Zeldzame etsen en brieven van Ensor in academie Anderlecht

© Jo Voets
"Je krijgt hier drie leraren," heeft Filip Le Roy zijn studenten vrije grafiek altijd gezegd: "De sukkelaar die ervoor betaald wordt, de fouten die je al doende maakt, en de contacten met andere studenten." Na veertig jaar academie gaat hij met pensioen, maar niet zonder de eindejaarsexpo te laten knallen met onuitgegeven brieven en zeldzame etsen van James Ensor.

I n 1973 mocht Filip Le Roy van de toenmalige directeur Frans Minnaert het atelier vrije grafiek voor volwassenen opstarten, toen nog in de Kapittelstraat: "In Sint-Lukas hadden we nauwelijks iets geleerd over de etstechniek, maar een leraar moet slechts een halfuur voorsprong hebben op zijn studenten..." Le Roy zag de Academie voor Beeldende Kunsten Anderlecht evolueren van een beperkt leerprogramma naar de vele specifieke ateliers die studenten aantrekken uit Brussel, het Pajottenland en ver daarbuiten.

"Omdat ik hier zo vroeg begonnen ben, had ik nog geen eigen werk, en was ik als leraar dus nooit een concurrent. Ik heb geprobeerd de taal van mijn studenten te versterken. Door een studente, die heel fraai tekende, maar nogal anekdotisch op het randje van flauw, de techniek aan te leren, vergrootten haar uitdrukkingsmiddelen. Je studenten zien evolueren, is het mooiste cadeau voor een leraar."

Niet-toxisch
"De Anderlechtacademie is geen academie als een ander," vindt Le Roy. "De gigantische ruimtes hebben ervoor gezorgd dat we onwaarschijnlijke dingen konden doen, zoals concerten en expo's met werk van Fred Bervoets of psychiatrische patiënten in samenwerking met Art en Marges (nu Art & Marges museum). Daardoor trek je weer nieuwe mensen aan die zich misschien voor een atelier gaan interesseren."

In 2003 hielp Le Roy bij de samenstelling van de expo Meesterprenten, zes eeuwen grafische kunst in De Markten, waarvan een selectie in de academie te zien was "ingegeven door het gezonde opportunisme van toenmalig directeur Wim Klewais."

Een bezoeker confronteerde hem toen met de vraag of het atelier nog steeds met toxische producten werkte, terwijl in de Verenigde Staten al een systeem ontwikkeld was op basis van acrylaten in plaats van vluchtige solventen. Na een workshop bij de Deen Henrik Bøegh (van wie Le Roy het handboek Niet-toxisch etsen vertaalde) mocht hij in 2005 van Klewais het etsatelier saneren.

"Dat heeft me veel beginnerspassie gegeven," zegt Le Roy: "Rembrandt zou in ons atelier precies dezelfde etsen kunnen maken als in zijn atelier in de Amsterdamse Jodenbreestraat, maar door de gebruiksvriendelijkheid heb je niet alleen veel sneller resultaat - vroeger waren er tegen het herfstverlof al een aantal studenten ontmoedigd afgevallen - maar zijn er ontelbare technieken bijgekomen."

Le Roy schuift met het ingekaderd werk van de studenten dat wacht om opgehangen te worden. "Tekeningen die met bic zijn gemaakt, daarna ingescand en opgeblazen, waardoor je een heel andere lijnvoering krijgt. En hier zijn vier technieken vermengd: de fotopolymeertechniek, een traditionele aquatint, droge naald en monotype. De techniek in functie van de creatie en niet omgekeerd. Onlangs gaf ik een workshop aan een groep fotografiestudenten van collega Mirjam Devriendt die al na een paar uren perfecte afdrukken van hun foto's op handgeschept papier konden maken." De ateliers laten samenwerken, vindt Le Roy belangrijk: "Ook het Ensorkabinet kon maar tot stand komen dankzij de deskundigheid van collega Bart Van Assche van het atelier hout-meubel."

Geluk, picturaal gesproken
Of Le Roy iets met brieven van James Ensor kon doen, vroeg een vriend hem. Wie naar de eindejaarsexpo komt, kan ze allemaal lezen, een zevental nog onuitgegeven brieven en briefkaarten. Aan Jules Daveluy, de kleinzoon van Ensors zuster Mariëtte (Mitche), en zijn echtgenote Simone en hun pasgeboren dochter Poupette-Juliette, en aan Hector Van Wouwe, Simones vader. Een verhaal van "net voor een koffer van de Daveluy's naar het stort afgevoerd zou worden, vond men er toevallig de brieven in."

Ze dateren van de jaren dertig, toen Ensor een zeventiger was die, hoewel hij Oostends praatte, in het Frans schreef. "Verrassend genoeg zijn het lieve brieven met een vrolijke toon, ze herinneren op geen enkel moment aan de scheldtirades uit de biografie van Eric Min. Kapitein Haddock avant la lettre. Ensor besefte dat hij zijn tijd ver vooruit was, hij zag de (post)impressionisten passeren - toen Seurat op een salon van Les Vingt exposeerde, vroeg een recensent zich af of de burgemeester van Brussel confetti dan niet verboden had," zegt Le Roy: "Maar hier gaat Ensor zich vertederen voor het gezin van zijn achterneef in Boom: 'Vive Simone, et Vive Jules, et Vive Juliette!!!'"

Immers, "les joies familiales sont les meilleures". "Schrijft de man die nooit getrouwd is geweest, waarschijnlijk omdat zijn hele leven werd gedomineerd door harde tantes als zijn moeder, tante, zus," zegt Le Roy daarover. Maar Simone wenst hij "tous les bonheurs possibles et même impossibles" en empathisch schrijft hij haar dat ze als jonge moeder wel weinig vrije tijd zal hebben.

Verder komen we te weten dat hij ijvert voor het behoud van de dokken van Oostende, verschillende voorwoorden schrijft om jonge schilders een hart onder de riem te steken en zijn muziekstuk slijt - La Gamme d'Amour zal samen met zijn sappige ode aan Manneken Pis in Anderlecht te horen zijn. Met een schildersoog beschrijft hij dan weer de luchten aan zee, maar ook de familiefoto die hem werd opgestuurd: "à gauche le bras tendre mais robuste de la maman annonce amour et protection; l'effet est heureux, picturalement parlant."

Zijn brieven zijn hier en daar ingekleurd, net zoals zijn etsen die daardoor "het meest Ensoriaans" aandoen. Uit de vijfhonderdtal etsen afkomstig van alle 133 etsplaten van verzamelaar Frank Deceuninck mocht Le Roy een selectie maken voor de academie: het leven van Christus, net zoals hij misbegrepen, kusttaferelen, spotprenten, Brusselse zichten van de Anspachlaan, de Goede Bijstandstraat, Groenendaal.

"Ensor begon met etsen na een reeks donkere interieurs die niet aansloegen, hij wilde zich tenslotte vereeuwigen. Na die korte etsperiode met als topjaar 1888 met 40 etsen zou hij terug met frissere kleuren schilderen. De Intrede van Christus in Brussel, de Guernica van België, hangt intussen in het Getty Museum in Los Angeles..."

Wat kunnen de studenten leren van de etser Ensor? Leraar Le Roy: "Ensor was technisch niet altijd raak, maar hij was als graficus fenomenaal. Dat je met een relatief zwakke techniek toch prachtige dingen kunt creëren."


--------------------------
Opening eindejaarsexpo vrijdag 21 juni van 18u-21u, open zaterdag 22 en zondag 23 juni 14u-18u, maandag 24 en dinsdag 25 juni 18u-21u, www.academieanderlecht.be, Dapperheidsplein 17, 1070 Anderlecht, 02-523.03.71.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

BRUZZ Magazine
deze week
  • Cultuurhuizen maken een vuist
  • Ibrahim Ouassari van MolenGeek wordt bestuurder bij Proximus
  • Frédéric Van Malleghem (Cambio): 'Tegen auto zijn is beetje belachelijk'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Stripmuseum: 'We willen een draaischijf zijn in Belgische stripscene'
  • Chassol lâche son imagination débridée sur Bruxelles
  • Ichraf Nasri on Political Body II
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement