Hoe Kopenhagen het schopte tot meest leefbare stad ter wereld

Kopenhagen is een paradijs voor wie geïnteresseerd is in architectuur en stadsontwikkeling. Brusselse burgemeesters en vastgoedoperatoren trokken er samen naartoe op uitnodiging van minister Evelyne Huytebroeck (Ecolo).

K openhagen levert het bewijs dat met veel goede wil en gezond verstand een stad een andere richting kan worden ingeduwd. De hoofdstad van Denemarken stond in de jaren 1980 op de rand van het bankroet. Na enkele gerichte beslissingen is het nu een welvarende stad die maandelijks aangroeit met duizend inwoners. Dat is een zegen voor de stad. De aangroei is goed voor miljoenen nieuwe inkomsten, terwijl de extra uitgaven beperkt blijven. "We hebben er dus belang bij," zegt stadsarchitecte Tina Saaby, "om veel woningen te bouwen."

En gebouwd wordt er in Kopenhagen. Hele nieuwe duurzame wijken rijzen als champignons uit de grond. Terreinen van de voormalige haven lenen zich daar uitstekend toe. In de Zuidhaven bouwden de Denen in 2005 de wijk Sluseholmen: acht huizenblokken langs een netwerk van kanaaltjes.

Om de saaiheid van de blokken te doorbreken, kregen ze gevels aangemeten in de meest diverse vormen. Het is een rustige wijk, piekfijn gebouwd, met de charme van het altijd aanwezige water. Nog indrukwekkender is de bouw van een volledig nieuw stadsdeel aan de Noordhaven. Dat moet op termijn plaats bieden aan 40.000 bewoners en evenveel werknemers. Over enkele jaren opent daar een nieuwe metrolijn.

Die bouwlust gaat gepaard met innovatieve architectuur. Het zijn vaak jonge Deense architecten die hun verbeelding de vrije loop laten. Dat levert spectaculaire gebouwen op die internationale prijzen winnen en in architectuurtijdschriften verschijnen. Zo bijvoorbeeld het 8Tallet in het nieuwe stadsdeel Ørestad. Het is een gebouw met het grondplan van een acht. Getekend door Bjarke Ingels, een dertiger. Het ligt pal naast een natuurgebied en tart door de vormtaal alle verbeelding.

Toch is het geen architectuur om de architectuur. Er zit visie achter. Over de Deense architectuur is nagedacht, of het nu om het gebruik van zonlicht en schaduwpartijen gaat, of om de interactie tussen het gebouw en de gebruikers. De invloed van architect en theoreticus Jan Gehl is onmiskenbaar. Gehl gaat eerst observeren, en pas dan ontwerpen. "Eerst komt het leven," zegt Kristian Villadsen van Gehl Architects. "Dan de ruimte, en pas dan het bouwen." Dat levert bij Gehl een universele 'antropologische' architectuur op. Het maakt niet uit waar de architect moet bouwen, in China, Europa of Brazilië: de mensen zijn overal hetzelfde.

Veel inkijk
Er wordt tegelijkertijd heel sterk gewerkt met zichten. Hoe kijken mensen als ze in de straat lopen? Wat zien ze? En hoe kan de interactie tussen de mensen verbeterd worden? Het verklaart waarom Denen erg veel belang hechten aan 'open' gevels: met veel glas, en liefst nog zonder gordijnen zodat binnen en buiten met elkaar verbonden wordt. Voortuintjes zijn ideaal, want ze zorgen vanzelf voor gesprekken tussen bewoners en passanten.

Architecturale kwaliteit is niet alleen van tel bij woon- of kantoortorens. Julien De Smedt, die vroeger samen met Bjarke Ingels een bureau had, heeft aan de zeearm die door de Kopenhagen loopt een promenade gebouwd, met openluchtzwembad, en kayak-schans. Het is een relatief kleine ingreep in de stad die zijn effect niet heeft gemist. In de zomer is het the place to be in Kopenhagen.

De Brusselse architect toont ons in Nørrebro de hedonistic rooftop penthouses die hij ontworpen heeft boven een negentiende-eeuws woonblok. In ware teletubbiestijl zaaide hij er gras op glooiende hellingen, en maakte hij een terras van oranjerode tarmac. Verder is er een speeltuin, een observatieplatform en een buitenkeuken. De daktuin is niet van een of andere miljonair, maar is er voor de inwoners van het hele huizenblok.

Krankjorum
De vastgoedcrisis van 2008 heeft ook in Kopenhagen toegeslagen. Een aantal grote projecten vielen stil, zo bijvoorbeeld de reconversie van de oude Carlsbergbrouwerij tot een nieuwe stadswijk in het centrum. De Denen lossen dat slim op door er tijdelijke installaties te bouwen: een avonturenpark voor kinderen, of een betonnen hindernissenpiste waar Parkours kan worden beoefend (in Ørestad).

Soms slaat de creativiteit wel heel ver door. Het lijkt erop dat de burgerzin van de Denen die er onmiskenbaar is (het is proper, werkelijk ìedereen fietst) en de protestantse samenleving gecompenseerd moeten worden met een stevige scheut krankzinnigheid. Dat is bijvoorbeeld het geval in Nørrebro waar op een oude treinterrein het park Superkilen is gebouwd. Het was een participatief project in deze wat armere buurt waar veel migranten wonen.

De uitkomst is een inrichting waar elke homogeniteit zoek is en waar wordt geflirt met de 'moeilijke kanten' van de stad. Zo is er een publieke boksring in de buitenlucht, enorme luidsprekers in een betonnen omhulsel waar iedereen zijn mp3-speler op kan aansluiten, en een Zwarte Markt. Die kwam er op vraag van migranten die niet begrijpen dat altijd en overal belastingen moeten worden betaald. De plek is, onder meer, een taksvrije handelsplaats.

Opzienbarend is ook het gloednieuwe Ørestad schoolgebouw. De lagere school biedt plaats aan 750 kinderen, is in de hoogte gebouwd en maakt komaf met heel wat architecturale conventies. De ramen situeren zich laag, wat vervelend is voor volwassenen, maar kinderen zijn er dol op. Er zijn tal van speelplaatsen, onder andere op het dak. Door de ingenieuze indeling van het gebouw heeft de gebruiker nooit de indruk dat hij in een toren zit.

Pijnlijk
Voor de Brusselse beleidsmakers was het bezoek aan al dat fraais in Kopenhagen af en toe pijnlijk. De Deense overheid heeft duidelijk veel geld ter beschikking - het schoolgebouw bijvoorbeeld heeft meer dan 50 miljoen euro gekost. De Deense economie, met haar flexicurity en strenge migratiewetten, lijkt goed te functioneren. Als de stad iets wil, dan komt het er, en meestal nog snel ook. Brussel wordt, in tegenstelling tot Kopenhagen, alleen maar armer door de demografische groei. Verder kan de Kopenhaagse stedenbouw ook spelen met waterpartijen en is er nog heel veel ruimte beschikbaar. Daar kan Brussel alleen maar van dromen.

Nog één vergelijking: het Gewestelijk Ontwikkelingsplan voor Brussel telt meer dan vierhonderd pagina's. Dat van Kopenhagen vijfentwintig. Of zoals iemand ooit zei: "Een goed idee hoeft niet veel betoog."


Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook