column

Laptopia: Hortahuis

© Hortamuseum
| Het Hortahuis in de Amerikaansestraat.

Met de art nouveau gaat het zoals geweten in golven. Toeristen kan je blijvend lijmen met de grotesierstijlstroming, maar de tijd dat Brusselaars er een dingetje van maakten, is alweer even voorbij.

VRIJDAG 16 MAART, 11 UUR

De tegenbeweging tegen de vernieling van het Volkshuis en de algehele kaalslag van de Bruxellisation heeft geleid tot een overdaad aan art-nouveauwandelingen, art-nouveauweekends en art-nouveaujaren, en dus voor verzadiging. De krul is er wat uit. Toch is die zorgvuldig bewerkte metaalmoeheid onterecht, zo leert pakweg een eenvoudig bezoek aan het huis van vadertje Horta.

In het begin van de ongedwongen woonstbetreding aan nummer 25 van de Amerikaansestraat moet je misschien nog even je weg zoeken in de inkomhal, maar daarna wijst alles op een wonderbaarlijke manier zichzelf uit. Heel leep is bijvoorbeeld het trapje naar de eerste verdieping.

Dat begint vrij smal en besloten, maar draait dan een kwartslag waardoor het perspectief wat verruimt, en biedt vervolgens zicht op wat een eerste keer de mond doet openvallen: de kleine kathedraal van een woonkamer, waar het licht van de achtertuin binnenstroomt en uiteenspat op de gewaagde maar geslaagde witte tegels waarmee de muren zijn belegd.

michael bellon

De overige materialen zorgen voor een warme gloed van goud, hout en zonlicht. In zowat alle lijnen zit een knik of een curve, een vormenspel dat door de gecreëerde lichtinval nog eens wordt gemultipliceerd.

Een tweede like is er voor het salon. Deze gezellige kleine ruimte een paar trapjes hoger biedt plots een inkijk op alle bovenverdiepingen. Aldus ontluikt Horta’s herenhuis voor je ogen zoals de flora die model staat voor het design van haar meubels en ornamenten. Daarbij komt het ook goed uit dat al die dubbele deuren uitermate geschikt blijken om zéér filmisch en met beide handen te worden opengezwaaid door een dienstmeid in onberispelijk zwart-wit.

De op verschillende niveaus in elkaar geschoven volumes zijn trouwens met elkaar verbonden door een smeedijzeren logica, die de hiërarchie onder de gebruikers en het onderscheid tussen woon- en dienstvertrekken respecteert. Niet volgens het upstairs-downstairsprincipe echter, want het personeel kan over de hele hoogte van het gebouw subtiel achter de schermen circuleren.

Ook een dikke duim voor het materiaalgebruik natuurlijk. Hier werd geen ordinaire teak of bankirai gebruikt om planken te zagen, maar citroenhout en sycomoor. Prullaria en postuurtjes zijn gesigneerd door Dillens, Wolfers, Lalique, Meunier of Khnopff.

hortahuis_p274_cmyk.jpg
© Bastin & Evrard fotografen, Brussel
| Een blik in het Hortahuis.

Gewoon behangpapier is er ook wel, maar een bekleding van gevlamde zijde genoot toch de voorkeur. Horta heeft zich bij zijn ontwerptekeningetjes voor eigen gebruik eens goed laten gaan. Ik zou de onderhandelingen met de aannemer niet hebben willen voeren, maar het resultaat van Vics volgehouden inspanning is wel dat geen kans om origineel uit de hoeken en kantjes te komen onbenut is gebleven. Hier en daar zie ik wel nog een rechte lijn van een tafel- of bedrand, maar die verdenk ik ervan juist extra nadruk te willen leggen op al wat krom is.

Alleen de werkkamer van Victor is vrij sober. Om de geest vrij te houden. Ik had me graag even aan dat bureau gezet, maar je mag hier op geen enkele stoel gaan zitten. Voor zo’n stoel moet het het hoogst haalbare zijn dat er niet langer op mag worden gezeten, maar voor een mens is het ook al een voorrecht om vrij in dit poppenhuis te mogen rondlopen.

Getuige het koppel enthousiaste Nederlanders in wiens zog ik mijn rondgang afleg. Zij vinden alles zonder uitzondering fantàstisch, met héél veel klemtoon op die tweede lettergreep. Al vinden ze sommige zaken wel minder praktisch - een criterium dat ik dan weer even uit het oog was verloren. Als de culturele clichés kloppen, dan zou deze krullenbol van een woning voor een doorzon-Nederlander wel eens intimiderend kunnen zijn.

Op het einde van het huisbezoek valt mijn oog in de koddige keuken op een weegschaal met twee okkernoten, en krijg ik iets in de gaten. Al staat in het Hortahuis overal met zwierige letters het woord ‘geprivilegieerd’ op de muren geschreven, het gaat al bij al om een huis in de rij met betrekkelijk weinig beschikbare ruimte.

Het geheim is dus dat de curve en het bochtenwerk van alle ornamentele details ook terugkeert in de indeling van die ruimte. Ook die werd met de zweepslag getemd en opgesteld in een elegante ensuite. De art nouveau zit dus inderdaad in die okkernotendop.

Laptopia

Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren. 
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?