column

Dena Vahdani: 'Is onze hoofdstad één grote inside joke?'

© Heleen Rodiers

Drie weken lang deelt een creatieveling zijn/haar/hun kijk op de wereld. Dena Vahdani is, in haar eigen woorden, “comedienne, Iranienne en lesbienne.” Check haar show Dena: warrior princess.
Instagram: @denadivah, Facebook: @denacomedy

Hoe meer ik in Vlaanderen en Wallonië speel, hoe meer ik voel hoe aanwezig mijn Brusselse identiteit is. In alles wat ik op het podium vertel, is er wel iets Bruxellois (en neen, ik heb het niet over het dialect, fieu). Een groot deel van mijn leefwereld, mijn vibe, mijn referenties komt uit BX. En ik merk hoe niche Brussel kan lijken voor iemand die erbuiten woont. Dan vraag ik mij af: zijn we dan zo anders? Is onze hoofdstad één grote inside joke?

En dan moet ik denken aan de stellingen op het Justitiepaleis, die zo oud zijn dat ze zelf stellingen hebben. Of dat niemand weet of Mini-Europa nu wel of niet gesloten is. Dat er al jaren overal stickers plakken met een rare foto van een jongen met “Je te rembourse lundi” erop geschreven. Dat bus 71 even intens is als een ritje in een achtbaan in Walibi. Dat er zo te zien voor de twintigste keer werken zijn aan Flagey. Dat je het cijfer ‘54’ kan sms’en naar je vrienden, en je elkaar even later ziet aan ‘Saint-Cath’ (want dat klinkt als ‘cinq quatre’, dus ‘vijf vier’). Dat je aan Rogier nooit weet langs welke kant van de metro je best kan uitstappen. Dat je het te ver vindt om naar de Ikea in Anderlecht te gaan, maar het geen probleem vindt om uren te wachten tot je bediend wordt in dat ene café. Dat je precies toch echt al meer dan tien jaar dezelfde bedelaars ziet op dezelfde plek. Dat er een obese (ocharme) hond rondliep aan de Grasmarkt die iedereen kende.

Dat je in het Zuidstation nog steeds afspreekt bij ‘de zebra’. Dat je via Uber Eats bestelt hoewel je twaalf minuten te voet van het restaurant woont. Dat je nooit de juiste uitgang neemt aan metrohalte Madou. Dat mensen nog steeds denken dat er maar één geldautomaat is in het centrum, die aan de AB. Dat Stromae en Angèle soms gewoon op straat rondlopen en niemand hen lastigvalt (en dat er sowieso iemand in je omgeving de vriendin/neef/buur/producer van Stromae of Angèle kent). Dat het helemaal oké is om op de grond te zitten op de Grote Markt. En dat het in sommige cafés oké is om je zak friet naar binnen te brengen en bij andere totaal verboden.

De Brusselse logica, à la Magritte, quoi. En die lokale absurditeit maakt ons heel uniek, of omgekeerd: de lokale uniekheid maakt ons heel absurd. Bref, wat belangrijk is in comedy, is uniciteit. Nog belangrijker is om met die specifieke enigheid toch iedereen te doen lachen, waar het ook is in de wereld. Hier in de stad kan je alleszins elke dag van de week een stand-upshow gaan zien. En dat wist je niet, hè. (Of had je er al vaag iets over gehoord via je kennis die de vriendin/neef/buur/producer van Stromae of Angèle kent?) Je kan de Lous and the Yakuza of Lost Frequencies van de comedy ontdekken, en later stoefen dat je ze gekend hebt voor ze héél mainstream werden. En daarvoor kan je regelmatig terecht in onder meer de Kings of Comedy Club, Black Sheep, The Embassy, TTO, Au Bassin, of Cabaret Mademoiselle, om te lachen met de wereld, met België, met Brussel.

De hele reeks herlezen? BRUZZ.be/bruxellesvies

Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?