interview

Michel Draguet over het museum van de toekomst: 'We zijn Belgen en we zijn rebels'

Michel Draguet, directeur Koninklijke Musea voor Schone Kunsten.© Saskia Vanderstichele

Na het succes van Dalí & Magritte vorig jaar kunnen de Musea voor Schone Kunsten in dit annus covidius weinig anders dan opnieuw een tentoonstelling samenstellen uit hun dakloze collectie moderne kunst: Be modern. “Een nieuw museum voor moderne kunst is niet voor morgen,” beseft directeur Michel Draguet, die zinspeelt op een manier om zijn hele museum te herdenken.

Wie is Michel Draguet?

  • Geboren in 1964 in Elsene
  • Professor kunstgeschiedenis aan de ULB
  • Publiceerde boeken over onder meer James Ensor, Félicien Rops en Fernand Khnopff
  • Werd in 2005 aangesteld als directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB)
  • Cureerde meerdere internationale tentoonstellingen, waaronder verschillende over René Magritte
  • Is de bezieler van het Magritte Museum, dat openging in 2009
  • Pleit voor een nieuwe visie op de Brusselse musea, waarin collecties op een originele manier worden samengebracht, om zo een nieuw verhaal te vertellen

Belgische en Internationale toppers in de KMSKB

In 2021 zal het tien jaar geleden zijn dat het Museum voor Moderne Kunst, pijler van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, de deuren sloot om plaats te maken voor het Magritte Museum en het Fin-de-Siècle Museum. De politieke, communautaire, maar toch vooral financiële vraag waar het publiek dat patrimonium van 20.000 stukken dan voortaan zou kunnen gaan bekijken, werd het voorwerp van jarenlang gekibbel.

Het zeer beperkte antwoord op die vraag is niet Kanal, het Vanderborghtgebouw of een nieuw museum, maar regelmatig opgezette tijdelijke tentoonstellingen waarvoor de KMSKB put uit de collectie moderne en hedendaagse kunst. Zoals nu Be modern, van Klee tot Tuymans, waarin de commissarissen Francisca Vandepitte, Inga Rossi-­Schrimpf en Pierre-Yves Desaive 150 Belgische en internationale schilderijen, sculpturen, werk op papier, installaties en bewegende beelden uit de 20e en 21e eeuw samenbrengen voor een veelkantige, veeleer kunsthistorische presen­tatie.

De opstelling biedt een chronologisch overzicht, met vrijheid en experiment als overkoepelende thema's, en daaronder drie evoluties: de wijzigende rol van lijn en kleur richting het abstracte, de evolutie in het gebruik van materiaal en object richting het conceptuele, en de veranderende verhouding tussen mens en wereld richting postmodernisme. Talloze namen zijn vertegenwoordigd, van Kokoschka, Léger, Dix, Picasso, Permeke en Brusselmans tot Calder, Moore, Chadwick, Hockney, Christo, Lafontaine, Dujourie en Wéry.

Eén aanvullend luik belicht de impact van de Amerikaanse minimalistische beweging – met ook drie werken van Frank Stella uit een privéverzameling, die dan weer de link leggen naar een gelijktijdige expo van Bill Viola. Een tweede aanvulling bestaat uit de presentatie van recente aanwinsten hedendaagse kunst van de KMSKB: werken van Georges Meurant, Chéri Samba, Agnès Guillaume, Rinus Van de Velde en Emmanuel Van der Auwera.

Michel Draguet heeft nooit in rustige omstandigheden gewerkt de afgelopen decennia, maar door de onvergelijkbare impact van Covid-19 lijken veel verhitte discussies uit dat recente verleden zeer relatief geworden. Naast de lancering van een nieuw grote expo heeft hij nog andere katten te geselen.

Michel Draguet: “Op dit ogenblik ben ik bezig met het probleem van de lage bezoekersaantallen. We waren van 300.000 bezoekers in 2005 naar 1 miljoen bezoekers in 2019 gegaan, maar door Covid-19 hebben we 90 procent van onze bezoekers verloren. Dus zijn er grote inspanningen nodig voor de budgetten van 2020 en 2021. Er zijn ook logistieke problemen met het internationale transport van kunstwerken. Zelfs tussen Parijs en Brussel is dat moeilijk geworden, laat staan vanuit de Verenigde Staten. Het is nu onmogelijk geworden om een geplande tentoonstelling zoals Dalí & Magritte te organiseren. Daardoor focussen we nu op onze eigen collectie – met Be modern in het bijzonder op die van de 20e en 21e eeuw. We willen aan ons publiek hier – toeristen zijn er nu veel minder – tonen waarom we wat die periode betreft de referentiecollectie hebben in België. We willen hen aan de hand van die creativiteit opnieuw zin laten krijgen in cultuur.”

Ook de voorbije jaren waren selecties en opstellingen uit de eigen collectie een manier om uw verzameling moderne kunst te ontsluiten. Maar hoe duurzaam is die aanpak?
Michel Draguet: Met dezelfde honderd werken kan je heel veel verschillende verhalen vertellen. Die multipliciteit van blikken blijft interessant. Maar ondertussen denken we ook verder. Ik ben me ervan bewust dat we, zeker nu door Covid-19, met een economisch deficit zitten, waardoor een museum van de 20e eeuw op korte termijn niet realistisch is. Dat betekent dat we iets moeten doen aan de presentatie van onze volledige collectie, en moeten nadenken over hoe we ze kunnen koppelen aan hedendaagse samenlevingsdiscussies. De coronacrisis is ook een gelegenheid om daar de eerste stappen in te zetten.

U wilt de discussie over de afwezigheid van een Museum van Moderne Kunst, waarin ook de discussie over eventuele bruiklenen aan Kanal – Centre Pompidou paste, neutraliseren door uw volledige museum te herdenken?
Draguet: We willen een nieuwe visie op onze collectie ontwikkelen in relatie tot de uitdagingen waar onze maatschappij voor staat. En dat zal dus niet veel kunnen kosten. In die zin is wat we nu doen, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van onze educatieve dienst, exemplarisch. We maken digitale capsules aan waarin bezoekers kunnen zien hoe conservatoren, directeurs en gasten worden geconfronteerd met diverse kunstwerken en hun visie uitspreken over moderniteit, antimoderniteit, postmoderniteit of een hedendaags thema als kolonialisme. Daarmee slaan we bruggen tussen de 21e eeuw, de 20e, het fin de siècle, de 19e eeuw en zelfs de oude meesters. Want er is ook sprake van moderniteit in de premoderne eeuwen. We willen de betekenis van dat concept aan de hele collectie toetsen, als basis voor hedendaagse maatschappelijke reflectie. Die brug tussen de moderne collectie en de oude kunst is de toekomst voor de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten.

Michel Draguet, directeur Koninklijke Musea voor Schone Kunsten (KMSK)

Moderniteit staat ook al centraal in Be modern. Wat betekent dat woord dan voor u?
Draguet: Er is natuurlijk de kunsthistorische betekenis van dat begrip, waarmee impressionisten en de latere avant-garde een vooruitgangsidee uitdroegen dat uiteindelijk tot de conceptuele kunst leidde, waarin het filosofische de overhand kreeg op het kunstwerk an sich. Dat verhaal zullen we in de tentoonstelling vertellen. Maar er is ook een algemener verhaal. Voor mij is moderniteit een attitude die inhoudt dat je altijd kijkt naar het hedendaagse aspect. Geen discours over hoe Michelangelo onevenaarbaar de grootste van allemaal was. We zijn niet meer van gisteren en nog niet van morgen, maar van nu. Het is onze verantwoordelijkheid om vandaag iets te betekenen, te verbeteren of te ontwikkelen. Zeker in de context van Covid-19 is dat een belangrijke boodschap.

1724 Michel Draguet
© Saskia Vanderstichele
| Michel Draguet voor een werk van de Belgische kunstenares Evelyne Axell (1935-1972).

Concreet: hoe zeg je met een schilderij van honderd jaar geleden iets over postkolonialisme of klimaat?
Draguet: Om te beginnen: het belangrijkste dat een museum toont is creativiteit. Het begin van de 20e eeuw was wat dat betreft een bloeiperiode. Toen leefde het idee dat alles mogelijk was. Vandaag heb ik het gevoel dat veel mensen denken dat niets meer mogelijk is. We zijn 'tegen', zonder een constructief alternatief voor te stellen. Daarom moeten we echt nadenken over de rol en de noodzaak van creativiteit in onze maatschappij, die nu veel te laag wordt ingeschat. Ook de kunstwereld zelf is meer in geld geïnteresseerd dan in betekenis en creativiteit.

Daarnaast hebben de kunsten zich altijd verhouden tot maatschappelijke discussies. De surrealisten waren bijvoorbeeld bij de eersten om in te gaan tegen het kolonialisme en het economisch geïnspireerde discours van het 'primitivisme'. De Latemse school stelde dan weer vragen over het leven en de sociale tegenstellingen in de grootstad, en ze wierp ook ecologische kwesties op. Een museum helpt dergelijke vragen te contextualiseren en te objectiveren vanaf hun oorsprong, om de dode hoeken in de discussie te lokaliseren en een dieper begrip mogelijk te maken.

Een schilderij van Philippe de Champagne in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (KMSK)
© PhotoNews
| Michel Draguet: "Ondanks de moeizame federale regeringsvorming kan je niet zeggen dat Franstalige Belgen Parijzenaars zijn of Vlamingen Amsterdammers. We hebben een eigen cultuur, zij het met verschillen tussen noord en zuid." Deze foto werd gemaakt in pre-coronatijden.

Als moderniteit een rode draad wordt in plaats van een aparte categorie, betekent dat dan dat labels als 'Old Masters' binnen het museum zullen verdwijnen?
Draguet: Nee, er hoeft niets te verdwijnen. Maar we moeten om te beginnen meer inzetten op het schaduwmuseum dat het digitale museum is.

Het andere woord in de titel Be modern is zowel een afkorting van 'Belgisch' als een aansporing. U wilt niet alleen de coronacrisis maar ook de Belgische crisis aanpakken?
Draguet: Ons museum is in 1801 door Napoleon Bonaparte gecreëerd als een van de Frans-Europese musea, een vitrine voor de Europese moderniteit, in het Franse territorium. Maar de naam Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België maakt duidelijk dat we in 1830 na Napoleon in een nationalistisch verhaal zijn beland. Vandaag is het nog altijd niet makkelijk om te zeggen dat we een vitrine zijn voor de Belgische creativiteit, maar is het duidelijk dat ons land een lange en grote traditie van kunstenaars heeft sinds de Vlaamse primitieven. Ondanks de moeizame federale regeringsvorming kan je niet zeggen dat Franstalige Belgen Parijzenaars zijn of Vlamingen Amsterdammers. We hebben een eigen cultuur, zij het met verschillen tussen noord en zuid. Die regionale mix van verschillende identiteiten is een laboratorium voor de Europese identiteit, die ook aan de oorsprong van ons museum lag. Be modern drukt voor mij die identiteit uit – we zijn Belgen – maar het is ook een werkwoord: we zijn rebels.

In het werk van de commissarissen van Be modern zie ik die leidraad ook. De tentoonstelling toont bijvoorbeeld de banden tussen de Vlaamse expressionisten en hun Duitse collega's, die een soortgelijk discours ontwikkelden, terwijl Franstalige kunstenaars meer naar het surrealisme keken. Toch hadden Vlaamse expressionisten en Belgische surrealisten ook contact met elkaar. Die kruisverbanden leggen, is opnieuw een voorbeeld van de procedure waarmee we in de toekomst onze hele collectie willen benaderen, om in een nieuwe structuur de oorsprong van onze gefragmenteerde identiteit te onderzoeken.

Na Elke Sleurs (N-VA) en Zuhal Demir (N-VA) heet uw bevoegde minister tegenwoordig David Clarinval (MR). Maar in lopende zaken kan die weinig doen.
Draguet: Lopende zaken betekent dat de koning niets kan tekenen en een minister heel wat zaken niet kan behandelen. Al sinds 2018 slepen investerings- en renovatieplannen maar ook benoemingen aan. Dat is bijzonder erg omdat er na de gezondheidscrisis ook een economische crisis aankomt. We hebben een visie nodig, en geen beleid van dag tot dag.

Sinds de heropening van de KMSKB in mei gelden er protocollen voor de bezoekers. Wat betekent dat voor de beleving?
Draguet: Ik heb het gevoel dat veel mensen nog terughoudend zijn om naar culturele instellingen te komen. Ik was onlangs in de bioscoop en daar was bijna niemand. Zolang er geen vaccin is, zullen mensen bang blijven. In de musea geldt eenrichtingsverkeer. We zullen oplossingen moeten vinden om bezoekers op een aangename manier te ontvangen, met activiteiten of een flexibelere aanpak met kleine groepen. Het is een gelegenheid om ook wat dat betreft onze visie op het museum te veranderen. Hoe bereiden we in de toekomst bezoeken voor? Willen mensen uitleg voor of na hun bezoek? En ook daar kan het digitale museum een dimensie toevoegen aan het fysieke bezoek.

Is er ten slotte een specifiek werk dat u met deze tentoonstelling nog liever dan andere ziet terugkeren in uw zalen?
Draguet: Ik ben altijd blij als we De paus met de uilen van Francis Bacon terug naar de muur kunnen brengen. We hadden hem in de tentoonstelling Belofte van een gelaat nog naast Antoon van Dycks Portret van pater Jean-Charles della Faille hangen. Maar nu gaat het minder om het onderwerp en meer om de materialiteit van het kunstwerk. Een meesterwerk spreekt verschillende talen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?