Dorothée van den Berghe maakt 'My queen Karo'

Zo'n bewogen zomer heeft de Veeartsenijschool al jaren niet meer meegemaakt. Eerst bulderden de drilboren en de kanonnen van stukadoors om van de verloederde gebouwen lofts te maken. En tijdens de bouwvak streek de Brusselse regisseuse Dorothée van den Berghe er met haar filmploeg neer. Zij transformeerden het Huis van de Bacteriologie in een Amsterdams kraakpand.

Haar geprezen langspeelfilmdebuut Meisje situeerde Dorothée van den Berghe in de Belgische hoofdstad. Haar tweede film, My queen Karo, zal zich afspelen in een kraakpand in Amsterdam in de late jaren 1960. De commune deelt alles: geld, liefde en idealen.

Temidden van die utopie voor volwassenen leidt de kleine Karo haar leven. Het zorgeloze bestaan komt onder druk te staan wanneer haar pragmatische moeder Dalia (Déborah François) het moeilijk heeft met de nieuwe vriendin van haar anarchistische, revolutionaire vader Raven (Matthias Schoenaerts). Het groepsconflict escaleert wanneer de eigenaar het kraakpand met geweld wil recupereren.

Dorothée van den Berghe maakte het voor een groot deel zelf mee. "Toch is de film niet louter mijn verhaal. De voorbije vier jaar heb ik getracht het verhaal te objectiveren en universeler te maken," vertelt Van den Berghe ons nadat we haar hebben verzekerd dat we geen arbeidsinspecteur zijn, maar gewoon een curieuze journalist. "Iedereen heeft de periode eind jaren '60, begin jaren '70 anders beleefd. In My queen Karo kijken we door de ogen van een kind. Het gaat dus om een zeer subjectieve kijk. We hebben de meeste grote historische momenten uit de geschiedenis van de krakersbeweging omzeild. Het is niet de bedoeling om het Amsterdamse krakersmilieu te schetsen. Daar zijn documentaires voor."

Over de tijd zelf weigert Van den Berghe te oordelen. "Het was een mooie, turbulente tijd waarin heel veel gebeurde. Als kind heb ik die periode ervaren als spannend en verwarrend. Vandaag twijfel ik nog steeds; het oppermachtige materia­lisme van nu is ook niet alles. In de film komen vader en moeder recht tegenover elkaar te staan. Hij zweert op het dogmatische af bij zijn idealen, zij gaat meer in de richting van het kapitalisme. De film geeft niemand gelijk. En de filmmaakster weet het ook niet. Sorry."

Pep en Guevara
Het interieur van het kraakpand werd nagebouwd in het Huis van de Bacteriologie van de Veeartsenijschool. "Dorothée kwam zelf met het idee om hier te filmen," zegt Arielle Sleutel van het Brusselse productiehuis Caviar. "Het is een schitterende locatie, maar logistiek waren er toch heel wat problemen. Draaien moest tijdens de bouwvakvakantie. Water en elektriciteit waren een zorg. We hebben valse muren laten optrekken en de binnenplaats volledig overkoepeld zodat we alles konden verduisteren. We zitten namelijk met een aantal nachtscènes, maar kinderen mag je niet 's nachts laten werken. We hebben overigens ook een gediplomeerde kinderbegeleidster in dienst moeten nemen. Zij is de vertrouwenspersoon bij wie de kinderen te allen tijde terechtkunnen. De regisseur heeft daar niet altijd de tijd voor, zij moet meestal op duizend vragen tegelijk antwoorden. De begeleidster zorgt ervoor dat de kinderen als eersten eten krijgen en voldoende kunnen ravotten of slapen. Ze zijn zot van haar. Ze geeft ook psychologische begeleiding. En dat is geen luxe, want we zitten bijvoorbeeld met een aantal naaktscènes."

Dat ondervinden we even later aan den lijve. De pers wordt zonder pardon van de set gesmeten wanneer moeder Dalia gedeeltelijk uit de kleren moet. De rol wordt vertolkt door Déborah François, een Waalse filmster sinds L'enfant van de broers Dardenne. Jammer, want op de filmset snuisteren is een kinderlijk plezier. Blijkbaar had de commune genoeg aan één reusachtig rek voor kleren. De ene matras ligt broederlijk naast de andere. De fantasie slaat op hol - en dan hebben we de gekleurde vensters nog niet gezien. Of de gedekte tafel waarop geen twee borden of koppen dezelfde zijn. Overal vind ik kleine of grote schatten. Klein: een pop zonder hoofd, het nummer van 6 oktober 1972 van het stripweekblad Pep met Wetamo en de heks van Pocasset op de cover, platen van Bob Dylan en Kurt Weill, boeken van Che Guevara en Michael Bakoenin. Groot: etalagepoppen met theatrale kleren, een schommel die aan het plafond hangt en - het pronkstuk - een schitterende wip gemaakt van fietswielen en grote spiegels.

