interview

Anne Van Asbroeck drukte haar stempel op gelijkekansenbeleid

© Saskia Vanderstichele
| Anne Van Asbroeck.

Anne Van Asbroeck (61) is maar tweeënhalf jaar minister geweest, maar ze heeft wel een steen verlegd: zij breidde in de Vlaamse regering het gelijkekansenbeleid uit met holebi’s en migranten. Nu is ze net met pensioen als bestuursdirecteur van de dienst verslaggeving van het Brussels parlement. 

Toen de Vlaamse regering Van Den Brande IV in 1995 gevormd was, ontdekte de mannenclub dat er maar één vrouwelijke minister was - Wivina Demeester van de CVP - en dat er bovendien een Brusselaar ontbrak. Socialisten en christendemocraten beslisten om elk een vrouwelijke Brusselaar aan te duiden en bovendien verdeelden ze de portefeuille in twee mandaten van twee jaar. De toenmalige SP koos voor Anne Van Asbroeck, twee jaar later koos de toenmalige CVP voor Brigitte Grouwels.

Het ministerschap leek geen cadeau: een halve regeerperiode en bevoegdheden - Gelijke Kansen en Brusselse Aangelegenheden - die niet zwaar wogen binnen de Vlaamse context.
Anne Van Asbroeck: En bovendien een minikabinet met maar vijftien personeelsleden. Ik had wel een stevig kabinet, het werk dat mijn equipe verzet heeft met Rik Baeten (huidig SPA-schepen in Etterbeek, red.) is enorm. Ook omdat we nul frank budget hadden voor Gelijke Kansen. Maar toch zijn we erin geslaagd om Gelijke Kansen, tot dan beperkt tot gelijke kansen voor man-vrouw, uit te breiden met holebi’s en migranten als doelgroep. Natuurlijk heb ik gelijke kansen voor holebi’s niet uitgevonden, er was de homobeweging en mijn Limburgse partijgenoot Guy Swennen had vanuit het parlement al aan de kar getrokken, maar er was geen regeringsbeleid. Bovendien zijn de holebi’s als doelgroep nadien beleidsmatig binnen gelijkekansenbeleid gebleven. Daar ben ik wel trots op, want ook dat is niet evident: als je aan iets nieuws begint, is het nooit zeker of de volgende minister het werk voortzet. Sindsdien is er natuurlijk ontzettend veel gebeurd, het homohuwelijk bijvoorbeeld, maar het werk is niet af en gelijke kansen zijn nooit een definitieve verworvenheid.

Anne Van Asbroeck 3 BRUZZ ACTUA 1598
© Saskia Vanderstichele
| Anne Van Asbroeck.

Bovendien werd u zwanger. U was de eerste ‘Belgische’ minister die tijdens haar ambtsperiode zwanger werd.
Van Asbroeck: Tot mijn eigen grote verbazing heb ik voor een première gezorgd. De verklaring is eenvoudig: voor mij werden jonge mensen, en zeker jonge vrouwen geen minister. Wat me toen is opgevallen, is dat mijn zwangerschap groot nieuws was in de Vlaamse media, maar niet in de Franstalige. Tijdens mijn zwangerschap werd ik door een Franstalige zender geïnterviewd en kreeg ik er geen vragen over. Zo hoort het: jonge vrouwen kunnen zwanger worden, ook als ze minister zijn. Laat vrouwen hun leven leiden en laat ze moeder worden. Mijn twee dochters stellen het trouwens goed.

Nooit spijt gehad dat u later niet nog eens minister bent geworden?
Van Asbroeck: Het is anders gelopen. Ik heb alle banen heel graag gedaan. Ik ben twee keer parle-
mentslid geweest en heb tolkenopdrachten in binnen- en buitenland vervuld. Ook bij de socialistische vakbond heb ik graag gewerkt. Het belangrijkste zijn de mensen die ik ontmoet heb en met wie ik nauw heb samengewerkt. Je werkt nooit alleen, het menselijk aspect van in een team werken heeft altijd doorgewogen in mijn arbeidsvreugde.

Is het vandaag moeilijker om minister te zijn?
Van Asbroeck: Ik denk niet dat het moeilijker is, maar wel minder leuk. Je moet voortdurend kritiek ondergaan die niet altijd onderbouwd is. Twintig jaar geleden bestonden er geen sociale media en daar moeten politici vandaag permanent rekening mee houden.

U komt uit een Vlaamse familie, ging naar Franstalige scholen - op uw rechtenopleiding aan de VUB na - en toch koos u voor een Vlaamse politieke partij.

Van Asbroeck: Ik heb als Nederlandstalig kindje Frans geleerd in de kleuterschool. Brussel was in mijn jeugd heel Franstalig, in de Bon Marché sprak niemand een gebenedijd woord Nederlands en ook bij de bakker en de slager was alles in het Frans, tenzij de bakker of de slager Vlaming was. Dat is veel verbeterd, al is er nog werk aan de winkel. In het gemeentehuis spreek ik altijd Nederlands, bij alle officiële diensten trouwens, maar dat belet me niet om, terwijl ik in het gemeentehuis wacht, een praatje te slaan in het Frans met een bekende.Ik ben politiek actief geworden bij de vakbond en in dezelfde periode heb ik Michiel Vandenbussche (Vlaamsgezinde linkse SP’er, schepen en parlementslid, red.) leren kennen. Michiel was mijn mentor, hij heeft mijn sociaal engagement, dat ik van mijn grootvader geërfd had, vormgegeven. Michiel is nooit afgeweken van de progressieve, linkse en multiculturele lijn met Brussel als eindpunt en hij was Vlaamsgezind. Mijn hechtste vrienden, al zien elkaar niet zo vaak, dateren van toen.

Anne Van Asbroeck cropped

Hebt u nooit last gehad als ambtenaar die plaatselijk politiek actief is?
Van Asbroeck: Nee, in 1989 (bij de oprichting van de Brusselse instellingen, red.) hadden we allemaal een kleur, maar als je als ambtenaar aan het werk bent, moet je die kleur afleggen. Onze neutraliteit werd zeer geapprecieerd door de parlementsleden. Natuurlijk fronste ik weleens de wenkbrauwen als ik volksvertegenwoordigers of ministers bezig hoorde, maar daar bleef het bij en zo hoort het. Voor smeuïge verhalen is men bij mij aan het verkeerde adres.

U werd op handen gedragen door uw medewerkers in het parlement.
Van Asbroeck: Dat weet ik niet, maar er was een goede sfeer. Bovendien hebben we in 2003 de dienst verslaggeving van nul kunnen opbouwen: er waren geen medewerkers met een verleden in het huis, ik was de enige met een parlementair verleden.

U ging in de jaren 1970 naar school in het Franstalig gemeentelijk Atheneum van Sint-Joost. Was dat toen een exclusief Belgische school ?
Van Asbroeck: Ik heb daar de beste herinneringen aan, toen al waren er kinderen van Spaanse, Tunesische, Albanese en Marokkaanse origine. Ik herinner me niet dat er een dominante groep was. In tegenstelling tot vandaag was godsdienst geen issue, over islam werd niet gesproken en radicalisering was er niet. We waren gelijk, we werden gelijk behandeld.

Nu wacht u een zee van tijd.
Van Asbroeck: Mijn agenda voor januari staat bomvol, maar daarna wordt het beter. Nu heb ik tijd om voor mijn 96-jarige mama te zorgen. En ik ga meer tijd kunnen besteden aan het gemeenschapscentrum Den Dam, waar ik voorzitter ben.

Heeft een gemeenschapscentrum in een gemeente als Oudergem in deze hyperindividualistische tijden nog zin? Bovendien wonen er niet zoveel Vlamingen meer.
Van Asbroeck: Den Dam is er in de eerste plaats voor de Nederlandstaligen, maar ook anderstaligen maken er gebruik van. Den Dam organiseert veel activiteiten, stelt lokalen ter beschikking, en slaagt erin om zijn verbindende rol te vervullen, mensen hebben een plek waar ze naartoe kunnen. Dat is zeer belangrijk.

De voorbije zes jaar had Oudergem voor het eerst in 36 jaar een Nederlandstalige schepen, de onafhankelijke Dirk Hoornaert. Heeft hij het verschil kunnen maken?
Van Asbroeck: Zeker. Er is met het lokaal cultuurbeleid een Nederlandstalige dynamiek vanuit de gemeente, er is veel meer belangstelling vanuit de gemeente voor de Nederlandstaligen, maar het blijft hard werken. We staan als Nederlandstaligen nu echt op de kaart.

Krijgt Oudergem na de verkiezingen opnieuw een Vlaamse schepen?
Van Asbroeck: We moeten met de lijst SAMEN (Onafhankelijken, SP.A, CD&V en Open VLD, red.) de kiezer overtuigen om voor ons te stemmen om het beleid van Hoornaert voort te zetten. Omdat het aantal kiezers beperkt is, is de krachten bundelen de enige oplossing. Het kan op een paar stemmen aankomen.

Anne Van Asbroeck

  • Geboren in Elsene op 1 januari 1957
  • 1974-1978: Licence en interprétariat (Français-Espagnol-Anglais) IESLC
  • 1982-1987: Licentiaat rechten VUB
  • 1978-1989 Diverse tolkopdrachten in binnen- en buitenland en eerste revisor bij de Brusselse Hoofdstedelijke Raad
  • Juni 1995 tot september 1997: Vlaams minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijkekansenbeleid
  • Februari-juni 1999 Brussels en Vlaams volksvertegenwoordiger
  • December 2001-mei 2003 kabinet Robert Delathouwer, staatssecretaris Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Vertaler
  • Juni-november 2003: Brussels en Vlaams volksvertegenwoordiger
  • December 2003–december 2017: Brussels Hoofdstedelijk Parlement, bestuursdirecteur dienst verslaggeving
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?