interview

Schrijver Sulaiman Addonia treedt in het voetspoor van Rimbaud

© Saskia Vanderstichele
| Op een bankje aan de Vijvers van Elsene. Hier werkte Sulaiman Addonia tijdens de eerste lockdown nu zijn favoriete schrijfcafé, Le Pitch-Pin aan het Flageyplein, tijdelijk gesloten is.

Tien jaar lang dwaalde de Eritrees-Ethiopisch-Britse auteur Sulaiman Addonia door Brussel en schreef hij in Brusselse cafés. Nu plant hij zijn eerste non-fictieboek, over de dichters Rimbaud en Verlaine en dus ook over onze stad. “Ergens thuishoren gaat over zoveel meer dan taal en nationaliteit. Het is alsof ik hier thuishoor door te wandelen, via de literatuur en mijn werk.”

Sulaiman Addonia

  • Geboren in Eritrea uit een Eritreese vader en een Ethiopische moeder.
  • Groeide op in een Sudanees vluchtelingenkamp en vroeg in 1990 asiel aan in het Verenigd Koninkrijk. Woont al ruim tien jaar in Brussel.
  • Zijn eerste roman The consequences of love werd genomineerd voor de Commonwealth Writers’ Prize en vertaald in meer dan twintig talen.
  • Zijn tweede roman Silence is my mother tongue werd genomineerd voor de Orwell Prize for Political Fiction.
  • Is medeoprichter van het Asmara-­Addis Literary Festival (In Exile) en de Creative Writing Academy for Refugees & Asylum Seekers.

AfroLit: een bloemlezing van moderne literatuur uit de Afrikaanse diaspora brengt recente fictie en non-fictie samen van vijftien auteurs uit België en Nederland, gaande van dichters en opiniemakers tot scenaristen. De in Elsene wonende schrijver Sulaiman Addonia is een van hen, met een kortverhaal over een gepensioneerd Belgisch koppel aan zee. “Het gaat over de brexit,” licht hij toe. “Mensen verwachten misschien dat ik over andere dingen zal schrijven als zwarte persoon en vluchteling, maar dit is waarin ik geïnteresseerd ben.”

Addonia raakte bekend vanwege zijn boeken The consequences of love (2008), over een verboden liefdesrelatie in Saudi-Arabië, en Silence is my mother tongue (2018), over het leven van een jong meisje en haar broer in een Oost-Afrikaans vluchtelingenkamp. In een recent essay schreef hij nog hoe meertaligheid voor een migrant kan aanvoelen als een open wonde. Elke nieuwe taal herinnert aan het afscheid van een land. De landen die hij achterliet, zijn Eritrea, Sudan, Saudi-Arabië en Engeland. Hij schrijft in het essay ook over de vrees andere talen te verliezen als hij Frans of Nederlands zou leren.

Inmiddels woont Addonia tien jaar in Brussel, waar hij een bijzondere band mee heeft opgebouwd, en in het bijzonder met de gemeente Elsene. Grote delen van Silence is my mother tongue schreef hij in Belga, zijn favoriete schrijf­café tot ze er van koffie veranderden. Daarna werd zijn 'kantoor' het bruinere, meer down-to-earth café Le Pitch-Pin aan de overkant. De koffie smaakte er goed en het gezelschap was aangenaam. “Ik heb er vrienden gemaakt, zoals de Franstalige Belg van een jaar of tachtig die me al die tijd aan mijn boek had zien werken. Toen het uitkwam, las hij het met een woordenboek Engels-Frans. Dat ontroerde me enorm.”

Sulaiman Addonia
© Saskia Vanderstichele

In je kortverhaal in AfroLit lijkt iemand te verdrinken in de zee. Een krachtig symbool voor de brexit, lijkt me.
Sulaiman Addonia: Het is treurig, want ik weet nog niet wat de brexit met mij gaat doen. Al die technische details gaan een invloed hebben. Ik heb hier een verblijfsvergunning, maar dat is voorlopig alles. Ik heb de Britse nationaliteit. Tijdens de lockdown ben ik begonnen Frans en Nederlands te leren met mijn kinderen. Vanwege de brexit zal ik misschien genoodzaakt zijn om Belg te worden.

Om ergens thuis te horen moet je de taal spreken en een aantal technische stappen doorlopen. Tenminste, als je er op een politieke manier naar belonging kijkt. Het is alsof ik thuishoor in Brussel door er 's nachts te wandelen, via de literatuur en mijn werk. Ik heb er bijna tien jaar over gedaan om Silence is my mother tongue te schrijven. Dus toen ik daarmee klaar was, voelde ik me alsof ik deel uitmaakte van de stad.

Je hebt het boek voornamelijk in Brusselse cafés geschreven. Waarom kies je zo'n omgeving?
Addonia: Ik heb altijd al in cafés geschreven, ook in Londen deed ik dat. Ik denk soms dat het komt doordat ik een beetje rusteloos ben. Als je in een café werkt, kun je 's ochtends in een ander café werken dan 's middags. Ik houd niet van routine. Dat is ook niet hoe mijn leven tot nu toe verlopen is. Ik blijf eigenlijk nooit lang op één plek.

Daar komt nog bij dat je in cafés goed naar mensen kunt kijken. Als je een goede schrijver wilt worden, dan moet je boeken lezen - dat is toch wat je altijd te horen krijgt. Maar ik denk dat er andere manieren zijn om je te bekwamen in je ambacht. Ik heb altijd het gevoel gehad dat mensen zijn zoals boeken. Ik kijk dus graag hoe ze bewegen, hoe ze een koffie bestellen. Hoe ze een pauze nemen of verdriet van zich afschudden. Als kunstenaar kun je de diepte en variëteit van menselijke eigenschappen daar goed opsnuiven.

Silence is my mother tongue wordt volgend voorjaar gepubliceerd door een Nederlandse uitgever. Wilde men in België het risico niet nemen?
Addonia: Als mijn werk in het Engels wordt uitgegeven door Graywolf, een toonaangevende uitgeverij, hoe kan het dan dat lokale uitgeverijen geen interesse hebben? Mijn vrienden, die schrijvers zijn, waren woedend. Ze hebben uitgeverijen gemaild met de vraag of ze naar mijn boek konden kijken, maar ze kregen geen antwoord. Misschien hebben ze er hier moeite mee dat er ook schrijvers zijn die niet in het Nederlands of Frans schrijven. Mensen zoals ik, die ervoor hebben gekozen om hier te komen wonen. Onze verhalen zijn ook belangrijk. En ik doe hier nog zoveel meer dan schrijven. I'm rooted here.

Waar schrijf je dezer dagen, nu Le Pitch-Pin noodgedwongen gesloten is?
Addonia: We hebben twee kinderen en tijdens de eerste lockdown verdeelden we de dag: ik deed de helft, en mijn vrouw ook. Dus tijdens een van mijn wandelingen rond de meren van Elsene, zoals ik ze noem omdat ze zo uitgestrekt zijn, ging ik op een bankje zitten en nam ik mijn telefoon. Ik begon te schrijven en drie weken later was mijn derde boek af. Het was vreemd om het scherm zo dicht bij mijn ogen te hebben. Toch heb ik het grootste deel van mijn derde roman daar geschreven. Niemand weet al dat hij af is, behalve mijn agent. En ze vindt hem echt heel goed. Ik had het niet eens gepland, ik had geen idee of verhaal in mijn hoofd. Maar ik wilde wel graag laten zien wat er kan gebeuren als je je voorstellingsvermogen de vrije loop geeft.

Kun je al iets vertellen over je vierde boek?
Addonia: Het zal non-fictie zijn: een essaybundel getiteld 'When Verlaine pulled the trigger in the Brussels hotel'. Ik wilde graag schrijven over Brussel, ook al haatte ik deze stad toen ik er pas kwam wonen. Mijn hele leven ben ik al verhuisd, dus in het begin zag ik de schoonheid en de complexiteit en de charme er niet van. Toen ik mijn roman af had, werd ik van de ene op de andere dag verliefd op deze stad.

Tijdens het schrijven van mijn tweede roman pakte ik tijdens een slapeloze nacht een biografie van Rimbaud op. Ik ontdekte dat hij met Verlaine vanuit Parijs naar Brussel verhuisd was, en daarna naar Londen. Mijn traject vertrekt in Londen, waar ik het boek ga schrijven tijdens een residentie. Rimbaud heeft ook in Ethiopië gewoond nadat hij gestopt was met poëzie schrijven. Hij is er in slaven en wapens gaan handelen. Ik wil de door hem afgelegde route andersom afleggen: van Londen, waar de dichters in Camden hebben gewoond, net als ik, naar Brussel. En dan naar Parijs, waar ik het schilderij van Edgar Degas heb gezien dat mijn tweede boek heeft geïnspireerd. Door hun traject te volgen kan ik een klein gedeelte van de Europese geschiedenis herschrijven. Alles komt samen in dit boek.

1731 Sulaiman Addonia3
© Saskia Vanderstichele

Naast schrijven houd je je ook bezig met andere dingen, zoals het Asmara-Addis Literary Festival in Brussel. Hoe ontstond dat festival?
Addonia: Ik houd ervan om te verdwalen in Brussel. Het is een manier om een relatie op te bouwen met de wereld om je heen. Ik ga naar Elsene en Sint-Gillis, of ik neem de bus naar een willekeurige laatste halte. Zo heb ik het altijd al gedaan op mijn reis hiernaartoe. Tijdens die omzwervingen merkte ik dat je op straat heel veel verschillende talen hoort. Het Flageyplein bijvoorbeeld: hoe rijk is die plek! There's music about it. In de grote cultuurhuizen hoor je meestal Engels, Nederlands of Frans. Maar de veelheid aan talen in Brussel wordt niet weerspiegeld op de podia.

Wie de talen om zich heen begint te zien, ziet de mensen die erbij horen ook. Ik wilde het Flageyplein naar het podium brengen. Tijdens de laatste editie van het festival werden er elf talen gesproken, waaronder Surinaams, Spaans, Italiaans, Arabisch, Tigrinya en Amhaars. We hadden schrijvers uitgenodigd met een achtergrond in dertig verschillende landen. We werkten zonder vertalingen. Het idee was om de talen en het ritme die je hoort op straat beter te appreciëren.

Je hebt ook de Creative Writing Academy for Refugees & Asylum Seekers opgericht. Wat doe je daar precies?
Addonia: Voordat mensen vluchtelingen werden, waren ze iets anders: dokters, studenten, boeren, schrijvers... Schrijver zijn is ook iets waarmee ik kan helpen. Met de Italiaans-Somalische schrijfster Ubah Cristina Ali Farah, die ook in Elsene woont, ben ik een schrijfacademie begonnen. Schrijfster Annelies Verbeke heeft geholpen de cursus op te zetten. Eind 2018 zijn we gestart, vlak voor de eerste lockdown zijn we gestopt. We hopen volgend jaar te herbeginnen.

In de schrijfacademie kunnen mensen hun verbeelding aan het werk zetten. We hebben cursisten uit Vietnam, Syrië, Libië, Irak, Eritrea, Jamaica. Via de cursus stromen ze door naar festivals of naar een residentie bij Passa Porta. Je gaat er misschien van uit dat vluchtelingen hun memoires zullen opschrijven, maar dat is niet zo. Sommigen van hen schrijven sciencefiction of literaire fictie. In de literatuur kun je zoveel meer zijn dan vluchteling of zwart, je bent gewoon een schrijver.

Toen ik naar Londen kwam, was ik zelf een vluchteling. Ik had geen familie in de buurt, maar wel heel veel emoties die ik nergens kwijt kon. Toen al had ik het plan opgevat om een safe space te zoeken waar ik mezelf kon uitdrukken. Zodat je iemand anders kunt zijn dan louter een persoon die wacht tot zijn dossier wordt geaccepteerd. Als je wacht op een antwoord op je aanmelding, dan kan literatuur een plek zijn in je hoofd waar je naartoe kunt gaan. Zo is het toch altijd geweest voor mij.

Je kinderen hebben een heel andere jeugd dan jij. Hoe is jullie relatie?
Addonia: Mijn zoon en ik hebben een geweldige relatie, heel speels. Als je geen ouders hebt, zoals ik – ik ben de mijne kwijtgeraakt toen ik drie was – dan is er een bepaald soort vrijheid. Ik heb nooit ervaren wat het is om ouders te hebben, dus ik kan het type ouder zijn dat ik wil. Het is wel een worsteling geweest om me aan mijn zoon te relateren, want ik veranderde steeds. Maar we bewegen nu in dezelfde richting. Hij is nu elf jaar en leert me steeds beter kennen, en ik vertel hem ook al meer over mijn jeugd. Maar er ook zijn dingen die ik hem niet vertel. Dat geldt ook voor mijn dochter, die zes is.

Mijn kinderen zijn hier geboren, dit is hun thuis. Hun moeder is Belgische. Ze spreken Nederlands en Engels thuis en mijn zoon spreekt ook een beetje Frans. Hij wil ook Arabisch en Tigrinya leren. Het zijn typisch Brusselse kinderen met een enorme honger voor taal. Het is verbazingwekkend met welk gemak ze zoveel talen willen leren.

AFROLIT: EEN BLOEMLEZING VAN MODERNE LITERATUUR UIT DE AFRIKAANSE DIASPORA
samengesteld door schrijfster Dalilla Hermans en Dipsaus-podcastmaker Ebissé Rouw, uitgegeven door Uitgeverij Pluim

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?