De kinderen hebben er allemaal geen oog meer voor. De make-up­artieste werkt de zwarte vegen op hun snoeten nog snel bij en de piepjonge acteurs gaan aan de slag. De scènes moeten tientallen keer opnieuw gespeeld worden, onder andere omdat het camerastandpunt verandert. Ze geven geen krimp.

Anna Franziska

Het meisje dat Karo speelt, is te zien in 146 van de 149 opnamen. Dat is zelfs voor een hoofdrol uitzonderlijk veel. Dorothée van den Berghe beklaagt zich de keuze voor Anna Franziska Jäger niet. "Nu ik met haar gewerkt heb, weet ik het wel zeker: ik kan me de film niet eens meer voorstellen met een ander kind. Ze teert niet op de dialogen, ze speelt met heel haar lichaam. Haar positie vertelt wat er gebeurt."

"Op een dag kwam ik haar tegen in de biowinkel Den Teepot in de Kartuizersstraat. Ik had een coup de foudre: 'Dit is mijn Karo!' Ik ben haar gevolgd. Behoorlijk dutrou­xiaans - maar dat trok ik me even niet aan. Toen ik zag dat ze de dochter was van de choreografe Anne Teresa De Keersmaeker, was ik gerustgesteld. Ik zou haar makkelijk kunnen traceren de dag dat mijn film echt van de grond kwam. Maar toen het zover was, was Anna Franziska eigenlijk al te oud voor de rol. Ik ben kinderen blijven casten zonder het contact met Anna Franziska te verbreken. Ik riep haar schandalig vaak terug. De kogel was door de kerk toen ik inzag dat het personage gerust wat ouder mocht zijn. De film bevat een paar scènes die wel erg zwaar zijn voor een jong kind en ik wil vermijden dat de toeschouwer medelijden krijgt met 'dat kind dat moet zien te overleven in de boze, vroege jaren zeventig'."

Power
Jäger verloor de moed nooit. "Toen het er minder goed uitzag, bleef ik mijn best doen," zegt ze met een glimlach. "Zelfs al werd ik niet gekozen, het is altijd de moeite waard om iets te proberen."
De verschillende weken opnamen schijnen haar niet te deren. "Ook al lopen er op de set soms gestreste mensen rond en is het geen pretje als je winterkleren moet aantrekken terwijl het zo warm is, ik vind dit nog altijd heel leuk. Binnen een paar dagen vertrekken we naar Nederland. Er zijn een paar scènes in het zwembad gepland. Zo zal ik toch nog een beetje vakantiegevoel hebben."

De dochter van de bekendste danseres van België en van ABC-bezieler Gerhard Jäger weet wel dat haar personage deels gebaseerd is op de kindertijd van de regisseuse. "Maar ze vertelt daar bijna niets over." Het idee van een commune die alles deelt, vindt Anna Franziska heel leuk. Vooral het anarchisme van die hippies klinkt haar als muziek in de oren. "Ze doen wat ze willen!" Toch heeft ze ook haar twijfels. "Het is zo al zo moeilijk om samen te leven. Laat staan als je het probeert met een boel vrienden en vreemden."

Wanneer de jonge filmster op de set geroepen wordt voor de zoveelste opname, vat ze de hele situatie samen met een oneliner waar veel beroepsspelers jaloers op zullen zijn. "Dorothée wil een mooie film maken en wij gaan haar daarbij helpen." En weg stormt ze, met een vaart die ik eerder met girlpower dan met flowerpower zou associëren.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • Als één man achter Union, hoe de oude club weer hip wordt
  • Juicer Kylian: 'Deelsteps betalen mijn huur'
  • Bert Anciaux trekt lijst SP.A+: 'Nog één keer knallen'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Serge Aimé Coulibaly: épopéé d'une autre Afrique
  • De verzamelwoede van Benjamin Verdonck
  • Mike Yung: the sound of the underground
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement