interview

Jeugdtheater Bronks brengt voorstelling over ongeneeslijk ziek zijn

Plots krijgt een mens te horen dat hij ongeneeslijk ziek is. Hoe gaat hij daarmee om? Er een jeugdtheatervoorstelling over maken, is misschien een begin.

Jan De Brabander werkte al vele jaren bij Bronks als de man van licht, decor, en vormgeving. Toen werd hij plotseling ongeneeslijk ziek en maakte hij samen met acteur en theatermaker Joris Van den Brande zélf een voorstelling. Over de omgang met dat soort brute pech. “Als je de kwestie iets algemener beschouwt, gaat het eigenlijk over hoe je omgaat met tegenslag,” zegt Jan De Brabander.

“Daarover bestaan verschillende zienswijzen, maar die zijn soms zo moralistisch. Terwijl je ook diep in de put moet kunnen zakken, of er eens goed moet mee kunnen lachen als je met dergelijk ongeluk wordt geconfronteerd. We zijn allemaal maar mensen, en wie zelf pech heeft, begrijpt misschien beter dan iemand anders dat we niet altijd volledig verantwoordelijk kunnen zijn voor alles wat we doen. De mengelmoes van gevoelens en gedachten over het omgaan met de ziekte leek me wel iets om een voorstelling over te maken samen met een professional. Ik was fan van Joris als acteur, dus het leek een goed idee om hem te vragen.”

“Ik ken Jan al sinds Zolderling,” zegt Joris Van den Brande, verwijzend naar het stuk dat hij in 2003 maakte samen met Jan Sobrie, waarvoor Jan De Brabander licht en techniek deed. “Het leek op voorhand spannend om samen deze voorstelling te maken, maar eigenlijk ging het heel vlot. We hebben vooral heel veel met elkaar gesproken."

"In het begin over de vraag hoe we het over dit onderwerp zouden hebben. Expliciet of niet? Eerst dachten we dat we het via een fantasiewereld, een parabel of een metafoor moesten proberen. Maar gaandeweg vroegen we ons toch af waarom we er niet gewoon eerlijk en direct over zouden zijn. Zo zijn we losse scènes en dialoogjes beginnen te schrijven. Soms zijn die letterlijk gebaseerd op onze gesprekken. Soms hebben we ze aangepast en uitvergroot naar theatrale situaties.”

Spraken mensen uit je omgeving je vaak aan om over je ziekte te praten?
Jan De Brabander: In het begin bijna niemand. Ik en mijn vriendin – die haar leven natuurlijk ook enorm heeft zien veranderen – waren daar toen wat kwaad over. Maar we zijn er dan wel achter gekomen dat dat niet per se uit desinteresse was, en dat het best moeilijk is om er op het juiste moment op de juiste manier over te beginnen. Als iemand een arm heeft gebroken vraag je al snel of die misschien is gaan skiën. Bij ziektes waar je niet zoveel over weet, heb je dat aanknopingspunt niet. En wanneer iemand afziet van zijn ziekte ben je ook niet geneigd om daar op een feestje over te beginnen.

Zo hebben we geleerd dat je de opening eigenlijk zelf moet maken. In Geef mijn hand terug zoeken iemand die ziek is en iemand die niet ziek is samen naar manieren – stuntelige, grappige en droevige – om met de zaak om te gaan, en uiteindelijk lukt dat ook.

In het concrete geval van Jan gaat het over parkinson, maar het wordt geen stuk over parkinson.
Joris Van den Brande: De ziekte wordt niet bij naam genoemd, maar de symptomen worden wel aangehaald. Op het moment dat we de verhullende metaforen zelf beu zijn geworden, beginnen we de dingen concreet te benoemen. Daarna waaieren de gesprekken verder uit en gaan ze over vriendschap, over de moeilijkheid om over zo’n ingrijpende ziekte te spreken, over het rare fenomeen van mensen die jaloers worden op mensen die ziek zijn en daardoor meer aandacht krijgen…

De Brabander: Of de gêne die ontstaat als je met een ziekte lacht. Toen we samen de try-outs speelden voor een publiek met veel mensen die ons kenden, heeft het even geduurd voor dat publiek de optie lachen durfde te kiezen. Daarover gaat het ook.

Het is duidelijk dat het over iets ernstigs en iets realistisch gaat, en er zitten ook dramatische momenten in de voorstelling, maar je moet als zieke, of als iemand uit de omgeving van een zieke, niet zo streng zijn tegenover jezelf dat je jezelf allemaal regeltjes oplegt zoals ‘je moet erover praten’ of ‘je mag er niet mee lachen’. Mensen voelen zich soms te verantwoordelijk voor wat hen overkomt. Als er zoiets zomaar op hun kop valt, hebben ze toch nog het idee dat het hun eigen schuld is.

(Lees verder onder de afbeelding.)

1584 Geef mijn hand terug Export-Import Festival FKPH

Zo gaat het stuk over onze omgang met het ‘lot’ – een moeilijk woord.
Van den Brande: Ik hoorde onlangs iets over de geschiedenis van de grote verhalen. Bij de oude Grieken was het lot afhankelijk van goden die zomaar iets onberekenbaars deden, zonder dat daar een moraal aan verbonden was. Ze sloegen toe, en als mens moest je het daar dan mee doen.

Nadien kreeg je een god met een plan en een bedoeling, en je kreeg heldenfiguren die in staat waren om het lot van de mensen te veranderen. Daardoor lijken we nu vaak te denken dat we alles kunnen en moeten controleren. Dat er altijd wel iemand verantwoordelijk of schuldig is. En zo kom je in een systeem van regeltjes die gesanctioneerd moeten worden.

Misschien kan je toch ook te veel lachen met ernstige zaken. Hoe evident was het om fictie te maken van iets wat tegelijk harde realiteit was voor jou?
De Brabander: Op het moment dat ik met het stuk bezig was, beschouwde ik het als iets wat buiten mezelf stond. Maar omdat sommige dingen inderdaad heel expliciet aan bod komen moet je dat ’s avonds toch wel even verteren. Fysiek gezien wordt de ziekte ook moeilijker om mee te leven.

Als je als buitenstaander van niets weet, dan zie je niets aan mij, maar dat heeft natuurlijk met al die pillen te maken. Als je de bijsluiter leest, begrijp je dat de symptomen en de bijwerkingen van de medicamenten een moeilijk verteerbare soep kunnen worden.

Van den Brande: We gebruiken soms grove humor, maar onze motieven zijn alleen maar oprecht. Ik zie humor als een manier om bepaalde zaken te doorprikken. Voor mij is humor niet weglachen, maar juist het tegendeel: je betrokkenheid tonen. Maar het klopt dat je de juiste dosis moet vinden.

Bij de try-outs tijdens het EXPORT/IMPORT-festival van 2016, speelde je zelf mee, Jan. Maar nu neemt Joris Hessels jouw rol over.
De Brabander: Dat komt door een paar externe factoren. Mijn aanwezigheid was wel een soort legitimatie voor de humor, want ik was zelf de vertegenwoordiger van alle mensen die zoiets meemaken. Nu Joris mijn rol speelt, maakt dat misschien wel een verschil.

Van den Brande: Mijn eerste reactie was dat het niet zoveel zin had om dit stuk zonder Jan te spelen. Maar na de eerste lezing met Joris bleek alles toch overeind te blijven. Nu is er ook minder gevaar dat iemand dit verkeerdelijk als ramptoerisme interpreteert.

> Geef mijn hand terug. 23/09 (19.00) & 24/09 (15.00), 9+, Bronks, Brussel

Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • Fietsersbond: 'Er zit een systeemfout in het Brussels verkeer'
  • Miljoenen voor openbare ruimte rond Zuidstation
  • Langspeelfilm van Patrick Van Antwerpen opnieuw uitgebracht
  • Lees online
deze week
  • Kaat Beels & Nathalie Basteyns: 'Niet iedereen wil Star Wars zien'
  • Melanie De Biasio: Jamais à bout de souffle
  • The Van Jets: The rock quartet releases the beast
  • Lees online
Neem een abonnement