Interview

Peet over zijn solodebuut: 'Ik wou dat mijn moeder deze plaat had kunnen horen'

Tom Zonderman
© BRUZZ
17/03/2021

“J'attendrai mon tour pour être un roi,” zingt Peet op zijn solodebuut. Hij hoeft niet langer te wachten. Met het diep in zijn ziel spittende Mignon voegt hij zich bij de Brusselse raproyalty. “Ik wou dat mijn moeder deze plaat had kunnen horen.”

Peet

  • Geboren als Pierre Mignon op 7 november 1992, groeit op in Wal- hain-Saint-Paul en Kraainem
  • Droomt er als jonge ket van om achtereenvolgens archeoloog, advocaat en professionele skater te worden
  • Studeert geluidsingenieur aan het SAE Institute Bruxelles, volgt daarna een filmopleiding aan Narafi
  • Vormt met Félé Flingue, Morgan en Rayan Brussels meest geflipte rap- crew, Le 77, naar het huisnummer van hun (vroegere) woonst in Laken
  • Speelt met Le 77 het voorprogram- ma van Roméo Elvis in Recyclart en ontmoet daar Zwangere Guy, het begin van een bloedbroederschap
  • Debuteert in 2017 solo met de ep Peate, in 2018 volgt Mecman. Mignon is na drie albums met Le 77 zijn eerste volwaardige soloplaat

Net voor ik aanbel bij een doormidden gekliefde en weer aan elkaar gelijmde villa in een residentieel deel van de Ukkelse Kalevoetwijk, zoeft een in het zwart gehulde skater me voorbij op het voetpad. Het is Pierre Mignon, beter bekend als Dr. Peet, of Peet, een van de drie bawlers van de Lakense rapcrew Le 77, maar sinds 2017 ook solo actief. “Ik heb geen rijbewijs, ik doe alles al skatend,” zegt hij wanneer hij even later met een grote glimlach de deur van zijn huis open zwaait. De rapper hokt hier samen met manager Rayan en Morgan, de beatmaker van Le 77 die eind vorig jaar debuteerde met het veel te weinig gefêteerde Fleurs confinées. Een studentikoze plek, met als ontvangstcomité in de gang een leger sneakers rond een bende over elkaar struikelende boards, een vinyl van The George Benson cookbook, drie katten die net als de entourage van Peet binnen en buiten lopen, en een grote sofa.

“Deze plek betekent veel voor mij,” vertelt Peet terwijl hij in het beige meubilair onderuitzakt. “Ik hou ervan om een stap in de wereld te zetten, maar ik ben ook graag thuis. Ik ben nogal casanier, zoals we dat in het Frans zeggen. Deze wijk is totaal anders dan het veel multiculturelere Bockstael in Laken, waar ik voordien een appartement huurde. Het gonst hier veel minder van de drukte. Maar ik vind het leuk om verschillende kanten van Brussel te leren kennen.”

In deze uithoek, ver weg van het poshe deel van Ukkel, kwam hij een jaar geleden terecht, net toen corona de kaarten van onze levens herschudde en het livecircuit als een kaartenhuis in elkaar stortte. De concerten mist hij het meest, vertelt hij. Maar ook de vrijheid in de avondlijke uren. “Je moet altijd kijken hoe laat het is als je nog snel even in de winkel een biertje wilt gaan halen. De eerste weken vond ik wel cool. Het weer zat mee, we zaten in de tuin. Maar nu ben ik het spuugzat.” Hij leerde tuinieren, bakte brood, besefte wie er écht belangrijk was in zijn leven en sloot zich op met de nummers van Mignon.

Mijn moeder zette me soms op de toog van de winkelgalerij waar ze werkte, en dan staarde ik met mijn bolle wangen gewoon wat vooruit. Als een kleine boeddha

Peet

Een deel van zijn solodebuut werd ingeblikt in de Ardense Gam Studio, waar ooit Marvin Gaye nog aan zijn laatste plaat sleutelde. Maar het gros nam hij hier in Ukkel op, in de veranda, en in de studio in het hok achteraan in de tuin. “Het is geen professionele boîte, maar ik voel me comfortabeler als ik in mijn eigen kleine bubbel kan kruipen. Ik kan hier mijn tijd nemen om dingen op te nemen, te herbeluisteren en bij te schaven, zonder dat er een geluidsingenieur in mijn nek zit te hijgen. En plus, het is niet makkelijk om je helemaal bloot te geven als er veel mensen op je vingers staan te kijken.”

En of hij zich op Mignon blootgeeft, of beter: in de spiegel kijkt. “Parfois j'me demande c'que j'fais vraiment sur terre / Dis-moi c'est quoi ma quête / Faire des maquettes ?” klinkt het meteen in de met weemoedige stem gezongen opener 'Pierrot'. “Ken je dat liedje? (Zingt) 'Au clair de la Lune / Mon ami Pierrot / Prête-moi ta plume / Pour écrire un mot.' Het is natuurlijk ook een woordspelletje tussen een pierrot en mijn voornaam, maar ik zit vaak met mijn hoofd dans les étoiles. Als ik met vrienden ben, knippen ze tijdens de gesprekken weleens met hun vingers, 'Hé, Peet, we zijn hier!' Ik had dat als kind al. Mijn moeder zette me soms op de toog van de winkelgalerij waar ze werkte, en dan staarde ik met mijn bolle wangen gewoon wat vooruit. Als een kleine boeddha.” (Lacht)

Terwijl de wereld rond hem zot draait, kruipt hij graag in zijn kleine cirkel. Al dan niet met een jonko erbij. “Doorgaans rook ik CBD (cannabidiol), dat voel je amper,” zegt hij terwijl hij Rayan om een lang blaadje vraagt en de daad bij het woord voegt. “Joints zijn een gewoonte geworden. Als ik in de studio zit, hoort daar een doobie bij.” De woonkamer vult zich met rook. “Misschien zou ik niet op dit punt geraakt zijn zonder die jonko's, ze brengen me in the zone.”

Ze kleuren ook zijn chillhop, voor Peet geen harde streetrap maar half gerapte, half gezongen hiphop om bij weg te zakken. In 'Flemmard de qualité' gaat hij nog een stap verder: Peet is goed in nietsdoen, rapt hij. “'Maar je brengt in een verschroeiend tempo muziek uit?' zeggen journalisten me dan. Misschien, maar toch ben ik iemand die graag alles à l'aise doet. Ik wil wel ergens raken, maar ik ga niet rennen. Ik hoef niet vanaf acht uur 's ochtends bezig te zijn, ik zal me niet schuldig voelen als ik een hele dag achteroverlig in de zetel om wat te mijmeren of naar muziek te luisteren.”

1745 Peet 01

Om niet elke dag met zijn hoofd in de wolken te vertoeven, werkt Peet ook nog enkele dagen per week bij Nona, de pizzeria aan Sint-Katelijne. Al zit hij daar nu op tijdelijke werkloosheid. “Ik ben dat altijd blijven doen. Als je alleen met je muziek bezig bent, kan je leefwereld heel beperkt worden. Een beetje zoals met corona. In de horeca werken, trekt me het echte leven in. Nu, als ik zou kunnen leven van mijn muziek alleen, ga ik er toch mee ophouden.”

Mamaoutai?
“A quoi l'homme sert ? / J'ai l'impression qu'il prend trop d'place dans notre atmosphère / J'crois qu'c'est l'heure de méditer / Qu'est c'qu'on laisse à nos héritiers?” filosofeert Peet in het naar Homerus (Homère in het Frans) knipogende 'Homser'. “Ik discussieer graag over het leven, de liefde, haat, de toestand van de wereld, je erfenis. Ik ben opgegroeid in een familie met een open geest. Maar noem me alsjeblieft geen filosoof, hé. Op dezelfde manier word ik niet graag een artiest genoemd. Iedereen is op zijn eigen manier een kunstenaar.”

Het gezin Mignon woonde aanvankelijk in Walhain-Saint-Paul, een landelijk gehucht in de schaduw van het Waals-Brabantse Waver. “Als kind was dat een droomplek,” glimlacht hij. Op zijn achtste verhuisde hij met zijn broer en zus naar Kraainem. Daar droomde hij ervan om skatepro te worden, maar in de aanpalende grootstad verpandde hij zijn hart aan de hiphop. Dat was tien jaar geleden. Ondertussen is de hoofdstedelijke hiphopscene geëxplodeerd als een uit de kluiten gewassen Wu-Tang Clan. Maar wil hij ook niet uitbreken? “Brussel is een dorp, ja. Iedereen kent iedereen. Soms wil ik daarboven uitstijgen, maar ik zal altijd wel blijven zeggen dat ik van Brussel ben.”

Wie Brussel zegt, zegt Zwangere Guy. “Aah, Gorik, c'est le burgemeester! Wat Damso en Roméo Elvis gedaan hebben voor de Franstalige hiphopscene in België, heeft hij voor de Nederlandstalige rap gedaan. Hij is mijn grote broer. My man. Zijn manier van werken heeft een grote invloed op mij gehad. Il est très carré. Niemand zegt wat hij moet doen of waar hij naartoe moet.”

Peet ontmoette de rapkeizer een vijftal jaar geleden, toen Le 77 opende voor Roméo Elvis in Recyclart. Het was hun eerste concert, maar Zwangere Guy was direct fan. Er volgden verschillende collabs op beide fronten én een bloedbroederschap. “Onze levens waren nochtans totaal anders. Ik ben als kind nooit iets tekortgekomen, groeide op in een warm gezin, buiten de stad. We woonden in een mooi huis met een tuin. Ik had vrienden, ik voelde me door iedereen begrepen. We hadden een hechte familie. Maar de klik met Gorik was er meteen.”

En of. Niet iedereen krijgt Zwangere Guy aan het zingen, maar Peet lukt het wel in 'Rêves'. “Hij zegt altijd, wow, zo goed, en dan steelt hij mijn flow! (Lacht) Op zijn eigen platen zingt hij niet, dat past niet bij zijn personage, dat is nogal street en rauw. Zeker op zijn album Brutaal. Als hij wat meer tijd heeft – nu is hij minister! – dan gaan we samen een minialbum maken.”

'Rêves' is alweer zo'n zoekende song die Mignon kleurt: lome rap, dit keer met een bluesy gitaartje in de achtergrond. Zwangere Guy verhaalt erin hoe hij zich opnieuw verzoende met zijn moeder, waarop Peet repliceert: “J'aime pas quand on parle des mères / J'aurais voulu qu'la mienne / Voit qu'on a rempli l'AB / Mais la vie c'est parfois d'la merde / On n'choisit pas l'passé.” “Mijn moeder is zeven jaar geleden gestorven aan kanker,” vertelt Peet. “Dat was net in de periode toen het begon te lopen met Le 77. Het is verdomd jammer dat ze onze muzikale exploten niet meer heeft kunnen meemaken. Zij was mijn toeverlaat. Dat filosofische kantje heb ik van haar.”

Nog directer spreekt hij over haar in het rond een tropical beat en een weemoedige sax dansende '17': “J'ai composé le 1230, j'espérais pouvoir t'entendre / J'ai composé le 1230, dis-moi ou t'es, dis-moi comment te retrouver.” “Op een bepaald moment heb ik 1230 gebeld, het nummer van Proximus om de berichten op je antwoordapparaat te beluisteren. Ik wilde doodgraag haar stem nog een keer horen, maar ik vond de boodschap niet meer terug. Dat was... heavy. Toen mijn plaat klaar was, heb ik ze aan mijn vader bezorgd. Hij vertelde me dat hij er samen met vrienden naar heeft zitten luisteren. Toen ze '17' hoorden, hebben ze allemaal gehuild.”

'17' is Peets 'Papaoutai', het nummer waarin Stromae zich richtte aan zijn overleden vader. Peet was een jonge twintiger toen zijn moeder overleed. “Mijn kleine zus, die acht jaar jonger is, heeft er hard van afgezien. Ik heb het op mijn manier verwerkt. Ik heb het moeilijk om over dingen te praten die heel plots op mij afkomen. Toen mijn moeder gestorven is, zat ik niet de volgende dag in de studio. Ik heb een paar jaar nodig om zulke dingen te kunnen plaatsen.”Het is de eerste keer dat Peet het over zijn moeder heeft in zijn songs. “Er zijn dingen die nog moeilijker zijn om over te schrijven, waar ik echt bij heb gehuild. Maar die houd ik voor mij. '17' is een goed evenwicht. Het is al een tijd geleden, het is makkelijker om de juiste woorden te vinden. Maar het is wel de belangrijkste song op Mignon, de emoties snijden het diepst.”

Op een eiland
Wat zijn moeder hem leerde, was relativeren en aanvaarden dat je niet kan opboksen tegen het lot, vertelt Peet. Dingen gebeuren omdat ze moeten gebeuren. “Als je zo denkt, is het makkelijker om vooruit te gaan in het leven. Ook met de dood van moeder. Oké, ze is er niet meer, en ik had doodgraag gewild dat ze mijn plaat had gehoord, maar misschien heeft dat me net voortgestuwd om te evolueren tot wie ik nu ben. Ik wil positief blijven, ook als het tegenzit.”

In de liefde, bijvoorbeeld. “J'crois qu'pour l'instant c'est pas pour moi,” klinkt het openhartig in 'Out'. “Mijn ouders zijn altijd heel hecht geweest. Toch wil ik de liefde niet als Disneyland zien. Ik ben een dromer, maar ik heb er vertrouwen in. Op een dag zal ik wel de persoon ontmoeten die ik nodig heb.”

Terwijl bij Le 77 de rhymes gevernist zijn met een laagje ironie en zelfrelativering, vertoont die glans bij Peet meer barsten. “De draak steken met jezelf is typisch Brussels. Rap is vaak ook heel stoer en heel serieus. Dat beeld wilden we met Le 77 graag onderuithalen. Maar solo wil ik dieper graven, en het publiek iets meegeven.” In Mignon, de titel van zijn plaat, zit geen ironie? “Het is mijn achternaam, hè. Ik wilde gewoon zeggen dat ik met deze plaat helemaal in mezelf kruip, dat ik mijn lijf en leden tegen het licht houd. Ik wist altijd al dat ik een plaat zou maken die zo zou heten. Veel mensen weten niet eens dat het écht mijn achternaam is. Of ik mignon ben? Goh, het is niet aan mij om dat te zeggen.”

Een jaar geleden liet hij zijn naam boven zijn navel tatoeëren. “Kijk,” zegt hij terwijl hij zijn trui omhoogtrekt. “Die heb ik speciaal voor mijn plaat laten zetten.” Hij haalt er de vinyl van zijn album bij, zijn ontblote torso prijkt met zijn verse tatoeage in zwart-wit op de cover. Binnen in de openklaphoes prijkt een foto van een stralend jongetje met kortgeknipte ninetiescoupe: de elfjarige Pierre Mignon, met zijn eerste skateboard. En een vrolijke blik vol dromen.

Zeventien jaar verder heeft hij zijn quête gevonden. “Moi j'veux m'acheter une île y construire des maisons / J'ai trouvé ma quête, j'vais p'têtre retrouver ma tête,” zingt hij aan het einde van 'Pierrot'. Hij veert recht uit de sofa: “Haha, dat is natuurlijk een utopie, maar ik droom van een plek waar ik met mijn vrienden kan gaan wonen, waar we onze eigen groenten verbouwen en dieren houden, met een skatepark en een zwembad. Ach, je wilt iets positiefs achterlaten. Dát is mijn queeste.”

Mignon verschijnt op 19/3 bij Top Notch

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni