Estafette: De warmste training van 2016

Patrick versnelde. Plots liepen we met 16 à 17 kilometer per uur door het Ossegempark in Laken. De loper naast me leek in geen enkel opzicht op de man met de wandelstok, de trillende handen en het spastisch schuddend hoofd die ik net heb leren kennen. Mijn mond viel open van verbazing.
Wacht. Even terugspoelen.

Nul goesting had ik erin. Nougatbollen. Geen sikkepit. Wat vreemd is, want normaal moet je het me geen twee keer vragen om te gaan lopen. Collega Peter moet het gezien hebben aan mijn tronie. “Zullen we eerst even koffiekoeken gaan halen, voor we vertrekken?” probeerde hij wat goesting in mijn lijf te masseren. Goed idee, maar ik was nog verre van ontdooid.

Op de achterbank stouwde ik een croissant en een chocoladekoek naar binnen. Take-awaykoffietje daarbij. Met elke hap ging de stemming in de auto crescendo. Maar van een volksfeest op de achterbank was geen sprake.

Ik was achteraan gaan zitten omwille van de ruimte. Ik moest me nog omkleden. Uit mijn rugzak diepte ik een effen zwart looppakje op. Het was al 9 december, maar ik had toch maar voor een korte broek gekozen.

Collega Maarten belt. “Waar zitten jullie?” “We zien de bollen van het Atomium al,” antwoord ik naar waarheid. “Wij zitten een koffie te drinken in de cafetaria naast de onderste bol. Probeer zo dicht mogelijk te parkeren.” “Doen we.”

Nog steeds met een flink pak tegenzin stap ik uit de wagen. Huppelend om de kou te verjagen loop ik naar de cafetaria. Mijn blik vindt meteen een roodharige dame aan een tafeltje. Naast haar mijn collega Maarten. Tegenover haar een man in een trainingspak met bevende handen en wandelstok. Hij zit wat gebogen over zijn koffie, maar recht zijn rug als hij me ziet. Ik stel me voor. Hij doet hetzelfde. Enthousiast pakt hij mijn hand vast en tikt me kameraadschappelijk op mijn schouder.

Patrick Demouselle is de naam. Als we samen het tafeltje verlaten om een loopfilmpje te maken, weet ik nog niet welke verpletterende indruk deze man op me zou maken.

“Ik ben er nu 52,” steekt hij van wal. We wandelen naar de auto. Door de trillingen in zijn hand zwaait zijn stok eerst alle kanten uit, alvorens op de grond te landen. “Het is allemaal begonnen met pijn in mijn elleboog. ‘Een tenniselleboog,’ zei de dokter toen. Maar ik speel geen tennis en ik ben bovendien rechtshandig terwijl mijn linkerelleboog zeer deed.” Was het maar een tenniselleboog. De juiste diagnose luidde: Parkinson, een degeneratieve en ongeneeslijke ziekte. Patrick was toen net veertig jaar geworden.

Maarten nestelt zich met een camera in de kofferbak van de wagen. Patrick en ik moeten achter de wagen aan lopen voor een filmpje.

“Je moet me helpen met de eerste stap. Zet je voet eens voor mijn benen.” Ik kijk Patrick als van het Lam Gods geslagen aan. Maar het blijkt een trucje om te starten met lopen. “Ik heb een obstakel nodig om over te stappen. De eerste stap is de moeilijkste, daarna gaat het als vanzelf.” Ik begrijp het nog steeds maar half. “Het heeft te maken met de hersenen en het verschil tussen bewuste en onbewuste bewegingen. Ik moet me bewust zijn van een obstakel, om mijn hersenen in loopmodus te schakelen. Lopen is voor mij eigenlijk gemakkelijker dan stappen. Het gaat automatisch. Vermoeiender, maar gemakkelijker.”

Ik volg Patrick al slalommend langs Lakense bomen. Deze relaxte pas lijkt hij uren te kunnen volhouden. Een wandelstok lijkt helemaal overbodig. Hij vertelt honderduit over de hartverwarmende reacties van collega’s en familie op zijn ziekte. Over de pijn die hij dagelijks moet verbijten en de hoop op medicatie. Over hoe inspirerend mensen hem vinden en de torenhoge prijs die hij moet betalen om inspirerend te zijn. En ja, ook over doodgaan. Geen taboes.

Patrick heeft het vlaggen. Hij wil per se sprintjes trekken. Mij niet gelaten. “Maar ik ga je niet sparen,” waarschuw ik hem. “Dat je Parkinson hebt, is een flauw excuus.” Ik kan soms zo onbeschoft zijn. Gelukkig is een portie zwarte humor Patrick niet vreemd. En plus, de versnellingen die Patrick uit zijn broekspijpen schudt, zijn zonder meer indrukwekkend.

Tijd voor de reality check. Het lopen gaat na een tijdje steeds stroever. “Als je nog een interview wil doen, moet het snel gebeuren. Mijn medicatie begint uit te werken en ik voel de verlamming intreden. Ook praten wordt dan moeilijker.’ We gaan op een bank zitten. Ik stel enkele vragen. De camera loopt. Patrick antwoordt als volleerd redenaar helder en precies op elke vraag die ik op hem afvuur. Tegelijkertijd gaan zijn handen steeds heviger trillen en maakt zijn ziekte zich langzaam weer van hem meester. Waar is die loper van daarnet ineens naartoe?

Bram Van de Velde is radiopresentator op BRUZZ en actief vrijetijdssporter

> Warmathon. De Vlaamse Parkinson Liga en Move for Parkinson vzw zijn twee verenigingen die door de acties tijdens de Warmste Week ondersteund worden. Schrijf je in voor de Warmathon op www.dewarmsteweek.be

Lees meer over
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.