Michiel Vandenbussche, pluralistische schepen

In oktober 2003 interviewde Karel Van der Auwera Michiel Vandenbussche voor de rubriek 'Wonen in Brussel' van Brussel Deze Week. Michiel Vandenbussche overleed in Etterbeek op 61-jarige leeftijd.

'Brussel moet leefbaar zijn voor iedereen'
"Ik hou enorm veel van Brussel. Omringd zijn door mensen met heel verschillende achtergronden is fascinerend en verrijkend. Het is ook mijn overtuiging dat wij Vlamingen de opdracht hebben aan te tonen dat multicultureel samenleven kan. Vroeger werden wij hier gediscrimineerd, nu moeten wij tegen discriminatie van andere bevolkingsgroepen ingaan. We moeten bondgenoten zijn voor de leefbaarheid van deze stad voor iedereen." Michiel Vandenbussche (58), de jongste jaren vooral actief als SP.A-schepen in Etterbeek, heeft nog niets van zijn strijdbaarheid én idealisme verloren.

Als we de woning van Michiel Vandenbussche betreden, valt me één ding onmiddellijk op. Overal paperassen, paperassen en nog eens paperassen. Tot in de keuken toe. "Het wordt mij nu toch wel een beetje te veel van het goede. Ik ga het gedeelte waar nu de keuken is veranderen en meer aansluiten op de tuin. Om een plek te hebben waar ik kan leven zonder al die papieren," zegt de gastheer. Waarop hij het bezoek meeneemt naar de tuin. Een tuin zonder gras, maar wel met veel groen, onder meer een indrukwekkende klimop.

Plaats vinden we aan een massief ijzeren tafel, met mozaïekblad van steen. Verweerd. Zoals de man, zoals de tuin. "Dit is Marokkaans, gekocht in Antwerpen. Ik hou van authentieke dingen." Het is ook een tafel die min of meer de politieke streefdoelen kan symboliseren die Vandenbussche zich meer dan ooit stelt.

"Brussel moet op de wereldkaart een stad worden waar internationale solidariteit een basisgegeven is. Ik vind het onvoorstelbaar dat Vlaanderen een minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft en Brussel, een viervoudige hoofdstad nota bene, niet. Ik wil daarvoor ijveren over de partijgrenzen heen. Het regeerakkoord na de verkiezingen van 2004 moet er een zijn waarin Brussel een duidelijke visie heeft op ontwikkelingssamenwerking en internationale solidariteit. Zoniet stap ik uit de politiek en engageer ik mij op andere gebieden om een en ander te verwezenlijken. Ik vind ook dat de niet-gouvernementele organisaties in Brussel te weinig van zich laten horen. In Vlaanderen heb je dat wel, in Wallonië heb je dat wel, hier niet."

"Op lokaal niveau trachten wij in Etterbeek het goede voorbeeld te geven door onze samenwerking met Essaouira, de enige Marokkaanse gemeente die een lokale Agenda 21 heeft. Lokale Agenda 21 is een uitvloeisel van de wereldtop in Rio de Janeiro in 1992. Toen heeft men gezegd: we moeten een mondiale agenda hebben voor de 21ste eeuw, waarin we de Noord-Zuidverhouding op een andere manier aanpakken, de kloof tusssen rijk en arm trachten te dichten. En we kunnen dat alleen maar bereiken door met lokale initiatieven de top te dwingen de zaken anders aan te pakken. Ik wil vorm geven aan die internationale solidariteit. Te beginnen met Etterbeek en met uitbreiding wil ik bewerkstelligen dat het gewest de lokale initiatieven op dat gebied ondersteunt."

Terwijl Vandenbussche zijn betoog afsteekt, valt ons oog op een witgeschilderd bakstenen huisje, achteraan in de tuin. "Dat is een verhaal apart. Nu is het voorlopig een opslagplaats voor van alles en nog wat. Maar vroeger hebben we daar tentoonstellingen gehouden. Het is de bedoeling dat we dat opnieuw gaan doen en ik wil er ook een energiehuisje van maken. Er gaat een tentoonstelling over energie komen plus een computer. Zo wil ik de mensen van Etterbeek de kans geven te berekenen hoeveel ze kunnen besparen door een andere producent te kiezen, nu de energiesector geliberaliseerd is. En meteen ook een verband leggen met duurzame ontwikkeling, water- en energieproblematiek."

Niemandsland
De telefoon gaat, niet voor de laatste keer deze middag. Het zijn drukke tijden voor al wat socialist is, met de beroering rond Robert Delathouwer en Anissa Temsamani. "Tja, ik weet ook niet goed meer wat ik er moet van denken."

Maar goed, terug naar Brussel. Waar Michiel Vandenbussche in 1970 neerstreek: een jonge afgestudeerde West-Vlaming die in 1968 studentenleider was in Leuven. "Renaat Roels heeft mij toen gevraagd voor de Stichting Lodewijk de Raet de leiding op te nemen van het project 'Vlaanderen in en rond Brussel'. Eerst heb ik een tijdje in Laken gewoond, toen in Schaarbeek. Uiteindelijk heb ik eind de jaren zeventig heel bewust gekozen voor Etterbeek. Vanuit mijn engagement voor de Vlaamse socialisten was het duidelijk dat Etterbeek een totaal niemandsland was. Ideaal voor mij: ik vond het al te makkelijk alleen in de Vlaamse kant van Brussel politiek te blijven werken, er moest ook aan pionierswerk gedaan worden. Ik ben nu ondertussen 21 jaar gemeenteraadslid en 14 jaar schepen."

Schepen van Leefmilieu en Huisvesting, Internationale Solidariteit, Informatica en E-Government én Nederlandse Cultuur en Welzijn, vermeldt zijn visitekaartje. Een goed gevulde agenda, zeg maar. "Ik ben ervan overtuigd dat ik al die jaren iets heb kunnen verwezenlijken voor de Vlamingen, dat de communautaire pacificatie er is. Anders zou ik er al uitgestapt zijn. Globaal genomen kan men stellen dat discriminatie ten aanzien van de Vlamingen grotendeels verdwenen is, al zijn er soms nog wat spanningen. Dat ik in 1999 vrijwillig ontslag heb genomen uit het Brussels en Vlaams Parlement en zo bewust heb gekozen voor Etterbeek, heeft ertoe bijgedragen dat ik ook voor andere bevoegdheden, die niets met de Vlaamse aanwezigheid te maken hebben, toch wel weeg in het schepencollege. Dat ik niet meer aan cumul doe en mij volledig voor Etterbeek engageer wordt wel geapprecieerd, denk ik."

Schepen voor iedereen
Was de discriminatie tegenover de Vlamingen de aanzet tot Vandenbussches politiek engagement in Etterbeek, dan heeft hij tegelijkertijd ook nooit alleen maar schepen voor de Vlamingen willen zijn. "Etterbeek is nog steeds een sterk verfranst gebied. Maar tegelijkertijd heeft niemand hier de meerderheid, ook niet de zuiver Franstaligen. Ik ben van mening dat je een beleid moet voeren dat die multiculturaliteit respecteert. Ik heb altijd geweigerd alleen schepen voor de Vlamingen te zijn. Ik wil schepen zijn voor alle Etterbekenaars. Ik wil dat wij als Nederlandstaligen worden gerespecteerd, ik wil dat de dertig procent niet-Belgen gerespecteerd worden en dat de Franstaligen alle ontplooiingskansen krijgen."

"Etterbeek heeft ook de neiging zich voor een aantal dingen een beetje als gidsgemeente op te stellen. Zo zijn wij zijn de enige gemeente met een mobiliteitsplan dat model staat binnen de agglomeratie. Etterbeek is ook een rustige gemeente. Er zijn maar een paar plaatsen waar je echt wel wat leven hebt. Na elf uur 's avonds moet je hier niet meer zijn, wil je iets beleven, een tent die nog open is zal je niet meer vinden. Maar ja, het centrum ligt vlakbij voor wie dat wil en ik weet nu niet of je er een prioriteit van moet maken Etterbeek 's nachts bruisend te maken. Persoonlijk zou ik graag wel wat meer leven in de brouwerij hebben, maar het beleid van de gemeente is voorlopig: Laten we dat rustige bewaren."

"Daarvan afgezien wordt toch wel degelijk ingespeeld op de paar kernen waar wat meer beweging is: het Jourdanplein, met de horeca voor mensen van de Europese instellingen, én de Tongerenstraat met haar handelszaken. Wij organiseren bijvoorbeeld met de Louis-Paul Boonkring al jaren het evenement SUITE JOURDAN SUITE. Zowel inwoners van Etterbeek als mensen van de Europese instellingen, die hier in de buurt wonen, kunnen dan samen muziek maken en zo de wijk van het Jourdanplein wat entertainen."

De Europese instellingen, daar hebben velen het nogal moeilijk mee. "Het is een feit dat de huurprijzen erdoor stijgen. Ik doe de Nederlandstalige huwelijken, en telkens als het paar zegt dat het in Etterbeek blijft wonen, ben ik gelukkig. Want vaak gebeurt het omgekeerde. Om dat tegen te gaan worden wel een aantal inspanningen geleverd door de gemeente. Bijvoorbeeld op het gebied van Ruimtelijke Ordening en Stedenbouwkundig Beleid. De vestiging van kantoren moet beperkt worden binnen redelijke termen en als men kantoren wil bouwen moet er ook geïnvesteerd worden in woongelegenheid. De vraag is dan of men met die woningen leefbaarheid voor autochtone inwoners realiseert en persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat dat te weinig het geval is. Ik vind dat we meer inspanningen moeten leveren voor sociale woningbouw dan nu het geval is. We zitten namelijk onder het gewestelijk niveau qua percentage van sociale woningen en dat vind ik onaanvaardbaar. Maar niet alle coalitiepartners in de liberaal gedomineerde gemeenteraad zitten wat dat betreft op dezelfde lijn."

Liber Amicorum
Vandenbussche schenkt nog een donkere Grimbergen en begint een boompje op te zetten over de verhouding Brussel-Vlaanderen. "Ik vind dit een ongelooflijk toffe stad. Problemen, die zijn er vanzelfsprekend, maar niet meer dan ergens anders, geloof ik. Helaas kan men niet ontkennen dat er spanningen zijn tussen Brussel en de rest van het land. Maar dat is niet alleen in België zo, ook in andere landen bestaat die kloof tussen hoofdstad en provincies. Tussen Vlaanderen en Brussel zit het echter meer scheef dan normaal. Het attractieve, sexy karakter van Brussel leeft helemaal niet bij de meeste Vlamingen. Brussel wordt door Vlaanderen beschouwd als het grote francofone gevaar, hè. Vanuit Vlaanderen zegt men - en ik denk dan vooral aan patronale kringen: Een onafhankelijk Vlaanderen is beter af zonder Brussel. Terwijl wij vanuit Brussel stellen: Dan worden jullie een provincialistisch regiootje, ook in cultureel opzicht. Vlaanderen zonder Brussel betekent niets. Die discussie heeft dus een belangrijke economische onderbouw."

Tussen ons beiden in ligt al de hele tijd een boek met grijs glanzend omslag. Het is een Liber Amicorum, waarin persoonlijkheden als Geert van Istendael, Johan Verminnen, Norbert De Batselier, Benno Barnard, Vic Anciaux, Jos Chabert en Maurits Coppieters in korte bijdragen hun waardering voor de persoon Michiel Vandenbussche uiten. "Zij hebben mij dat gegeven bij mijn vrijwillig ontslag uit het Brusselse en Vlaamse parlement. Ik wist daar vooraf niets van, het was een complete verrassing voor mij."

We beginnen even te bladeren, en één woord springt steeds in het oog: engagement. "Ik heb mij inderdaad steeds trachten te engageren. Politiek, sociaal en cultureel. En vriendschap is dé basis waarop ik dit engagement geënt heb. Dit huis en deze tuin bijvoorbeeld staan om de haverklap open voor gesprekken, muziek, discussies met vrienden. Binnen de progressieve sfeer, maar niet eng partijpolitiek gericht. Dat vind ik essentieel. Ik wil leven. En leven is mensen ontmoeten. Dat is in de ogen kunnen kijken van anderen, vriendinnen, vrienden, hun kinderen."

Glasraam
"Als je mij vraagt welk voorwerp ik niet zou kunnen missen, dan zeg ik spontaan: het kunstwerk De gelaagde mineralen, gewrocht door meesterglazenier Pierre Majerus, die enkele jaren geleden overleden is." Michiel troont ons mee naar binnen, waar we boven een sofa een ingekaderd glasraam zien hangen. Kleurrijk, art deco. Een werk ook dat zich niet onmiddellijk bloot geeft, fascineert. "Pierre Majerus is van Etterbeek, maar was vooral internationaal actief. Hij is hier ook bij mij thuis geweest, net als zovele anderen. En dat brengt mij dan weer bij iets anders."

Michiel gaat naar een kast en haalt er een boek uit. "Dit ligt mij eveneens heel na aan het hart, mijn gastenboek. Ik neem het geregeld ter hand. Pierre Majerus heeft er iets in gezet, Lydia De Pauw ook, GAL, Wilfried Martens, noem maar op. Mensen uit Marokko, politiekers, vrienden, vriendinnen, kunstenaars... er zijn er hier zoveel over de vloer geweest. Op zondagvoormiddag verzamel ik geregeld een vijftien tot twintig mensen hier in huis, om met mekaar te praten. Mensen van alle achtergronden. Zo hebben hier nogal wat culturele, sociale en politieke initiatieven het levenslicht gezien".

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?