Luitenanten van de art nouveau

De art nouveau is meer dan een architectuurstroming. Het is gesamtkunst, die bovendien de ambitie had om een maatschappelijke invloed uit te oefenen. De nauwe banden tussen architecten en beeldende kunstenaars waren essentieel. Benoît Schoonbroodt wijdt er een prachtig boek aan. Over vaak onbekende meesters die onontbeerlijk waren voor de uitstraling van de art nouveau.

Al in de begindagen van de art nouveau was er een nauwe band tussen de architectuur en de beeldende kunst. Voor De menselijke driften van beeldhouwer Jef Lambeaux trok Victor Horta in 1892 een paviljoen op in het Jubelpark. De architect Paul Hankar en de decorateur Adolphe Crespin zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. En wat zou het Solvayhuis van Horta zijn zonder de schilderkunst van Théo van Rysselberghe en de glaskunst van (de minder bekende) Raphaël Evaldre?

Benoît Schoonbroodt, zelf een architect die baanbrekend werk heeft verricht in het kunsthistorisch onderzoek naar art-nouveaudecorateurs Adolphe Crespin en Henri Privat-Livemont, heeft met Artistes belges de l'art nouveau een nieuwe stap gezet in het onderzoek naar de minder bekende vertegenwoordigers van de art-nouveaustroming. Het gaat om schilders-decorateurs, juweelontwerpers, beeldhouwers, schilders, glaskunstenaars, keramisten en afficheontwerpers. Over sommigen van hen verschijnt nu voor het eerst een biografie.

Schoonbroodt hanteert daarbij een belangrijke stelling. De art nouveau is schatplichtig aan de kunststromingen en de bijbehorende technieken die eraan voorafgingen. De art nouveau maakt geen tabula rasa. Horta heeft bijvoorbeeld, door mee te werken aan de bouw van de Koninklijke Serres - een toonbeeld van classicisme -, het potentieel ontdekt van metalen structuren en glaspartijen. Of er is de minder bekende invloed die het japonisme had op de art-nouveaukunstenaars. Halfweg de negentiende eeuw, na twee eeuwen van splendid isolation, gooide Japan zijn grenzen open. De westerse wereld raakte in de ban van de Japanse prenten. Ook in de art nouveau heeft dat sporen nagelaten.

Tandems
Het is verwonderlijk, zegt Schoonbroodt, dat de schilder-decorateur zo lang op de achtergrond is gebleven in de studie van de art nouveau. De architectuur en de toegepaste kunst stonden, en staan ook vandaag nog, op de voorgrond. Dat is verwonderlijk, omdat de ornamentiek essentieel is voor de grote ensembles als herenhuizen, theaters, gemeentehuizen en religieuze gebouwen. Dat was in de negentiende eeuw al deels zo, en dat is zeker zo in de art nouveau. Bovendien zijn de bekendste kunstenaars in de art nouveau van opleiding schilder-decorateur: Privat-Livemont en Crespin natuurlijk, maar ook Paul Cauchie, Maurice Langaskens of Constant Montald. Zij ontwerpen behangpapier, stoffen, vloermozaïeken, tapijten en lambriseringen, kortom: de elementen die meteen in het oog springen als je een art-nouveauhuis binnenkomt.

Maar ze zijn meer dan binnenhuisarchitecten. Het best kunnen ze zich uitleven in grote muurschilderingen. Sommige architecten vormen een echte tandem met die schilders-decorateurs. Hankar en Crespin, maar ook Henri Jacobs en Privat-Livemont. "De grens tussen architectuur en kunst is erg dun," schrijft Schoonbroodt. "Het is alsof er een nauwe dialoog bestaat tussen al die toegepaste kunsten, die allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben." Zo schildert Langaskens zijn Orpheus in de lente alsof het een beeldhouwwerk is en gebruikt hij de vlammende kleuren van de glasramen om de vouwen van de gewaden beter te laten uitkomen.

De thema's die de schilders-decorateurs aanwenden, zijn die van de natuur en de geschiedenis. De stijl leunt aan bij het symbolisme. En er ontstaan nieuwe technieken. Paul Cauchie zal met de hulp van zijn vrouw Caroline 'Lina' Voet de lincrusta bedenken, een afgeleide van linoleum waarmee hij de lambriseringen van zijn eigen woning in de Frankenstraat versiert, uitgewerkt dankzij japoniserende motieven.

Het klopt dat Cauchie voornamelijk als getalenteerd sgraffiti-kunstenaar de geschiedenis ingegaan is, maar, schrijft Schoonbroodt, hij maakte rond de vorige eeuwwisseling ook furore als afficheontwerper en illustrator. Een groot decoratief doek, Le réveil de la nature, ontworpen voor de wintersalon van een notabele, zou uiteindelijk in zijn eigen woning belanden, alvorens te worden gestolen.

Interessant is ook de bijdrage over de Gentenaar Constant Montald, misschien wel de kunstenaar in het boek die het minst aanleunt bij de art nouveau en van wie in Sint-Lambrechts-Woluwe de villa is bewaard. Montald zag jaren voordien, nog vóór het ontstaan van de art nouveau, een kopie van de schilderijen van Michelangelo in de Sixtijnse kapel, ging naar Ravenna en Pompeï en besloot dat de monumentale muurschilderingen aan herwaardering toe waren. Dat resulteert in grote werkstukken in een symbolistische stijl. "Hij streefde naar een hoogwaardige esthetiek," schrijft Schoonbroodt, "hij creëert perfecte en tijdloze werelden, harmonieus en mooi, los van materiële dwang, de incarnatie van het totale Geluk, als tegengewicht voor de agitatie van de industriële steden en een vooruitgang die (door hem) gezien werd als vernietigend voor het mensdom."

Het zijn ideaalbeelden, want Montald weet goed dat de zoektocht naar dat ultieme Geluk niet van deze wereld is.

Ateliers
Artistes belges de l'art nouveau is opgevat als een verzameling van rijkelijk geïllustreerde en mooi uitgewerkte monografieën van een dertigtal beeldende kunstenaars, met vaak ook een foto van de kunstenaar in zijn atelier of woning. Het boek ademt niet alleen de grandeur van de art nouveau zelf, maar is ook nuttig voor iedereen die meer wil weten over de invloedrijkste kunststroming die de hoofdstad de vorige eeuw heeft gekend en die Brussel (en bij uitbreiding België) tot het wereldcentrum van de artistieke avant-garde maakte.

:: Benoît Schoonbroodt, Artistes belges de l'art nouveau 1890-1914, Éditions Racine, 59,95 euro. Het boek verschijnt ook in het Nederlands, bij Lannoo

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • Proper gewassen de straat op. Daklozen in de wasmobiel
  • Archeologische vondsten bij afbraak parking 58
  • Van den Driessche: 'Close is een groter gevaar voor de democratie dan Mayeur'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Suspiria: do the witch dance
  • Brussels Reads Aloud: Leo Timmers stuurt zijn kat
  • Les Bas-Fonds/Nachtasiel: Sans toit ni voix
  • Flavien Berger: gardien du tempo
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement