interview

Acteur Damiaan De Schrijver brengt tweemaal Molière ten tonele

© Kurt Van der Elst

In L’avare speelt hij zowel kok als koetsier, en in Le bourgeois gentilhomme staat hij te kijk als parvenu. Damiaan De Schrijver moet zich heel wat tekst eigen maken voor de twee stukken van double bill Poquelin II. Maar omdat het over zijn geliefde Molière gaat, wil hij zich tussendoor ook nog wel laten interviewen, met de gezonde tegenzin die hem zo goed staat.

We kennen hem allemaal als Molière, maar in het Parijse geboorteregister staat de beroemde zeventiende­-eeuwse toneelschrijver en -speler ingeschreven als Jean-Baptiste Poquelin. Onder zijn pseudoniem bracht hij het hof van Lodewijk XIV aan het lachen, en maakte hij het af en toe ook belachelijk.

Nadat tg STAN meer dan tien jaar geleden een eerste Poquelin bricoleerde uit een hele reeks teksten van Molière, nodigt het gezelschap van Damiaan De Schrijver, Jolente De Keersmaeker, Frank Vercruyssen en Sara De Roo (die dit keer niet meespeelt) nu Kuno Bakker (Dood Paard), Els Dottermans (tot voor kort NTGent), Willy Thomas (Arsenaal/Lazarus) en Stijn Van Opstal (Toneelhuis/Olympique Dramatique) uit om respectievelijk Molières L’avare (De vrek) en Le bourgeois gentilhomme (De parvenu) als double bill naar de zalen te brengen.

U zou het misschien niet zeggen, maar wie naar de première in de Antwerpse Bourla ging kijken, wel: die barokke blijspelen op houten planken, die handelen over geldkwesties, gedwongen huwelijken, allerhande kleinmenselijkheid en misverstanden, leveren tweeënhalf uur geestig, energiek en vernuftig theater op, dat het spelplezier en spraakwater tot op de hoogste balkons van de zaal doet spatten.

Wat wil je, met al die steengoede acteurs die zich op het affichebeeld rond De Schrijvers bebaarde hoofd scharen? “Opgepast,” zegt die laatste. “Ik ben om te beginnen niet voor affiches met de koppen van de acteurs op. En ‘steengoed’… Dat vind ik ook altijd zo gevaarlijk. In Nederland is dat nog erger: ‘Topcast! Met topacteurs!’ Daar krijg ik het schijt van. We zijn maar zo goed als het moment en de teksten die we spelen.”

1593 tg stan - poquelin ii 3
© Kurt Van der Elst
In alle bescheidenheid dan: de première oogstte een – hier en daar zelfs staande – ovatie. Kijken jullie er ook tevreden op terug?
Damiaan De Schrijver: We waren een beetje verdoofd door de ontzettend ingewikkelde week die we achter de rug hadden. Daarin moesten alle departementen van de verbeelding – de muziek, het decor, het licht, de kostuums – bij elkaar komen. Toneelhuis en de Bourla hebben een fantastische ploeg voor wie niets te veel is. Maar het is niet omdat alles kan, dat alles ook getoond moet worden. Het principe ‘less is more’ is volgens mij toch ook van toepassing als het gaat over Molière, die de dingen zelf al heel groot aanzet.

Dat is niet gemakkelijk met een ploeg van zeven acteurs die allemaal hun toegevoegde waarde hebben, en over alles een consensus moeten vinden. Of het nu over een plastic kreeft, een stoel, een gordijn, een lichtstand of een muziekstuk ging: het werd allemaal collectief en zeer pittig besproken, waardoor we al blij waren als we aan het einde van de dag nog tweeënhalf uur over hadden om aan de tekst­repetitie te besteden.

Dat we op zo’n klein houten staketsel spelen, waar we langs drie kanten door publiek worden omringd, heeft ook veel consequenties voor de spreekrichtingen, het opkomen en het afgaan. Dat is bijna een wiskundige puzzel. Als je dan geen try-outs speelt, kun je op voorhand moeilijk aanvoelen of alle beslissingen die je hebt gemaakt de juiste zijn. De adrenaline van de Antwerpse thuismatch heeft ons geholpen, maar het is onze plicht om ook op de andere avonden alles te geven, en de goede dingen mee te nemen zonder te proberen die première domweg te herhalen.

1593 tg stan - poquelin ii7
© Kurt Van der Elst

Wat was dat met die plastic kreeft?
De Schrijver: Onze discussies gaan natuurlijk vooral over inhoud. Wat willen we hiermee bereiken, hoe willen we het spelen en welk genot willen we elkaar als speler én het publiek bezorgen? Maar de plastic kreeft is exemplarisch voor de reikwijdte van die discussies. De stillevens, de afdeling groenten en fruit: dat is vooral mijn departement. Ik ben, vermoedelijk omdat ik met toneel bezig ben, ook collectioneur van trompe-l’oeils, valse hespen en andere dingen die echt lijken maar vals zijn.

In vorige voorstellingen smokkelde ik altijd wel een of andere namaakbanaan, -tomaat of -bloemkool binnen. Dat is begonnen in de Diderot-bewerking (met Matthias de Koning en Peter Van den Eede in 2001, mb) en dat stopt precies niet. Voor het banket in Le bourgeois gentilhomme zou ik liever aan een iets betere kreeft zijn geraakt – minder rood en minder plastiekerig – maar ik heb ze niet gevonden.

Poquelin II is de opvolger van Poquelin. Hoe is uw relatie met Molière?
De Schrijver: Heel heftig! Ik heb lang geleden het ongeluk gehad om niet te kunnen meespelen toen STAN De misantroop speelde. Poquelin was een verzameling van verschillende fragmenten die geleid hebben tot een bonte avond, compleet met knuppels en scheetzakken. Maar we vonden dat daar nog iets op moest volgen omdat we in die periode echt overtuigd zijn geraakt van de kwaliteit van dat werk.

De rijkdom van de schriftuur is ongelooflijk, plus het feit dat je voelt dat Molière schreef voor een collectief waarin hij zelf meespeelde. Zijn stukken zijn van een kinderlijke, brutale en directe poëzie, waarbij je je niet kan verstoppen achter psychologie en emoties. Het zijn grote lijnen, grote kleuren en duidelijke tekens. Niet subtiel en niet genuanceerd.

Als enkele personages in Le bourgeois gentilhomme ‘Turks’ praten, dan doen ze dat dus vooral zo verkeerd mogelijk.
De Schrijver: Ja, met Turks heeft dat totaal niets te maken. Dat is Italiaans en Latijn vermengd tot een echte commedia dell’arte-taal die je soms nog hoort in circussen. De verleiding is groot om daar ook je eigen fantasie op los te laten, maar vergis je niet: we zeggen het letterlijk zoals het in de tekst staat. We zijn soms nog behoorlijk streng voor onszelf, hoor. Onze vertaling op basis van de oorspronkelijke tekstversies en verschillende vertalingen was een pittige zoektocht naar het juiste woord.

Geld is een thema dat de twee stukken verbindt. De vrek Harpagon heeft er te veel van en wil nog meer, de parvenu Monsieur Jourdain, die u zelf speelt, heeft er ook te veel van en wil er maat­schappelijke status, cultureel aanzien en een verfijnde smaak mee afkopen. Dat is nog steeds herkenbaar, in tegenstelling misschien tot de gedwongen huwelijken, die ook welig tieren.
De Schrijver: Als dit een vraag is naar de actuele waarde van het stuk: daar ben ik altijd bang voor en dat wil ik ook niet duiden. Voor mij is het vooral belangrijk dat zowel kinderen van zeven jaar als frequente theaterbezoekers dit stuk smaken. Ik zou het bijvoorbeeld graag eens op een marktplein willen spelen.

En wat die hedendaagse maatschappelijke relevantie betreft: er is toch ook niemand die vraagt waarom je nu nog Bach, Mozart of Locatelli draait op de radio! Wat een onzin! Daar word ik altijd zo boosaardig van. Hoe langer hoe meer moeten we ons verantwoorden waarom we dit of dat doen. Ik vind dat de wereld op zijn kop. Moet het altijd expliciet over een wereldprobleem gaan?

1593 tg stan - poquelin ii01
© Kurt Van der Elst
Ik denk dat je al uit goed hout gesneden moet zijn om op een heel interessante, theatrale manier iets te vertellen over eender welk maatschappelijk thema, en ik weet niet of toneelmakers altijd de meest geschikte personen zijn om alle voor- en tegenargumenten eens netjes op een rij te zetten. Grote teksten van grote schrijvers als Molière gaan sowieso over grote thema’s. Je kan deze stukken misschien verbinden aan de bankencrisis en zelfs aan het vluchtelingendrama – de personages in L’avare zijn allen vluchtelingen – maar je laat zo’n tekst best in zijn oorspronkelijke verschijningsvorm, zonder die elementen nog eens dik aan te zetten.

De grote tekens in de tekst gaan over de kleine kanten van de mens: de gierigheid in L’avare; bij een clubje willen horen waar je eigenlijk niet thuishoort in Le bourgeois gentilhomme. Daarover ligt een ingewikkelde plot die daaraan ondergeschikt is, maar die je wel in de eerste plaats helder moet krijgen als je wilt dat alles klopt en dat de grappen werken.

Ikzelf voelde me betrapt bij de vleierij van de intendant van de vrek, Valère. Op een of andere manier doen we dat bijna allemaal: het geld naar de mond praten.
De Schrijver: Het cruciale stuk in L’avare is inderdaad datgene waarin Valère verwoordt hoe je iemand moet vleien. Liefst nog op zo’n manier dat degene die gevleid wordt, niet eens merkt dat hij onder een dikke laag stroop komt te zitten. Dat gaat natuurlijk niet alleen over die Valère, maar ook over Molière zelf, die een broodschrijver was en voor zijn geld afhankelijk was van Lodewijk XIV.

Enerzijds speelde Molière met zijn kritiek soms op het scherp van de snee, anderzijds moest hij oppassen dat zijn kop er niet werd afgehakt. En je voelt die evenwichtsoefening in de schriftuur.

Om te illustreren hoe modern Molière is: dat mijn personage in L’avare, Monsieur Jacques, tegelijk koetsier en kok is, is geen dubbelrol die wij zelf hebben geïntroduceerd. Molière heeft dat zo geschreven: om duidelijk te maken dat de vrek te gierig is om meer personeel te betalen, maar ook om zijn geldschieters subtiel te laten weten dat hij meer acteurs kon gebruiken.

Die metatheatraliteit zit ingebakken in zijn werk. Wat bij ons, vierhonderd jaar later, het doorbreken van de vierde wand heet (het spreken van de acteurs tot het publiek, alsof de onzichtbare wand tussen scène en zaal niet bestaat, mb), zijn bij Molière die prachtige terzijdes waarbij het ene personage de zaal informatie geeft die het personage links of rechts van hem zogezegd niet kan horen. Dat vind ik heerlijk. Hoe meer van die terzijdes, hoe liever ik het heb.

Dat zal wel. U hebt een reputatie als het gaat om een-tweetjes met het publiek.
De Schrijver: Gevaarlijk onderwerp. Want er bestaan wel wat afspraken over de mate waarin ik, en iedereen trouwens, zich vrijheden buiten de tekst kan permitteren. We proberen dat in te dijken, maar ja, mijn instinct kan ik niet bedwingen. Ik zit dan in een soort van trip waarin ik mezelf maar moeilijk kan censureren.

1593 tg stan - poquelin ii9
© Kurt Van der Elst
Ik zie Frank Vercruyssen dan soms boos kijken, maar dat weet u misschien al.
De Schrijver: Ik krijg dat soms weleens door, die informatie. De gele kaarten zullen straks uitgedeeld worden en ik denk dat ik er wel een paar zal krijgen. Ik moet weten waar mijn grenzen liggen. Als je toch te vrijpostig wordt, dan wordt dat trouwens zeer snel afgestraft door het publiek. Als je over de schreef gaat hoor je het meteen en doe je het geen tweede keer. Maar bij Molière zit het in de schriftuur.

Als elke wenkbrauw die u optrekt effect sorteert bij het publiek, is het natuurlijk verleidelijk om te fronsen. Hebt u daar altijd mee te kampen gehad?
De Schrijver: (Droog) Nee, die wenkbrauwen zijn langzaam gegroeid. Het fronsen gebeurt hoe langer hoe meer, omdat ik mezelf heel graag belachelijk laat maken. Daar ben ik niet bang meer voor. Want hoe meer je met jezelf lacht, hoe meer je met een ander kan lachen.

De kostuums die u tijdens Poquelin II draagt, helpen op dat vlak. En ze zijn ook niet van die aard om de aanslepende persoonsverwarring tussen u en modeontwerper Walter Van Beirendonck uit de wereld te helpen.
De Schrijver: De vraag hoe we deze stukken konden aankleden en de grenzen van de fantasie nog wat konden oprekken met de kostuums, was niet eenvoudig, maar costumière Inge Büscher heeft met haar keuzes haar stempel gedrukt op de voorstelling. Als je in zo’n pak mag spelen, dan wordt een wenkbrauw maar een heel klein onderdeeltje van het geheel.

En ja, als ik word aangesproken op straat – vooral in Antwerpen, maar dat kan ook in Parijs zijn – dan is het nooit voor mij, maar steevast voor Walter. Ik heb hem zelf al een paar keer ontmoet, maar niemand heeft hem al als Damiaan aangesproken.

> Poquelin II. 24/11 > 26/11, Kaaitheater, Brussel

Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • Fietsersbond: 'Er zit een systeemfout in het Brussels verkeer'
  • Miljoenen voor openbare ruimte rond Zuidstation
  • Langspeelfilm van Patrick Van Antwerpen opnieuw uitgebracht
  • Lees online
deze week
  • Kaat Beels & Nathalie Basteyns: 'Niet iedereen wil Star Wars zien'
  • Melanie De Biasio: Jamais à bout de souffle
  • The Van Jets: The rock quartet releases the beast
  • Lees online
Neem een abonnement