interview

Françoiz Breut: 'Het leven is geen lange, kalme rivier'

Het voorbije jaar maakte Françoiz Breut fietsend langs Vlaamse en Waalse velden haar hoofd vrij. Om de betonblokken en het asfalt van de hoofdstad te counteren met licht, lucht en nieuwe ervaringen. Als er in haar nieuwe album Flux flou de la foule één boodschap zit, dan wel dat alles constant in beweging is, en dat we daar maar beter op voorbereid zijn.

Françoiz Breut

  • In 1969 geboren in Cherbourg (Frankrijk) als Françoise Breut
  • Na haar studies schone kunsten in Caen komt ze terecht in Nantes, waar ze een carrière nastreeft als illustratrice en de Franse popartiest Dominique A ontmoet
  • In 1993 ontwerpt ze de hoes van zijn tweede album, waarop ze ook enkele nummers inzingt
  • In 1997 verschijnt haar titelloze solodebuut
  • In het begin van de nieuwe eeuw vestigt ze zich in Brussel, waar ze ook zelf liedjes begint te maken
  • In januari 2022 verschijnt Le grand déménagement, een kinderboek met tekeningen van haar

De Française Françoiz Breut woont al een eeuwigheid in Brussel, waar ze haar carrière als zangeres en illustratrice vormgeeft. Ook al is ze toe aan haar zevende album, bij het niet-Franstalige publiek zijn haar zorgvuldig gebricoleerde liedjes amper bekend. De avontuurlijke elektronische textuur van haar nieuwe album herinnert wat aan de jongste plaat van Eefje de Visser, een Nederlandse die in Gent woont, ook in haar eigen taal is blijven zingen en wel succes kent in Vlaanderen.

Slim van de Nederlandstalige perstekst om daar terloops even op te wijzen, ook omdat Flux flou de la foule eveneens met twee voeten stevig in deze gekke, wat onhebbelijke tijd staat. Muzikaal door het avontuur op te zoeken. Thematisch door te zingen over de uitdagingen waar de wereld voor staat, en tussentijds de Samusocial-fraude en de dood door politiekogel van een Koerdisch-Iraakse peuter op de vlucht op de korrel te nemen. Openingstrack 'Juste de passage' is een eerbetoon aan de vele onzichtbare vluchtelingen en de mensen die hen desondanks warm onthalen en opvangen: “Ik schreef het op mijn geprivilegieerde plek in mijn tourbusje toen ik terugkwam van een concert in Frankrijk en besefte hoe makkelijk ik de grens wél over kan, terwijl we in het grotere plaatje toch allemaal passanten zijn.”

Breut is de vijftig inmiddels voorbij en niet naïef meer. Het kleine meisje uit Cherbourg leeft voort in haar illustraties, die meer dan haar teksten een fantasiewereld oproepen. “In mijn songs probeer ik me eveneens te amuseren,” zegt ze, en je hoort het ook in de lange, soms speelse rij adjectieven, woord- en zinspelingen die ze gebruikt. “Maar ik kan me niet onttrekken aan de realiteit, en die is vaak keihard.”

Heeft de pandemie je leven en je muziek veranderd?
Françoiz Breut: Alleen het ritme is wat vertraagd. Ik heb geprobeerd niet in een renteneurose te belanden. Plots was er meer tijd. Die heb ik gebruikt om mijn plaat af te werken en te tekenen, maar ook om na te denken, te lezen en te ademen. In het begin vond ik dat aangenaam, maar ik hoef me natuurlijk niet bezig te houden met overlevingsstrategieën. Ik besef heel goed dat ik geprivilegieerd ben. De lockdown heeft de opnames van de nieuwe plaat zelfs wat versneld. Concerten waren sowieso niet voorzien vóór de release.
“Als muzikant heb ik kunnen doorwerken tot september. Er was nog een sessie voor de Botanique en eentje, samen met mijn Catalaanse producer Marc Melià, voor Arte. Repeteren zat er niet in. De pandemie heeft ook geen rechtstreekse impact gehad op de thematiek van de plaat, want ik had bijna alle nummers al geschreven voor de eerste lockdown aanbrak. Ik zing over de lamentabele toestand van onze planeet. Sommige liedjes gaan over de liefde, andere over de dood en eentje over ouder worden.

Maar ook al zijn je teksten niet direct gelinkt aan de pandemie, je lijkt het wel te hebben over enkele breuklijnen die het voorbije jaar alleen maar zichtbaarder zijn geworden?
Breut: Ja, dat klopt. De bevoordeelden zijn nog meer bevoordeeld, de armen nog armer. Ik woon in het centrum van de stad en merk dat ook de gentrificatie zich steeds verder doorzet. Vooral voor toeristen, die er nu paradoxaal genoeg niet zijn, moet alles top zijn. Mensen die hier wonen duwt men weg. Ik heb het erover in 'Dérive urbaine dans la ville cannibale', dat ik schreef toen het Samusocial-schandaal losbarstte. Dat zelfs je burgemeester het geld van de minstbedeelden achteroverdrukt, is wraakroepend, maar hoe snel zijn we het alweer vergeten?
Tegelijk stelt men alles in het werk om ons te doen consumeren. De voorbije twintig jaar heb ik met mijn eigen ogen kunnen vaststellen hoe Brussel een openluchtattractiepark is geworden. Misschien dat ik ook daarom een verwoed fietser ben geworden. Ik wil ook de goeie energie opsnuiven en laat me daarbij niet afschrikken door te snel optrekkende mafkezen in auto's of combi's.

