Reinbert de Leeuw: een halve eeuw op de barricaden voor modern klassiek

© Juri Hiensch

In 2019 is het vijftig jaar geleden dat Reinbert de Leeuw met de Notenkrakers in het Amsterdamse Concertgebouw het concert van de gevestigde dirigent Bernard Haitink verstoorde. De programmatie was te klassiek, meer Schönberg en Webern! Een halve eeuw later strijdt hij met Het Collectief nog steeds voor de opwaardering van de moderne klassieke muziek.

Joelend en tierend werden Reinbert de Leeuw en zijn kompanen in 1969 uit het Concertgebouw van Amsterdam gebonjourd. Het hyperklassieke concert van Bernard Haitink was door de Notenkrakers luidruchtig verstoord. Ze hadden geprobeerd met de dirigent in discussie te gaan over zijn conservatieve programma’s, en wilden meer hedendaags klassiek op het concertpodium. Alleen keerde het publiek zich tegen de onrustzaaiers. Wat de Notenkrakers deden, was heiligschennis tegen de teutoonse muziektraditie. “Gelukkig is er sindsdien heel wat veranderd,” zegt Reinbert de Leeuw. “Er is nu een jongere generatie orkesten. De onwil van 40 jaar geleden bestaat eigenlijk niet meer.”

Sindsdien heeft De Leeuw zich dan ook op andere manieren ingezet om modern klassiek te promoten. Hij is oprichter van het Schönberg Ensemble en de Charles Ives Society, en artistiek directeur van het wereldbefaamde Tanglewood Festival of Contemporary Music. Hij kreeg een eredoctoraat aan de KU Leuven voor zijn uitvoeringen van Erik Satie. En dan hebben we het nog niet gehad over zijn samenwerkingen met twintigste-eeuwse componisten als Kurtág, Ligeti en Kagel. Reinbert de Leeuw ademt moderne muziek. In Bozar keert hij terug naar het begin van de vorige eeuw. Webern, Berg, Schönberg… het zijn namen die bij zelfverklaarde liefhebbers van klassieke muziek toch nog steeds een huivering langs de ruggengraat doen lopen.

Waar komt uw fascinatie voor de vroege twintigste eeuw vandaan?
Reinbert de Leeuw: Dat is vooral een fascinatie voor de mogelijkheden van harmonie. Die zit er al sinds mijn tijd aan het conservatorium in. Hoe componisten in de Duits-Oostenrijkse traditie met die muzikale taal kunnen spelen, dat heeft me ongelofelijk gegrepen. Daar heb ik bibliotheken over verslonden, en het is ook toen dat ik voor het eerst componisten als Schönberg, Berg en Webern heb leren kennen. Componisten die tot of zelfs over die grens gaan. Die fascinatie is sindsdien nooit meer weggegaan.

Daarbij komt ook dat het historisch gezien een enorm interessante periode was. Je voelt dat er ook aan. Het is zo’n geladen en emotionele muziek. Het is op zoveel vlakken een uitdaging om dat te doen. Gelukkig word ik in Brussel bijgestaan door de leden van Het Collectief, dat zijn zulke ongelofelijke muzikanten. Zij beheersen het repertoire meesterlijk. Ze hebben er als het ware een antenne voor.

U hebt er inderdaad uw levenswerk van gemaakt, van die vroege twintigste eeuw.
de Leeuw: Dat komt omdat het zo’n geweldige muziek is die desondanks nog steeds bijna niet wordt gehoord. Neem nu ons programma in Brussel. Zemlinsky is zo ongelofelijk mooi en ik verbaas me er altijd over dat dit soort parels maar geen plek in de muzikale canon vindt. De Kammersinfonie van Schönberg is nog zo’n werk. Zo belangrijk! Niet alleen in het oeuvre van Schönberg maar ook in de muziekgeschiedenis. Het is echt de laatste stap van de atonaliteit. Die periode waarin Schönberg en zijn leerlingen muziek creëren waarvan je weet: dit gaat mis.

De grenzen worden zo opgezocht en Schönberg gaat er stap voor stap overheen. Het is een vulkaan die op uitbarsten staat. Tot hij beseft dat de taal van de negentiende eeuw hem niet meer verder kan helpen. Op dat punt moet hij die laatromantische taal vernietigen om door te kunnen. Hoe hij daar op de rand van de afgrond staat en er uiteindelijk in springt. Dat fascineert mij nog altijd.

Het valt me op dat u steeds in negatieve termen spreekt over de stap naar de atonaliteit. Is het verlaten van de tonaliteit volgens u dan een foute beslissing geweest?
de Leeuw:
Ik heb niets dan respect voor de rotsvaste overtuiging van Schönberg dat hij stap voor stap verder moest. Tot hij uiteindelijk afstapte van de tonaliteit en de nieuwe wetten van de twaalftoonsmuziek formuleerde. Maar waar het uiteindelijk toe leidde, dat is natuurlijk het grote vraagstuk van de twintigste eeuw geworden. Dat Schönberg toen achterover gezakt is en dacht: ‘Dit is het! Nu zit het wel weer snor met de hegemonie van de Duitse muziek’, dat snap ik niet. We hebben dan ook moeten inzien dat de atonaliteit een doodlopende weg is.

Het uitvinden van de twaalftoonsmuziek is geen verrijking, maar een verarming van de muzikale taal geweest. Het levert geen taal op die zoals de tonaliteit alle componisten verbindt. Het is geen universele taal. Het maakt iets kapot, daar kan je niet onderuit. Al die schandalen op de premières van Schönberg, waar mensen op de vuist gingen. Ik begrijp dat. Er werd het publiek iets afgenomen dat een ongelofelijke betekenis had. Als je het twaalftoonssysteem vergelijkt met de techniek die heerste in de jaren 1900, dan is die laatste veel rijker en veel ingewikkelder. Tot twaalf tellen kunnen we natuurlijk allemaal.

Misschien had Schönberg in de laatromantische stijl moeten blijven componeren?
de Leeuw:
Ik denk echt dat als Schönberg 50 jaar eerder was geboren, hij een van de allergrootste componisten aller tijden was geweest. Hij beheerste die laatromantische taal op een verbluffende manier. In de Gurre-Lieder bijvoorbeeld, daar laat hij die taal zo weergaloos spreken. Maar toen hij in die stijl schreef, stond hij nog maar aan het begin van zijn carrière. Wat doe je nadat je zo een laatromantisch meesterwerk hebt geschreven? Strauss heeft met Elektra ook op die grens gestaan. Zijn muziek is een half leven naar de atonaliteit geëvolueerd, maar op dat punt is hij teruggekeerd. Dat kon Schönberg niet. Dat is zijn noodlot.

Is het door die stap naar de atonaliteit dat moderne klassieke muziek nog steeds zo’n slechte naam heeft?
de Leeuw:
De muziek van Schönberg lijdt daar nog steeds onder, ja. Zodra die op het programma staat, krijg je weer mensen die zich aangevallen voelen, die ongemakkelijk worden en dat is al honderd jaar geleden.

Nochtans lijkt het mij wel de juiste kant op te gaan. Er wordt toch steeds meer modern klassiek geprogrammeerd?
de Leeuw:
Ja kijk, Debussy, Stravinsky of Ravel zijn ondertussen tot de canon gaan behoren, maar het inzicht moet zijn dat de muziek van de twintigste eeuw én Stravinsky én Schönberg en bijvoorbeeld ook Sjostakovitsj is. Die heeft ook fantastische muziek geschreven, terwijl hij wel in die symfonische traditie blijft. Maar de houding dat als je een aanhanger bent van de ene, het ook automatisch betekent dat je de rest afwijst, dat is een houding die heel veel kapot heeft gemaakt.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?