Die siel van die mier: vlekken van 't gewone leven

"Als er nu eens een termiet zou zijn die besluit de termietenhoop te verlaten en zijn eigen weg te gaan." Die bedenking vormt het kantelmoment in de voorstelling Die siel van die mier waarmee acteur Josse De Pauw en de muzikanten Jan Kuijken en George Van Dam na drie jaar toeren in onder meer Vlaanderen en Frankrijk, nu via het Festival de Liège in het Brusselse Théâtre National zijn aanbeland.

Die siel van die mier is geen voorstelling in het Afrikaans, maar in het Nederlands. De titel is wel ontleend aan het werk van een Afrikaanse natuurwetenschapper, Eugène Marais (1871-1936). Als die al in België bekend zou zijn, is dat omdat niemand minder dan onze enige Nobelprijswinnaar literatuur, Maurice Maeterlinck, hem zou hebben geplagieerd in het boek La vie des termites uit 1926. Marais zelf - dichter, advocaat, verteller, natuurwetenschapper én drugsverslaafde - wordt in het theaterstuk niet vernoemd, al stond hij wel model voor het hoofdpersonage: een geleerde die termieten heeft bestudeerd en op een ogenschijnlijk heldere en doordachte manier over de wriemelende dieren kan doceren, maar die uiteindelijk niet kan verbergen dat ook in zijn hoofd de chaotische gedachten door elkaar wriemelen. Het verleden - zijn grote liefde voor de vrouw van een bevriende collega - heeft hij nog lang niet verwerkt. Evenmin als het feit dat hij op het cruciale moment niets heeft ondernomen om die collega het leven te redden. En dat terwijl termietensoldaten hun termietenhoop en de andere termieten te allen prijze, en (letterlijk zelfs) blindelings verdedigen, ook al 'weten' ze dat ze er zelf het leven bij zullen inschieten...

Plagiaatkwestie
Maar laten we de ontstaansgeschiedenis van het stuk - bekroond met de Taalunie Toneelschrijfprijs 2004 - wat van naderbij bekijken. Josse De Pauw, Brusselaar en een van de bekendste acteurs uit Vlaanderen, wou graag een voorstelling maken met de muzikanten Jan Kuijken en Georges Van Dam. Een mogelijk onderwerp kon Maeterlincks La vie des termites zijn, dat De Pauw toevallig had gelezen. Maar Van Dam, eveneens Brusselaar maar opgegroeid in Namibië, wees hem op iets wat in het zuiden van Afrika vrij algemeen was geweten: dat Maeterlinck zijn inzichten had gestolen van de Zuid-Afrikaan Eugène Marais. Het toeval wou dat een andere Brusselaar, David Van Reybrouck (zie ook pagina 7), ongeveer rond dezelfde tijd de plagiaatkwestie aan het uitspitten was voor zijn debuut, het non-fictieboek De plaag. Het stille knagen van schrijvers, termieten en Zuid-Afrika. Josse De Pauw las dan ook met veel gretigheid een artikel dat Van Reybrouck over het onderwerp schreef in de krant De Morgen. En toen kwamen beiden elkaar tegen in Le Coq, het fameuze café in de Ortsstraat.
De Pauw lanceerde het voorstel om samen te werken, en aldus geschiedde. De gezelschappen Lod uit Gent en Het Net/De Werf uit Brugge coproduceerden. "De voorstelling ging in 2004 in première, toen nog in de Bottelarij in Molenbeek, en heeft dus drie jaar gelopen," vat Van Reybrouck samen. "Tijdens de tweede toernee werd ook de Elzas aangedaan, en dat leverde zeer lovende recensies op in Frankrijk, én een nieuwe toernee bij onze zuiderburen en in Franstalig België. De tekst wordt er wel telkens gespeeld in het Nederlands, maar met boventiteling. Josse De Pauw vertelde me onlangs dat het tien jaar geleden absoluut ondenkbaar zou zijn geweest om een Vlaamse voorstelling te spelen in Douai of Rennes. Het zegt wel iets over de appreciatie die men heeft voor het theater uit Vlaanderen. Ik vond het altijd wel jammer dat de voorstelling, die toch door vier Brusselaars is gemaakt, hier maar een paar keer te zien was. Die voorstellingen in Le National - een fantastische zaal trouwens - maken me dus echt wel gelukkig."

Doceren
Mogen we Die siel van die mier eigenlijk nog een bewerking van Van Reybroucks boek noemen? "Ik zou het niet hebben gekund om van het boek een pure bewerking te maken, ik moest er iets helemaal anders mee kunnen doen. Van Josse kwam het idee om het verhaal zich te laten afspelen in een collegezaal, met een les over termieten. Hij vond het leven van die dieren zo fascinerend dat hij echt wou doceren. Dat je in het theater niet de educatieve toer mag opgaan, veegde hij daarmee zonder pardon van tafel. 'Men mag iets bijleren,' opperde hij. Dat was al een heel ander uitgangspunt dan in mijn boek, waar ik diegene was die niets wist over termieten en aan een zoektocht begon. Terwijl in de theatervoorstelling een oude professor zijn laatste les geeft voor hij op emeritaat gaat. In Die siel spelen de gebeurtenissen waarover hij uiteindelijk begint te vertellen zich ook niet af in Zuid-Afrika, maar in Congo, een land dat me ook heel erg fascineert. De professor zat daar in de jaren 1960, kort na de onafhankelijkheid, voor zijn veldwerk. Hij begint aan zijn college met een zeer gestructureerd, boeiend en meeslepend didactisch verhaal over termieten. Het is echt het soort van professor aan wiens lippen je hangt als student. Ik ging met Josse De Pauw trouwens een tweetal colleges in Leuven volgen, ter voorbereiding van het stuk. (Lachend) Josse vond hun uiteenzetting zo boeiend dat hij vergat te kijken hoe ze het precies deden. Lesgeven is eigenlijk ook theater spelen, hé?"

Opboksen
Pas in het tweede gedeelte van de voorstelling vervoegen de muzikanten de acteur en worden op de achtergrond allerlei (oude) beelden geprojecteerd: van termietenhopen, van mensen die voor termietenhopen poseren, van mensen waarvan je al meteen kunt vermoeden dat ze indertijd niet zomaar collega's van de jonge onderzoeker waren, maar veel meer moeten hebben betekend. Weg is vanaf dan de ratio en de docentenstem. De gebeurtenissen uit het verleden rollen in het verhaal van de oude professor over elkaar heen. Hij verontschuldigt zich bijna omdat de dingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen, omdat hij de gebeurtenissen onderging. "'t Is spijtig dat er op zuiver onderzoek altijd vlekken van 't gewone leven moeten zitten," zegt hij op een bepaald ogenblik ook. De Pauw roept, stamelt en zingt op bijna bezwerende toon. Van Reybrouck: "Hij moet ook opboksen en ingaan tegen die muziek, die bij momenten wel keihard is. Jan Kuijken heeft een elektrische, opengewerkte cello, alleen een karkas eigenlijk. De muziek is echt verscheurend. Sommige stukken worden nog steeds live geïmproviseerd."
Terugblikkend vergelijkt Van Reybrouck de totstandkoming van Die siel graag met de bouw van een termietenheuvel." Ik heb van Josse geleerd dat je niet te veel mag plannen bij een artistiek proces, maar dat je beter zoveel mogelijk improviseert. Het is zoals de termieten: ze bouwen niet volgens plan, en van binnenuit. Ze zien hun bouwsel nooit van buitenuit. Ik vind het wel een mooie metafoor."

:: Die siel van die mier - 26 & 27.1.2007 20.15 - Théatre National - Emile Jacqmainlaan 111-115, 1000 Brussel - 02-203.53.03 - (Tickets: dinsdag> zaterdag 11 > 18.00), location@theatrenational.be
Tickets: 7,50/9/14/18 euro

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • Special: Liefde in de stad
  • Een koppelaarster getuigt: 'Een vrouw zoekt vooral charisma'
  • Chemseks in opmars: 'De badkamerdeur moet altijd open blijven'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • België Ondertiteld: het theater van de Belgitude
  • Foire du livre: pour un flirt flamand avec toi
  • Michel Blazy: living poetry
  • Dez Mona: lichtpunt in donkerste donker
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement