interview

Michaël De Cock brengt Odysseus integraal op podium van KVS

Michael De Cock heeft niet stilgezeten de laatste tijd. Hij is druk in de weer met boeken en films en was onlangs te zien in de tv-reeks De 16. Zijn eerste regie voor de KVS als artistiek leider - Odysseus. Een zwerver komt thuis - kende zijn première al in februari, maar dit weekend staat de marathonvoorstelling op het programma: meer dan 24 uren onafgebroken theater.

"Die drukte, dat is een illusie, hoor," lacht Michael De Cock als we zeggen dat hij qua omzwervingen niet hoeft onder te doen voor Odysseus, de held die het voorwerp wordt van zijn eerste regie voor de KVS, het huis waar hij sinds september artistiek leider is. "De opnames van De 16 zijn van een tijd geleden. Het was iets wat op mijn weg kwam en zo plezant was dat het een beetje op vakantie leek. Met een kleine ploeg en een iPhone guerillafilmen in de Defacqzstraat: zelden meegemaakt dat een set zo klein en fijn was."

"Voor de rest is er de verfilming van het jeugdboek Rosie en Moussa, maar die is nu helemaal in handen van regisseur Dorothée Van Den Berghe, met wie ik ondertussen veel gesprekken heb gehad. Het wordt een film over Brussel waarvoor audities zijn gedaan in Brusselse scholen. Ze hopen te draaien in de zomer en klaar te zijn begin 2018. Rosie en Moussa komt daarnaast eindelijk ook in het Frans uit. En wat de boeken betreft, is er nu de bundeling van de Kleine Kassiekers (waaronder de Homeros-bewerkingen Veldslag om een hart en De lange weg naar huis, mb), en in februari komt (de bewerking van de theatervoorstelling Kamyon) Morgen is een ander land uit, dat ik heb geschreven nadat ik in de Begijnhofkerk van Daniël Alliët getuige was van de hongerstaking bij de vluchtelingen en besefte dat ik dat verhaal ook moest vertellen aan jonge kinderen."

Onlangs verscheen in een krant ook nog een opiniestuk van jouw hand waarin je je ergerde over de manier waarop ook intellectuelen volgens jou racisme te veel relativeren. Mogen we nog opiniestukken verwachten?
DE COCK: Ik sta soms versteld van de verschuiving van onze moraal. Hoe we stilaan alles maar normaal beginnen te vinden. Als men begint te vertellen dat Trump normaal is, of openlijk racisme hardnekkig blijft vergoelijken, dan erger ik mij en vind ik dat ik dat moet laten weten. Artistiek leider zijn van een huis als de KVS betekent meer dan een fijn programma samenstellen. Ik vind dat een stadstheater een plek moet zijn die ergens voor staat: een verbindend stadsproject.

Hoe heb je de eerste maanden bij de KVS ervaren?
DE COCK: De ploeg is intussen volledig, waardoor de sporen die we hebben uitgetekend nu pas echt kunnen samenkomen. Maar de eerste maanden heb ik het huis al zien zinderen van de goede vibes. Malcolm X en Para waren een hype, en ook (Not) my paradise en Domestica hebben het goed gedaan. We hebben keihard gewerkt. Als een team. En het huis staat er. Daar kan niemand naast kijken. En dit is nog maar een begin.

Ik denk dat we als stadstheater nog een grote marge hebben om de podiumkunsten te vernieuwen. Eerlijk gezegd ben ik er nu wel definitief achter dat onze stedelijke werking echt wel dieper ingrijpt dan het opvoeren van klassiek repertoire. Er wordt me nog wel eens gevraagd of dat wel echt waar is van die toenemende diversiteit. Wel, hier is het stilaan evidenter om stedelijke thema's en vormen te brengen dan regulier repertoire, dat natuurlijk ook zijn plaats heeft.

Een heterogeen en meertalig publiek krijgen, is niet meer de kwestie. Wel hoe we hen kunnen blijven uitdagen. Hoe we de ziel van deze stad kunnen raken. En hoe we onze producties op mondiaal niveau verspreid krijgen.

Malcolm X was knap, maar ik had het misschien nog revolutionairder verwacht.
DE COCK: Echt? Het is ongelofelijk wat voor reacties we hebben gekregen op die voorstelling. Van euforisch tot boos. Er zijn genoeg mensen kwaad geweest om de middelvingers die door de zangers en acteurs werden opgestoken. Zij vonden het net te agressief. Maar op het einde werd de voorstelling een groot feest met een verbindende energie. Daar was ik heel blij mee.

Nu is er dan jouw eerste en enige grote eigen regie in de KVS dit seizoen. De opvoering van de integrale Odyssee van Homeros, 24 zangen die je al langer bezighouden.
DE COCK: Sinds de vijfde Latijn-Grieks, bij de leraar waar ik nu nog contact mee heb in verband met de repetities. Daarna heb ik het verhaal bewerkt met Gerda Dendooven, en ook nog eens voor beeldsmederij DE MAAN. De boeken markeren de overgang van de orale naar de geschreven traditie. Onze literatuur begint dus met twee meesterwerken die het niveau van Bach halen, zeg maar. Voor mij bestaat er geen mooier materiaal dan dat. Omdat het zo onbezoedeld is en in heldere kleuren geschreven, zonder psychologisering – tenzij dan veruitwendigd in de figuren van de goden.

Ik ken de Ilias en Odyssee nu erg goed en wilde eens elke letter op de scène laten horen. De Odyssee zit vol fantastische monologen, cliffhangers en thema's. Het is een soort parallelle wereld die 3.000 jaar later nog altijd herkenbaar is. Je kan Odysseus de eerste bootvluchteling noemen, maar hij is vooral de eerste mens. Het is moeilijk om hem echt graag te zien, want hij is een leugenaar en een bedrieger, maar mede daardoor kom je in die boeken tot een diepe graad van humanisme.

Ondanks de evidente verschillen met de hedendaagse samenleving, vind je in de wereld van Homeros een diepe roep om vrede en harmonie. Heel de Ilias gaat over de wrok tussen de ego's van Hector en Achilles. Maar merk op dat Troje in de Ilias niet valt. Het boek eindigt met de magistrale zang waarin Priamos het lijk van zijn zoon gaat halen bij de vijand Achilles die hem heeft vermoord. Ze wenen bij het lijk en hebben een gesprek over sterfelijkheid.

Ik las vanochtend nog dat een van de overlevenden van de Bataclan is gaan praten met de vader van een van de daders. Dat doet daar heel hard aan denken. We hebben nood aan dat soort menselijkheid en mededogen.

De Odyssee gaat over hoe je moet leven. Over fernweh en heimwee. Het is een boek over thuiskomst en identiteit – Odysseus evolueert bij zijn thuiskomst ook van een niemand, die alleen door zijn hond wordt herkend, tot iemand. En het is een boek over filoxenia, de liefde voor de vreemde. Elke zang ademt dat uit. Als er iemand uit den vreemde komt, heet hem dan welkom, geef hem een bad, zalf hem en vraag hem dan wie hij is. Daar kunnen we wel wat van leren.

(Lees verder onder de foto.)

1555 Michael Decock
© Saskia Vanderstichele

Vandaag lijken we wat dat betreft in de omgekeerde wereld te leven.
DE COCK: We moeten natuurlijk niet doen alsof het vroeger beter was. Het was ook een gruwelijke tijd met een heel hiërarchische structuur waarin de koppen rolden. Je kan die filoxenia dus makkelijk relativeren, maar waar het mij om gaat is dat wij diepmenselijk voelen dat we die gastvrijheid aan de dag moeten proberen te leggen. Dat wij dat moeten doen voor elkaar. Iemand die vandaag zegt: "Wir schaffen das", wordt als wereldvreemd afgeschilderd. Een enorme politieke blunder, hoorde ik iemand onlangs zeggen. Als je pragmatisme voor ethiek zet, dan ben je bij voorbaat verloren.

Misschien apprecieerden mensen de zwervende vreemdeling vroeger meer om de ervaringen die hij opdeed en de verhalen die hij meebracht. Daarmee vertegenwoordigde hij een menselijk kapitaal.
DE COCK: Toen Bob Pleysier nog directeur was van het Klein Kasteeltje zei hij me ooit dat het energieniveau van de bewoners daar – van de vluchtelingen dus – veel hoger lag dan het gemiddelde hier bij ons. Wij miserabiliseren die groep inderdaad te snel, en medelijden is in die zin vaak een slechte emotie. We doen zeker te weinig met dat kapitaal dat wachtend in de vluchtelingencentra stilaan gefrustreerd raakt.

Waarom wilde je de Odyssee integraal ensceneren?
DE COCK: De Odyssee is eigenlijk vooral bekend voor de avonturen uit het tweede van de vier delen – het deel over Circe, zijn reis naar de onderwereld, zijn ontmoeting met de cycloop, zijn tocht over zee langs monsters als Scylla en Charybdis en langs de Sirenen. Een verhaal over dood, seks en visioenen uit het onderbewuste.

Maar het is de hele trip, de hele reis, die essentieel is voor de Odyssee. Acteur Tom Jansen zei pas nog dat de Odyssee geen moment suprême heeft. Het gaat nooit over het consumeren van het moment, altijd over de weg ernaartoe. Ik wilde dus niet bewerken, maar de mantra en de trance van die reis in ere houden. Het is ook een boek over de herinneringen van iemand de terugblikt.

En over tijd. Ben je op je veertigste, na tien jaar oorlog en tien jaar zwerven, nog wie je was toen je twintig was? En wat is dat wachten voor die vrouw versus dat rondzwerven voor die man? Om daar een idee van te krijgen, heb je alle verzen nodig. En dat zal soms pijn doen. Het is een intense tekstvoorstelling. De nieuwe vertaling van Patrick Lateur is pure literatuur.

Die in deze versie wordt vertolkt door 27 mannelijke acteurs, drie vrouwelijke, en choreografe Lisbeth Gruwez die op het einde de rol van Penelope voor haar rekening neemt. Zal je de verschillen tussen de acteurs die Odysseus spelen, uitspelen?
DE COCK: Ja. Er blijft natuurlijk een rode draad, maar een held bestaat niet, en dus is deze opvoering een fragmentering of deconstructie van de held in 24 energieën. De acteurs treden ook aan van jong naar oud, van 15 tot 72.

Je bewaakt in je werk en in de KVS nauwgezet de verhouding tussen het aantal mannen en het aantal vrouwen, maar dat ligt hier moeilijk.
DE COCK: Ja, dat vinden we bij de KVS heel belangrijk. Het zijn veel mannen, maar het stuk begint met drie jonge godinnen en het eindigt met Lisbeth Gruwez. Samen zijn zij al die mannen waard. De mannen hebben al die woorden, Lisbeth Gruwez maakt met Penelope een woordloze epiloog.

Toen ik lang geleden aan Gerda Dendooven ging vragen of ze mijn jeugdbewerking van de Odyssee wilde illustreren, begon ik over thema's als vluchtelingen en heimwee en antwoordde zij: "Gaat dat niet gewoon over een vent die niet terug naar huis wil?" Om maar te zeggen dat het vrouwelijke perspectief onontbeerlijk is voor een goed begrip en de juiste artistieke kwaliteit.

PRAKTISCH
Deze voorstelling van meer dan 24 uur kan je over drie dagen beleven (2 > 4/2) of als één lange theatermarathon (24 & 25/3). Instappen in het verhaal kan op elk moment. Tussen de zangen door kan het publiek de zaal in en uit. Tijdens de éénmalige marathonversie op 24 en 25 maart is de KVS non-stop meer dan 24 uur open. Slaap- en eetgelegenheid worden voorzien. Het stuk wordt niet boventiteld, maar een Franstalige versie van de Odyssee is wel raadpleegbaar.

Odysseus. Een zwerver komt thuis. 02/02 > 04/02 (premièrereeks), 24/03 & 25/03 (marathon), KVS, Brussel
> Volg op 2, 3 en 4 februari de livestream op bruzz.be/live

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • De obesitas-epidemie: kwart Brusselse kinderen te dik
  • Adriana Costa Santos leidt vrijwilligersoperatie in Maximiliaanpark
  • De laatste week van Jean-Pierre Bruneau
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
deze week
  • Children of the revolution: Wiels remembers the lost art of Sophie Podolski
  • Laurence Vielle & Els Moors: dichters op ronde
  • Mathilde Renault: Chanteuse inspirée par la nuit
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
Neem een abonnement
Lees ook