Bruno De Lille: 'Nieuwe parkings vloeken met het mobiliteitsplan'

© Bart Dewaele

“Dat Amerikanen en Canadezen naar Brussel afzakken om de passiefbouw van woningen en scholen te bekijken, is te danken aan de vorige regering met Groen en Ecolo. En daar ben ik best fier op,” zegt voormalig staatssecretaris en Groen-parlementslid Bruno De Lille vanop de oppositiebanken. Een kritische balans, één jaar na de verkiezingen.

D e gretigheid waarmee De Lille oppositie voert, heeft vriend en vijand verbaasd. De Lille komt bijwijlen scherp uit de hoek. Je zou bijna denken dat de oppositie hem beter ligt dan de meerderheid. De Lille: “Je kon veel zeggen van voormalig minister-president Charles Picqué (PS), maar Picqué had wel degelijk een project dat vertaald werd in het Gewestelijk Plan voor Demografische Ontwikkeling (GPDO). Huidig minister-president Rudi Vervoort (PS) heeft geen project en dat verontrust ons.”

Hoe valt het oppositie voeren mee na toch wel een sterk verkiezingsresultaat?
Bruno De Lille: “Natuurlijk waren we er graag bij geweest, maar Guy Vanhengel (Open VLD) heeft er duidelijk voor gekozen om met de verliezers (SP.A en CD&V, DV/JC) in zee te gaan, wat ik vanuit zijn standpunt overigens zeer goed begrijp. Wij hadden onze score bijna verdubbeld, we waren sterker uit de stembusslag gekomen. Anderzijds waren er voor de verkiezingen signalen van de SP.A voor een rood-groen-blauwe stadsbeweging, maar die waren er voor de galerij. Na de verkiezingen heeft de SP.A niet één keer laten weten dat de partij met ons wou praten.”
“Anderzijds werden we niet afgestraft, we hebben onszelf niet moeten heruitvinden zoals vaak gebeurt na deelname aan de macht. We wisten: het is niet onze schuld, het zijn anderen die de verkeerde keuze gemaakt hebben door ons te weren. We zaten in een positieve vibe, en daar zitten we nog steeds in.”

Was het toch geen foute keuze om met Open VLD en CD&V in zee te gaan in plaats van met de SP.A?
De Lille: “Dat denk ik niet. Het was geen keuze voor Open VLD en CD&V, maar om in een regering met Ecolo terecht te komen. Als je ziet wat we dankzij de samenwerking met Ecolo hebben kunnen realiseren met maar twee parlementsleden, dan hebben we vijf jaar boven ons gewicht gebokst. We hebben veel zaken in gang kunnen steken waar we trots op mogen zijn. Met Open VLD hebben we dan weer goed samengewerkt wat onderwijs betreft. De Open VLD was tijdens de vorige legislatuur overigens een andere Open VLD dan vandaag, Open VLD is opgehitst door N-VA en naarmate de verkiezingen naderden alsmaar blauwer geworden. Open VLD was bang dat haar kiezers naar de N-VA zouden overlopen. Tijdens de onderhandelingen voor de vorige regering had Vanhengel zich zeer soepel opgesteld, omdat hij er absoluut bij wilde zijn.”

Wat onderwijs betreft zat Groen op dezelfde lijn als Open VLD, maar toch niet wat mobiliteit betreft.
De Lille: “De Brusselse Open VLD heeft op mobiliteit een totaal andere visie, maar tijdens de vorige legislatuur hebben ze er zich niet veel mee bemoeid. Open VLD had in het vorig regeerakkoord een paar punten die het wilde binnenhalen, maar dat was het dan. Mobiliteit heeft Open VLD aan ons en aan toenmalig minister Grouwels (CD&V) overgelaten. Van Grouwels zei iedereen: dat gaat een ramp zijn, maar Grouwels heeft het Iris-2 plan dat bij ons zat heel loyaal uitgevoerd. Het budget voor de aanleg van fietspaden is opgetrokken van 4 naar 11 miljoen euro en dat is gedurende vier jaar zo gebleven. In het verkiezingsjaar is er blijkbaar maar de helft, 6 miljoen euro, gebruikt. Er is daarover een schriftelijke vraag geweest van SP.A-parlementslid Jef Van Damme waar u de cijfers kan vinden. We moesten af en toe eens op tafel kloppen, maar Grouwels volgde uiteindelijk wel. Dus nee, het was niet de foute keuze. Ons ledenaantal is in vijf jaar trouwens verdubbeld.”

De nieuwe regering is nog maar een jaar bezig en Pascal Smet (SP.A) kan nu al uitpakken met de afbraak van het Reyersviaduct, dat hebt u nooit gekund.
De Lille: “Ik was dan ook geen staatssecretaris van Openbare Werken maar van Mobiliteit, mijn bevoegdheden beperkten zich tot studies, planning en sensibilisering. Dat hebben we goed gedaan. Ik sta achter die studies, die zijn mijn dada, een beleid rond mobiliteit baseer je niet op het buikgevoel. Dat kan misschien voor je eigen straat, maar niet voor een gewest. We hebben de administratie de nodige instrumenten bezorgd om zelf modellen uit te tekenen. Tot dan waren ze afhankelijk van private studiebureaus. De regering voor ons had daar zeer weinig in geïnvesteerd. De computerprogramma’s daarvoor waren weliswaar duur, maar nu kan de administratie zelf verkeerssimulaties maken.”
“Wat ik de huidige regering verwijt, is dat ze heel dat planmatige laten vallen. We hadden erin gekregen dat de 20 procent minder auto’s in het Iris-2-plan keer op keer moesten afgetoetst worden, beslissing per beslissing. Dat gebeurt niet, nu gaat het over de leuke projecten. Meiser dient zich aan, dat ondersteunen wij, maar het is ook dankzij onze sensibilisering en verminderde autodruk dat het mogelijk is. Maar terzelfdertijd gaat dezelfde minister (Pascal Smet, DV/JC) wel vier parkings bouwen in het centrum van Brussel. Begrijpe wie kan.”

Wij dachten dat Open VLD-schepen Else Ampe de parkings gaat bouwen.
De Lille: “Maar minister Smet was wel aanwezig op de persconferentie waar de parkings aangekondigd werden. Ik mag toch veronderstellen – hij is ook gemeenteraadslid voor de meerderheid in de Stad Brussel – dat hij niet schizofreen is? Die beslissing valt niet te matchen met Iris-2.”
“Het klopt dat de groenen soms vergeten dat je af en toe ook een sexy evenement nodig hebt, je kan ons dus wel verwijten dat we te veel structureel proberen te verankeren. Tijdens de vorige legislatuur is de autodruk met zeven procent verminderd. Toen we dat communiceerden, kregen we vanuit de achterban te horen dat we dat beter niet zeiden omdat er nog een lange weg te gaan is. Er waren veel stappen in de goede richting, de busbanen die we aangelegd hebben, de fietsbanen, de parkeerplaatsen die verdwenen. We evolueerden in de goede richting, min 20 proent auto’s in 2020. Ik hoop nog altijd dat dat verdergaat, maar als de regering extra parkings in het centrum van de stad aanlegt, zit het echt niet goed.”
“We hebben met de groenen verkregen dat het gewestelijk mobiliteitsplan wettelijk verankerd werd, de gemeentelijke mobiliteitsplannen moeten zich hierin inpassen. Doen de gemeenten niet wat ze moeten doen, dan kan het gewest ingrijpen, zich in de plaats stellen van de gemeenten. Alles was klaar aan het einde van de vorige legislatuur. Nu merk je dat het gewest zo’n belangrijk instrument om de gemeenten te doen in de pas lopen, niet gebruikt. De Stad Brussel heeft niet eens een mobiliteitsplan. De miniring en de parkings zouden niet kunnen met een gemeentelijk mobiliteitsplan dat rekening houdt met het gewestelijk mobiliteitsplan.”

Is dat slordigheid?
De Lille: “Soms denk ik dat het een bewuste politiek is om een paar projecten er alsnog door te jagen. Vandaag hebben de gemeenten meer macht dan ze de voorbije tien jaar gehad hebben. Het parkeerplan bijvoorbeeld: je kan zeggen dat het verbeterd kan worden, maar nu gaat Smet nog eens de ronde van de gemeentes doen om te vragen wat ze willen. De uitkomst is duidelijk: de gemeentes gaan niet pleiten om het strenger te maken.”
“Tweede voorbeeld: tram 71. Wij – Groen en CD&V – hebben de PS de arm omgewrongen om die tram erdoor te krijgen. Charles Picqué heeft toen als minister-president zijn werk gedaan en is naar Elsene getrokken om te zeggen: die tram komt er. En wat doet de huidige minister van Mobiliteit? Toch nog eens horen wat Elsene wil, terwijl er geen alternatief is. Nu zeggen: er is een metro nodig, dat is onzin. Een metro kan ten vroegste over 20 jaar, al het geld voor Beliris voor de komende tien jaar gaat naar de metro naar Schaarbeek. En wat moeten de reizigers ondertussen? Dat is aan al de gebruikers van bus 71 zeggen: er gebeurt niets. Dat is doen alsof je bezig bent met de toekomst, maar niets doen. Onze methode is werken op lange termijn, maar ook beslissingen nemen voor de gebruikers van vandaag zoals een metrobus op korte termijn en de metro op lange termijn.”

Steekt het toch niet een klein beetje dat het socialisten en liberalen zijn die de voetgangerszone waarmaken en niet de groenen?
De Lille: “Met de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 wilden wij al doorgaand verkeer verbieden langs de centrale lanen, maar de PS van Freddy Thielemans was toen de grootste tegenstander. Ik zie die zaken als een evolutie. Zonder onze voorstellen in 2000 was de voetgangerszone er vandaag allicht niet. Het werk dat je doet, is als zaadjes planten. Ik ben dan ook niet gefrustreerd, anders kan je geen voldoening halen uit oppositie voeren.”
“Wat mij wel steekt is dat in Brussel alles zo traag gaat, ik ben als staatssecrataris met een aantal schepenen naar Bordeaux getrokken. Alle Europese steden zetten reuzenstappen vooruit wat mobiliteit betreft terwijl we hier vaak nog aan de discussie moeten beginnen. Mobilliteit heeft trouwens niets met links of rechts te maken: Bordeaux heeft een zeer rechtse burgemeester, Alain Juppé, maar die heeft gekozen voor een grote voetgangerszone en voor trams in plaats van een metro omdat je vijf keer zoveel trams kunt aankopen met het metrobudget. De sfeer in die stad, dat zeggen voor- en tegenstanders van Juppé, is fantastisch. Trouwens, als je je stad aangenaam maakt, dan kan je Neo en Uplace opdoeken. Die winkelcentra zijn ministadjes - je moet er ook kunnen sporten en naar de cinema gaan, maar ze zijn properder, je hebt er geen uitlaatgassen, er is minder agressie. Maar dat is niet onze visie: maak je stad groener, properder en met minder uitlaatgassen en de mensen komen vanzelf naar Brussel – ook als ze hun auto niet naast een terras kunnen parkeren.”

Er is enorme heisa rond het rapport van de schoolinspectie. De Brusselse scholen kwamen daar niet goed uit. Vanhengel reageerde gepikeerd.
De Lille:De Onderwijsspiegel van de inspectie is een zeer interessant document waar trouwens ook veel positieve zaken instaan over de Brusselse scholen. Het probleem is niet wat erin staat, maar wel het gebruik van de info door sommige partijen zoals de N-VA, die zegt dat de resultaten niet goed zijn omdat de instroom van Nederlandstaligen te klein is. Maar dat is niet de conclusie die wij trekken. Je moet je de vraag stellen of we in onze scholen met zoveel anderstaligen Nederlands moeten blijven onderwijzen alsof het de moedertaal is van die kinderen. Misschien halen anderstalige kinderen met een andere didactiek wel de eindtermen, want ook voor Groen moeten de eindtermen wel degelijk gehaald worden.”
“Wat me wel stoort is dat de regering en het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie zo vaak naar andere beleidsniveaus verwijzen. Spreek je over onderwijs, dan word je doorverwezen naar de gemeenschappen, heb je het over armoede dan luidt het dat de uitkeringen te laag zijn en dan wijst de regering de federale overheid met de vinger. Brussel is veel te fatalistisch. Minister-president Rudi Vervoort heeft het stuur uit handen gegeven. De stad Antwerpen heeft minder te zeggen dan de Brusselse regering, maar zegt waar het volgens haar op staat. Bart De Wever doet het en Patrick Janssens deed het voor hem. Als Patrick Janssens zijn mond opendeed, kwam dat op de tafel van de Vlaamse regering.”

De Belg is het containerbegrip duurzaamheid beu. Dat is slecht nieuws voor de groenen.
De Lille: “Dat is vooral slecht nieuws voor het leefmilieu en voor de wereld. Mensen hebben vaak het gevoel dat de verantwoordelijkheid bij de anderen ligt, maar iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Maar het klopt dat overheden de verantwoordelijkheid al te gemakkelijk naar de burger doorschuiven, terwijl het de consument absoluut niet makkelijk wordt gemaakt. Hoe kan die consument nu uit twintig soorten spuitwater kiezen, hoe weet hij welke fles – glas of plastic – het schadelijkst is voor het milieu? De keuze is fake. De overheid moet informeren, aangeven wat ok is en wat niet. Wie kent er het verschil tussen een biologische kip en een scharrelkip?”
“Ook moet de sociale keuze een echte keuze zijn: wie met een klein inkomen moet kiezen tussen een varkenskotelet van één euro of één van tien euro, heeft geen echte keuze. De duurdere kotelet is die van een Belgische boer die nauwgezet de regels volgt, de andere uit een land waar je niet precies weet wat de normen zijn en waar de arbeidsomstandigheden abominabel zijn. Dat is geen eerlijke concurrentie. Dat geldt ook voor kleren. Je moet de lijn gelijk trekken, onze bedrijven moeten zich aan regels houden en bedrijven in Bangladesh bijvoorbeeld niet. België en Europa moeten taksen opleggen voor invoer uit landen die geen sociale en ecologische voorwaarden opleggen. De prijzenkloof gaat kleiner worden, en een aantal jobs gaan hier niet meer verdwijnen omdat er eerlijke concurrentie is.”
“Ik ben er trots op in een regering gezeteld te hebben die een echte ecologische politiek gevoerd heeft. Amerikanen en Canadezen komen naar Brussel om te kijken naar onze passiefbouw. Ook onze nieuwe scholen zijn passief, in Vlaanderen is dat nog niet het geval.”

Ecolo wil fuseren met Groen, maar Groen houdt de boot af. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 heeft Groen uitstekende plaatsen gekregen op de Ecolo-lijsten. Gaat u dat nog eens kunnen overdoen in 2018?
De Lille: “De partijen fuseren is niet aan de orde. De Brusselse Ecolo-afdeling is ook geschrokken van de idee. Het is een slecht idee: de cultuurverschillen, zoals de vergadercultuur, zijn te groot. Maar anderzijds werken we zeer nauw samen, nauwer dan tijdens de vorige legislatuur. We zien elkaar om de twee à drie weken voor overleg. Ik vind dat ook normaal, ik begrijp niet waarom SP.A en Open VLD nog voor de verkiezingen luidop verkondigden dat zij een andere partij zijn dan de PS of de MR. Het is dankzij onze goede samenwerking met Ecolo dat we zwaar op het beleid gewogen hebben.”

Wordt Bruno De Lille het boegbeeld van de verkiezingen in 2019?
De Lille: “Dat is echt nog niet aan de orde. Het enige wat vaststaat is dat de verkiezingen van 2018-2019 een ware uitputtingsslag worden voor alle partijen.”

Decennialang was extreemrechts de enige anti-establishmentpartij die succes boekte, vandaag gooien de radicaal-linkse partijen Syriza in Griekenland en Podemos in Spanje hoge ogen. Ook in het Brussels parlement telt de PTB-fractie vier verkozenen. Groen is niet altijd duidelijk: is de partij nu rechts of links?
De Lille: “Groen is niet rechts of links, Groen is progressief. Sociaal-economisch zijn we links, als het voorzorgprincipe in het geding is zijn we eerder rechts. Over sociale thema’s stelt de PTB/PVDA vaak dezelfde vragen als wij. Maar als het over mobiliteit gaat staan we lijnrecht tegenover elkaar: wij vinden dat iedereen zich moet kunnen verplaatsen, PTB/PVDA vindt dat iedereen recht heeft om zich met de auto te verplaatsen.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel