Geert Bourgeois: 'Wie onze waarden bevecht, heeft hier geen plaats'

Geert Bourgeois bemant sinds de zomer van 2014 het Brusselse Martelaarsplein. De Vlaamsnationalist heeft besparingszorgen, maar is ervan overtuigd dat de Vlaamse samenleving daar sterker zal uitkomen. En Brussel? “Het is tijd voor politieke actie, nu.”

I n een klimaat van angst is Brussel de klos. Een schooldirecteur uit Halle wil niet dat zijn leerlingen op schooluitstap gaan naar de Vlaamse hoofdstad, want Brussel is een plek waar militairen rondlopen wegens het terreuralarm, en daar wil je toch geen kinderen naartoe sturen. Wijs of niet, Brussel noch Vlaanderen komen ongeschonden uit dit mini-debatje.

Vlaanderen debatteerde vorige week in zijn parlement wel over de radicalisering van (moslim)jongeren. Één van de wortels van de hedendaagse terreur. Er komt een tijdelijke parlementaire commissie die zich met het probleem zal bezighouden.

Wij hadden de indruk dat het ‘radicaliseringsdebat’ in het Vlaams parlement draaide om één woord, gebruikt door uw coalitiepartner Bart Somers: empathie. We moeten met z’n allen ‘empathischer’ zijn voor mensen die radicaliseren. Is dat de richting die de Vlaamse regering uit wil?
Geert Bourgeois: “Ik vond het een sereen debat. We hebben de rangen proberen te sluiten, eerder dan partijpolitieke tegenstellingen op te zoeken. De klemtoon ligt bij preventie en detectie. Dat is normaal, want de harde bevoegdheden zoals veiligheid liggen op het federale niveau.”

“Persoonlijk vind ik het dan ook belangrijk dat de samenleving benadrukt dat we het geluk hebben om in een democratie te leven, een rechtsstaat. Ik vrees dat vooral jonge mensen dat te weinig beseffen. Er leven ideeën bij een deel van de bevolking die in de richting gaan van een dictatuur, een sterke man, enzovoort. Dan zeg ik: onze vrijheden hebben we nog niet lang. De enige manier om samen te wonen in onze pluralistische samenleving is om dezelfde waarden van de verlichting te delen. Gelijkheid tussen man en vrouw, scheiding van kerk en staat, vrijheid van mening en levensbeschouwing. Alleen zo maak je samenleven mogelijk.”

Maar moet onze eerste reflex dan ‘empathie’ zijn? Als we Vlaams parlementslid Bart Somers horen, dan lijkt die radicalisering wel alleen maar onze fout te zijn.
Bourgeois: “Mocht dat de teneur van het debat geweest zijn, dan zou ik het er grondig mee oneens zijn geweest. Ik ben niet zo iemand die zegt dat alles de fout van de samenleving is. Het is niet omdat je het goed of slecht hebt in je leven, dat je al dan niet terrorist wordt. Integendeel, vele Syriëronselaars komen uit bemiddelde gezinnen en zijn hoogopgeleid, en zijn soms zelfs ‘autochtoon’. Vlaanderen geeft genoeg kansen, ons onderwijs biedt alle kansen. Dus onze schuld... Neen, de lijn van Bart Somers en van mij is dezelfde, en die is niet relativistisch.”

Uw partijgenote Nadia Sminate hield een feller pleidooi. Zij zei dat de islamitische geloofsbelijdenis in zwart-wit, de slogan en kleuren van de Islamitische Staat, kunnen worden opgevat als een oorlogsverklaring. Is dat dan ook uw lijn?
Bourgeois: “Ja, maar die lijn heb ik niet gevolgd tijdens mijn inleidende toespraak. Ik vond dat ik als minister-president verenigend moest spreken. Maar ik herhaal mijn boodschap: wie onze waarden bevecht, heeft hier geen plaats. Ik wil niet in een dictatuur ontwaken. Haat-imams mogen we niet tolereren. De beleving van de godsdienst eindigt bij een gebrek aan respect voor andere levensbeschouwelijke overtuigingen, bij gebrek aan respect voor de mensenrechten. De grens tussen de onvrije en de vrije samenleving zijn de waarden van de verlichting en de universele rechten van de mens. Dus ja, ik sluit me aan bij Sminate. Als mensen deze rechtsorde omver willen werpen, dan moeten we daar hard tegen optreden.”

“Hoe pakken we het dan aan? Staar u niet blind op alleen maar het debat in het Vlaams parlement. De strijd woedt op vele fronten. Onlangs zei een vriend die in het onderwijs staat me dat zijn klas in meerderheid achter de terreuraanslagen in Parijs stond. Hoe ga je daarmee om? Er zou een heldere lijn moeten lopen van preventie – het onderwijs, waar we zulke gedachten preventief bestrijden – tot en met de laatste schakel, de veiligheid, zoals interventies in Verviers. Volgens mij lossen we het radicaliseringsprobleem alleen zo op.”

Goed, maar het blijft allemaal, met permissie, klinken alsof we een grote fout hebben gemaakt als samenleving, en dat we die fout nu steriel proberen op te lossen.
Bourgeois: “De fout die we gemaakt hebben, is dat er jarenlang geen migratiebeleid was. Er is al officieel een migratiestop sinds 1974, en sindsdien zijn er hier meer dan een miljoen mensen bij gekomen, hoofdzakelijk via asiel en gezinshereniging. Dat is geen beleid. We zijn ook te laat begonnen met een verplicht integratie- en inburgeringsbeleid. Dat is er in Vlaanderen, in Wallonië en Brussel nog niet.”

Over naar Brussel. Steeds meer migranten zien het nut van het Nederlands in, en leren onze taal. Tegelijkertijd zegt uw minister bevoegd voor Brusselse aangelegenheden dat het “niet aan de orde is om Brusselse gemeentebesturen en politieraden tot de orde te roepen wat betreft tweetaligheid.” Is dat niet dubbel ten opzichte van al die mensen die de moeite doen om Nederlands te leren?
Bourgeois: “Ik ga me niet uitspreken over wat Sven Gatz (Open VLD, bevoegd voor Brussel, CD/JMB) heeft gezegd. Ik heb dat niet gelezen of gehoord. Trouwens: Vlaanderen is inzake binnenlands bestuur bevoegd voor het Vlaams Gewest. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen we nu eenmaal niets afdwingen. Het is jammer dat alle kansen die Vlaanderen Brussel aanbiedt, niet gegrepen worden door Brusselse gemeenten omdat ze uit Vlaanderen komen, misschien?”

“Het zou goed zijn als men in Brussel hetzelfde model van inburgering zou gebruiken als in Vlaanderen. Inburgering is alles: taalonderwijs, maatschappelijke vorming, opleidingen.”

U hebt eerder al verklaard dat u het inburgeringsmodel één van de onderwerpen vindt die besproken moeten worden binnen de ‘Brussels Metropolitan’, het samenwerkingsverband tussen het Brussels Gewest, Halle-Vilvoorde en Waals-Brabant.
Bourgeois: “Inburgering moet binnen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in Brussel besproken worden. Structuren voor overleg zijn er al genoeg. Er moet niet nog eens een half jaar gepalaverd worden over een nieuwe structuur als de ‘metropolitane gemeenschap’. De krijtlijnen zijn al lang duidelijk. Ook Rudi Vervoort (PS), Brussels minister-president, heeft dat door. Het is gewoon een kwestie van politieke actie, nu.”

Maar wat is Brussels Metropolitan dan voor u? Nog niet zo lang geleden stond de N-VA vijandig tegenover dat overlegorgaan. Het werd gezien als een slinkse uitbreiding van Brussel.
Bourgeois: “Tja, bij mijn aantreden werd ik geconfronteerd met een bijzondere wet ter hervorming van de instellingen, een wet die de ‘hoofdstedelijke gemeenschap’ heeft opgericht. Als regering moet je dat respecteren, want wij volgen de wet. Brussels Metropolitan is goed om grote dossiers te bespreken, zoals de verbreding van de Ring rond Brussel. Maar we voelen ons niet gebonden door overleg binnen Brussels Metropolitan, en dat overlegorgaan verplicht ons ook tot niets. Behalve tot overleg over de opritten van de Ring rond Brussel. Alsof één Vlaams minister het in zijn hoofd zou halen om op- of afritten af te sluiten (lacht).”

“Het is belangrijk dat we samenwerken met Brussel in de harde sectoren, zoals tewerkstelling, arbeidsuitwisseling en mobiliteit. De aansluiting van het Brusselse en Brabantse tramnet is een concreet dossier, bijvoorbeeld, evenals de samenwerking tussen de arbeidsdiensten Actiris en de VDAB. Ons doel is van gewest tot gewest samenwerken om noodzakelijke werven tot een goed einde te brengen.”

Hoe wil de Vlaamse regering een sterk en kwaliteitsvol Nederlandstalig schoolnet ondersteunen? Het Neder-landstalig onderwijs barst uit zijn voegen, maar tegelijkertijd is de (Nederlandstalige) Brusselaar op zoek naar kwaliteit, en niet alleen naar kwantiteit.
Bourgeois: “We hebben vorige legislatuur alvast al veel geïnvesteerd. Tussen 2009 en 2014 is twintig procent van de nieuwe schoolcapaciteit naar Brussel gegaan, ofte 34,5 miljoen euro, en de ambitie was om 5.000 plaatsen bij te creëren.”

“Mijn Brusselse medewerkers op het kabinet zijn alleszins lovend over de kwaliteit van het Nederlandstalige Brusselse onderwijs. Als u met uw vraag doelt op het behoud van een voldoende niveau van het Nederlands, vooral voor moedertaalsprekers, dan wil ik u geruststellen: er is een voorrangsregeling. Na de broers en de zussen hebben de Nederlandstaligen voorrang. Deze regering geeft echt om het Brusselse onderwijs.”

Een paar weken geleden zei Jacky Goris, de directeur van het Brusselse gemeenschapsonderwijs, dat hij, als hij flamingant zou zijn, fier zou zijn om het Brusselse onderwijs te versterken, maar dat de nodige inspanningen van uw regering wel achterwege bleven. Samengevat: de N-VA vindt Brussel niet belangrijk. Een perceptieprobleem?
Bourgeois: “(gniffelt) Tja. Laat me er even het regeerakkoord bij nemen.”

“(citeert) Eerste zin van het hoofdstuk Brussel: Vlaanderen kiest resoluut voor zijn hoofdstad, en wil blijven investeren in infrastructuur ten behoeve van de Brusselaar. We blijven daarbij de Brusselnorm hanteren. Dat betekent dat de Vlaamse Gemeenschap voor haar beleid in Brussel 30 procent van de Brusselaars als doelgroep beschouwt, en dat vijf procent van de middelen die besteed worden voor gemeenschapsbevoegdheden aangewend worden voor beleid in en voor Brussel. Eerder sprak ik al van de twintig procent capaciteitsmiddelen die naar Brussel zijn gegaan. Wat wilt u dat ik nog zeg?”

Er was een achterstand in te halen, dus het is logisch dat er veel geld naar Brussel is gegaan.
Bourgeois: “Oké, maar er is overal een achterstand in te halen, ook in Antwerpen en Gent. En toch heeft Brussel twintig procent van de middelen gekregen. Ik heb altijd gepleit voor sterke investeringen in Brussel. Het mag altijd meer zijn, maar de budgettaire tijden zijn natuurlijk veranderd.”

Over budgettaire tijden gesproken. Uw regering bespaart op cultuur. Vlaanderen en Brussel staan nochtans op de wereldkaart dankzij cultuur.
Bourgeois: “We kunnen niet anders. De zesde staatshervorming legt ons besparingen op, 750 miljoen euro in 2015, anderhalf miljard euro in 2016. Daar komt nog eens bij dat de Europese begrotingsregels strenger zijn geworden, en dat de economische groei tegenvalt. Ik zeg dat niet, de Nationale Bank en het planbureau zeggen dat. We hebben gewoonweg minder middelen.”

“Dus stonden we voor een keuze: extra schulden maken, in een land met een zeer hoge staatsschuld, extra belastingen heffen, of de tering naar de nering zetten. We hebben voor dat laatste gekozen. Jammer genoeg betekent dat ook besparen op cultuur. U moet niet denken dat ik daar genoegen in schep. Dramatisch is de situatie ook niet, dus we zijn ook niet op weg naar een “sociaal en cultureel kerkhof,” zoals sommigen zeggen. In Nederland bespaart men veel zwaarder op cultuur. In Vlaanderen hebben we besloten om in te blijven zetten op de grote instellingen.”

Een grote federale instelling waar fors wordt bespaard is de Muntschouwburg. Volgens directeur Peter de Caluwe brengt elke investering in cultuur een meerwaarde in de economie met zich mee: één euro brengt in De Munt drie euro op.
Bourgeois: “Dat betwist ik niet. Cultuur heeft in de eerste plaats een enorme politieke en maatschappelijke invloed. Maar laten we redelijk blijven: we kunnen toch niet alles blijven subsidiëren? België bevindt zich in het vizier van de Europese Commissie omdat we zulke hoge schulden hebben en met een begrotingstekort kampen. We willen toch geen extra Europese boetes betalen? We kunnen toch niet nog meer belasten, of de factuur doorschuiven naar de volgende generaties? Het is voor niemand aangenaam, maar de besparingen zijn gespreid.”

U hebt nu al verschillende keren de Belgische constructie aangehaald ter rechtvaardiging van de besparingen. Het is door de zesde staatshervorming, de nationale staatsschuld, de Europese Commissie die België in het vizier neemt, de Nationale bank die zegt wat moet gebeuren... Waar komt dat geloof van uw partij in de constructie België plots vandaan?
Bourgeois: “Wij zijn legalisten. Er is een grondwet die nageleefd moet worden. Dat is het kader, en dat kader heeft niet veel geld meer. Vlaanderen maakt daarbinnen toch de oefening die wenselijk is.”

Maar waar zijn de Vlaams-republikeinse waarden naartoe?
Bourgeois: “Dat is een ander verhaal. De regering-Di Rupo heeft ervoor gezorgd dat de grondwet niet herzien kan worden, dus komen er geen communautaire hervormingen in deze regeerperiode.”

Onze grondwet? Valt daar in België niet altijd een mouw aan te passen?
Bourgeois: “(onverstoorbaar) En toch kan de grondwet nu niet herzien worden. Eén. Twee: geen enkele andere partij wil de communautaire toer opgaan. De kiescampagne ging vooral over sociaal-economische zaken, en daar hebben wij onze verantwoordelijkheid genomen. Dat betekent niet dat wij het confederalisme begraven. Mochten we onze verantwoordelijkheid niet hebben opgenomen, dan zou de Vlaming wederom zeggen dat zijn stem verloren was.”

“Zonder pretentie: ik kom niemand tegen die de situatie aangenaam vindt, maar de meesten hebben begrip voor de situatie. Er moeten keuzes gemaakt worden, en de bevolking begrijpt dat.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?