Cinema, het eldorado van weleer

Het is geen cinemaweer, vindt u? Laat ons dan een wandeling maken langs de vergane of halfvergane bioscopen van Brussel. Daar schuiven de laatste gordijnen die het nog doen, van Cinéma Arenberg in de Koninginnegalerij 28, al open. Van de vele bioscopen staat bijna geen stoel meer overeind. Of ze moeten goed verstopt zijn, zoals in de voormalige Plaza. In deze en volgende edities gidsen we u doorheen ruim honderd jaar bioscoopgeheimen.

Er werden wel meer 'monsterlijkheden' getoond in de lokalen van het dagblad La Chronique (Koningsgalerij 7). Maar op 1 maart 1896 kon u er voor 1 Belgische frank de eerste openbare vertoning met de cinematograaf van Lumière in België zien. Aan de gevel brengt een plaat hulde aan de broers Lumière, maar ook "au précurseur Belge Joseph Plateau, aux chercheurs et pionniers du cinéma".

Dat België als eerste land na Frankrijk met de cinematograaf kon uitpakken, had volgens Guido Convents, auteur van Van kinetoscoop tot café-ciné (Universitaire Pers Leuven, 2000), wellicht te maken met de vriendelijke berichtgeving door La Chronique over de eerste voorstellingen in Parijs.

Het evenement bracht nieuw leven in de Hubertusgalerijen, en overal waar bestaande theaterzalen of andere ruimtes halve cinemazalen werden. Het nieuwe vermaak bracht ook hinder met zich mee. In 1905 werd de politiecommissaris aangeschreven.

"Het begint met een paljas die luidkeels op straat reclame staat te maken vanaf twee uur in de namiddag tot middernacht. (...) Maar het kan nog erger. Sinds vorige vrijdag is er een ander reclamesysteem in gebruik genomen voor de namiddag. Tussen twee vertoningen in rinkelt een elektrische bel nabij de ingangdeur oorverdovend gedurende vijf minuten zonder onderbreking; ze maakt een lawaai dat zowel achteraan als op straat te horen is. En tijdens de voorstelling, tot middernacht, wordt de pianomuziek vergezeld van dof tromgeroffel, geweerschoten, echte of met losse flodders, autoclaxons, klokkengelui, wat weet ik allemaal!"

Bijna honderd bioscopen
Het was niet te stoppen. De eerste zuivere bioscoop opende in 1905 in de Noordlaan 110 (zo heette de Adolphe Maxlaan voor 1919). Théâtre du Cinématographe werd gerund door Louis Van Goitsenhoven, die eerder al een winkel openhield met aanbiedingen als "séances de cinématographes à domicile".

De gevel bestond uit een kermisachtig uithangbord boven een rij glazen deuren. Nog voor 1920 telde Brussel bijna honderd bioscopen. In 1910, het jaar van de Wereldtentoonstelling, kwamen er 33 bij. Ter vergelijking: vandaag zijn er in Brussel veertien.

Er kwamen bescheiden zalen naast grote complexen. Toeschouwers zaten op banken of fauteuils, of aan tafeltjes, zoals in de Kursaal (Nieuwstraat 15), of ze zaten zelfs niet. In de Eden (Nieuwstraat 153/155), ook van Van Goitsenhoven, was er naast zitplaatsen ook 'cinéma blijf stôn'.

De typische bioscooparchitectuur met de 'publicitaire gevels' van de Métropole (Nieuwstraat 30) of de Century (Leuvensesteenweg 160, Sint-Joost-ten-Node) is een interbellumfenomeen.

Om op te vallen specialiseerden de zalen zich: de American Cinema (Nieuwbrugstraat 62/64) in de jaren 1930 in dansfilms met Fred Astaire en Ginger Rodgers, de Victory (Nieuwstraat 17) in westerns en oorlogsfilms, de Ambassador (Ortsstraat 7) in Disneyfilms. Nog andere, zoals de Floréal (Alsembergsesteenweg 554, Ukkel) gewoon in 'Kinderen altijd toegelaten'.

Bijgeloof
Er mag in het milieu dan wel een bijgeloof bestaan om niet aan de naam van een bioscoop te raken - de reden waarom Sandra Goffart enkele jaren geleden bij de overname van de wijkbioscoop Stockel (Hinnisdaellaan 17, Sint-Pieters-Woluwe) de naam uit 1955 recycleerde - het wordt toch regelmatig vergeten.

Een naamsverandering was soms een goedkope manier van moderniseren, door te kiezen voor namen als Roxy, Rio, Monty, of Pavy. Een naam als Rex werd dan weer taboe na de Tweede Wereldoorlog. De Plaza en de Agora brachten met hun verleden als Soldatenkino eerbetoon aan de bevrijders door de naam Roosevelt aan te nemen (resp. Anspachlaan 118-126 en Agoragalerij).

Zwarte bladzijde
Vanaf 1958 verdrongen de televisie, waarvoor u volgens Eric De Kuyper met de meubels moest gaan schuiven, en de auto het uitje naar de bioscoop. De Avenue (Gulden Vlieslaan 4, Elsene) had zich al ingedekt door in 1953 haar zaal te ontdubbelen. De Eldorado, aanvankelijk goed voor 2.614 plaatsen, is nu de 'Grand Eldorado' voor nog hooguit 708 toeschouwers, en dat is de grootste van de twaalf zalen van UGC De Brouckère.

Vooral de jaren 1970 waren, in Geschiedenis van de Brusselse bioscopen (Marc Crunelle, M&L, 2003) zelfs letterlijk, een zwarte bladzijde voor de bioscopen. Ook in de jaren 1980 sloot de ene bioscoop na de andere haar deuren. Ondanks de malaise ging in 1988 het multicomplex Kinepolis (Eeuwfeestlaan 20) open.

Stilaan werden de oude bioscopen ook als erfgoed bekeken; Monumenten en Landschappen bestelde een inventaris bij de vereniging La Rétine de Plateau. Deze Inventaire des salles de cinéma de la Région de Bruxelles-Capitale (Dirk De Blieck, Eric Vauthier, en Marc Crunelle, 1994) werd door Isabel Biver aangevuld met boeiende getuigenissen in Cinémas de Bruxelles. Portraits et destins (CFC-Éditions, 2009). Biver leidt u overigens ook rond (zie websites van CFC-Éditions en Arkadia, AD)

Hoogdagen
De jaren 1930 waren hoogdagen voor de bioscopen van de centrale lanen en omgeving. De Noord-Zuidverbinding was er nog net niet, zodat veel mensen te voet van Brussel-Noord naar Brussel-Zuid gingen. En dat is precies wat we nu gaan doen.

Er is niets meer van te zien, maar aan de Adolphe Maxlaan 146-152 kwam de eerste Brusselse Cinéac, de Cinéac Nord. Deze bioscopen brachten gefilmd nieuws, en ook documentaires over de meest vreselijke ziekten, dus het was maar goed dat u hier naar believen binnen en buiten kon lopen.

Vernieuwende architectuur
Architecture d'aujourd'hui
uit 1933: "Om de smalheid van de gevel te verdoezelen is een zeer sterk uitspringende luifel ontworpen die samen met de lichtreclames een totaalensemble vormt dat van ver zichtbaar is." Daarvoor was de Cinéac het Théâtre Pathé, een theaterzaal die in 1908 door Paul Hamesse tot bioscoop werd omgebouwd. Op een bijna honderd jaar oud kortfilmpje, een productie van Pathé Frères, Toto et sa soeur en bombe à Bruxelles, rijdt de camera hier voorbij.

Wat verderop realiseerde Paul Hamesse in 1910 nog een bioscoop, het Winter Palace, maar in 1931 werd hier het grote art-decohotel Le Plaza (Adolphe Maxlaan 118-126) gebouwd. Michel Polak integreerde een gloednieuwe bioscoop, de Plaza. Zeventien jaar na de bescherming van deze bioscoop leidt salesmanager Kyung Stuyck ons rond. De weelderige Spaanse renaissancestijl, typisch voor de bioscopen uit die tijd, is nog steeds een lust voor het oog. De bioscoop sloot in 1985, maar kreeg een nieuw leven als congreszaal van het hotel. De stoelen staan aan de kant, of toch niet.

"De oorspronkelijke zetels bevinden zich onder de vloer, die verhoogd werd om er een flexibele zaal van te maken. Ze mogen niet verwijderd worden omdat ze beschermd zijn. Maar als de vloer ooit weggaat, zal dat misschien ten koste van de zetels gaan. Belgische wetgeving..." Ook de zijbalkons zijn onbruikbaar wegens de veiligheidsvoorschriften: "Maar ze zijn wel handig voor de belichting en allerlei kabels. En het balkon achteraan is erg praktisch voor tolken."

Enkele huizen verder was er al een prestigieuze zaal, het Théâtre (of Pathé) Marivaux (nrs. 104/106). De zaal uit 1922 bood plaats aan 1.685 toeschouwers en bleef, intussen opgedeeld, zeventig jaar bestaan. Sinds 1998 zijn delen van het gebouw beschermd, en verliep de restauratie van het huidige Marivaux Congress & Seminar Centre uiterst minutieus. De verdienste van general manager en cinemaliefhebber Marc Mertens. Onder de glazen luifel die het betonnen exemplaar uit de jaren 1950 vervangt, kan u in de vloer in granito 'MARIVAUX' lezen.

Bakens
In een zijstraat van de Adolphe Maxlaan staat nog een modernistische parel overeind. De bioscoop Variétés (Mechelsestraat 25) uit 1937 van Victor Bourgeois en Maurice Gridaine was de eerste zaal ter wereld die volledig met neon werd verlicht. En met een ingenieus systeem kon het dak in dambordmotief opgetild worden.

In 1961 werd het de Cinérama, met panoramische films die uit drie hoeken werden geprojecteerd. Expo 58-bezoekers hadden hiermee al kennisgenmaakt.

De gevel, het karkas van de zaal en het dak werden in 2003 beschermd, en dankzij La Rétine de Plateau zijn enkele noodzakelijke werken uitgevoerd. Maar de Franse gemeenschap krijgt het gebouw niet verkocht.

Al dat cinemageweld kon niet beletten dat naast de Variétés nog een andere bioscoop kon gedijen: de Apollo (Mechelsestraat 27), gespecialiseerd in de fantastische film.

Afrikaans interieur
Verder zuidwaarts komen we op het De Brouckèreplein. Hier was de Eldorado vanaf 1932 publiekstrekker, met zijn gigantische inkomhal van Léon Stynen. De zaal met Afrikaans interieur is tot vandaag behouden en sinds 1994 ook beschermd. In 1978 ging hier Saturday Night Fever in première, de eerste grote blockbuster. Wanneer de Union Générale des Cinémas (UGC) de Eldorado in 1992 na renovatie heropent als UGC De Brouckère, heeft ze daarbij buur Scala opgeslorpt. Achter zaal 6 bevindt zich nog het oude scherm van de Scala.

Aan de Wolvengracht heeft de Caméo (nrs. 10/12) de tijd getrotseerd. Op de gevel uit 1926 van de huidige speelzaal is nog de 'handtekening' van architect Gaston Ide te lezen.

In de Anspachlaan kon u onder andere naar de Cinémonde, later de Français (in de nu verdwenen Postdoorgang aan de Anspachlaan) waar in 1956 Brigitte Bardot voor beroering zorgde in Et Dieu... créa la femme.

Kladaradatsch!
Maar de bekendste bioscoop van de Anspachlaan was het chique Pathé Palace, dat 2.500 bezoekers aankon. Paul Hamesse bouwde het in 1913 in Weense Jugendstil. Er waren vier bars en een wintertuin. Én toiletten om door te spoelen, voor het eerst in een bioscoop.

Trappenhuis, foyer en plafond van de zaal werden geklasseerd in 1997. Sinds de sluiting in 1973 kreeg de bioscoop verschillende bestemmingen: een winkel van keukenapparatuur, de bioscoop Kladaradatsch! (1999), een voorlopig onderkomen voor het Théâtre National (2004). Nu is het al jaren wachten op de renovatie die van het Pathé Palace een nieuwe cultuurtempel, Le Palace, moet maken met vier bioscoopzalen. Wordt vervolgd?

Met expliciete dank aan Isabel Biver, auteur van Cinémas de Bruxelles. Portraits et destins (CFC-Éditions, 2009), en gids voor Arkadia en CFC-Éditions over het onderwerp.

foto 1: Cinéma Eldorado 1933 - © Archives d'architecture
foto 2: Cinéma Marivaux 1922 - © Collectie R. Mawet
foto 3: Cinéma Plaza 1962 - © Cinémathèque Royale - Copyright DR
foto 4: Cinéma Variétés - © Collectie J. P. Montoisis

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • De witte file: de camionette verovert de stad
  • Laisse les filles tranquilles: 'Het intimideren moet stoppen'
  • NRC-correspondent: 'Laat Brussel niet te hip worden'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • AfricaMuseum: sur les chemins de la décolonisation avec Emma De Swaef
  • Raoul Servais: het geheim van de animatiefilmpionier
  • Duizelen op lintjazz en stoepdisco
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement