Walter Hus: Kuifje in het land van de klank

© Kevin Van den Panhuyzen
| Walter Hus: "Volksmuziek staat voor mij naast Prince"

Van chanson over klassiek naar avant-garde en terug, via freejazz, minimal music en new beat: het parcours van de Brusselse pianist en (film)componist Walter Hus, wiens werk centraal staat tijdens de Week van de Klank, oogt even hobbelig als eigengereid. “Ik heb vooral altijd proberen te ontsnappen aan de rechte weg.”

De Week van de Klank weerklinkt ook in A la Carte, het multimediale programma van BRUZZ. Van maandag tot donderdag om 12 uur op radio, website en tv.

Op maandag 28 januari is (geluids)kunstenaar Jeroen Uyttendaele te gast bij Kenneth Berth en Margot Otten. Hij maakte met zijn leerlingen van de Academie Anderlecht een audiotocht door Brussel en puurde daar een audiodocumentaire uit.

Hebt u nog vragen over de Week van de Klank?
Stel ze zelf via deze link of via WhatsApp, via 0489-98.89.88

Vooraleer hij aanschuift voor enkele foto’s ruilt Walter Hus (59) de partituur met Schubert op de lessenaar van zijn piano nog snel even in voor de uitgeschreven noten van een nieuwe filmcompositie uit het programma dat hij komend weekend zal voorstellen in Flagey. Dat doet hij samen met zijn merkwaardige, nieuwe ensemble (met strijkkwartet én zoon Jacob op elektrische bas).

“Zo’n partituur is het eerste waar ik als componist zelf naar zou kijken op een foto,” glimlacht de man die zijn eerste pianorecital gaf op zijn zevende, in zijn tienerjaren freejazz speelde met Fred Van Hove en het Belgisch Pianokwartet, en tegen het einde van zijn muziekopleiding aan het Brusselse conservatorium met Maximalist! carrière begon te maken.

Rosas

Met die avant-gardegroep schreef Hus de minimal music bij Rosas danst Rosas, de internationale doorbraak van Anne Teresa De Keersmaeker. Enige beroepsmisvorming was hem ook toen al niet vreemd.

“Op mijn 25e had ik het hele klassieke repertoire in mijn vingers en heeft de ratio het overgenomen van de emotie bij het luisteren. Eigenlijk luister ik a priori niet meer naar muziek, want ik kan dat niet onbevangen. Ik hoor altijd hoe iets gemaakt is, sla steevast aan het analyseren. Omdat ik alleen maar superintens kan luisteren, slokt het bovendien te veel aandacht en tijd op, zeker als ik met mijn eigen muziek bezig ben.”

Godard & Truffaut

1646 Walter Hus03
© Kevin Van den Panhuyzenn
| Het werk van Walter Hus staat centraal tijdens het Festival "De week van de klank"

Desondanks wil hij een lans breken voor de klassieke scores die Georges Delerue voor Jean-Luc Godard en François Truffaut schreef en hem wel nog steeds kippenvel bezorgen. Als hij ook zijn bewondering uitspreekt voor de muziek van Angelo Badalamenti, de huiscomponist van David Lynch, en we zijn eigen, zorgvuldig gecultiveerde kuif ter sprake brengen, moet hij uitbundig lachen. Hun filmsoundtracks werkten alvast aanstekelijk.

Een compositie uit het eerste strijkkwartet van Hus belandde in 1996 op Peter Greenaways The pillow book, en zijn muziek voor N – The madness of reason van Peter Krüger werd in 2015 bekroond met een Ensor. Beide films worden tijdens de Week van de Klank hernomen door Cinematek.

Sint-Joost-ten-Node

Terwijl Hus vorig jaar met Supersonic flora nog een nieuwe solopianoalbum opnam en naarstig aan nieuwe filmmuziek werkt, stond hij het voorbije decennium ook mee aan de wieg van de renaissance van het Decap-orgel.

In zijn studio in Sint-Joost-ten-Node gaf hij een nieuw repertoire, tot techno toe, aan deze dj avant la lettre, naar wiens pijpen de generatie van ook uw bomma en bompa danste in volkse baandiscotheken. Zo lijkt de cirkel rond, want als kind begeleidde hij zijn accordeon spelende nonkels en zingende tantes al aan de piano terwijl ze populaire deuntjes als ‘Daar bij die molen’ brachten.

“De essentie is dat er geen enkele categorie bestaat: klassieke muziek staat voor mij naast volksmuziek en naast Prince,” vat hij zijn muzikale visie samen. “Het komt allemaal uit de luidsprekers.”

Na je prille werk voor Anne Teresa De Keersmaeker ging je in zee met beeldhouwers, schrijvers, film- en theatermakers, striptekenaars. Lag daar je roeping?

