Reconstructie: terug naar 22 maart

© Belga

 Op 22 maart vorig jaar zaaide een handvol terroristen dood en vernieling op de luchthaven en in de metro. De zwaarste aanslagen in de Belgische geschiedenis werden in enkele dagen gepland. Het was de laatste stuiptrekking van het Belgisch-Franse IS-netwerk dat ook achter de aanslagen in Parijs zat.

In de ochtend van 22 maart nemen Ibrahim El Bakraoui, Najim Laachraoui en Mohamed Abrini met sporttassen vol explosieven vanuit Schaarbeek een taxi naar de luchthaven. Als doordeweekse toeristen laten ze zich afzetten voor de vertrekhal van Brussels Airport. Ze weigeren de hulp van hun taxichauffeur bij het uitladen van hun tassen met huisgemaakte TATP-springstof en spijkers. Elk van hen neemt een zak en zet die op een trolley. Op beelden van een bewakingscamera is te zien hoe ze nog even samen door de terminal stappen.

Om 7:58:28 uur ontploft een eerste bom nabij de balie van Brussels Airlines. Negen seconden later volgt een tweede explosie bij het filiaal van de Amerikaanse koffieketen Starbucks. Veertien mensen, onder wie twee daders, komen om. Bijna honderd mensen raken gewond.
Het derde springtuig is door Abrini achtergelaten bij broodjeszaak Délifrance. De man met de bleke regenjas en het vissershoedje heeft zich blijkbaar bedacht en wandelt weg, over het luchthaventerrein, dwars door de dorpskern van Zaventem en via de Leuvensesteenweg de stad in. Hij duikt onder, maar wordt op 8 april gevat in Anderlecht.

© bruzz
Terwijl Abrini de aftocht blaast, trekken Khalid El Bakraoui en Osama Krayem vanuit hun schuilplaats in Etterbeek naar metrostation Petillon. Op camerabeelden is te zien hoe de twee daar voor een ticketautomaat staan.
Krayem keert daarop terug naar hun safehouse, maar El Bakraoui neemt de volgende metro richting Erasmus. Als het treinstel vertrekt uit station Maalbeek, vier haltes verder, blaast hij zich op. Het is dan 9.11 uur. Behalve de zelfmoordterrorist komen twintig mensen om. Meer dan honderd anderen raken gewond. Zeventien van hen ernstig.

Krayem wordt net als Abrini ingerekend op 8 april, maar dan in Laken. De Syrische Zweed bekent dat hij mee de aanslagen voorbereidde – zo kocht hij de sporttassen die gebruikt werden op de luchthaven – en verklaart dat hij uiteindelijk besliste om zich niet op te blazen. De springstof in zijn rugzak heeft hij naar eigen zeggen door het toilet van hun safehouse gespoeld.

Andere doelwitten
Met 32 burgerslachtoffers en meer dan 300 gewonden zijn de aanslagen in Brussel en Zaventem veruit de zwaarste uit de Belgische geschiedenis. De tol had bovendien nog veel hoger kunnen oplopen als ook Abrini en Krayem zich tot ontploffing hadden gebracht.
Maar het had ook helemaal anders kunnen lopen. Uit verklaringen van Abrini en bestanden gerecupereerd uit de laptop van de terroristen die werd gevonden in een vuilnisbak vlak bij het safehouse in Schaarbeek, blijkt dat zij eigenlijk andere doelwitten voor ogen hadden. Het Europees Kampioenschap voetbal in Frankrijk, in juni 2016, wilden ze maar al te graag verstoren. Op de computer zijn ook verwijzingen gevonden naar de Amsterdamse luchthaven Schiphol.

Door in België toe te slaan, zouden ze hun uitvalsbasis verbranden, maakte Laachraoui enkele weken eerder nog duidelijk aan een IS-kopstuk in Syrië waaraan de terreurcel rapporteerde. De ontmanteling van een parallelle terreurcel in Vorst, en de arrestatie van Salah Abdeslam en Sofiane Ayari in Molenbeek enkele dagen later stuurden de planning echter in de war. De terroristen vreesden dat de arrestanten zouden praten met de speurders. Meer nog heeft het feit dat de broers El Bakraoui plots in beeld kwamen – zij waren tot dan toe alleen bekend als zware criminelen, maar één van hen huurde het safehouse in Vorst – spoorde de terroristen aan om toch in België tot actie over te gaan. “We moeten nu toeslaan of we zullen wegrotten in de cel,” zei Ibrahim El Bakraoui de avond voordien.

In enkele dagen tijd werden de aanslagen gepland. De terroristen kozen duidelijk voor internationale doelwitten. Op de luchthaven hoopten ze passagiers voor vluchten naar Amerika, Israël en Rusland te raken. Metrostation Maalbeek ligt onder de Wetstraat in het midden van de Europese wijk. Minder dan de helft van de dodelijke slachtoffers was Belg. De anderen hadden uiteenlopende nationaliteiten.

Syriëstrijders
Hoewel Brussel slechts in laatste instantie een doelwit werd, kwamen de aanslagen van 22 maart niet uit de lucht vallen. België was op dat moment al bijna twee jaar in de ban van terreur. Vooral na de aanslagen in Parijs zat de angst er goed in – denk maar aan de ongeziene lockdown die Brussel onderging.

Eerder waren er ook al de mislukte schietpartij op een hogesnelheidstrein tussen Brussel en Parijs, en de ontmanteling van een terreurcel in Verviers. Volgens de rechtbank werd daar een aanslag voorbereid. Onder meer het politiecommissariaat in Molenbeek, het hoofdkwartier van de federale politie en de luchthaven van Zaventem waren mogelijke doelwitten. Na de politieraid besliste de federale regering om militairen in de straten van Brussel te brengen.

Voor het begin van de terreurreeks moeten we nog verder teruggaan, naar de schietpartij in het Joods Museum in mei 2014. Toen al bleek hoe reëel het risico is dat teruggekeerde Syrië­gangers toeslaan in hun thuislanden. Later bleek de beruchte Syriëstrijder Abdelhamid Abaaoud, omgekomen bij een politieraid na de aanslagen in Parijs, een sleutelfiguur achter de verschillende (pogingen tot) aanslagen.

Ondertussen lijkt het Frans-Belgische netwerk van IS-terroristen zo goed als uitgeteld. Al zijn er misschien nog handlangers op vrije voeten, hier of in Syrië. Het onderzoek naar de aanslagen is nog niet helemaal afgerond. Daarnaast is het niet uit te sluiten dat er nieuwe netwerken opduiken.

Een overzicht van de hoofdrolspelers van de aanslagen vindt u hier. 

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook