interview

Zwarte schrijfsters over hun complexe identiteit

Heleen Debeuckelaere (rechts) en Melat G. Nigussie: "Eindelijk wordt die complexe meerstemmige identiteit ons gegund" © Saskia Vanderstichele

‘Zwart’ is een bundel verhalen van negentien zwarte schrijvers uit Nederland en België. Mensen die met één voet in Europa en met één voet in Afrika staan. Samengesteld door Vamba Sherif en Ebissé Rouw, kunnen we het boek zien als een naslagwerk over zwart activisme. Melat G. Nigussie en Heleen Debeuckelaere zijn twee van de schrijfsters die in Brussel wonen.

ZWART Heleen Melat BRUZZ ACTUA 1607
© Saskia Vanderstichele
| Heleen Debeuckelaere en Melat G. Nigussie.

Vorig jaar was een bewogen jaar voor het feminisme. Het was niet alleen het jaar van de #metoo-beweging, maar ook het jaar waarin een groot aantal gekleurde schrijvers racisme aan de kaak stelde. Zo schreef de Brusselse modeontwerpster en activiste Rachida Aziz met haar boek Niemand zal hier slapen vannacht, een vlammend betoog tegen het structurele onrecht dat onze samenleving ‘de ander’ aandoet, verscheen van de geroemde Surinaamse-Nederlandse antropologe Gloria Wekker het gezaghebbende boek Witte onschuld en schreef de Nederlandse schrijfster en columniste Anousha Nzume het boek Hallo witte mensen, dat een ‘gids’ werd genoemd voor witte mensen om racisme beter te begrijpen. In februari dit jaar verscheen bij Atlas Contact de bundel Zwart, een verzameling verhalen van negentien jonge Afro-Europese schrijvers.

Heleen Debeuckelaere en Melat Nigussie wonen in Brussel, en ontmoetten elkaar jaren geleden tijdens een expositie in Wiels. Nigussie werkt aan Next Generation Please!, een project van Bozar dat jongeren en politici een jaar samenbrengt om vragen te stellen over burgerschap in Europa. Het resultaat van de politiek-artistieke samenwerking wordt getoond tijdens een festival in mei. Burgerbeweging Black Speaks Back, waar Heleen Debeuckelaere deel van uitmaakt, werd gekozen voor dat project. Ze maken een futuristische musical over de Afro-Europese identiteit.

Ook ‘Zwart’ gaat over die identiteit. Wat betekent die voor jullie?
Melat G. Nigussie: Het is een complexe identiteit, maar dat is nu eenmaal eigen aan identiteit. Als je aan mensen vraagt of ze zich Europeaan voelen in Brussel, is hun antwoord ook niet meteen ‘ja’. Die complexiteit en meerstemmigheid worden ons nu eindelijk gegund. We zijn geen hokje meer, we zijn geen trope of stereotype, maar een meerstemmig narratief. Dat komt heel mooi aan bod in Zwart.

Melat G. Nigussie

Heleen Debeuckelaere, u schreef hoe u na tien jaar bezoeken aan psychiaters terechtkwam bij iemand die u de ogen opende.
Heleen Debeuckelaere: Het verhaal is een relaas van mijn zoektocht naar hoe ik moest omgaan met mijn paniekaanvallen. Wat me daarin heeft geholpen, is het idee dat je niet beter bent dan je omstandigheden. Wat je familie is overkomen, draag je mee. Dat geldt niet alleen voor zwarte mensen. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond bij psychologen het concept van tweede- of derdegeneratieslachtoffers. Veel kinderen in Israël kregen te maken met paniekaanvallen, terwijl ze zelf nooit in kampen hadden gezeten. Mijn psychiater vroeg me waarom ik dacht dat ik geen last zou hebben van het verleden.

Werd daar vroeger thuis over gesproken, dat je grootmoeder een Rwandese puber was toen ze zwanger raakte van je grootvader, een Antwerpse koloniaal?
Debeuckelaere: Dat is iets dat met horten en stoten naar buiten is gekomen in mijn leven. Mijn moeder komt alle eer toe, zij zet zich met een hele groep mensen al zeker vijftien jaar in voor het lot van die groep mensen, de metissen van België zoals we ze nu noemen. Dat bracht hen in Kamer en Senaat. Nu is er een resolutie aangenomen met de vraag om herstel. Die gaat vooral om vergoedingen voor administratieve rompslomp. De slechte organisatie van de eerste voogdijkinderen in België, had haar gevolgen. Sommigen hebben nooit de Belgische nationaliteit gekregen. Of ze hadden geen geboorteakte, waardoor trouwen alleen kon als er een speciale, erg dure akte werd opgesteld.

Over herstel voor emotioneel leed wordt niet gesproken, al zou dat interessant zijn. Als het erdoor komt, is dat historisch. Het zou de eerste vorm van herstel voor koloniale misdaden zijn in Europa.

Melat Nigussie, u schrijft over uw relatie met uw vriend, die wit is. U beschrijft dat jullie nooit dat koppel zullen zijn dat over politiek discus­sieert, maar altijd de witte man en de zwarte vrouw. Is dat dagelijkse kost?
Nigussie: Ik sta er niet bij stil, tot er iets gebeurt waardoor ik me dat weer realiseer. Mijn partner is mijn partner, daar denk ik verder niet over na, maar andere mensen blijkbaar wel. Ik schrik er ook van hoe wildvreemden zich permitteren om ideeën te hebben over hoe mijn ongeboren kinderen eruit zullen zien. Als ik met een zwarte man zou samen zijn, zouden ze nooit zeggen dat mijn kinderen schattige krulletjes zullen hebben en een mooie lichte huid.
Ook schrijft u dat u vaak een ‘interne zucht van verlichting’ ziet als mensen erachter komen dat u een witte vriend hebt.
Nigussie: Mensen vragen ook of ik een witte partner heb. Dat ze dat willen weten, vind ik treffend. Doet dat ertoe? Kijk je daardoor anders tegen me aan? Eerst zien ze me als ‘Vlaams genoeg’: ik spreek de taal, ik ben hier opgegroeid. Dan is het oké, maar zodra ik Amhaars begin te spreken, de taal die ik met mijn ouders spreek, gaat het van: ‘Hoe? Ge spreekt geen Nederlands thuis? Dat is raar.’ Ik zie hun houding en blik veranderen. Dan realiseren ze zich dat ik toch anders ben. De kleur die zij weggestopt hadden, komt weer naar boven. Als ik vermeld dat mijn partner wit is, blijkt weer dat ik toch niet zo anders ben.

Melat G. Nigussi en Heleen Debeuckelaere
© Saskia Vanderstichele
| Melat G. Nigussi en Heleen Debeuckelaere: "Links heeft nooit kunnen omgaan met diversiteit."

Tegelijkertijd bent u ook een beetje ontgoocheld als u hoort dat mensen een witte partner hebben.
Nigussie: Dat is de paradox van mijn relatie. Ik heb een relatie met een witte man, en telkens als ik erachter kom dat mijn favoriete acteur, of iemand als tennisster Serena Williams, een witte partner heeft, is een deel van mij teleurgesteld. Dat komt omdat zwarte liefde niet genoeg getoond wordt, niet gevierd mag worden. In films zie je zelden een blackass-koppel, maar bijna altijd gemixte relaties. Zwarte publieke liefde is zeldzaam, daarom worden bekende zwarte koppels zoals de Obama’s of Beyoncé en Jay Z zo opgehemeld. Mijn ouders zijn zwart en mijn broers hadden zwarte vriendinnen, ik werd omringd met zwarte liefde, maar zag die niet belichaamd op tv. Tegelijkertijd heb ik een relatie met een witte man. Ergens is dat moeilijk te verzoenen. Ik ijver voor zwarte liefde, maar I don’t practice what I preach.

Mensen zijn zich er niet altijd bewust van dat hun uitspraken racistisch zijn. Dat blijkt ook uit jullie verhalen.Nigussie: ‘Zwart’ bundelt inderdaad verhalen en ervaringen, maar racisme is niet anekdotisch. Racisme is ook een structureel feit dat met cijfers en statistieken kan worden onderbouwd. Dat is belangrijk om op te hameren. Onze verhalen vloeien daaruit voort.

