Frederik Willem Daem, schrijver: 'Hopelijk worden mijn mooiste zinnen herlezen'

© Bart Dewaele

Zopas verscheen 'Zelfs de vogels vallen', het opgemerkte debuut van Frederik Willem Daem. De Jetse kortverhalenschrijver week onlangs naar Antwerpen uit, maar maakt speciaal voor ons een trip down memory lane.

‘O nder deze koepel heb ik mijn eerste mislukte sigaret gerold,” vertelt Frederik Willem Daem (26) aan onze fotograaf op de trappen van de Basiliek van Koekelberg, niet toevallig het startpunt van onze wandeling. “Toen ik dertien, veertien jaar was, kwam ik hier altijd skateboarden met vrienden. Op de trappen probeerden we te grinden (glijden op de assen van het skateboard, red.). Na een jaar waagden we onze kans op de reling. Al dat skaten lijkt voor velen een nutteloos tijdverdrijf, maar het heeft een fundamentele impact op mijn leven gehad.”

Blue sucks
Daems ouders, Oost-Vlaamse inwijkelingen, kochten nog voor Frederik Willems geboorte een huis aan het Spiegelplein in Jette. “Ik liep school in de Goudenregen in Ganshoren: een groene buurt, niets deed vermoeden dat ze deel uitmaakte van de grootstad. Tijdens de speeltijd waren we altijd aan het voetballen. Kijk, het voetbalveld ligt er nog!”

Toch kreeg basketbal de overhand in Daems jeugd. “Mijn kamer hing vol posters van Michael Jordan. Ik moest en zou in de NBA spelen. Daarom sloot ik me al op vrij jonge leeftijd aan bij Fresh Air Jette, een Franstalige ploeg. Maar als enige Nederlandstalige kon ik er niet aarden. Mijn ouders hebben toen samen met een groep vrienden een Nederlandstalige basketbalclub opgericht, Blue Socks Jette. Uiteraard maakten tegenstanders daar altijd ‘Blue Sucks’ van (lacht).”
Frederik Willems vader, Werner Daem, was op dat moment Nederlandstalig schepen in Jette, voor de SP.A. “Mijn pa deed zoveel tegelijkertijd. Ook al was hij daardoor vaak van huis, toch heb ik volgens mij veel van hem geërfd. Hij herinnerde ons er altijd aan dat alle mensen gelijk zijn, zonder uitzonderingen. En op 1 mei liepen we natuurlijk met de hele familie mee in de optocht voor de dag van de arbeid.”

Halve roman
We wandelen voorbij jeugdhuis Tongeluk, waar de zestienjarige Daem heel wat uren sleet – wanneer hij niet aan het skaten was, tenminste. “In Brussel-Stad durfden we lange tijd niet te komen, het leek ons er als schriele, magere mannekes veel te gevaarlijk. In metrostation Beekkant deden we in ons broek. Pas toen we zestien waren, durfden we naar de Mont des Arts, waar de beste skaters van de stad verzamelden. Al skatend heb ik Brussel leren kennen, en ben ik uit de Nederlandstalige cocon gebarsten.”

Toen Daem de middelbare school aan het Jetse Sint-Pieterscollege had afgerond, begon hij aan de filmopleiding aan Sint-Lukas, met één doel voor ogen: regisseur worden. “Scenario’s schrijven deed ik graag, ze uitvoeren heel wat minder (lacht). Ik ben geen held in het samenbrengen van mensen en ik zit niet graag achter acteurs hun veren. Na twee jaar stapte ik over naar de opleiding Schrijven aan het Rits. Dat lukte al beter, maar in een scenario moet je nog steeds een blauwdruk van een film afleveren, een technische geschiedschrijving opstellen. De schrijfopdrachten proza in het derde jaar vormden een echte bevrijding. Ik ben afgestudeerd met een halve roman, onder begeleiding van Willem Jan Otten (Nederlands schrijver en dichter, red.). Hij maakte me duidelijk dat aanleg niet genoeg is: schrijven is toewijding en discipline.”

Blinde vlekken
Aan de idyllische Chalet de Laerbeek vertelt Daem hoe hij een echte schrijver werd. “Na mijn studies stortte ik me op kortverhalen. Ik woonde inmiddels met mijn vriendin in de Dansaertbuurt en had een halftijdse job in de communicatie. Toen ik na een Parijsresidentie van Vlaams-Nederlands huis deBuren een aantal verhalen publiceerde in het Nederlandse literatuurblad Das Magazin, ging de bal aan het rollen. Plots wilden uitgeverijen met me op de koffie, maar alles werd eigenlijk wat te vroeg concreet. Het was een opluchting dat mijn vriendin, een architecte, een stage kon versieren in New York. Ik heb er drie maanden lang zorgeloos en weg van alle druk kunnen werken. Toen ik terugkwam, was 60 à 70 procent van mijn kortverhalenbundel afgerond.”

Eenmaal terug in België, verhuisde Daem met zijn verloofde naar Antwerpen. “Ik heb de indruk dat zij Brussel definitief de rug heeft toegekeerd. Voor mij is dat raar, want ik heb altijd gedacht dat ik voor de rest van mijn leven in Brussel zou wonen. Maar ik voel me goed in Antwerpen. Ik ben in een netwerk van gelijkgezinden terechtgekomen waarvan ik blij ben dat ik ze mijn vrienden mag noemen.”

Kozijn
De Verenigde Staten spelen een voorname rol in Daems debuut. “Ik ben gefascineerd door de excessen in de Amerikaanse maatschappij, door stuntmannen die hun leven op het spel zetten voor een klein kolommetje in de geschiedenisboeken of door de bulderende stem van een televisiepredikant. Maar mijn eigen leven is nooit ver weg. Toen een vriend van me op oudejaarsavond aan het kanaal (aan de Ninoofsesteenweg in Sint-Jans-Molenbeek, red.) in de rug werd geschoten, besloot ik om de televisiepredikant in mijn titelverhaal ook een aanslag te laten overleven. Zo vertoont zijn leven plots opvallende parallellen met het Nieuwe Testament: een interessant uitgangspunt voor een kortverhaal.“

In zijn verhalen hecht Daem veel belang aan dialogen. “Dat komt wellicht door mijn filmopleiding. In een scenario vond ik dat ik een personage pas echt kon neerzetten eens het zijn mond opendoet. Ik lees mijn dialogen altijd luidop en ik ga graag op zoek naar zinnen die iets zeggen, zonder iets te zeggen. Ik ben ook lang op zoek naar de juiste vorm voor een verhaal. Op een bepaald moment kreeg ik de ingeving dat het verhaal over mijn grootmoeder een Vlaamse sfeer moest ademen. Dergelijke verhalen staan of vallen bij hun stem. Als ik daar enkel het woord ‘kozijn’ hoor, dan schrijf ik niet ‘neef’.”

Geen grote jongen
Het kortverhaal is geen evidente keuze in de Nederlandstalige literatuur, laat staan voor een debuterende auteur. “Het gebeurt wel, maar voor velen blijft het een opstapje naar de roman. Voor uitgeverijen zijn bundels moeilijker om in de markt te zetten, en we hebben hier niet dezelfde traditie als in het Engelse taalgebied. Jammer, want het is wel degelijk een aparte discipline. Ik krijg soms de vraag waarom ik geen roman heb geschreven. Maar je vraagt toch ook niet aan een sprinter waarom hij geen marathons loopt?”

Daem heeft nog een contract bij De Bezige Bij voor een roman. Of die er komt, weet hij nog niet. “Ik ga geen roman schrijven omdat ik me dan zogezegd een volwaardiger schrijver kan voelen. Ik wil gewoon doen wat ik interessant vind. Daarnaast heeft het kortverhaal volgens mij het potentieel om in dit tijdperk zijn plek op te eisen.”

Je zou haast zeggen dat Daem per ongeluk schrijver is geworden. “Ach, ik ben pas na mijn filmstudies in het schrijven gerold. Ik ben bijvoorbeeld pas vrij recent veel beginnen te lezen, maar dat zie ik niet als een nadeel. Was ik er vroeger mee begonnen, dan had ik me misschien laten afschrikken door wat ik nog niet beheerste. Bovendien kon ik zo ongedwongen mijn eigen stijl ontwikkelen: filmische verhalen die gedreven zijn door een plot. Met af en toe een zin waarvan ik hoop dat hij zo mooi is dat mensen niet anders kunnen dan hem opnieuw lezen.”

-----------------------

Een boeiend project

Samen met cultuurjournaliste Jozefien Van Beek richtte Daem het artistieke magazine Oogst op. De twee leerden elkaar kennen tijdens de Parijsresidentie van deBuren. De 'tijdloze tentoonstelling per jaar' verschijnt vier keer per jaar, het eerste nummer dateert van februari 2015. "We hebben meer dan 1.200 abonnees, een onverhoopt succes. Al hopen we voor de volgende jaargang toch subsidies te krijgen. We kunnen onze journalisten en fotograaf nog net een symbolisch bedrag betalen, maar Jozefien en ik werken volledig vrijwillig, ook al zijn we er halftijds mee bezig." 

BDW in gesprek met ...

Brussel Deze Week ontmoet iedere week een interessante Brusselaar voor een boeiend gesprek.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • De witte file: de camionette verovert de stad
  • Laisse les filles tranquilles: 'Het intimideren moet stoppen'
  • NRC-correspondent: 'Laat Brussel niet te hip worden'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • AfricaMuseum: sur les chemins de la décolonisation avec Emma De Swaef
  • Raoul Servais: het geheim van de animatiefilmpionier
  • Duizelen op lintjazz en stoepdisco
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement