin je staat, je begrijpt wat er met je lichaam gebeurt.” En je moet leren stappen, vertelt Frateur lachend. “Ann vindt het belangrijk dat je je voeten parallel houdt. Veel dansers kunnen dat niet. Op den duur ben je daar zo mee bezig dat je niet meer gewoon kan wandelen.”

Zijn ervaringen maakten een ander mens van de voormalige kapper en gediplomeerde schrijnwerker. Niet alleen fysiek – de man bun is geknipt, de baard getrimd, het lijf een paar ponden lichter –, ook mentaal: rust is de crux van Book of many. “I’m transformed,” zingt Frateur dan ook in ‘Half river half man’. “Dat heeft daar allemaal mee te maken. Maar ook dat ik opnieuw vader ben geworden. En dat ik twee jaar geleden de liefde heb gevonden.” Frateur vertelt hoe dat een levenslange zoektocht is geweest, dat hij altijd dacht dat dta soort ware liefde niet voor hem was weggelegd.

1649 Dez Mona-BOM-
© Marcel Lennartz

“Voor de vorm en de tekst van die song heb ik me laten inspireren door de Nederlandse schrijver Martin Michael Driessen. In een van zijn novelles, Rivieren, vertelt hij over een jonge vlotter die hout transporteert van de Balkan naar Nederland, en de onmogelijke liefde van hem voor zijn baas. Die trip, hoe die man één wordt met de rivier, was voor mij een grote metafoor voor de liefde.”

Als een meanderende rivier sijpelde ook de muziek weer binnen. Frateur dacht aan een soloplaat, maar toen hij samen met Roel Van Camp en Tijs Delbeke muziek mocht bedenken bij Skai blue, de kortfilm van zijn nieuwe lief, de Antwerpse regisseur Guido Verelst, vielen de puzzelstukken opnieuw in elkaar. “De muziek die we toen maakten, was heel uitgepuurd: stem, accordeon en piano. In die beperking zag ik plots veel mogelijkheden. Een bas, bijvoorbeeld, hoeft niet van een bassist te komen.”

Samen met de gitaarwolkjes van Sjoerd Bruil en wat rudimentaire laptopbeats hier en daar schilderden Frateur en co weemoedige, maar berustende klanklandschappen bij elkaar die uiteindelijk stolden in Book of many. Waarin de accordeon tranen doet rollen, en de steeds zoeter klinkende stem van Frateur ze droogt. “In het werk van Ann moet ik eigenlijk acteren, ik moet nadenken over hoe je iets moet vertellen op een geloofwaardige manier. Dat heb ik doorgetrokken naar de muziek. Moet ik echt constant alles uit mijn stem halen? Of kan ik me ook beperken tot één segment? Ik kan veel met mijn stem bespelen, maar op deze plaat ben ik daar anders mee omgesprongen.”

Er kwam ook inspiratie uit een andere hoek: de Eerste Wereldoorlog. Frateur werkte mee aan GoneWest, dat de voorbije jaren culturele projecten organiseerde ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Songs als ‘Poppies’ en ‘Darkest hour’ groeiden daaruit. “Ik heb daarvoor heel veel onderzoek gedaan, onder meer met het kenniscentrum van het In Flanders Fields Museum. De uitdaging was om in die liedjes hoop te leggen. ‘Darkest hour’, een compositie van Roel, doet precies dat: op het moment dat het niet donkerder kan worden, opnieuw het licht zien. Iedereen heeft zo wel zijn donkerste uur, je hoeft daarvoor niet naar het front te gaan.”

Schuld

Een sleutelnummer op Book of many, is ‘Blame’. Nina Simone op haar fragielst, zou je kunnen zeggen. “Je bent de tweede die dat zegt,” lacht Frateur. “De eerste was mijn vriend. Ik vond het eerst geen goede vergelijking, omdat ik een heel slechte pianist ben. Voor mij is Nina Simone niet alleen een fantastische zangeres, maar ook een fantastische muzikante.” Maar Frateur ziet nu wel een link in dat broze karakter van de song. “Voor de opnames van Book of many zijn we samen met producer Dave Menkehorst naar de Ardèche getrokken, maar ‘Blame’ is ingeblikt in mijn appartement tijdens de repetities. Heel eerlijk, ik op stem en piano, met gekraak van stoelen erbij. Eigenlijk was het een demo, maar het moment klopte helemaal. Ik besefte snel dat de essentie in die opname vervat zat.”

“At the end, who’s to blame? For where this ends there are no winners,” klinkt het met verstilde stem. “Ik heb dat liedje vrij snel geschreven na het vertrek van Nicolas, ja. Wie had er schuld aan onze breuk? Gingen we daar ruzie over maken? Nicolas en ik zijn nog altijd vrienden, we hebben zelfs nog samengewerkt voor de producties van WArd/waRD. Je kan niet bij één iemand naar de schuld zoeken. Wij hebben daar allemaal een aandeel in. Mensen hebben vandaag heel veel nood aan winnaars en verliezers, maar die zijn er hier niet. Laten we dit eerder zien als een nieuwe start dan als een einde."

DEZ MONA 17/2, 19.30 Botanique

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?