Pierre Vaiana op JustJAZZit

Vier dagen jazz in de marge, daar gaan ze bij de Beursschouwburg voor met hun festival justJAZZit. Tijdens deze derde editie betekent dat opnieuw heel veel ruimte voor improvisatie maar evenzeer voor electrojazz, funk en allerlei cross-overprojecten. Agenda doet een greep uit het programma en sprak met Pierre Vaiana die er zijn Itinerari Siciliani komt voorstellen.

Met Itinerari Siciliani presenteert Pierre Vaiana een vervolg op het thema van de funduqs, de cultuurhuizen avant la lettre uit de mediterrane regio. We maken kennis met een nieuw aspect van een blijkbaar onuitputtelijk gegeven.

Funduqswaren een soort herbergen waar rondtrekkende voermannen en kooplieden elkaar ontmoetten. Er werd niet alleen lekker en uitgebreid getafeld, maar ook gezongen en er werden teksten en gedichten voorgedragen. Op Porta del vento (2007) en L'auberge des chanteurs (2008) bracht Pierre Vaiana ons al in contact met deze fascinerende wereld. Recent verscheen een nieuw deel in de saga. Deze keer wordt er gemusiceerd op het snijpunt van jazz, blues en volksmuziek. Om dit live te brengen tijdens de huidige JazzLab-tournee doet de sopraansaxofonist beroep op anciens Salvatore Bonafede (piano), Manolo Cabras (bas) en de jonge drummer Lander Gyselinck.

Vormt Itinerari Siciliani het derde hoofdstuk van een drieluik?
PIERRE VAIANA:
Het is eigenlijk een nevenverhaal omdat we ons nu beperken tot Sicilië. Maar hoe langer we met het gegeven van de funduqs bezig zijn, hoe meer ontdekkingen we doen. Zoveel zelfs dat we al aan een vervolg denken. Met elke cd proberen we een ander facet te belichten. De grote verandering op de nieuwe cd is dat de nadruk op de melodie ligt. Hierdoor kom ik zelf veel ruimer aan bod dan op de vorige twee delen. Itinerari Siciliani is vooral een duoproject van pianist Salvatore Bonafede en mezelf. Op een paar nummers zijn er bijdragen van Lander Gyselinck en Manolo Cabras. Live wordt hun aandeel wel groter.

Trokken jullie net zoals Alan Lomax rond om veldopnamen te maken?
VAIANA:
Onze aandacht ging weliswaar vooral naar het traditionele repertoire maar niet het zuiver folkloristische. We zochten liederen die op het veld gezongen werden, in de gevangenissen of tijdens begrafenissen. Kortom, echte volkse thema's. In tegenstelling tot Lomax maakten we echter geen veldopnamen. We baseerden ons louter op bestaande teksten die we vonden in bibliotheken en conservatoria.

Stond er naast de teksten ook vermeld welke instrumenten erbij hoorden?
VAIANA:
Neen, om de simpele reden dat we enkel zuiver vocale nummers uitkozen, op een paar uitzonderingen na waar soms ook wat fluit bij gespeeld werd. Wij concentreerden ons zuiver op de melodie en probeerden de sfeer van het thema instrumentaal te benaderen.

Het grote discussiepunt is of je dergelijke muziekprojecten als jazz kunt beschouwen?
VAIANA:
Voor mij is het alleszins jazz, ook al zal dat inderdaad voor velen niet zo zijn. Er zijn thema's, gekoppeld aan improvisatie en dat is duidelijk de taal van de jazz. De grote moeilijkheid was om niet te overdrijven met de improvisaties en zo dicht mogelijk bij het thema en de melodie te blijven. Dat leerden we al doende. We hebben beiden natuurlijk onze bagage uit de pure jazz waardoor het uiteindelijk wel vlot verliep. Je kunt het vergelijken met het spelen van jazz-standards waarbij je ook in de geest van het stuk moet blijven. Door echte volksliederen als basis te nemen, sluiten we bovendien zelfs aan bij de blues. Niet de zuiver deprimerende zijde van de blues maar wel het diepmenselijke karakter ervan. En daar gingen we soms heel ver in. Een prachtig voorbeeld daarvan is 'Càmula di lu me cori', een klaagzang van een moeder bij het dode lichaam van haar zoon.

Tijdens jullie concerten geef je de nodige informatie mee aan het publiek.
VAIANA:
Ik probeer dat niet te veel te doen maar er zitten zoveel fascinerende aspecten in de nummers verweven dat ik ze wel wil vertellen. Neem gewoon al de geschiedenis van mijn voorouderlijk dorp in Sicilië. De Albanezen vestigden zich in die regio in de 15e eeuw toen ze op de vlucht waren voor de Ottomaanse overheersers. In de hedendaagse maatschappij vind je nog diverse sporen van die Albanese diaspora terug. Dergelijke feiten vermeld ik dan. Ik let er wel op dat het geen zuivere geschiedenisles wordt, de muziek blijft primeren.

24/2, 20.30, €10/12,50/14, BEURSSCHOUWBURG, www.beursschouwburg.be
2/3, 20.30, CC STROMBEEK, Gemeenteplein, Strombeek-Bever, 02-263.03.43, www.ccstrombeek.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • Niet enkel jongeren blijven feesten tijdens corona
  • Minister Clerfayt: 'Het zal twee jaar duren voor de arbeidsmarkt hersteld is'
  • Big City: Wat blijft er over van de wereldtentoonstellingen in Brussel voor Expo 58?
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Melat Gebeyaw Nigussie leidt de Beursschouwburg: 'Ik ben tegelijk insider én outsider'
  • Ruby Gallery: a new beacon in the canal zone
  • Liesa Van der Aa: 'Ik word agressief van yoga'
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement