interview

Ian Clement van Wallace Vanborn: 'Er is niks heldhaftigs aan met stront smijten'

Op zijn eerste album in vijf jaar pleit het Gentse rocktriumviraat Wallace Vanborn voor verzoening. "Als we niet met fascisten praten, hoe kunnen we dan meningen veranderen en tot oplossingen komen?"

Het was een paar jaar stil rond Wallace Vanborn-spil Ian Clement, hij had enkele demonen van onder zijn hersenpan te bannen. Maar nu is hij helemaal terug. Met de single ‘Source material’ die hij opnam met An Pierlé voor de nieuwe campagne van Te Gek!?, met de ‘supergroep’ Almighty Mighty, met zijn tweede soloplaat en met het vierde album van de Gentse rockbroeders Wallace Vanborn, de met krolse gitaren volgestouwde muilpeer genaamd A scalp for the tribe.

“Veel bezig zijn keeps my mind occupied,” zegt de Gentse muzikant over die vloed aan nieuw materiaal. “Het is goed om het iets te druk te hebben.”

Vijf jaar geleden trok Clement samen met drummer Sylvester Vanborm en bassist Dries Hoof naar de Mojavewoestijn in Californië, om er hun album The orb we absorb op te nemen met goeroe van de stonerrock Chris Goss. “Weg zijn van huis is altijd goed om je te focussen,” blikt Clement terug. “Maar natuurlijk wilden we gewoon graag met Chris Goss werken, omdat hij het overzicht had bewaard over platen van Queens of the Stone Age, Mark Lanegan, Kyuss enzovoort, artiesten waarmee we opgegroeid waren en die we nog steeds goed vinden.”

Chris Goss, een imposante kale knikker met een voorliefde voor Belgische mosterd, werkte heel anders dan David Bottrill, de producer met wie Wallace Vanborn zijn vorige plaat, Lions, liars, guns & God, had opgenomen. “Chris en David zijn tegenpolen. David had met Muse en Tool en Placebo gewerkt, had Grammy’s op zijn schouw staan. Hij werkte heel technisch, heel gestroomlijnd. Dat album klinkt nu bijna als een constructie, vind ik. Chris’ aanpak is dan weer heel los. Hij gaat op zoek naar gut instinct, hij wil het rauw en niet beredeneerd. Goed, muzikaal was het ongelofelijk de moeite, maar er is ook een zijverhaal.”

In de nieuwe song ‘Even a broken guru is right at least two times a day’ verwijs je naar dat zijverhaal.
Ian Clement:
Klopt. Ik probeer te omschrijven wat ik heb meegemaakt, hoe ik dat aanvoelde, en hoe mijn bandleden dat ervaarden. In de woestijn begon ik af te dwalen naar een ander soort realiteit, iets wat we in de westerse wereld omschrijven als een psychose. Maar je kan het ook een soort van spiritueel ontwaken noemen.

“He made me a believer, he took me around the bend,” klinkt het.
Clement:
Dat is een verwijzing naar Chris Goss. Hij zag dat ik voor dat spirituele, voor die trip naar de ‘andere kant’ openstond. Ik was toegekomen in de woestijn in een grote strijd met mezelf. In de jaren daarvoor waren er verschillende familieleden van mij gestorven. Ik had gebroken met mijn vriendin. Ik zat in een draaikolk. Chris zag dat ik zoekende was.

En hij leerde je van “the fountain” te drinken.
Clement:
Ja. Ik ontdekte een soort realiteit achter de realiteit. Daar vond ik een ‘bron’. Ook ‘Source material’, dat nummer dat ik met An Pierlé heb opgenomen, verwijst daarnaar. Ik zag dat als een soort van rivier, een beetje zoals schrijvers die in écriture automatique werken. Pure inspiratie. Maar vanwaar komt die? Dat is die fontein. In het begin was die hele ervaring best griezelig. De wind was letterlijk een stroom waar ik in kon duiken. De dieren begonnen tegen mij te spreken. Maar denken dat je in die bron leeft, is ook heel bedwelmend. Je waant je in een constante staat van orgasme. Bij veel mensen zou je dat manisch gedrag noemen. Ik kwam op een plek waar ik niet meer weg wilde. Voor mij was die realiteit net zo echt als de realiteit die iedereen kent. Ondertussen weet ik dat het echte leven zich in het hier en nu afspeelt.

