Bram Van de Velde

“Er stond er ene tegen mijn deur te pissen. En toen ik vroeg waarom ie dat deed, begon-ie op m’n gezicht te kloppen. En niet willen stoppen hé.” De enorme buil op de tronie van mijn buurman loog er niet om. Hij bleek een carnavalsslachtoffer te zijn. De stoet passeerde zijn huis. Een carnavalsvierder met jeukende vuisten en een overvolle blaas incluis. “Kwestie van op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn, kan dat tellen,” antwoordde ik ‘m.

Op dat moment rolde er nog een prachtexemplaar de wachtzaal binnen, geflankeerd door - schat ik - haar moeder en haar vriend. Hij in een soort van harlekijnspakje gehesen, zij verkleed als poging-tot-prinses. Beslist een carnavalskoppel. Beide pakjes waren uit hetzelfde donkergroen fluweel gesneden. Duidelijk verschil tussen de twee: prinsesje was vers van de camion gevallen. Dat verraadden haar grimas en de scheuren in haar netkousen. Op veel medelijden konden mijn wachtkamergenoten niet rekenen. Ik ben nooit fan geweest van carnaval. Maar ook op de spoed ontsnapt een mens niet aan het volksfeest.

Mijn oog dwaalde af naar een ouderpaar met een dochtertje van nog geen twee jaar dat tegenover me zat. Schattig kind, maar met een zichtbaar zieke blik in haar ogen. Schuin achter me een man van in de vijftig, vergezeld van een jonge dame, die ijsberend pendelde tussen zijn stoel en het secretariaat van de verpleegsters. Telkens als de deur openzwaaide, stokte ieder gesprek, blikken keken op van de smartphones. Ook nu.

“Meneer Van de Velde?”
“Zeg maar Bram hoor.”
“Van de trap gevallen, begrijp ik.”
“Kijk eens aan, de roddel doet goed de ronde.”
“Zoals u kunt zien bent u niet de enige klant vandaag. Er komt zo snel mogelijk een dokter bij u. Maar het kan even duren.”

Jep jep. Uw dienaar zit op de spoeddienst van het Mariaziekenhuis in de Noord-Limburgse parel Overpelt. Oorzaak van het bezoek is een mislukt huwelijk tussen mijn versleten pantoffels en de vers geboende trap van mijn ouders. Een man die - zoals ik - al eens letterlijk door het leven dartelt, betaalt daar al eens een prijs voor.

Daags voordien mocht ik nochtans al langs de kassa passeren. Een mountainbikerit doorheen de Noorderkempen werd abrupt ingekort. Na welgeteld 27 minuten laveren langs bochtige singletracks verloor mijn rijtuig zijn drijfriem. Hoogstwaarschijnlijk had het iets te maken met de oerkracht die mijn dijen kunnen ontwikkelen. Ik klikte niet snel genoeg uit mijn pedaal en werd zodoende slachtoffer van de zwaartekracht. Mijn compagnon overschouwde het slagveld. “Uw derailleur is naar de filistijnen,” sprak hij. Effectief, mijn versnellingsapparaat bengelde tussen mijn spaken. Ik belde mijn vader om mijn fiets af te voeren naar de ziekenboeg, niet wetend dat het 24 uur later mijn beurt zou zijn.

Zoals mijn derailleur van mijn kader was afgebroken, zo vertoont mijn voet volgens de röntgenfoto’s ook een breukje. Of beter: een oplichtend lijntje ter hoogte van mijn rechter os naviculare, één van 26 botten in mijn voet.

Mijn fiets hangt ondertussen aan de haak in de garage van mecanicien Rudy. Voor iets meer dan honderd euro maakt hij mijn ros weer strijdklaar. Helaas, mijn mankepoot heelt dan wel voor de prijs waarvoor ‘s morgens de zon opkomt, maar ik heb met plezier een paar eurootjes over voor een fonkelnieuw os naviculare, en dan liefst eentje uit gegalvaniseerd staal. En dan morgen weer de fiets op. ‘t Is per slot van rekening carnavalsverlof.

Bram Van de Velde is radiopresentator op BRUZZ en actief vrijetijdssporter

Estafette

In Estafette schrijven BRUZZ-journalisten Filip Van Der Elst, Bram Van de Velde en Ken Lambeets om beurten over sporten in Brussel.    

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Column , Sport , Estafette

Lees ook

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni