Willem Elsschot in Brussel (deel 2)

Willem Elsschot en zijn vrouw Fine woonden vanaf de jaren 1940 elke donderdag in Brussel. Op die dag kon Elsschot het langst van zijn kleinzoon Jan ('Tsjip') genieten. Maar hij zocht er ook de dichter Jan van Nijlen en andere 'rekels' op. Brussel was het toneel van innige vriendschappen.

Elsschot liet Angèle Manteau al na zestig pagina's van De voorstad groeit (1943) weten dat Louis Paul Boon de eerste Leo J. Krynprijs moest winnen. Elsschot en Boon ontmoetten elkaar voor het eerst tijdens de viering in Aux Armes de Bruxelles. Later zouden ze druk corresponderen over Boons Vergeten straat (1946), dat zich afspeelt tijdens de aanleg van de noord-zuid­spoorverbinding.

De Ukkelse dichter Jan van Nijlen was volgens Elsschot de eerste die zich de moeite getroostte zijn boek Villa des Roses met aandacht te lezen. Dankbaar schrijft Elsschot hem terug dat hij de meeste van zijn opmerkingen zal volgen. "Awel kerel, wat zegt gij daar van? Dat is nog al schrappen hé?" En om zeker te zijn: "Nu schrijft gij: 'Dit zijn enkele kleinigheden'. Bedoelt gij 'dit zijn enkele kleinigheden', of 'dit zijn enkele kleinigheden.' In het eerste geval houdt ik mij ten zeerste aanbevolen voor dadelijke toezending der overige kleinigheden."

Elsschot ging weleens een pijpje roken bij Van Nijlen in Ukkel, en Van Nijlen bezocht Elsschot in Antwerpen. In een brief dankt Elsschot hem voor de toezending van Gedichten 1904-1938 : "Dat al dat innigs eindelijk in één tuin geplant is, doet mij zooveel genoegen als ik vermoed dat het jou doet. Met dat boek zijt gij zelf in huis gekomen."

Toen Van Nijlen vijftig werd, schreef Elsschot dat hij hem dolgaarne in Ukkel was komen opzoeken indien hij het geweten had. Het schetst een beeld van de zich afzonderende dichter: "Ik veronderstel dat het afgelasten door u van een officieele huldiging niet heeft kunnen beletten dat sommige rekels u in uw hol hebben opgezocht." In de zomer van 1952 lichtte hij Van Nijlen in dat zijn vrouw laatst een pint wilde gaan drinken in zijn stamcafé de Spijtigen Duivel aan de Alsembergsesteenweg (vereeuwigd in Van Nijlens gedicht 'De oude kroeg'): "Aldaar hebben wij tevergeefs naar u gëinformeerd. Noch baas, noch bazin, nog een van de klanten kende u bij naam. Onze meest gedetailleerde beschrijvingen konden niet baten. Een dacht u te kennen maar hield mordicus vol dat gij een gepensioneerde kolonel van de gendarmerie zijt. Bijna waren wij slaags."

Jan Greshoff, de Nederlandse dichter die in Schaarbeek was komen wonen, had Elsschot met een "Dat is tien jaar" (sedert Elsschots laatste boek) prompt aan het schrijven van Kaas (1933) gezet. Ten huize Jan en Aty Greshoff (Angèle Manteau was er ooit au pair) werd in 1934 zijn volgende boek Tsjip voorgelezen, in aanwezigheid van Van Nijlen. In januari 1935 vroeg Elsschot zijn Nederlandse vriend wat hij vond van zijn plan om met de Flandria II-boot in Nederland een 'reuzenpropaganda' te maken voor de wereld­tentoonstelling van 1935 in Brussel: "Frisch geschilderd en overvloedig bevlagd, zouden hare cabines (...) ingericht worden als salle d'exposition waar plannen van de tentoon­stelling, reproducties van vermaarde schilderijen die in de afd. Art Ancien te zien zullen zijn, zichten van de groote monumenten van Brussel enz. gëexposeerd zouden worden." En daarbij moesten natuurlijk de journalisten worden 'gelijmd': "De groote massa krijgt geen drank, alleen de notabelen en de pers. Op die manier krijgt men gratis aardige verslagen in de nederl. bladen, dus een reklame die anders veel geld zou kosten."

Vic van de Reijt, samensteller van Elsschots Brieven (Querido, 1993) en momenteel werkend aan Elsschots biografie, zegt daarover: "De Flandria heeft in 1935 waarschijnlijk nooit door Nederland gevaren en evenmin is De Ridder erin geslaagd een reclame­concessie voor Expo 58 binnen te halen. Maar het blijft frappant dat hij dat op zijn oude dag nog probeerde!"

Elsschots kleinzoon Jan Maniewski herinnert zich het bezoek aan Expo 58 in familieverband: "Mijn grootvader was vooral nieuwsgierig naar het paviljoen van de USSR, maar wat hij daar zag, vond hij zeer traditio­neel en niet vernieuwend. Het Russische koor vond hij wel indrukwekkend. Amerika was Coca-Cola en Ford, en daar had Elsschot niet veel respect voor."

Aan de schoolpoort
Maniewski werd vereeuwigd in Elsschots Tsjip (1934) en De leeuwentemmer (1940). "Mijn grootouders hadden drie dochters en drie schoondochters," vertelt hij. "Ze zorgden er dus voor dat ze elke dag van de week ergens anders uitgenodigd werden. Op donderdag kwamen opa en bomma bij ons in Ukkel. Toen hadden de kinderen nog vrij op donderdagnamiddag, en zo kon opa mij komen afhalen aan de École Communale in de Edith Cavellstraat. De andere dagen ging ik alleen naar huis - in de jaren 1940 reden nog niet zoveel auto's als nu -, maar ik keek uit naar de donderdagmiddag. Mijn grootvader sloeg dan een praatje met de leraars en informeerde naar mijn schoolresultaten. Later, in het Athénée Royal in het Wolvendaelpark en daarna in de Houzeaulaan, kwam hij me niet meer afhalen, maar mijn grootouders bleven komen op donderdag."

Maniewski bevestigt dat Elsschots mening de doorslag gaf als de 'familieraad' bijeen werd geroepen. Met het oog op een mogelijke herintegratie in Polen pleitte Elsschot bij het ministerie van Onderwijs om hem in de Franse afdeling van de gemeenteschool te laten. En toch: "Ik of mijn dochter kunnen zeker niet verdacht worden van anti-Vlaamsche gevoelens, integendeel." In 1955, toen Maniewski al geneeskunde studeerde in Bonn, maar terug naar Brussel wilde, schrijft Elsschot de langste brief uit zijn carrière: "In Bonn gaat alles aan de universiteit naar wens en de studenten schijnen mij veel interessanter dan die van Brussel. Als ik die hier zie lopen met hun petten waar 50 tot 100 idiote snuisterijen aan bengelen, dan heb ik een pover idee over hun vlijt en ernst." Over Maniewski's animositeit in die dagen tegen alles wat Duits was, geeft zijn grootvader hem nog de wijze woorden mee: "De doorsnee-mens is overal dezelfde."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • 30 jaar Boterhammen in het park met Jari Demeulemeester
  • Brusselaars werken langer: 'Ik hou het vol tot ik sterf'
  • Op de markt in Anderlecht: 'Soms geven we het gewoon cadeau'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Maurice Louca surrenders to the maqam
  • Antoine Pierre partage ses hotspots
  • Back to the roots met Gorges Ocloo
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement