interview

In de speeltuin van Brihang

© Heleen Rodiers

Beeldend woordkunstenaar Brihang schudt straks een steentje uit zijn schoen in de Ancienne Belgique. Wij trokken met de uitgeweken Knokkenaar alvast naar de plek waar hij zijn nieuwe album Casco ineen timmerde. “Bloter hoeft het niet te worden.”

Het is maar een kwartiertje rijden,” zegt Boudy ‘Brihang’ Verleye terwijl ik me samen met de fotografe in zijn zwarte Berlingo wurm. Met drie vooraan, smalle schouder tegen brede. Startpunt is zijn woonst aan de Paul Deschanellaan in Schaarbeek, waar flatgebouwen geuren naar de zeedijk van Knokke, zijn heimat die hij eerst voor Gent en twee jaar geleden voor Brussel inruilde. Vandaar gaat het naar zijn ‘playground’ in Strombeek, de plek waar hij zijn album Casco bij elkaar heeft gebricoleerd. Daar, achter die wolkenkrabber genaamd Brusilia, gaat hij binnenkort wonen, wijst hij. Iets gekocht met zijn vriendin Inca. Casco. Een term uit de immowereld om aan te duiden dat de woning nog een skelet is dat je naar believen mag aankleden.

Terwijl we verder richting Van Praet tuffen, vertelt de 26-jarige rapper hoe hij die rit naar zijn atelier maandenlang met de fiets heeft afgelegd. “Veertig minuten. Ideaal om mijn hoofd leeg te maken en dan te schrijven.” Zijn speeltuin blijkt een leegstaand sportcomplex, waar voetbalvelden bezaaid zijn met verwelkte zonnebloemen en witte lijnen uit de pas lopen op verfrommelde tennisbanen. Het sportzweet is er al een eeuwigheid verdampt, maar niet het bloed, het zweet en de tranen van hemzelf en de theatermakers, decorbouwers, fotografen en muzikanten die deze tijdelijke creatieve haven via Entrakt benutten. “Straks komen hier flats, tot zolang kunnen wij hier ons ding doen.”

Life of Brihang

  • Wordt geboren in 1993 als Boudy Verleye, groeit op in Knokke
  • Leert door de skate- en surfshop van zijn vader hiphop kennen
  • Zet zijn eerste stappen als rapper bij De Feesters
  • Doet zijn drie laatste middelbare schooljaren aan de kunsthumaniora in Gent
  • Studeert beeldhouwkunst aan LUCA School of Arts
  • Brengt twee ep’s uit, waaronder Periode Jalisco in 2013
  • Wint in 2014 De Nieuwe Lichting van Studio Brussel
  • Debuteert in 2016 met Zolangmogelijk
  • Ruilt Gent in voor Brussel
  • Eindigt met ‘Steentje’ op nummer zes in De Lage Landenlijst
  • Verkoopt de grote zaal van de AB uit
  • Casco, zijn tweede album, verschijnt deze week
1680 Brihang 8 2019
© Heleen Rodiers
| Brihang in zijn vocal booth, met de verzen van ‘Avenue Deschanel’ nog vers tegen de mousse

“Zijn dat skischoenen in dat betonblok?” Brihang grinnikt. We staan in een van de oude kleedkamers die hij heeft omgevormd tot opnamestudio annex knutselatelier. Dat stukje beton is het 150 kilogram zware ‘steentje’ dat in de videoclip van ‘Steentje’ aan zijn voeten hangt terwijl hij uit het magazijn wordt gehaald en eindigt op... een oplegger op de Brusselse ring. “Ik wilde dat eerst officieel aanvragen, maar dat bleek te ingewikkeld. Dus hebben we dat gewoon gedaan. Er waren wel wat mensen die gek opkeken in de file, haha.”

Heerlijk do it yourself, zoals ook de vocal booth die hij hier in elkaar heeft gebokst. “Ik heb wat oude matrassen gekocht in het kringloopcentrum en de mousse gebruikt om het geluid te dempen. Lekker brak, maar het werkt.” Het elektrische vleesmes met seventiessnit dat er rondslingert tussen de synths en pedaaltjes diende niet om plakjes rosbief te snijden, maar om de stukken schuimrubber op maat te krijgen. Op de grond vergezellen Dagboek van een poes van Remco Campert en Onbegonnen werk van Herman De Coninck de tekstvellen van Brihang. Hier is strijd geleverd om het leven in verzen te vatten.

“Leven is van de ene ruimte naar de andere gaan en proberen je daarbij zo min mogelijk te stoten,” vertelde de West-Vlaamse rapper me een jaar geleden bij ons vorige gesprek. Een motto dat hij had geleend van de Franse taalvirtuoos en baardkunstenaar Georges Perec. Het credo is de rode draad geworden door Casco, waarin Brihang verhaalt hoe hij zijn eigen plek in de wereld probeert uit te houwen, en zijn best doet “om in het ritme te bewegen op de dansvloer van het leven.”

Perec duikt op Casco ook directer op, in de vorm van tekstflarden uit zijn werk Ruimten rondom, ingelezen door de Brusselse dichter-performer Alex Deforce. “Op zijn telefoon, onder lakens. Ook DIY. Op het einde hoor je zijn gsm zoemen.” Brihang leerde het werk van Perec kennen toen hij beeldhouwkunst studeerde in Gent. “Vooral dan toch Ruimten rondom. Ik had eigenlijk maar één pagina, over verhuizen. Het boek zelf is moeilijk te vinden. Toen ik met Inca vorig jaar naar Bolivia trok, heb ik de pdf uitgeprint. Hij beschrijft de ruimten rondom hem daarin op een geweldige, plastische manier die aansluit bij hoe ik als beeldhouwer denk. En het paste ook in de vibe waarin Inca en ik zaten, van die zoektocht naar een huis, een plek om ons leven in te kaderen.”

De kracht van het woord leerde Brihang nog vroeger kennen, aan de kunsthumaniora in Gent. “Ik heb daar van mijn vierde tot mijn zesde middelbaar gezeten. Een periode die ik nu nog belangrijker vind dan de hogeschool. Dat was echt mind-blowing. Ik kwam daar toe als braaf gastje uit Knokke-Heist, ik kende niemand. Ik was ook niet iemand die zich snel in een nieuwe groep profileert. Alles ontdekken en beseffen: amai, dat is hier écht anders dan wat ik gewoon ben. In het Sint-Jozefslyceum in Knokke had ik me nooit op mijn plaats gevoeld. Je moest er in de rij staan en wachten om naar de klas te gaan. In Gent was het: ‘Dat is je lokaal. Zoek het zelf maar uit.’”

Op een dag moest hij er in de les Nederlands een boekbespreking voordragen. De bedeesde jongen die worstelde met dyslexie! “Dat was het ergste wat mij kon overkomen. Of het ook een gedicht mocht zijn, vroeg ik. Dat kon. En dus koos ik het kortste gedicht dat ik kon vinden.” (Lacht) Dat bleek ‘Sprookje’, van Herman De Coninck: “Er was eens een man die rechtvaardig was.” Meer was het niet. “‘Allee, Boudy, het gaat dan toch nog goed komen met jou,’ zei mijn lerares. Plots was taal niet meer iets wat lastig en moeilijk moest zijn.”

Tegelijkertijd was hij ook beginnen te rappen, onder meer met De Feesters, een hiphopcollectief uit Knokke. “Ik klom dan met hen het podium op, rapte teksten over wiet roken en drinken. Stoer doen, terwijl dat helemaal niet mijn wereld was. Maar toen het een keer uit was met mijn lief, besefte ik dat je dat verdriet óók in een song kon gieten.”

“Ik zoom uit vanuit m’n huis en ik wrijf over m’n dak / En ik zeg: bedankt: voor alles wat je opvangt, langst de bovenkant,” rapt Brihang in het titelnummer van zijn nieuwe plaat. Hij heeft het niet over zijn pet, noch over zijn vriendin, maar over zijn woonst. “Ik belde naar mijn vader en zei dat we iets gevonden hadden, maar dat het wel casco was. En dan moest ik hem ook meteen vragen: ‘Wat is dat eigenlijk, casco?’ (Lacht) Het bleek het skelet, de kast. Romp in het Spaans. Ik heb lang vastgezeten met mijn plaat, en dan kwam die titel als een verlossing. Ah, ja, het maakt niet uit dat het niet klaar is, het is casco! Ik besefte gelukkig snel dat dat ook niets zou zijn.” (Grinnikt)

Er zitten gelukkig nog onafheden in. “’k Ga zeggen ‘ja’, hé,” hoor je Brihang roepen voor hij met ‘Pasgeboren+’ zijn album op gang trapt. “Dat is hier opgenomen, terwijl ik deze deur openzwaai,” zegt hij in de gang die de kleedkamers van de oude cafetaria scheidt. “Zo krijg je het gevoel dat je bij me binnen wandelt.” Ook andere field recordings geven Casco die huiselijke sfeer waar hij naar op zoek is. “Ik heb véél gesprekken opgenomen van mij en Inca. Dat was soms confronterend. ‘Ik voel mij altijd betrapt,’ zei ze toen ik een keer op de recorder duwde bij een intiem gesprek. Dat is óók op de plaat beland.” (Lacht)

Vanuit een fragmentje van een discussie over Brihang de sloddervos en Inca die ook wil leren dingen te laten slingeren, borrelt zo ‘Rommel’ naar boven: “Ik zoek de weg in m’n eigen rommel / Soms zie’k et nie zogoed meer voeme / We sorteren en we schommelen / strieken glad en we verfrommelen.” Het is een typische Brihang-bespiegeling, en vooral zo herkenbaar: de kleine kantjes die hij blootlegt bij zichzelf, zijn ook die van u en mij. “Dat hoor ik wel vaker. ‘Als iedereen die nummers zo beleeft als ik, gaan de psychologen geen werk meer hebben,’ zei iemand me na een van mijn try-outconcerten.”

1680 Brihang 3 2019
© Heleen Rodiers
| Tussen alle drukte door vindt Brihang nog even de tijd om achterover te leunen

Op de hoes van de vinylversie van Casco prijkt een foto van Brihang zoals hij is: Boudy Verleye. Zonder pet. “Die foto hing bij ons in de gang, Inca heeft hem genomen met een wegwerpcamera. ’s Ochtends, ik was net uit bed. Een theetje aan het drinken. Zoals Inca Boudy kent, en niemand anders. Dat is hetzelfde als die geluidsfragmentjes: ik zet geen masker op, dit is mijn leefwereld.”

Maar als hij die pet opzet, wordt Boudy dan Brihang? “Goh, ik heb die meestal aan, behalve als ik slaap. (Lacht) Deze plaat is zo intiem dat Brihang en Boudy door elkaar lopen. Die foto zegt eigenlijk: ik geef me helemaal bloot.” Dat is niet gelogen, in nummers als ‘Steentje’ en ‘Binnenkant’ toont Brihang zijn fragiele kant: “Vanbinnen zo brak mo vanbuiten zo mooi / Ma de binnenkant zieje biena nooit.”

Eigenlijk wilde hij een veel hardere plaat maken, maar hij besefte dat hij geen straatjoch is zoals zijn hiphopbroeder Zwangere Guy. “En toch hebben we veel dingen gemeen. Hoe we vanuit het niets onze weg naar boven hebben geknokt. In het begin luisterde er niemand naar ons, hé.”

Dat is vandaag wel anders. Voor Zwangere Guy, maar ook voor Brihang. Volgende week mag hij zich smijten in een al maanden uitverkochte AB. Zijn single ‘Steentje’ schopte het onlangs tot de zesde plaats in De Lage Landenlijst, vóór ‘Zoutelande’ en ‘Mia’. Tijdens zijn sublieme set op Pukkelpop klom hij op een trapladder om te declameren: “’t Is om te houden van je.” De liefde was duidelijk wederzijds.

In 2014, nadat hij De Nieuwe Lichting bij Studio Brussel gewonnen had en voor het eerst een Pukkelpop-publiek recht in de ogen mocht kijken, schreef Brihang ‘Kleine dagen’. “Ik zat in mijn zetel de dag na die show en vroeg me af: is dit waar we het allemaal voor doen? Die kleine dagen zijn toch ook goed voor me? Ook nu denk ik dat nog. Het is goed hoe het nu is, groter hoeft het niet te worden. Als ík al zoveel druk ervaar, wat moet het dan niet zijn voor gasten die het Sportpaleis uitverkopen? Die datum in de AB ligt al anderhalf jaar vast. Ik vind het spannend om daar samen met iedereen naartoe te leven, maar het gaat ook goed zijn als het achter de rug is. Zodat Inca en ik weer tot de essentie kunnen komen.”

De druk van de tweede plaat was groot. “Als ik nu naar Zolangmogelijk luister, vraag ik mij af hoe ik dat in godsnaam allemaal heb gedaan. Maar ik hoefde toen niet na te denken welk liedje goed zou zijn voor de radio en wat er zou werken voor 2.000 man. Toen ‘Steentje’ uitkwam en de AB uitverkocht, moest ik de helft van de plaat nog maken. ‘Oh, fuck!’ dacht ik. Toen heb ik mijn oude Nokiaatje gepakt en ben ik naar de Ardennen gereden, om even weg te zijn van alles.”

1680 BRIHANG cover
© Heleen Rodiers

Dat iedereen nu een mening over hem heeft, vindt hij ook wel grappig. “Oh Brihang is oud nieuws, met ze poëtisch gezaag / ey media zet nu ma de volgenden klaar,” zet hij zichzelf te kijk in ‘Oelala’. “Af en toe zoom ik eens uit, en dan kijk ik naar mezelf. Ik reageer ook op wat mensen zeggen over mij. Dat heb ik van Eminem. Het is een soort van indekken.” Je moet niet té graag in de spotlights willen staan. “Maar natuurlijk wil je wel dat mensen je horen. Het eerste wat ik deed toen ik liedjes begon te maken, was ze online posten en de reacties afwachten. Oorspronkelijk wilde ik voor Casco geen interviews geven. Maar eigenlijk is het goed om over mijn werk te praten, en het zo bij de mensen te brengen. Ik ben nog altijd een West-Vlaming die zijn muziek wil verkopen, hé.” (Lacht)

De namiddag is nog jong, maar de avondspits valt vroeg in Brussel. Dus springen we snel weer in de Berlingo richting Schaarbeek. “Toen ik zei dat ik in Brussel ging wonen, verklaarden mijn vrienden in Knokke mij zot.” Zijn vriendin kwam hier beeldende kunst studeren, maar voor Brihang was het ook een test, om te zien of hij kon aarden in die gevaarlijke stad. “En dat lukt. Brussel is een spiegel van een groter plaatje dat je niet ziet in Gent, laat staan in Knokke. Brussel heeft iets vuils, maar ook iets schoons – een cliché, maar het is wel zo. Ik vind het mooi hoe alles hier door elkaar loopt en hoe mensen hun plan trekken. Het kan met iets meer, maar ook met iets minder. Mensen helpen elkaar hier op de tram. Dat heb ik in Knokke nooit gezien. Toen we iets wilden kopen, zijn we ook wat verder gaan kijken, in Ronse. Maar zodra ik daar was, miste ik Brussel al. Toen beseften we dat we nog even in de stad moesten wonen.”

We parkeren de auto. Brihangs liedje ‘Avenue Deschanel’ galmt door mijn hoofd: “Ik voel me thus in de letters van je naam / 3de verdiep Paul Deschanellaan / ’t Is de plek wardawe alles zonder woorden kunn verstaan ier moeje nie mikken want je kan alleen ma raken.”

Casco kan u deze nacht vanaf 0u01 beluisteren via de streamingplatformen. De plaat is morgen (16 oktober) album van de dag op BRUZZ radio, waar we ook enkele exemplaren weggeven. Maandag kunt u in BRUZZ 24 zien hoe Brihang het ervan af bracht op zijn try-outconcert in Het Huys.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?