Heleen Debeuckelaere

Ik denk dat veel mensen zijn opgevoed met het idee: het maakt niet uit wat je huidskleur is, het gaat om wie je bent. Maar dat is in wezen problematisch. Want kleur maakt wél deel uit van je identiteit. Hoe kan de nieuwe generatie daar beter mee omgaan?
Debeuckelaere: Ik denk dat het tij al aan het keren is. Ik zie mensen die amper tien, twaalf jaar jonger zijn dan wij, voor wie veel dingen vanzelfsprekend zijn. Het feit dat je mensen niet ‘neger’ noemt, dat er homo's zijn en transgenders. Ik zit te kijken naar die tieners en mijn mond valt open. Dan denk ik: waar zijn we mee bezig, die gasten hebben alles door! Zij vragen niet op die dwingende toon: ‘Waar kom je vandaan?’Dat is heel anders dan bij de oudere generaties, zoals de babyboomers, die zichzelf graag op de borst klopten omdat ze zo open minded zijn, omdat ze tegen apartheid hebben geprotesteerd, maar die er niet tegen kunnen dat Abou Jahjah een boek uitbrengt bij De Bezige Bij. Dat soort dingen verbaast mij. Hoe ouder links in Europa in een soort kramp schiet als het gaat over mensen met een andere huidskleur, andere religies en mensen die andere normen en waarden hebben dan ze gewend zijn.

Heleen Debeuckelaere (links) en Melat G. Nigussie: "Eindelijk wordt die complexe meerstemmige identiteit ons gegund"
© Saskia Vanderstichele
| Heleen Debeuckelaere (links) en Melat G. Nigussie: "Eindelijk wordt die complexe meerstemmige identiteit ons gegund"

‘Mensen die denken dat we in een postraciale samenleving leven, wonen in Gent,’ schreef u eerder. Dat lijkt me ook een aanklacht tegenover die linkse denkers.
Debeuckelaere: Links heeft nooit kunnen omgaan met diversiteit. Ze hebben het geprobeerd, maar het is niet gelukt. In die zin zijn oude ideologieën over wat rechts is en wat links, niet meer representatief als het gaat over diversiteit. Ook in progressieve partijen worden achter gesloten deuren de vuilste dingen gezegd over mensen van andere origine.
Het is nog niet zo lang geleden dat Luk Van Biesen van Open VLD in de Kamer tegen Meryame Kitir zei: ‘Ga terug naar uw land.’ Links is in een kramp geschoten, en rechts heeft wel een antwoord gevonden op diversiteit. Daarom zijn zij zo succesvol nu. Dat is een van de grootste uitdagingen op dit moment.
Nigussie: Ik denk dat links twee keer gefaald heeft. Enerzijds in het omarmen van een superdiverse samenleving met al haar moeilijkheden, en anderzijds omdat het nooit aan zijn kiezers, de arbeidersklasse, heeft kunnen uitleggen waarom wij hier zijn, waarom migranten hier zijn. Rechts heeft daarvan geprofiteerd en de arbeidersklasse tegen elkaar opgezet, terwijl Kelly misschien meer gemeen heeft met Fatima die bij haar in de klas zit, dan met An-Sofie uit West-Vlaanderen.
Debeuckelaere: Ik denk dat het ook met religie te maken heeft. Links pretendeert geseculariseerd te zijn in al zijn vormen. Wie het over diversiteit heeft, heeft het ook over de islam en de terugkeer van het christendom of andere vormen van religiositeit. Je hoort soms: ‘De nonnen hebben de kap afgeworpen en nu doen de vrouwen de hoofddoek aan.’ Een dwaze redenering.
Dat Hugo Claus ooit de kappen van nonnen heeft afgetrokken is niets om trots op te zijn. Dat is een aanval op een vrouw en geen normaal gedrag, en dat gebeurde allemaal onder het mom van het verlichtingsideaal. Komaan zeg. Dat idee dat vrouwen zullen worden bevrijd als hun hoofddoeken afgaan, wordt doorgetrokken naar vandaag. Vooral mannen doen dat, terwijl ze nog nooit een woord hebben gewisseld met een moslima die een hoofddoek draagt. Hun onvermogen om te luisteren naar mensen, omdat ze denken dat ze de waarheid in pacht hebben. Daar wringt het.

Toch zijn er initiatieven van linkse partijen om racisme te bestrijden. Zo werden in Brussel de praktijktesten ingevoerd op de arbeidsmarkt. Wat vinden jullie daarvan?
Nigussie: Het is een noodzakelijk kwaad, en de enige manier om discriminatie enigszins te bestrijden. Het is nog maar de vraag of Vlaanderen ook zal plooien.
Kijk bijvoorbeeld naar het systeem van dienstencheques. Er zijn mensen die vinden dat je zelf moet kunnen beslissen wie er komt poetsen in je huis. ‘Als ik geen Afrikaan wil, is dat mijn recht.’ Nochtans betaal ook ik belastingen, waarmee ik bijdraag aan dat systeem, maar schoonmaken in iemands huis, dat zou ik niet mogen? Ik sponsor mee mijn eigen discriminatie. Dat is toch absurd?

Er zijn al mystery calls voor zoveel dingen, zoals nachtwinkels en krantenwinkels die drank en sigaretten aan minderjarigen verkopen. Waarom is het zo moeilijk om op die manier nog veel meer zaken aan te pakken?
Debeuckelaere: We zeggen niet langer, zoals de eerste generatie gastarbeiders, dat we hier tijdelijk zijn. Het gaat over mijn land en mijn toekomst, en ik betaal hier belastingen. Ik wil geen publiekshuis sponsoren dat geen quota heeft. En ik wil praktijktesten, want met mijn belastinggeld wordt discriminatie gesponsord. Dat kan niet meer.

Zwart, verhalenbundel
© Uitgeverij Atlas Contact
| Zwart, verhalenbundel.

Jullie verhuisden allebei een paar jaar geleden uit Vlaanderen naar Brussel. Zijn er grote verschillen?
Nigussie: In Vlaanderen heb ik nooit iemand met een andere huidskleur voor de klas gehad. Stel je dat even voor: het kan voorkomen dat een kind nooit een zwarte leerkracht ziet. In Brussel heb ik die zwarte leerkrachten wel gezien. Ik heb zwarte dokters gezien, van wie ik niet eens wist dat ze in België bestonden, seriously. In Brussel heb ik zwarte apothekers gezien. Nooit gezien toen ik opgroeide in Vlaanderen. Hier zie ik overal black excellence. Dat gaf mij een geweldig gevoel.
Debeuckelaere: In Brussel kom je, tenzij je alleen maar in de Dansaertstraat blijft, altijd in aanraking met superdiversiteit. Je zal mensen ontmoeten met een andere sociale afkomst, en die andere talen spreken. Het ligt volledig in je eigen handen of je daar wat mee doet of niet. Er is zoveel cultuur, en alles ligt gewoon voor het grijpen. Niet Bozar en het Museum voor Schone Kunsten of de AB, maar ook feestjes in Anderlecht van Afrobeatartiesten en dancehallfeestjes iedere eerste zaterdag van de maand, waar alleen maar Afrikanen op afkomen. En het feit dat je gewoon je haarproducten kunt kopen in Matonge.
Nigussie: Als je in Vlaanderen in een witte buitenwijk komt, waar nooit zwarte mensen komen, word je aangestaard. Als je in een café komt, word je aangestaard. Terwijl je hier opgaat in de massa.
Brussel is een mega-unieke plek. Je kunt hier groeien. Als je een activist bent, moet je naar hier komen. Er is zoveel te doen. Ik denk aan Le Space van Rachida Aziz, of de Warrior Poets, een Brussels collectief dat mede werd opgericht werd door Gia Abrassart en Lise Vanderpiete.
Debeuckelaere: Het gaat niet alleen om diversiteit, maar ook om andere radicale initiatieven, zoals de vzw Toestand, of Recyclart. Zoveel kleine groeperingen van mensen zetten zich in voor dingen die interessant zijn en waar ze in geloven.

De drankjes zijn op, de barman wil het café sluiten. Als we vertrekken, zegt Debeuckelaere nog dat ze Zwart heeft zien liggen bij Passa Porta. Het lag naast Witte onschuld van Gloria Wekker. Debeuckelaere en Nigussie geven elkaar een high five.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

OPROEP: Reageer jij soms op online nieuwsartikels of wil je het wel eens proberen? Doe mee aan het RHETORIC-onderzoek en wie weet win jij een van onze 10 prijzen! Neem nu deel..

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?