interview

The Colorist Orchestra kleurt de muziek van Gabriel Rios

© Charlie De Keersmaeker

Geeft The Colorist Orchestra, het collectief rond popbricoleurs Aarich Jespers en Kobe Proesmans, hun grootste fan Gabriel Rios die spreekwoordelijke trap onder de kont, zodat hij eindelijk eens nieuwe muziek gaat opnemen? Het is een van de vele vragen waar een gezamenlijke tournee een antwoord op moet formuleren.

Een kiem voor The Colorist Orchestra werd gelegd in Brooddoos, een kindervoorstelling van Dimitri Leue uit 2012 waarvoor Aarich Jespers en Kobe Proesmans soundscapes creëerden met afval. “Je kan over een steen wrijven en zo noise fabriceren, maar wat als je dat geluid in een popsong steekt?” vroeg de ritmetandem zich af. Ook toen ze samen bij Zita Swoon zaten, stapelden de vragen zich op. “Hoe kan je een drumpartij spelen zonder dat iemand de drummer en iemand de percussionist is? Moeten de akkoorden en de melodie per se bij het akkoordeninstrument liggen?” Al spelend, experimenterend en kleurend werd zo het fundament van The Colorist Orchestra gelegd. “Maar elke keer we met abstracte klanken werkten, wilde men ons in het vakje stoppen van de progressieve, hedendaagse muziek, of van de fusionjazz, terwijl wij gewoon zin hadden om ons klankonderzoek toe te passen in een popformatie. Zo zouden we twee werelden kunnen samenbrengen die elkaar anders nooit ontmoeten.”
Enter respectievelijk de singer-songwriters Sumie Nagano, Cibelle, Emiliana Torrini, Lisa Hannigan, Howe Gelb en nu dus ook Gabriel Rios, popstemmen die één ding gemeen hadden: ze wilden hun repertoire weleens laten uit- en weer aankleden door de arrangeurs-bricoleurs en hun professionele muziekaanneembedrijfje. Hoe de catalogus van de Puerto Ricaanse zanger, die tegenwoordig pendelt tussen New York en Antwerpen, de renovatiewerken verteerd heeft, blijft afwachten tot na het eerste optreden.

Toen jullie vier jaar geleden de samenwerking met Emiliana Torrini lanceerden, klonk het: “Het zou leuk zijn mochten artiesten in de toekomst naar ons komen, in plaat van dat wij hen opzoeken.” Hoe ver staat het daarmee?
Aarich Jespers: Aan het zoeken en het proberen overtuigen van artiesten zijn we intussen wat ontsnapt, vooral omdat we nu kunnen voorleggen wat we al verwezenlijkt hebben. Vroeger moesten we iedereen nog persoonlijk uitleggen wat we precies van plan waren.
Kobe Proesmans: We worden tegenwoordig weleens gebeld en aangeschreven, maar het is vooral leuk wanneer artiesten spontaan namen droppen. Zo overtuigde Emiliana ons om Lisa Hannigan live te gaan bekijken, en Howe Gelb werd ons ook aangeraden door Gabriel. We zijn zeker nog niet in het stadium van Kronos Quartet, waarmee iedereen wil samenwerken. Zij blijven een voorbeeld. Gabriel kennen we natuurlijk al veel langer. Eigenlijk heeft hij zichzelf op ons lijstje gezet. (Lacht)

1691 The Colorist Gabriel Rios hi res
Gabriel Rios, omringd door Kobe Proesmans (links) en Aarich Jespers: de twee Antwerpenaren nemen de muziek van de Puerto Ricaan onder handen

Bloed kruipt waar het niet gaan kan. Gabriel, jij zakte in het midden van de jaren 1990 af naar België omdat je fan was van dEUS en Moondog Jr./Zita Swoon, en nu sta je met enkele originals uit die scene op het podium.
Gabriel Rios: Ja, we hadden het er gisteren nog over. Zo heb ik Aarich leren kennen. Met Kobe heb ik natuurlijk al vaker gespeeld. Maar ik vind het fantastisch dat we zoveel jaar later samen op een podium staan. Ik was van in het begin fan van The Colorist Orchestra, zag al hun samenwerkingen live en heb hun van in het begin duidelijk gemaakt dat ik hun aanpak ook wel zou zien zitten. Hun taal, muzikale wereld en abstracte manier om aan songs te werken vond ik altijd al aantrekkelijk. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat ze hun en mijn wereld zouden kunnen doen samensmelten. Door de arrangementen uit handen te geven, kan ik al mijn energie nu ook stoppen in mijn zangpartijen en performance. Dat is relaxed.

Dat hoorden we wel vaker bij jullie invités: de controle over hun nummers uit handen geven had een bevrijdend effect.
Proesmans: Ook wij herkennen dat, omdat we ons als muzikant soms in de omgekeerde situatie bevinden. Onlangs deed ik mee met De onzichtbaren, een theatervoorstelling van de Antwerpse sociaal-artistieke werkplaats Tutti Fratelli. Het viel me op hoe leuk het kon zijn om gewoon op te dagen en alleen mijn skills als muzikant te gebruiken. Daarom houden we onze samenwerkingen gebald. We bieden potentiële gasten de luxe aan om zich tijdens een korte periode over te geven aan ons universum, terwijl wij al het werk doen. Mochten we pakweg 25 keer spelen, dan zouden artiesten minder makkelijk tijd willen vrijmaken.

De paradox is dat sinds Gabriel een dikke vijf jaar geleden This marauder's midnight uitbracht, er geen nieuw werk van hem verscheen. Misschien heeft hij eerder dan een luxesamenwerking jullie spreekwoordelijke schop onder de kont nodig?
Proesmans: Is de drijfveer om ons te laten inspireren niet de reden waarom we allemaal actief zijn in diverse projecten?
Rios: Er zullen drie nieuwe liedjes van mij in de show zitten. Wat veel mensen onderschatten, is dat je als artiest vaak in het donker rondloopt. Vorige week stond ik nog op het punt om met contrabassist Ruben Samama een nummer te gaan opnemen in Amsterdam, maar het is er niet van gekomen. Als muzikant moet je altijd klaarstaan to figure your shit out. Die belofte moet er altijd zijn. Maar dat wil nog niet zeggen dat je ze kan waarmaken. Als jonge gast ben je er nog van overtuigd dat je iets moet doen omdat het cool of rock-'n-roll is. Die behoefte is bij mij totaal verdwenen. Het klinkt misschien een beetje deprimerend om te zeggen dat ik momenteel in veel minder geloof dan vroeger, maar eigenlijk vind ik dat zelf fantastisch, want mijn ogen staan tenminste open, ook al heb ik even niets te zeggen.

Stef Kamil Carlens vertrouwde me onlangs toe dat hij minder en minder de nood voelt om songs op te nemen: “Je kan ze toch niet allemaal live spelen. Bob Dylan brengt er elke avond ook maar een vijftiental, en dan vaak nog dezelfde.”
Rios: Dat herken ik. De noodzaak om muziek te maken is niet weg. Maar je moet het ook nog de moeite waard vinden om een nummer op te nemen. The nature of the beast, vrees ik. Dat is niet per se een negatieve evolutie. Het betekent dat je alleen nog maar wil opnemen wat er echt toe doet. Het wonderbaarlijkst is dat dat over een paar jaar weer kan keren. Ik heb het ook gezien bij andere artiesten. Het is geen keuze om 'traag' en kwalitatiever te zijn, of zo. Voor mij is er gewoon geen andere weg. Mijn lichaam laat het niet toe. Ik zou niets liever doen dan zo'n Norah Jones-achtig album uitbrengen met twaalf zachte pseudojazzballads. Maar het komt er niet uit. Dat zeg ik niet eens om Norah Jones te bashen. I love that shit. Als er een moeilijke plaat in me zou zitten, zou ik ze ook uitbrengen, maar ze komt niet.

Even terug naar je roots, die vanuit het oogpunt van The Colorist Orchestra interessant zijn. Wat is er zo typisch aan Puerto Ricaanse ritmes?
Rios: Met bomba en plena hebben we onze eigen muziekvormen. Het is percussieve muziek die je onze versie van de rumba zou kunnen noemen. Maar we hebben toch vooral veel Cubaanse muziek overgenomen, die vervolgens gesimplificeerd en meer urban gemaakt. De Puerto Ricanen waren in de VS voor de Cubanen, die pas zijn gekomen na de revolutie. Hun muziek is meer gesofisticeerd. Wij hebben ze in de jaren 1960 wat meer rock-'n-roll gemaakt, er soul aan toegevoegd en een ruigere street feel aan gegeven. Dat vinden mensen ook tof aan Puerto Ricaanse muziek. It is really more about the party and having a good time. Check Willie Colón, Ray Barretto en al de boogaloo. Ook de catalogus van het New Yorkse Fania-label is erg Puerto Ricaans.

1691 The ColoristGabriel Rios (Charlie De Keersmaeker)

In hoeverre willen jullie de Puerto Ricaanse ziel van Gabriel behouden bij jullie bewerkingen van zijn liedjes?
Rios: Ik weet niet eens of ik met mijn muziek mijn Puerto Ricaanse ziel blootgeef.
Proesmans: Ik vind van wel. Daarom niet muzikaal, maar in de manier waarop je op een podium staat. Die rock-'n-roll waar je het net over had, zit er op een of andere manier in. Ze staat ook los van het feit dat je geen rock-'n-roll speelt.
Rios: Ik heb langer in België gewoond dan in Puerto Rico. Maar pas de voorbije vijf jaar ben ik me er meer van bewust geworden dat ik me Puerto Ricaan voel, gewoon omdat ik na al die jaren veel dingen in België nog steeds niet begrijp. Het is een van de redenen waarom ik me vaak in het Engels uitdruk. Ik spreek goed Nederlands, maar kan niet volgen zoals jullie. Ik begrijp de nuances niet en de humor nog veel minder. Ik snap nog altijd niet waarom jullie bepaalde zaken grappig vinden. Maar keer ik terug naar Puerto Rico, dan ben ik meteen mee. Dan verandert automatisch de toon van mijn stem, en mijn manier van doen en bewegen. Het is zelfs niet alleen de taal, de humor en de houding. Met het eten is het precies hetzelfde. Jullie hebben een veel gezonder dieet dan in Puerto Rico of de Verenigde Staten, maar mijn maag kan dat zelfs na 23 jaar nog altijd niet aan. Alsof mijn systeem is ingesteld op al die vettige Amerikaanse en Caraïbische shit.
Proesmans: Wel, naar die Puerto Ricaanse ziel kijken we dus heel hard uit. (Lacht) Die willen we er zeker niet uitduwen, integendeel. Vooral omdat wij als band níét zo zijn. De Coloristen zijn ook geen latino's of 'wereldmuziek'-muzikanten, al gebruiken we systemen en klankkleuren die parallel lopen. Wij zijn timide, heel Vlaams eigenlijk, echte noorderlingen. Confrontaties tussen culturen zijn altijd leerzaam. Bij elke gast is het ook anders. Bij Lisa Hannigan, een breekbaar huisje, werden wij plots de rock-'n-rollers. Heel raar was dat. Howe Gelb bleek dan weer net het tegenovergestelde. Met Gabriel weet ik min of meer waaraan ik me kan verwachten, maar we staan met negen op het podium. De rest speelde nog niet met hem samen.

Zijn er instrumenten die beter klinken bij zijn muziek?
Jespers: Ik denk dat we ons veel kunnen permitteren in het lage gerommel.
Proesmans: Ook qua energie kunnen we dieper gaan dan bij Emiliana of Lisa, omdat Gabriel daar niet door omvergeblazen zal zijn. Ik heb het dan niet over volume of impact, maar over intentie. Terwijl we anders de behoefte zouden voelen om de backbeat aan te geven met een snaredrum, heb ik bij de liedjes van Gabriel het gevoel dat ze zichzelf duiden. Misschien net door zijn Puerto Ricaanse achtergrond verdragen de ritmes meer, of alleszins een bredere puzzel dan een bas, een drum en een snare.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?