Sois rebelle et tais-toi: het stadsvisioen van Wide Vercnocke en Carmien Michels

Voyeurs in BXL© Karen Vandenberghe

Een invitatie van het Passa Porta Festival moest Zwangere Guy afslaan, maar voor BRUZZ ging onze gasthoofdredacteur graag in gesprek met tekenaar Wide Vercnocke en schrijfster Carmien Michels, die in Voyeurs in BXL een duister, hoopvol en wonderlijk poëtisch stadsvisioen componeren. Een ontmoeting tussen twee stemmen van Brussel, die van nu en die uit de toekomst.

“Uw teksten zijn echt neig! Ik heb Wie is Guy? al dagen op repeat staan. Su-per-goed! Ik had mijn vrouw nog zo beloofd dat ik niet ging fanboyen, maar fuck it,” lacht Wide Vercnocke als hij samen met Carmien Michels aanschuift bij gasthoofdredacteur Gorik van Oudheusden ofte Zwangere Guy. “Nee nee, vandaag gaat het niet over mij, maar merci,” repliceert die glunderend.

Terecht, want Wide Vercnocke weet waarover hij het heeft. De meest poëtische beeldenmaker die we rijk zijn, tekent alsof hij gedichten schrijft, haarscherp in the centre en wonderlijk flou aan de randjes. En met Carmien Michels zit er ook een Nederlands en Europees kampioene slam poetry aan tafel die ook op papier – met de romans We zijn water en Vraag het aan de bliksem, en de dichtbundel We komen van ver – hoge ogen gooit. Word up, met andere woorden. En toch is Voyeurs in BXL, dat in première gaat op het Passa Porta Festival, een voorstelling over een stad die er het zwijgen toe doet. “Brussel, maar dan in een fictieve toekomst,” verduidelijkt Carmien Michels. “De stad waar normaal zoveel wordt gepraat, zwijgt in onze voorstelling. Dat lijkt paradoxaal, maar het idee is gegrond in wat we nu al zien in de stad. Hier gebeurt zoveel van onderuit, burgers komen los van de politieke stilstand en ondernemen dan maar zelf actie. Dat idee hebben we doorgedreven. Het zwijgen van de bevolking gebeurt uit burgerlijke ongehoorzaamheid, omdat ze geen zin meer heeft in al het politieke getetter boven haar hoofd.”

1655 Wide  Carmien kleur3
© Karen Vandenberghe
| Wide Vercnocke en Carmien Michels, voyeurs in BXL

Voor dat Brussel hebben Carmien Michels en Wide Vercnocke zich – samen met co-schrijver en -speler Max Greyson en muzikanten Jolien Deley en Tim Coenen – geïnspireerd op gesprekken die ze voerden met een aantal Brusselse makers rond de vraag: wat is een Brusselaar? “Daar kwam uit dat de Brusselaar, over al zijn verschillende identiteiten heen, een plantrekker is,” vertelt Carmien Michels, “iemand die niet in de watten wordt gelegd door zijn stad, maar er wel het beste van probeert te maken. Het is iemand die goed rondkijkt, die zichzelf is maar ook zichzelf kent. Daarom krijgt Barbara, mijn personage, als buitenstaander toegang tot de stad: ze toont zich kwetsbaar, eerlijk en bereid om dingen op te geven, behalve zichzelf. Dat vonden we een goed uitgangspunt: als Brussel utopisch is en toch grenzen heeft voor mensen die het verpesten, wat zijn dan die grenzen? Dat linkt dan weer door naar de migratiekwestie die in Brussel extreem zichtbaar is.”

WORDY RAPPINGHOOD
Carmien Michels en Wide Vercnocke zijn ook buitenstaanders, voyeurs in Brussel. Wide Vercnocke: “Ik heb een tijd in Brussel gewoond, aan Fontainas, maar ik kan mij de stad niet toeëigenen. Dat maakte het moeilijk om een stem te vinden waarmee we kunnen babbelen over de stad, vandaar het voyeuristische hart, dat klopt voor de stad. Ik heb gestudeerd aan Sint-Lukas, en naar Brussel komen, vanuit mijn blanke bubbel, boezemde me wel wat angst in. Door hier te wonen, is heel mijn wereldbeeld opengegaan. Die ervaring delen we.” “Wat is jullie gemeenschappelijke band met Brussel?” vraagt Zwangere Guy zich af. Wide Vercnocke: “Carmien, Max en ik hebben elkaar leren kennen in de Monk, tijdens De Sprekende Ezels. Toevallig circuleerden we allemaal rond Brussel en onze energie en inspiratie kwamen heel erg uit de stad. Met Voyeurs in BXL willen we laten zien dat Brussel the shit is.”

“Die rol van buitenstaander ervaar ik in alles,” reageert Carmien Michels. “In elke thematiek waarover ik schrijf, ben ik een voyeur die verhalen van mensen steelt. Ik heb hier zo ooit nog in de Belga gezeten achter een onnozel bordje, ‘Racontez-moi tes histoires’ stond daarop. Dit is sowieso een stad waarin iedereen constant tegen ons begint te praten, in gelijk welke taal. Je zou het nu niet zeggen, maar ik was vroeger echt introvert. Toen ik voor het eerst iets voor mijn klas moest brengen, merkte ik dat mijn betere zelf naar boven kwam, dat ik moediger werd. In Antwerpen kwam ik terecht in de slamscene, tussen mensen die allemaal een andere achtergrond hadden, maar wel stuk voor stuk fixers, hustlers en overlevers waren.”
Zwangere Guy: “Ik ben beginnen rappen op straat, in cirkels, door iemand die mij in een freestyle helemaal heeft gebroken. Gökhan van Genk, Gökhan Girginol, een supergoeie rapper toen, met het hart op de juiste plaats. Ik herinner me nog heel expliciet wat hij allemaal zei. Heavy shit hoor, ik stond aan de grond genageld, met twaalf man rond mij. Op het moment dat je afgaat, druip je af of blijf je staan en trek je je eraan op. Maar het was ook respectvol, na die cirkel hebben we een uur gebabbeld. En dan heb ik gezegd: binnen tien jaar pak ik u. (Lacht) Nog altijd vind ik: hoe dichterbij het publiek, hoe spannender en hoe directer de energie.”

LOPEND VUURTJE
Ketjesvuur, Feu de Ket, zo heet de positieve energie die de stad overspoelt in Voyeurs in BXL. Op de try-outdag in GC De Linde in Haren – zonder Zwangere Guy, die op dat moment onderweg is naar Nederland – zijn die energie én de zenuwen voelbaar. Een select groepje vrienden komt samen om met zachtheid en respect te ontrafelen, af te breken en weer op te bouwen. Er moet nog wat worden gesleuteld, verscherpt en verhelderd, is de conclusie, maar de pit van wat zich hier in ruwe vorm afspeelt, is een vurig ding. Een toekomstvisioen dat aanstekelijk is, positief, liefdevol. Dat soms naïef is, en dan weer vlijmscherp en duister. Maar altijd poëtisch, met beest Brussel dat woordelijk, muzikaal en visueel door elke scène sluipt.

Voyeurs in BXL
© Karen Vandenberghe
| Voyeurs in BXL

Met een brandpunt in 22 maart 2016, de dag waarop Lami, de vriend naar wie Barbara op zoek is, verdween. Carmien Michels: “We hebben de grote symbolen wat gemeden, maar de aanslagen zijn er toch in gekomen, omdat op dat moment Lami niet alleen Barbara’s persoonlijke verlies is, maar ons gedeelde trauma.”

De stad waarin Barbara zoekt naar wat in het verleden ligt, en waar ze uiteindelijk zichzelf zal vinden, hult zich in zwijgen. “Ik heb het gevoel dat wat er in de nasleep van die dag drie jaar geleden gebeurde aan de trappen van de Beurs heel stil was. Mawda (het tweejarige Koerdisch-Iraakse meisje dat stierf door een politiekogel, ks) zit ook in de voorstelling. Dat was ook zo’n brute realiteit die in mij eerst een groot zwijgen veroorzaakte. Het Brussel uit de voorstelling staat daar verder in. Het zwijgt niet om iets buiten zichzelf, het zwijgt omdat het daarvoor kiest, omdat het dat kan.” “Omdat babbelen niets voortbrengt,” spreekt Brussel (met de stem van Max Greyson) in de voorstelling. “Elke keer ge vloekt valt er een lieveheersbeestje uit de lucht, pats, dood, fini, vleugeltjes stil, pootjes omhoog.” Praten is futile. “Dat hebben wij beseft. Dat schreeuwen niet deert, praten niet baat en dat vloeken niet bevrijdt. Tu parles, tu cries, tu râles. Ge boomt maar door, ge raast maar voort. En wat hebt ge in uw leven nu in feite al echt gezegd? (En hoeveel lieveheersbeestjes zijn er voor u al gestorven?)”

De stad, met op haar plattegrond onder meer de Lumumbalaan en het Mawdaplein, duldt geen tegenspraak meer. “Protest is van alle tijden,” verwoordt Wide Vercnocke het, “maar ik denk wel dat je er tegenwoordig niet meer naast kan kijken. Ook al sluit je je oogkleppen, het zit in je straat, in je journaal… In de teksten, in de muziek, in de manier waarop we beelden gebruiken, sluipt die tijdgeest binnen, denk ik, de noodzaak om het oneens te zijn.”

1655 Wide  Carmien kleur
© Karen Vandenberghe
| Voyeurs in BXL

“Het kolonialisme, ‘Laisse les Filles Tranquilles’… we schuiven ze niet naar voren als thema,” vervolgt Carmien Michels. “Het is geen debat meer, we gaan over racisme, vrouwenrechten enzovoort geen voor en tegen meer aan het woord laten. Nee, dit is onze visie, zo wil Brussel het.” Het maakt van het Brussel uit Voyeurs in BXL tegelijk een utopie. Het is snoeihard, maar de vrijheid die het Ketjesvuur veroorzaakt, zal altijd botsen op machtsmisbruik. “De scène waarin Barbara ’s nachts bevrijd door de stad loopt, en op straat een kopstand doet met haar benen gespreid, zonder angst dat er iemand naar haar grijpt, ging eerst vergezeld van het gezang: ‘The raping of the bodies will continue, the raping of the bodies will go on.’ Heftig, hè. Seksuele agressie blijft een machtsmiddel, altijd, in elke oorlog. Natuurlijk kan je de vrijheid in de utopische Brusselse stad ook weer linken aan voyeurisme. Vanaf dat er iets gebeurt in de stad, knippen alle lichten aan en grijpen de burgers direct in. Maar je geeft voor die veiligheid wel een individualiteit op. Er is altijd een randje.”

IT’S OH SO QUIET
Zo ook in de voorstelling. De zoektocht die Barbara onderneemt leidt haar door een zwijgende stad. Ze toont een foto van Lami, maar nergens volgt herkenning. Er valt geen woord en dat drijft haar tot wanhoop. Tegenover een publiek, dat zich, van nature zwijgend, in een harde rol voelt geworpen. Zoals de standbeelden, die opduiken in het nieuwe Brussel, als zachte monumenten, herinneringen aan wat is verloren. “Het zijn heiligen waar mensen hun ei aan kwijt kunnen. Een soort hedendaagse biechtstoelen. Voor mij gaat dat ook over de onkenbaarheid van andere mensen. Pas als ik die aanvaard, word ik zelf toegelaten.”

Het is in die leegte dat woorden er echt toe doen. Als de witruimte op een blad, de stilte tijdens een voordracht. “De slam poet die zwijgt… We hebben in het begin zelfs overwogen om een hele voorstelling lang te zwijgen... (Lacht) Max en ik hebben twee jaar lang heel veel tekst geschreven en zijn dan gaan schrappen. Je wilt ook iets aan de verbeelding overlaten. Sommige dingen vangt Wide op, maar hij maakt geen beelden die de gaten in het verhaal invullen, zijn beelden laten de poëzie ontstaan.”

Je ziet standbeelden die versplinteren en als een mozaïek weer in elkaar worden gezet, woordenstromen, ogen, oren en monden. De zintuigen staan op scherp in de tekeningen die Wide Vercnocke op een transparant doek midden in de ruimte projecteert. Scherper dan anders, omdat de tekenaar spaarzaamheid aan de dag legt. “Ik zou veel meer kunnen uitpakken, bombastischer tekenen, ja. Maar ik wilde minimalistisch werken, met zo weinig mogelijk middelen een zo groot mogelijk effect sorteren. Een bolletje met twee lijntjes wordt een oog met een bewegende pupil. Dat heeft iets heel bevreemdends, maar geanimeerd, op de scène, wint het aan kracht. Misschien ligt het aan de overdaad aan beelden, en wil ik die tegengaan? Je staat als mens in de wereld waarin je leeft, dat is een organisme. En als je voelt dat er iets mis is met dat organisme, ga je gezonder leven. Dat is ook een manier om je ongenoegen te uiten.”

“We hebben vaak de neiging om momenten vol te praten,” gaat Carmien Michels verder. “Hoe meer je je op je gemak voelt, hoe makkelijker je kan zwijgen. Zwijgen is ook in het moment staan, niet in gedachten vooruitlopen op wat je zegt. Als je zwijgt, kijk je en word je bekeken. En elkaar aankijken is toch ook een beetje in elkaars ziel kijken. Het is een manier om naar de mens terug te keren, en niet naar dat rationele wezen dat we zijn. Zwijgen is meer lichaam, meer nu. Er zijn.”

DE KLANKENTAPPER
En in dat moment je overgeven aan de veelheid, het andere, het oninneembare. “Ik ben veel, maar helder ben ik nooit,” spreekt de ziel van het nieuwe Brussel uit tijdens de try-out. Carmien Michels: “Dat is toch mijn beeld van Brussel. Wanneer ik het in woorden probeer om te zetten, raak ik niet verder dan wat klanken. Terwijl de sfeer van de stad in mijn bewustzijn haarscherp en heel duidelijk voelbaar is.”

Voyeurs in BXL
Voyeurs in BXL

“Dat heeft met de veelheid te maken, denk ik,” pikt Wide Vercnocke in. “Brussel is voortdurend tegendraads in verandering. Zwangere Guy heeft ook dat Brusselse DNA, dat surreële en zelfrelativerende. In de clip van ‘Wie is Guy?’ laat hij zijn gezicht vol jizzen, wie the fuck doet dat?! Fantastisch, toch. In de hiphop babbelen de stoere ‘boys’ normaal over hoe zij de ‘bitches’ vol spuiten. En de Guy pakt het en maakt het zoals hij het wil. Straf. Hij spreekt, met zijn eigen probleemjeugd, andere jongeren aan. En hij doet dat heel tastbaar en niet te serieus, maar ondertussen woelt hij wel serieuze materie boven. Zeer nu.”

Voyeurs in BXL
30/3, 13.30, Beursschouwburg

Passa Porta Festival
28 > 31/3, verschillende locaties

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?