Gelukkig amuseer je je tussendoor ook nog door tongbrekers zoals 'Le flux flou de la foule' te verzinnen. Maakt dat deel uit van de vreugde van het creatieve proces?
Breut: Zeker, ik heb schone kunsten gestudeerd, maar geen muziek, en ben dus autodidact. Onderweg heb ik wel wat mensen ontmoet die me op weg hebben geholpen, maar ik heb me altijd een bricoleur gevoeld. Daar vond ik plezier in, maar ik kan het niet alleen. Als een kind heb ik vriendjes nodig om mee te spelen. Dan lanceer ik een stukje tekst of een melodie, speel ik twee, drie noten op mijn keyboard en vullen zij me aan. Het is nu bijna 25 jaar geleden dat ik mijn eerste plaat uitbracht. In het begin was ik alleen de zangeres (ze interpreteerde de liedjes van haar toenmalige partner Dominique A, later ook van anderen, red.). Pas een dikke tien jaar later schreef ik mijn eerste plaat. Het heeft even geduurd voor ik me daar comfortabel bij voelde.

In 'Vicky' zing je over een meisje met een onbedaarlijk aanstekelijke lach. Iedereen kent wel zo iemand. Jij dus ook?
Breut: (Lacht) Nee, ik had niemand specifiek in gedachten. Vicky was gewoon de voornaam die het best samenklonk met 'qui riait'. Ik moest ook denken aan La Vache Qui Rit en liet me inspireren door de essaybundel Le miroir des idées van Michel Tournier, die de lach met een hele reeks adjectieven beschrijft die op zich al grappig zijn. Het intrigeerde me hoe een humoristisch woord iets fysieks kan worden dat je hele lijf overhoop haalt. De Amerikaanse muzikant Spike Jones had dat al door in de jaren 1940, toen zijn geniale mix van gelach, liedjes en percussie erg populair was.

Je hebt het op je nieuwe plaat vaak over transformaties, die veelal traag zijn, en metamorfoses, die dan weer plots opduiken. Waar komt die interesse in de evolutie van stad, mens en planeet vandaan?
Breut: We vertellen te weinig aan onze kinderen dat de dingen nu eenmaal constant veranderen, terwijl ze dat nochtans echt moeten weten om te kunnen leven. Het leven is geen lange, kalme rivier. Mensen en plekken veranderen de hele tijd, en we zouden beter voorbereid moeten zijn op al die veranderingen zodat we ons vlotter leren aanpassen. Dingen kunnen ons overvallen, zoals deze pandemie. De planeet zal er daarna anders uitzien, want we kunnen niet gewoon teruggaan in de tijd en doen alsof er niets gebeurd is, zoals met onze kernenergie.
Misschien ben ik er gevoeliger aan dan anderen, omdat ik opgroeide in Cherbourg, vlak bij een centrale voor nucleaire afvalverwerking, en mijn vader in de sector werkte. Na controles moest hij soms onder de scanner. Het gevaar loerde dus letterlijk om de hoek en is ook op mijn nieuwe plaat aanwezig. Maar als je wil, mag je het scheurtje in 'La fissure', een duet met Jahwar dat een postapocalyptische wereld schetst, ook als een liefdesbreuk lezen.

Je teksten zijn alhoewel precies verwoord vaak ook erg symbolisch, met veel verwijzingen naar kunst en literatuur. Heb je dat artistieke bad nodig om je aan al die evoluties te herinneren?
Breut: We moeten ons en wat er gebeurt in de wereld vooral in vraag blijven stellen. Lezen helpt me daarbij, en de schilderkunst is natuurlijk mijn eerste liefde. Ik pik graag dingen op uit een ander tijdperk, want al verandert alles de hele tijd, sommige dingen blijven ook gewoon hetzelfde. Zo werd ik getriggerd door het schilderij Ophelia van John Everett Millais, waarop een jonge vrouw te zien is die roerloos in het water ligt. Er gaat zo'n sereniteit van uit dat het lijkt alsof ze rust heeft gevonden tussen de vegetatie en zich heeft teruggegeven aan Moeder Aarde. Misschien moeten we de dood zo proberen te zien in plaats van als iets sombers. Niet dat ik geloof in een leven na de dood, maar het doek kalmeert me wel.

1749 FRANCOIZ BREUT 55  Simon Vanrie

Wat was het idee achter het coverbeeld, waarop je achterover gebogen met je gezicht naar de blauwe zonnehemel gekeerd staat?
Breut: We waren vooral op zoek naar een plek met veel beton, die symbool moest staan voor de tijdgeest, en vonden de ideale plek aan de Ziegler-depots op de terreinen van Thurn & Taxis. Het was die dag toevallig erg mooi weer, waardoor het grijs mooi contrasteerde met de blauwe hemel. Kortom, de soms elektronische sound van de plaat en de vuile, gebetonneerde grond versus lucht en licht, die er desondanks nog altijd zijn. Zeker nu, met de pandemie, hebben we nood aan plekken die ons laten ademen.

Wat werkt voor jou het best om vrijuit te ademen?
Breut: Op mijn fiets springen en de stad even achter me laten. Ik woon nu 21 jaar in Brussel, maar België is nog steeds exotisch genoeg voor mij. Omdat ik de stad en haar omgeving intussen erg goed ken, fiets ik tegenwoordig wat verder Vlaanderen in. Zo heb ik de voorbije maanden onder andere de Kalmthoutse Heide leren kennen. Anderzijds ben ik verliefd geworden op de streek rond Charleroi. Ik was onder de indruk van La Boucle Noire, dat je vanuit de stad meeneemt naar de mijnterrils. Na het wegtrekken van de zware industrie heeft de natuur er het landschap opnieuw opgeëist en dat is magnifiek. Ik vind altijd poëzie en schoonheid in duisternis.

FRANÇOIZ BREUT: FLUX FLOU DE LA FOULE
Release: Le Pop Musik
Concert: 21/9 (Les Nuits), www.botanique.be

Lees meer over

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?