Wallace Vanborn
Ian Clement (midden): "Ik heb een tijd geworsteld met psychoses, maar ik heb er nu controle over"

Je hebt hulp gezocht om eruit te raken. Hoe kijk je terug op die periode?
Clement:
Ik zie het niet als iets traumatisch, ook al zal mijn omgeving dat soms zo ervaren hebben. Mijn vrienden en familie waren bang voor mij. Voor mij zal die ervaring altijd leerrijk en waardevol blijven. Ik heb drie psychoses gehad. Dat was heftig, en het is geen plek waar ik wil blijven. Ik heb er nu controle over, het is een vat waar ik een dop op kan zetten. Momenteel kan ik genieten van heel kleine, alledaagse dingen.

Dat je Chris Goss een “broken guru” noemt, klinkt wel als een soort afrekening.
Clement:
Chris had mij gerust mogen waarschuwen waar ik in terecht zou kunnen komen. Het voelde als een bommetje in het zwembad, zonder eerst je borst nat te maken. Aan de andere kant ben ik hem ook wel dankbaar.

Dat verhaal is maar één aspect van A scalp for the tribe. In ‘Devil in a brother’ huist een revolutionaire vuist die me aan Rage Against the Machine deed denken.
Clement:
Hm, ik voel dat toch anders aan. Eigenlijk zeg ik dat je eerst je eigen huis op orde moet hebben, voor je met je vuist gaat zwaaien. Op sociale media voelt iedereen zich een revolutionair, terwijl we nood hebben aan een sereen debat. Ik vind het pijnlijk dat met stront smijten vandaag als iets heldhaftigs wordt gezien.

Scalperen klinkt anders wel heftig.
Clement:
Ja, maar het gaat ons net om wat er ónder die scalp huist. In plaats van je tegenstander letterlijk te fileren en zijn scalp als een soort van trofee te dragen, moeten we van gedachten wisselen zonder er een strijd van te maken. Zie het als een oproep tot verzoening.

Zie je dat ooit gebeuren?
Clement:
Niet vanzelf, nee. Je moet ernaar op zoek gaan. Zo heb je op het internet een groepering die zich het Intellectual Dark Web noemt. Die bestaat uit wetenschappers en denkers, mensen van de linker- én rechterzijde, progressieven én conservatieven die hun eigen waarheden delen via voornamelijk podcasts, en die het gesprek opzoeken dat we niet meer hebben.
Andermans mening is altijd van belang. “We don’t negotiate with fascists,” zag ik onlangs bij een foto van Rage Against the Machine staan. Dat snap ik. Maar hoe gaan we dan die fascisten van mening doen veranderen als we er niet mee willen praten?

In ‘There is no t in errorism’ zeg je dat de democratie vals is.
Clement:
Oké, in dat nummer doe ik ook een beetje aan stront slingeren, het is verdomd moeilijk om daaraan te weerstaan. (Lacht) Eigenlijk probeer ik de standpunten van de reds en de blues in de VS weer te geven, te zoeken naar een common ground, en aan te tonen dat vergissen menselijk is. Dat een errorist geen terrorist is.

“Als artiest wil je niet vastgepind worden op een nieuwsbericht,” vertelde Tom Barman me onlangs. Is het moeilijk om als muzikant je stem te verheffen?
Clement:
Artiesten die op de barricaden klimmen, hebben meestal een uiterst progressieve mening. Of in het geval van Kanye West, eerder een rechtse, en tegenwoordig ook christelijke overtuiging. (Lacht) Maar er zijn er weinig die het centrum betreden. Ik wil daar gerust gaan staan. Alleen zal men van de zijlijn snel zeggen dat ik ofwel een communist ben, ofwel een fascist. Misschien maakt dat het allemaal moeilijker.
Op The orb we absorb heb ik hard gestreden. Ik zong over de zee die ons ging overspoelen. Maar dat grimmige denkpatroon maakte mij ook letterlijk ziek. Daarom denk ik dat het beter is om op zoek te gaan naar hoop. Steven Pinker, een van die denkers van het Intellectual Dark Web, heeft een boek uitgebracht over de vooruitgang die de mensheid gemaakt heeft. Daar hebben we het te weinig over. Het is belangrijk om vooruitgang te willen, maar je moet ook koesteren wat we al hebben.

“There’s no leaving here, there’s no end to life,” zing je in ‘Mastering ascension’. We hoeven ons geen zorgen te maken, want we komen allemaal terug?
Clement: Een van de dingen die ik meegenomen heb van de ‘andere’ realiteit, is dat de ziel onsterfelijk is, en steeds bijleert. Wat de ziel nu niet kan leren, zal hij in zijn volgende cyclus leren. Zo zit ik nu wel ineen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?