eindejaar 2019

Regisseurs Bas Devos en Timeau De Keyser over het Brussel uit hun films

Bas Devos (l.) en Timeau Dekeyzer: "Een film maken zonder geld, dat doe je maar één keer."© Ivan Put

Filmregisseurs Timeau De Keyser (Étangs noirs) en Bas Devos (Hellhole, Ghost tropic) deden zichzelf financieel pijn voor bemoedigende, bloedmooie films die onbeminde Brusselaars zichtbaar maken. “Het is een wonder dat we met zo weinig geld zo'n goed werk leveren.”

Bas Devos heeft een boerenjaar achter de rug. In februari stelde hij op het filmfestival van Berlijn het aftastende, complexe Hellhole voor: een combinatie van drie portretten van inwoners van het gekwetste Brussel. Drie maanden later reisde hij naar Cannes om in de Quinzaine des réalisateurs Ghost tropic te presenteren. Du jamais vu. De los uit de pols geschudde prachtfilm volgt een gesluierde vrouw tijdens een nachtelijke tocht door Brussel, en landt op Nieuwjaar in de betere bioscopen.

Timeau De Keyser kan ook niet klagen: de bioscooprelease van Étangs noirs zette dit voorjaar de jonge theatermaker (Tibaldus, Toneelhuis) op de kaart als filmregisseur. Eerder hadden de filmfestivals van Londen en Gent al een lans gebroken voor de lowbudgetfilm die hij samen met regisseur en cameraman Pieter Dumoulin draaide in de Modelwijk in Laken. Bas Devos vindt Étangs noirs een van de mooiste films die hij in ruime tijd heeft gezien.

Timeau De Keyser

  • Theater- en filmmaker
  • Geboren in 1988 in Gent
  • Studeerde in 2011 af aan School of Arts - KASK Gent
  • Maakt theater voor Tibaldus (Paard: een opera, Yvonne, prinses van Bourgondië, Het huwelijk). Zit ook onder de vleugels van Toneelhuis
  • Regisseerde samen met Pieter Dumoulin de langspeelfilm Étangs noirs

Bas Devos

  • Filmmaker
  • Geboren in 1983 in Zoersel
  • Studeerde af aan Sint-Lukas in Brussel
  • Werd na debuutfilm Violet in 2014 de Vlaamse Gus Van Sant genoemd
  • Het filmfestival van Berlijn selecteerde in februari zijn film Hellhole
  • Stelde in mei Ghost tropic voor in Cannes. De film loopt vanaf 1 januari in Cinema Aventure en Flagey

Kennen jullie elkaar? Jullie filmden allebei in de Modelwijk.
BAS DEVOS:
We kennen elkaar. De casting voor Hellhole heeft lang geduurd. Ik had de deuren van de Brusselse sportclubs en jeugdhuizen al platgelopen toen Timeau en Pieter Dumoulin vertelden dat ze met jonge gasten uit de Modelwijk hadden samengewerkt. Ik trok daar ook naartoe en trof er jongeren aan met een groter enthousiasme, een grotere mondigheid en een grotere nieuwsgierigheid. Je kon een echt gesprek met hen aangaan. Dat was niet overal even eenvoudig. Ik vond er hoofdrol­speler Hamza Belarbi. Het was logisch om zijn goed aan elkaar hangende, kleurrijke vriendengroep erbij te betrekken. Ik castte ook Cédric Luvuezo, die de hoofdrol speelt in Étangs noirs.
TIMEAU DE KEYSER: Daar was ik erg blij mee. Cédric heeft opvallend veel talent. We zijn in contact gebleven. Ik wens hem een acteurs­carrière toe. Dat zit er echt in als hij een beetje geluk heeft en steun krijgt.

Brengt filmen in en met de Modelwijk een zekere verantwoordelijkheid met zich mee?
DE KEYSER: Toch wel. We hebben met de bewoners een bus ingelegd voor de première op Film Fest Gent. Dat was heel feestelijk en leuk. (Lacht) Maar het was niet altijd gemakkelijk. Vooral in het begin was er scepsis. Het liep los omdat we de vragen van de buurt ter harte namen. Het waren ook onze vragen. Hoe gaan we daar aanwezig zijn? Wat gaan we doen? Hoe gaan we filmen? We gingen niet alleen in de filmruimte een verhouding aan met de Modelwijk. We dachten ook na over onze concrete aanwezigheid. Casting, kostumering, catering: al die segmenten van het filmmaken vragen om een verantwoordelijkheid.
DEVOS: Een filmmaker die zich verhoudt tot de werkelijkheid, draagt altijd verantwoordelijkheid. Zeker als hij werkt met mensen die geen professionele acteurs zijn. Je vraagt hun om zich bloot te geven, en dat verplicht je om hen te steunen en te beschermen. Een van de grootste kopzorgen voor Hellhole was: hoe kan ik op een juiste, eerlijke manier met die gasten werken zonder te vervallen in stereotypen of vlakheid en toch iets maken waar een zekere afstand in zit? Ik wilde drie verhalen van drie mensen tegenover elkaar afwegen in een filmische constructie, maar zonder iemand oneer aan te doen. De hele productie lang ben ik in gesprek gegaan over de verhouding tussen maker en onderwerp. Het is snel te kort door de bocht. Ik vind het moeilijk om in te schatten of ik correct ben geweest.

Valt wel mee, denk ik. Ghost tropic toont de 58-jarige gesluierde vrouw duidelijk als individu en dus niet als vertegenwoordigster van een gemeenschap.
DEVOS: Een vertrekpunt was: een mens laten zien, voorbij identiteit. Mocht ik een film hebben gemaakt over Khadija's identiteit als moslima of vrouw van middelbare leeftijd, dan zou dat misschien problematisch zijn. Ik denk niet dat ik daarvoor op de juiste plaats zit. Het opzet van de film is om de identiteitskwesties voor een groot stuk op te heffen en gewoon iemand te tonen die voelt, hoopt, droomt, bang is. Iemand die de wereld in stapt en gezien wordt. Een van mijn grote beweegredenen was het zichtbaar maken van een personage dat ondervertegenwoordigd is in film en televisie.
DE KEYSER: Pieter en ik wilden ook geen gedetermineerd hoofdpersonage. We vonden een grote vrijheid in het kijken naar de acteur. Hoe beweegt Cédric? Hoe spreekt hij? Die materialiteit was belangrijker dan het symbolische of maatschappelijke kapitaal van het personage of de acteur. Die kwestie speelt in elke film of toneelvoorstelling op, maar toch nog iets feller als je in de Modelwijk met een filmploeg neerstrijkt. Ik ben daar niet geboren en het leven van Cédric is ver verwijderd van het mijne. In neutraliteit geloof ik evenwel niet. Ondanks het feit dat de film niet expliciet politiek is, heeft onze keuze om de strijd van een personage zo te ensceneren, een politieke dimensie. Je werkt nooit in een vacuüm. Je kan nooit voorbijgaan aan de sociaal-maatschappelijke context.

Je spreekt over het zichtbaar maken van een personage dat ondervertegenwoordigd is in film en televisie. Mag ik dat engagement noemen, Bas?
DEVOS: Ah, ja, verzet en engagement is het thema van jullie eindejaarsinterviews. (Lacht) Ik denk niet in die termen. Ik voel meer voor verzet dan voor engagement. Ik ben gevoelig voor bepaalde, dominante politieke discours en wereldbeelden. Er is een hardheid in de manier waarop we over de andere spreken – ongeacht waarin de andere zogezegd verschilt – en daar verzet ik me tegen. Ik geloof, nee, ik wéét dat ik me wel kan herkennen in de andere. Je kan iemand anders tegemoet treden met vertrouwen in plaats van wantrouwen of afstandelijkheid. Ook op onbekend terrein.

Is dat tegemoet treden moeilijker in Brussel, door het hoge aantal verschillende talen, religies, culturen en gewoontes?
DEVOS: Soms denk ik dat dat het net gemakkelijker maakt. Iedereen is in deze stad een minderheid. Zelfs de witte man. Kijk op de metro maar eens in het rond. Brussel is een maffe plek, een van de meest diverse plekken op aarde. Niet alleen statistisch, ook zichtbaar. Er is een noodzaak en logica om de andere te ontmoeten. Je kan er gewoon niet rond. In een stad of dorp met één homogene, grote groep is het veel moeilijker om de stap naar de andere te zetten.
Ik ben niet naïef. Ik wil niet met iedereen bevriend zijn. Ik passeer elke dag mensen van wie ik denk: die energie heb ik liever niet te dicht bij mij. Ik geloof wél dat we iets – een verhaal, een grond – kunnen delen. Vanzelf komt dat niet. Een eerste voorwaarde is dat je voor elkaar durft open te staan. Daarom verzet ik me tegen de idee dat de andere te wantrouwen is. In Cannes zei iemand over Ghost tropic: “Vandaag is goedheid een revolutionair ding.” Daar kan ik me in terugvinden. Het publieke discours is op dit moment zo hard, en vertrekt zo vaak vanuit het eigen gelijk. Een veelheid aan perspectieven voorstellen is voor mij een daad van verzet – of toch minstens een vorm van weerstand. Ghost tropic probeert niets op scherp te zetten. De politieke lading schuilt net in het warme en zachte. Het is een uitgestoken hand.

1689 Bas Devos Timeau Dekeyzer2
© Ivan Put

Jullie hebben beiden wonderen verricht met een bijzonder bescheiden filmbudget. Is dat geen verkeerd signaal in tijden van besparingen?
DE KEYSER: Je mag daar niet luchtig over doen. Het is ons één keer gelukt omdat we jong zijn. Een tweede keer gaat het echt niet lukken. Étangs noirs was qua financiering een ramp. Medewerkers kregen geen loon en bouwden dus ook geen sociale rechten op. Commercieel valt er niets te rapen met een film als Étangs noirs. De waarde ligt volledig in het artistieke, het sociale en de ontwikkeling van een filmtaal. Het staat buiten kijf dat het een heel waardevol project was, maar in cijfers uitgedrukt heeft het geen waarde. Wat ons uiteindelijk een concreet probleem oplevert: de huishuur moet betaald.
DEVOS: Het beetje spaargeld dat ik had, zit in Ghost tropic. Producent Marc Goyens stak er ook eigen geld in. De kans dat we dat geld recupereren, is zo goed als onbestaande. We deden dat vanuit het geloof dat de film waardevol is. Dat kan je onmogelijk twee keer doen. Een film is een klein bedrijf dat je opstart en na twee maand weer opdoekt. Film kost geld want je moet de mensen correct betalen. Voor Ghost tropic hebben we een beroep gedaan op de goodwill van de mensen met wie ik al lang samenwerk en die zin hadden om mee te springen. Dat is niet voor herhaling vatbaar.

Straf. Waarom schrik je dan terug voor het woord engagement?
DEVOS: Omdat ik dan aan soepbedeling denk. (Lacht)

Trokken jullie naar het Martelaarsplein om te protesteren tegen de cultuurbesparingen van minister-president Jan Jambon?
DE KEYSER: Uiteraard! Alleen roep ik niet door de microfoon, dat ligt niet in mijn karakter.
DEVOS: Mijn lief doet dat al. (Lacht) Maaike (Neuville, nr) is goed met de megafoon. Het schone is dat zij niet noodzakelijk spreekt over die besparing van 60 procent. Iedereen met een beetje realisme weet dat die niet zal worden teruggedraaid. Maaike laat liever een stem van verzet en protest horen tegen de veel bredere, voelbare verharding. Ze verwoordt dat mooi en daar ben ik trots op. Het gaat niet alleen over centen, het gaat over iets veel groters. Zachte sectoren worden niet liefdevol bekeken, terwijl het daar allemaal begint: in de zorg, het onderwijs, de cultuur.
DE KEYSER: Vergeleken met bijvoorbeeld Duitsland doet Vlaanderen het slecht. Het is een wonder dat we met zo weinig geld zo'n goed werk leveren. Het was al bijna onmogelijk om in het theater projectsubsidies te krijgen, maar nu wordt het helemaal absurd. De impact rondom mij is enorm en reëel: mensen vallen straks zonder geld. Velen zullen afhaken, slechts enkelen zullen doorzetten. Een generatie valt er voor een groot deel tussenuit. Het is een ramp voor het kunstenlandschap én nefast voor de democratie. Grote woorden, ik weet het, maar ik geloof heel hard in de functie van cultuur. Gesubsidieerde cultuur is een democratische ruimte. Die afschaffen is hetzelfde als de oppositie afschaffen. Verschrompeling van de ruimte voor kritisch denken is een gevaar voor de democratie.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Oproep: Lees of reageer je wel eens op online comments, op nieuwssites of social media? Wil jij bijdragen aan een constructief online debat? Doe dan nu mee met het RHETORiC-onderzoek en ontvang een waardebon. Meer info en inschrijven.

Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?