'Kooiliften nog niet (helemaal) gered'

De strijd voor het behoud van de historische kooiliften is een stedelijke strijd, zegt Open VLD-parlementslid René Coppens. De wettelijke strijd is gestreden, maar de liftenbouwers en controleorganismen blijven dwarsliggen. Coppens dringt aan op waakzaamheid. En vooral: "Het Brussels Gewest moet blijven investeren in vaklui voor de aanpassing van oude liften."

De liftenlobby heeft destijds haar werk goed gedaan. Onder druk van Europa kwam er in 2003 een KB dat de modernisering van liften verplichtte. Onder het mom van verhoogde veiligheid joeg het KB mede-eigenaars van appartementen zwaar op kosten: de periode waarin de liften moesten vernieuwd of aangepast worden was erg kort, de vier grote constructeurs KOST (Kone, Otis, Schindler en Thyssen) hoopten hun prijzen op te drijven. Erger nog: de kooi- of accordeonliften moesten er aan geloven, eigenaars verkozen een moderne lift boven een buitensporig dure aanpassing.

René Coppens: "Door de nieuwe regeling dreigde een stukje stedelijk en Brussels erfgoed voorgoed te verdwijnen. De vaak prachtige liften vind je vooral in appartementsblokken in Antwerpen, Gent, Luik en Brussel. De renovatie van de liften leidde op iedere vergadering van mede-eigenaars tot verhitte discussies, de verontwaardiging groeide, eigenaars weten dat veiligheid een prijs heeft, maar de normen waren disproportioneel en absurd. Zo ontstond het Comité tegen het verplicht moderniseren van liften, ik heb de strijd gesteund sinds ik parlementslid ben."

Lente 2014
Het verzet van eigenaars en mede-eigenaars is niet vruchteloos gebleven. Eigenaars van liften die dateren van voor 1958 kregen ondertussen respijt tot in 2022. Maar toch is Coppens er niet gerust in : "Het is een goede zaak dat de methode Kinney, een alternatieve risicoanalyse, wettelijk erkend is. Maar heel wat controlebedrijven weigeren de methode toe te passen - SGS is de enige die ze wel toepast - en de grote liftenconstructeurs willen de aanpassingen in het kader van deze methode niet uitvoeren. Gelukkig bestaat er in Brussel een opleiding voor vaklui van oude liften, want er is ook een gebrek aan beroepsmensen."

Coppens dringt erop aan dat het Brussels Gewest een tandje bijsteekt om de Kinney-methode bekend te maken, ook veel eigenaars kennen ze nog niet. De stadswinkel bereidt een tentoonstelling voor om het brede publiek bewust te maken van de esthetische en technische erfgoedwaarde van historische liften. De expo moet ook de Kinneymethode promoten. Aansluitend op de tentoonstelling vindt een studiedag plaats voor syndici en verenigingen van mede-eigenaars, controlemechanismen en liftenconstructeurs. Maar dat is voor de lente van 2014.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over