Walter Hus: Die samenwerkingen hebben me altijd fris gehouden. Ze vormden mijn experimenteerterrein, lieten me toe dingen te doen die niet in de rechte lijn pasten. Als je samenwerkt, ga je het onbekende tegemoet. Het resultaat is anders dan wanneer je alleen op jezelf bent aangewezen. Zo werd ik uit mijn vakje in een andere wereld getrokken.

Neem Thierry De Mey van Maximalist! Die was gitarist in een punkgroep geweest én leerde me de Vlaamse polyfonisten kennen: zo breed mocht het gaan. Maximalist! deed me tegelijk de stap zetten van klassiek pianist en freejazzpianist naar componist.

Tijdens onze tournees kon ik contacten leggen in het theater- en dansmilieu en uiteindelijk ook uit het ensemble stappen – ik ben sowieso niet echt een groepsmens. Het begin van een ononderbroken reeks opdrachten uit de meest diverse velden.

Je allereerste compositie ‘Five to five’ schreef je voor een modeshow van de Japanse ontwerper Yohji Yamamoto. Hoe begin je daaraan?

Hus: Door vooral niet te denken aan die modeshow. (Lacht) Ik kreeg ook amper indicaties. Ik wist alleen hoe lang er vrouwen op de catwalk wandelden en dat er één passage was met mannelijke modellen. Maar Rosas en Maximalist! hadden me het kader van het minimalisme aangereikt: kleine motiefjes die een beweging in gang zetten, met muzikale principes zoals omkering en spiegeleffecten.

Tijdens het componeren sijpelde echter ook mijn klassieke achtergrond door. Melodische elementen voegden narrativiteit toe en vormden een tegengewicht voor het hoekige, ‘tsjakboemminimalisme’ van andere bandleden.

Je oude composities blijven een bron van inspiratie, zoals blijkt op je nieuwe pianoalbum. Waarom?

Hus: Ik ben steeds geïntrigeerd geweest door de bron, door waar het allemaal vandaan komt… Maar bij mij ontstond alles eigenlijk vanuit het niets. Ik wilde die muziek niet per se maken. Ze is gewoon gekomen. Het was waarschijnlijk het enige wat ik op dat moment kon, en zo is het altijd geweest.

Op Supersonic flora heb ik oudere stukken voor een grotere bezetting omgezet naar mijn tien vingers, de essentie er als het ware uit gedistilleerd. Dat voelde aan als een nieuw begin. Sindsdien heb ik veel geschreven, maar ik beleef vooral meer plezier aan het spelen zelf. Op een bepaald moment was ik mezelf een beetje verloren. Het Decap-orgel had me te ver weggeleid van mijn essentie.

Een opdracht van CC Strombeek om te spelen op de opening van de expo van de Franse conceptuele kunstenaar Daniel Buren bracht de kentering. Geïnspireerd door het zowel rigide als speelse karakter van zijn werk transcribeerde ik een van mijn eerste werken voor strijkkwartet naar piano.

Daniel was onder de indruk van de correlatie met zijn werk en ik had een nieuw elan gevonden. Sinds dat moment besef ik eens te meer dat spelen voor mij gezondheid is, want voor een publiek moet ik in vorm en alert zijn. Componeren is ziekte, want dan moet ik roken.
 

1646 Walter Hus02
© Kevin Van den Panhuyzen
| "Spelen is voor mij gezondheid, componeren een ziekte"

Ben je blij met de aandacht die je nu krijgt?

Hus: Natuurlijk, maar dat stelt allemaal niets voor als je het vergelijkt met de aandacht die pakweg David Bowie ooit kreeg. Eigenlijk is dat mijn geluk. Door nooit echt helemaal op de voorgrond te staan, heb ik ook nooit rekening moeten houden met de verwachtingen van een publiek.

Ik had altijd precies genoeg werk om te kunnen functioneren. Door net onder de radar te blijven, heb ik mijn zin kunnen doen zonder me te moeten meten met anderen. In het begin was er wel de frustratie een klein Belgske te zijn. In de muziek is dat een handicap. Maar hoe ouder je wordt, hoe minder je dat kan schelen.

Ook omdat je weet hoe het allemaal in elkaar zit?

Hus: Nee, je weet het nooit. Soms vergis je je, en soms heb je maar een idee. Maar je bent wel constant met de vraag bezig. Op straat loop ik weleens te rumineren. Om al mijn gedachten van me af te zetten, probeer ik dan de geluiden om me heen te beschouwen als een soundtrack. Dat helpt.

Als er dan een camion voorbijrijdt, voel ik een orkest en ben ik totaal van de wereld. Wat me aan John Cage doet denken: “What is more musical: a truck driving by a factory, or a truck driving by a music school?” vroeg die zich ooit af. (Lacht hard)

> Week van de Klank
22/1 > 10/2, verschillende locaties

> Week van de Klank: Walter Hus
Concert Sosruko tapes for strings and piano: 27/1, 12.00, Flagey
Screenings: 25/1 > 22/2, Flagey

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?