Bram Van de Velde

Waarde lezer

Heden geen column.
Ik ben gaan lopen.
Dank u voor uw begrip.

Sportieve groet
Bram

Die woorden. Niets meer. Evenwichtig uitgelijnd. Eventueel de foto wat groter. Of neen. Doe maar geen foto. Misschien zelfs geen klein berichtje. Uw krant eindigt vandaag gewoon met een wit vlak. Als alternatief voor de lap tekst die hier nu staat. Zeg eens eerlijk, zou u zich eraan storen? Zou u even hard balen als de spreekwoordelijke stekker wegens het abrupte einde van dit weekblad? Of zou u iets hebben van: sterk. Deze man verlegt de grenzen van de column-schrijverij en werkt bovendien nog aan zijn conditie.

Soms vervloek ik de dag waarop ik ben beginnen te lopen. Een poging om het uit te leggen. In loopmiddens circuleert een spreuk die het goed samenvat. Komt ie: “I don’t run to add days to my life. I run to add life to my days.” Vrij vertaald: ik loop niet om langer te leven. Ik loop om te voelen dat ik leef. Met andere woorden: een dag niet gelopen is een dag niet geleefd.

Een niet-loper snapt dat niet. Een niet-loper is daarom soms beter af. Het andere eind van het spectrum, de kant van de lopende zaken, is hem onbekend. Bijgevolg is ook de frustratie die zijn antipode ervaart als hij in zijn geliefkoosde activiteit gefnuikt wordt hem volkomen vreemd.

Niet lopen maakt me pisnijdig. Het maakt van mij een lichtgeraakt, onhebbelijk ventje waarbij je zeker niet te dicht in de buurt moet komen. Een klootjaapie eerste klas. Het maakt niet uit wat de achterliggende reden is. Een blessure, een deadline voor het werk die nog gehaald moet worden. Een familiefeest dat zo lang van tevoren was aangekondigd dat je het alweer vergeten was. Enorm frustrerend is het om niet te kunnen lopen.

Enkele jaren geleden was ik door een gerenommeerd sportmerk uitgenodigd in Milaan om een nieuwe lijn van loopschoenen en -kledij uit te testen. De fabrikant had voor de gelegenheid journalisten en bloggers uit heel Europa laten overvliegen, onder wie Andra, de sympathieke schrijfster van het boek ‘101 redenen om niet te sporten, maar het wel te doen’. Na het diner maakten we kennis. Zoals de titel van haar boek aangeeft, is de Nederlandse een kei in het weerleggen van uitvluchten om niet te sporten. “De enige smoes waar ik geen tegenargument kon voor bedenken,” vertrouwde ze me toe, “is als je kind ziek is.”

Toen had ik zoiets van ‘dat zal wel’. Nu weet ik wat ze toen eigenlijk feitelijk bedoelde. Mijn huis is verworden tot een ziekenboeg. Ik verdrink in pampers met radioactief afval en schrik ‘s nachts wakker door een spervuur van reutelende kinderkeeltjes. De loper in mij moet inbinden voor de urgentie van het vaderschap. In mij borrelt een explosieve mix van bezorgdheid en frustratie.

Maar wat is het dan dat mij zo kregelig maakt? Is het een gebrek aan endorfine? Is het het langzaam voelen afbrokkelen van die zo zorgvuldig opgebouwde conditie? Is het de rem op mijn persoonlijke vrijheid? Dat is voer voor sportpsychologen. Ik ben in deze maar het lijdend voorwerp.

Ook nu. Dat ik nu met mijn half-afgetrainde krent aan de keukentafel zit om deze tekst uit mijn klavier te knijpen, impliceert dat ik niets anders aan het doen ben. Ik zou godverdomme de steilste helling van het Woluwepark moeten opzoeken, die vervolgens met toenemende snelheid omhoog lopen en mijn bovenbenen vol melkzuur pompen teneinde stevigere quadriceps te kweken, wat dan weer resulteert in een mooiere en efficiëntere loopstijl. Helaas, nu even niet.

Bram Van de Velde is radiopresentator op BRUZZ en actief vrijetijdssporter

Estafette

In Estafette schrijven BRUZZ-journalisten Filip Van Der Elst, Bram Van de Velde en Ken Lambeets om beurten over sporten in Brussel.    

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Column , Sport , Estafette

Lees ook

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni