Smalltalk

Stripmaker Clara Lodewick: 'Sociale dynamiek is superboeiend én supereng'

Andy Furniere
08/03/2023

| Clara Lodewick

In haar debuut Merel fileert de jonge stripauteur Clara Lodewick hoe de geruchtenmolen in een oer-Vlaams dorp verstikkend kan werken. Tijdens ons gesprek in café Archipel blijkt ze een vrije vogel te zijn, een rondreizende verhalenverteller die zelfs op parkings inspiratie vindt.

Het graphic novel-debuut van Clara Lodewick, Merel, kwam midden vorig jaar al uit in het Frans bij Dupuis, maar nu is er ook de Nederlandstalige vertaling bij Standaard Uitgeverij, die de perfect tweetalige stripauteur zelf verzorgde. Die vertaling is niet meer dan logisch, aangezien het verhaal zich afspeelt in een oer-Vlaams dorp. Lodewick toont hoe in die kleine gemeenschap venijnige roddels zich als een lopend vuurtje verspreiden en het vredige leventje van hoofdpersonage Merel in lichterlaaie zetten. Maar Merel, een vrijgevochten veertiger, is zoals ze zelf zegt ‘een koppig ezeltje’ dat zich niet zomaar klein laat krijgen.

Haar kleinschalige verhaal vol subtiele emoties en scherpe observaties (plus eenden van allerlei pluimage) leverde Lodewick onder meer al een selectie op voor het prestigieuze stripfestival van Angoulême, dat eind januari plaatsvond. Zo stapt ze nu helemaal een wereld binnen die haar al van jongs af aan vertrouwd is. Haar moeder werkte vroeger als inkleurder van strips en haar vader is Vincent Lodewick, alias Dugomier, scenarist van onder meer de stripreeks Kinderen in het verzet. “Ik ben daardoor opgegroeid tussen de strips, met een prominente plaats voor de albums van Suske en Wiske. Ik heb niet alleen leren lezen met strips, mijn hele verbeeldingswereld is erdoor gevormd. Ik heb mijn afkomst wel zo goed mogelijk verborgen gehouden bij contacten met uitgeverijen, want ik wilde onder geen beding gezien worden als ‘dochter van’. Dat is gelukkig goed gelukt.”

Ik heb niet alleen leren lezen met strips, mijn hele verbeeldingswereld is erdoor gevormd

Clara Lodewick

Lodewick weet waarover ze spreekt in Merel, want door haar ouders ondervond ze het leven in een Vlaams dorp aan den lijve. Haar gezin verhuisde namelijk naar het Vlaamse platteland toen Lodewick 14 jaar was, nadat ze was opgegroeid in Brussel.

Dat moet een behoorlijke shock geweest zijn, een verhuis van de grootstad naar een dorp midden in je tienerjaren.
Clara Lodewick:
Naar een dorp met slechts driehonderd inwoners dan nog. Ik vond het toen verschrikkelijk, de hel. Het voelde alsof ik er vast zat, plots kon ik niet meer uitgaan met mijn vrienden in Brussel. Toen ik op mijn 17e naar het hoger onderwijs ging, keerde ik meteen terug. Maar nu, jaren later, waardeer ik de kalmte en de natuur van het Vlaamse platteland juist heel erg. Ik kijk er altijd naar uit om bij mijn ouders langs te gaan, in hun huisje met tuin. Op dit moment zou ik ook zelf niet meer in Brussel willen wonen.

En wat maakt een Vlaams dorp een ideale setting voor een graphic novel?
Lodewick:
Ik wou dat het verhaal zich afspeelde in een beperkte omgeving, als een soort ‘huis clos’, waar sociale confrontaties niet te vermijden zijn. In een dorp kan je je mede-inwoners bijna niet mijden, wat in een grote stad een stuk eenvoudiger is.

Terwijl veel debutanten hun hoofdpersonages naar zichzelf boetseren, blijf jij daar ver van weg, want Merel is een Vlaamse vrouw van in de veertig. Heel bewust?
Lodewick:
Ik zou niets kunnen vertellen dat te dicht bij mezelf komt. Ik hou wel enorm van autobiografische strips, maar niet om ze zelf te maken. Indirect zeggen mijn verhalen wel iets over mezelf, maar fictie is mijn beschermende buffer. Ik merk ook dat ik graag oudere vrouwen als hoofdpersonages neem. Omdat er meer over hen te vertellen valt, denk ik. Ze hebben meer levenservaring, waardoor je ze ook logischer kunt laten reageren op gebeurtenissen. Er zijn ook al zoveel stripverhalen over tieners.

Clara Lodewick

| Clara Lodewick

Is Merel naar een specifiek iemand gemodelleerd?
Lodewick:
Ze is gebaseerd op verschillende vrouwen die ik heb ontmoet toen ik in het verleden aan ‘Wwoofing’ deed. Daarbij werk je op een biologische boerderij in ruil voor voedsel en onderdak. De vrouwen die zo’n boerderij runnen, hebben een lichaam dat gespierd is, maar niet zoals iemand die aan sport doet om er goed uit te zien. Ze hebben een functioneel gespierd lichaam, met dikke voorarmen en kuiten, dat ik heel interessant en mooi vind. Ze bewegen ook anders dan stadsmensen, vrijer, misschien omdat ze minder bekeken worden. Ik wou dat Merel er zo uitzag en zo bewoog. Ook Permeke was onbewust een inspiratie.

Omwille van zijn bonkige boerenfiguren?
Lodewick:
Iedereen zegt altijd dat ik mensen met veel te grote handen teken, zoals bij Permeke, dat is dus zijn schuld. (lacht) Hij is in het algemeen een belangrijke figuur voor mij. Qua gebruik van kleuren in Merel waren de schilderijen van onder meer Rik Wouters een bewuste inspiratie.

Je besteedt ook veel aandacht aan het tekenen van eenden in allerlei kleuren. Heb je een liefde voor die dieren?
Lodewick:
Ik dacht eerst om duiven een belangrijke rol te geven, omdat duivenmelken een meer klassieke bezigheid is. Ik hou zelf van die dieren, maar ik heb het gevoel dat veel andere mensen geen grote sympathie hebben voor duiven, wat een rem zou kunnen vormen in het verhaal. Maar ook visueel dacht ik dat eenden geschikter zouden zijn: omwille van de diversiteit aan kleuren in hun verenkleed is het gemakkelijker om ze van elkaar te onderscheiden. Bij duiven is de grijze kleur erg dominant.

Bij het lezen had ik wel het gevoel dat het verhaal primeert op de tekeningen.
Lodewick:
Dat klopt wel, van jongs af aan wou ik in de eerste plaats scenario’s schrijven, verhalen vertellen. Ik was ook niet de klassieke virtuoze jonge tekenaar. Maar gaandeweg begreep ik dat ik toch het best geplaatst was om mijn eigen verhalen te tekenen. De verhalen die het belangrijkst zijn voor mezelf, over intieme zaken, wil ik zelf doen. Maar ik schrijf ook scenario’s voor jeugdstrips, waarbij iemand anders de tekeningen verzorgt.

Waar heb je het graag over in je verhalen?
Lodewick:
Ik vind sociale dynamiek superboeiend – en tegelijkertijd supereng. (lacht) Ik hou er ook van om de verhoudingen in groepsdiscussies weer te geven: wie spreekt het luidst, wie is de echte leider… Wat ik het liefst doe, is het uitwerken van de dialogen. Ik vind het bijvoorbeeld fascinerend om uit te zoeken wat het beste moment is om een stilte te laten vallen. Grappig genoeg merkte ik na het schrijven van Merel dat ik met het album onbewust in een bepaalde Vlaamse traditie stap, van verhalen over de gevolgen van roddels en verdachtmakingen in een dorp. Denk maar aan Suzanne Dantine van Bart Moeyaert, De Geruchten van Hugo Claus, Het Smelt van Lize Spit… Aan Franstalige zijde zie ik zulke verhalen veel minder.

Indirect zeggen mijn verhalen wel iets over mezelf, maar fictie is mijn beschermende buffer

Clara Lodewick

Zit er al een volgend verhaal in de pijplijn?
Lodewick:
Ja, terug een ‘huis clos’, maar deze keer speelt het zich af op een parking. Ik ben het verhaal nog volop aan het uitwerken, maar het centrale onderwerp is de interactie tussen een jongen en de moeder van een andere jongen. Het wordt een iets langer verhaal, om nog meer ruimte te hebben voor mijn geliefde dialogen.

Op een parking? Ongewone locatie.
Lodewick:
Ik spendeer nu eenmaal heel veel tijd op parkings, ik vertel wat ik ken. (lacht) Sinds twee jaar woon ik namelijk met mijn vriend in een busje, omdat die levensstijl me de nodige vrijheid biedt om me helemaal op het maken van strips te storten.
In die tijd heb ik gemerkt dat parkings heel boeiende plekken zijn, waar er vooral ’s nachts veel rare dingen gebeuren. Mensen voelen zich dan blijkbaar vrij. Zo zagen we eens rond middernacht twee auto’s enorm snel aan komen rijden, heel kort driften en dan weer rap vertrekken. Wat ons opviel is dat er twee jonge meisjes in die auto’s zaten. Zo’n bizar voorval roept bij mij heel wat vragen op en werkt inspirerend.

Merel, Clara Lodewick. Uitgeverij Standaard, 160 pagina's, € 32.50

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni