Contact tracing in Brussel: 'Tot nu mochten we niet vragen waar mensen werken'

Contacttracers helpen de besmettingen met het coronavirus in kaart te brengen in het callcenter in Diegem.© PhotoNews

Nu de coronacijfers de voorbije week met 11 procent zijn gestegen, wordt het nog belangrijker om contactopsporing efficiënt in te zetten. Daar loopt het nog steeds vaak mis. “Tot nu mochten we niet noteren waar geïnfecteerde mensen werken”, zegt Inge Neven, coördinator van de gezondheidsinspectie in Brussel. “Dat zou eerstdaags opgelost moeten zijn.”

Om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, vormt de contactopsporing al lang één van de belangrijke elementen. Bedoeling is dat contacttracers dragers van het coronavirus opbellen om samen met hen een lijst op te stellen van iedereen met wie ze in contact zijn geweest, zodat ook zij de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen nemen om het virus niet verder te verspreiden.

Sinds 11 mei zoeken ook Brusselse coronaspeurders naar DE ‘hoogrisicocontacten’ die Covid-19-patiënten voor hun diagnose hadden, maar het systeem vertoonde van bij het begin heel wat hiaten. Zo berichtte BRUZZ al dat sommige mensen meerdere dagen en meermaals werden opgebeld dat ze zich moesten laten testen, terwijl dat al was gebeurd. Ook kregen sommigen verkeerde meldingen.

Gezocht: performant systeem

Nu het aantal coronabesmettingen de voorbije week in ons land met 11 procent is toegenomen, klinkt de kritiek op het contactopsporingsonderzoek alleen maar scherper en is het belang van een performant systeem enkel toegenomen. Heel wat virologen hekelen de onprofessionele manier waarop de contact tracing wordt aangepakt.

“Heel wat kinderziektes zijn inmiddels wel opgelost”, reageert Inge Neven, coördinator gezondheidsinspectie van Brussel. “Zo kunnen we intussen toch vijftig contacten in het systeem steken in plaats van maximum tien zoals in het begin het geval was. Tegen eind augustus krijgen we ook een update van de gegevensbank.”

Maar ook nu verloopt het nog niet alles naar behoren. Zo gaat de doorstroming van gegevens van het laboratorium naar de callcenters nog te traag, geeft Neven toe. Er is ook nog een hinderpaal om àlle whereabouts van geïnfecteerde mensen te achterhalen. “Onze contacttracers mochten tot nu niet vragen waar iemand werkte. Zelfs als mensen spontaan vertelden wie hun werkgever was, mochten we dat niet noteren.”

Dat ligt aan een lacune in de wetgeving. Wettelijk is vastgelegd dat “als een geïnfecteerd persoon in een gemeenschap leeft of ermee in contact is geweest, het callcenter de referentie-arts van die gemeenschap of zogenaamde ‘collectiviteit’ moet kunnen verwittigen”. “In het Koninklijk Besluit staan bij de definitie van die ‘collectiviteit’ wel scholen en woonzorgcentra vermeld, maar geen bedrijven. Daardoor mocht het wettelijk niet”, aldus Neven.

Privacy

Het heeft ook te maken met het moeilijk evenwicht dat van bij het begin bestond tussen het contactopsporingsonderzoek en de privacywetgeving. “Een werknemer is niet verplicht om zijn werkgever in te lichten dat hij besmet is met het coronavirus”, aldus Neven.

Wetend dat je via je werk met veel mensen in contact komt, lijkt dat toch absurd? “In het begin had ik het daar ook moeilijk mee, maar we hebben het zoveel mogelijk creatief proberen op te lossen”, aldus Neven. “Zo hebben we bij enkele cases bij de MIVB de bedrijfsarts gevraagd om het aantal doktersbriefjes in de gaten te houden en de huisarts te contacteren om te weten of het om covid-19 ging. Artsen mogen onderling wel patiënten bespreken. Een héél complex proces, maar we hebben zoveel mogelijk geprobeerd verdere verspreiding tegen te gaan.”

Het probleem zou binnenkort opgelost moeten zijn. “Het script waarmee de contactonderzoekers werken zou eerstdaags moeten worden aangepast, waardoor ze de werkgever wel mogen noteren”, aldus Neven. “Bedrijven vertellen ons dat heel wat werknemers hun werkgever wél spontaan inlichten. Zij willen zelf immers ook hun collega’s beschermen.”

Gesprek van 15 minuten

Op dit ogenblik werken er 63 contacttracers in de Brusselse regio samen met vijf onderzoekers op het terrein. Mocht er een grotere structurele toename zijn van het aantal coronabesmettingen, dan kan het aantal personeelsleden snel verhoogd worden, klinkt het bij de bevoegde Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie GGC. De voorbije twee weken werden er gemiddeld 70 oproepen en 11 bezoeken per dag verwerkt. Een gesprek duurt gemiddeld 15 minuten, soms 25 minuten. Wie gecontacteerd wordt, geeft gemiddeld drie tot vier contacten door. Soms zijn het er zes.

Neven: “We hebben de indruk dat mensen steeds meer contacten vrijgeven, al ziet iedereen ook wel meer mensen sinds de versoepeling. We moeten mensen blijven sensibiliseren dat contactopsporing nodig is om verdere verspreiding van het coronavirus in te dijken.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?