interview

Toine Thys en Ihab Radwan bouwen bruggen tussen Oost en West

Toine Thys en Ihab Radwan© Pascal Ducourant

Een Belg, een Nederlander, een Luxemburger, een Egyptenaar en een Braziliaan nemen een plaat op in Brussel. Het zou het begin van een grap kunnen zijn, maar voor saxofonist Toine Thys en oedvirtuoos Ihab Radwan is de ontmoeting belangrijker dan de clou of het land dat toevallig op je paspoort staat.

WIE IS TOINE THYS?

Geboren in 1972 in BrusselIs vooral bekend als tenor- en sopraansaxofonist

Studeerde in 2002 af in Nederland en reisde als muzikaalglobetrotter de wereld rond

Bracht met het Toine Thys Trio drie albums uit: The end of certainty, Grizzly en The optimist

Veelgevraagd sideman, bij onder meer Antoine Pierre’s URBEX, Bram Weijters’ Crazy Men en Zouratié Koné Ensemble

Stichtte met Laurent Blondiau de school Les Ventistes du Faso in Burkina Faso

Bracht in november 2020 het eerste album uit van zijn Frans-Belgische kwartet Orlando

WIE IS IHAB RADWAN?

Geboren in 1969 in Caïro

Is vooral bekend als virtuoos op de oed en zanger, maar begon op zijn vijfde aan de academie van Caïro als violist, leerde later ook gitaar en haalde een ingenieursdiploma

Richtte 20 jaar geleden deAcadémie d’Oud op in Parijs

Doceert oed, oriëntaalse zang en modale muziek in Montpellier

Met projecten als Mozart l’Égyptien, OrientaLiszt en Magic Lutes is hij een bruggenbou- wer tussen Oost en West

Vormt sinds 2015 een duo met de Franse jazzmuzikant en tubavirtuoos Michel Godard

Brengt traditionele Egyptische muziek met het kwartet Takht

Het begon met een reeks concerten in Le Cercle des Voyageurs in centrum Brussel. Toine Thys inviteerde daar enkele jaren geleden muzikanten uit alle hoeken van de wereld. Onder de noemer 'Overseas' concerteerde de Brusselse saxofonist, basklarinettist en componist er met gasten uit de Balkan, Turkije, Benin, Pakistan enzovoort. “De ontmoetingen typeerden de artistieke hotspot die Brussel is,” zegt Thys in de woonkamer van een Schaarbeeks rijhuis in de buurt van het Josaphatpark. “De stad heeft de ideale omvang: niet te groot, niet te klein. Ook al leven we in de Europese hoofdstad en heerst er een kosmopolitische sfeer, het blijft een erg behapbare stad waar kleinschalige projecten zonder al te veel druk kunnen groeien.”

Concreet heeft hij het over zijn samenwerking met de Egyptische muzikant Ihab Radwan, een virtuoos op de oed, de Arabische luit. “De concertreeks in kwestie had als doel om telkens één avond iets nieuws uit te proberen. Wat er daarna gebeurt, weet je als muzikant nooit op voorhand, maar mijn avontuur met Ihab is een blijver geworden.” Zijn toenmalige gast, die intussen al jaren in Frankrijk woont, is erbij komen zitten en tovert meteen een kamerbrede glimlach op zijn gezicht. “Eigenlijk was er vanaf die eerste ontmoeting een wederzijdse bewondering,” zegt hij.

Thys omschrijft het album Tamam morning, dat het duo in een niet-alledaagse bezetting met ook percussie, cello en piano opnam onder de naam Overseas, als “bruggen bouwen, reizen, risico's nemen, op zoek gaan naar het onbekende”, toevallig allemaal zaken die tijdens de pandemie niet mochten. De opnames vonden al plaats in januari 2020, dus een lockdownalbum is het niet. Het dozijn bijbehorende optredens, die begin maart in België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland voorzien waren, werd intussen wel uitgesteld naar volgend jaar. Gelukkig laat de muziek op Tamam morning je reizen in je hoofd. Thys zal tijdens het interview verwijzen naar de Franse auteur Louis-Ferdinand Céline, die schreef over verre buitenlanden terwijl hij er nooit geweest was. “Neem nu de driedelige suite 'Istanbul kidz'. Die componeerde ik gewoon thuis. Een reis kan een droombeeld zijn. Zonder me willen te vergelijken met Céline pas ik af en toe dezelfde strategie toe.”

Toine, wat sprak je aan in het geluid van Ihab?
Toine Thys:
Ik viel voor zijn virtuositeit op de oed, waaruit een diepe kennis van oriëntaalse muziek spreekt. Maar ik wist ook dat hij klassieke gitaar speelde en dus op de hoogte moest zijn van de Europese muziektraditie. Op dat kruispunt van twee werelden konden we elkaar ontmoeten.
Ihab Radwan: Op de oed had ik leermeesters als Mohammed Abdel Wahab, Sayed Darwish en Riad Al Sunbati, maar daarvoor speelde ik al werk van Bach, Mozart en Monteverdi op mijn viool. Als adolescent was ik bovendien fan van rock en hardrock – Deep Purple, Pink Floyd, The Doors – en ben ik gitaar beginnen te spelen. Zo had ik op mijn twintigste voorbeelden uit zowat alle genres en belandde ik in de meest diverse projecten. Ik kon niet kiezen. Ik speelde filmmuziek, zat in een barokproject en in ensembles die traditionele Egyptische muziek en jazz brachten. Ik denk dat ik in mijn hart altijd de nieuwsgierigheid van een kind heb behouden. Als om middernacht de Egyptische radio stopte met traditionele muziek, zette ik Iron Maiden op.
Thys: Bij Overseas hebben we een meltingpot gecreëerd waarin iedereen kleuren en verhalen uit zijn cultuur en zijn leven kwijt kon. Maar het is geen wereldmuziek of jazz, geen traditionele Egyptische muziek, Braziliaanse bossanova of samba, of Luxemburgse folk, Hollandse schlager of kleinkunst. Het is muziek van de diversiteit, die de rijkdom van het reizen en ontmoetingen benadrukt.

Hoe hebben jullie de groep samengesteld?
Thys:
Voor we bij de huidige bezetting uitkwamen, hebben we verschillende formules geprobeerd: van kwartet tot zelfs een septet, met danseressen en Emre Gültekin op saz. Uiteindelijk kozen we voor een kwartet, met een gastpianist. Dat biedt mogelijkheden.
Radwan: Het mocht vooral geen déjà vu worden. Daarom zijn we begonnen met een concept zonder bas en drums. Toine dacht dat een cello een goede ambassadeur kon worden voor ons breekbare samenspel.
Thys: Het is een kwestie van frequentie. We hebben ook veel percussionisten uitgeprobeerd om uiteindelijk uit te komen bij Ihabs Braziliaanse vriend Zé Luis Nascimento. Hij werd me voorgesteld als een gamechanger, en toen we hem ontmoetten voor een kleine tournee van drie concerten, bleek hij zich heel goed voorbereid te hebben. Het klikte vanaf de eerste seconde.
Radwan: Ik had me al vaker door hem laten verrassen en wist dus dat het goed zat. In dit project staan naast de muzikale creativiteit ook de menselijke ontmoetingen centraal. Ook met celliste Annemie Osborne was er direct een persoonlijke klik.
Thys: Voor mij was het een verrassing dat gastpianist Harmen Fraanje toezegde. Ik ken hem al sinds mijn studies in Nederland, maar tegenwoordig was hij toch vooral met vrije improvisatie bezig, terwijl de muziek van Overseas net veel geschreven arrangementen heeft.

Voor de opnames in Brussel van start gingen, hadden jullie nog nooit met zijn vijven samengespeeld. Spannend?
Thys:
Ja, het was een geweldige uitdaging. We hadden dus al drie concerten met Zé Luis afgewerkt, maar dan zonder de pianist, en toen we met Harmen speelden, was Zé Luis er niet bij. Maar tijdens de drie opnamedagen zijn we naar elkaar toegegroeid, en intussen heeft iedereen enorm veel zin om de anderen opnieuw te verrassen op het podium.
Radwan: Ook al klinkt de plaat heel goed, het is live dat het verdere avontuur zich zal voltrekken en de groep zich zal ontwikkelen. Pas daarna kan er een tweede album komen, en hopelijk ook een derde.
Thys: We zijn aan het onderhandelen over een koffer met acht albums. (Lacht) Voor mij is het onderscheid met mijn andere projecten de belangrijkste bestaansreden van Overseas. We hebben iets heel lichts gecreëerd, zonder contrabas en drums. Het heeft meer weg van kamermuziek dan van jazz, maar ik vind het geweldig om de zachtste klanken uit mijn sopraansaxofoon te persen. Als Ihab oed speelt of zingt, of Annemie pizzicato speelt op haar cello, dan opent dat een heel nieuw universum voor mij en krijg ik ineens heel andere ideeën voor arrangementen. Onze gastpianist kan musiceren in functie van mijn basklarinet of ons net heel discreet vergezellen. Zé Luis stuift dan weer alle richtingen uit. We zijn kortom even elastisch als kauwgum, un groupe plasticine. (Lacht)

1742 Toine Thys Overseas
© Pascal Ducourant
| Het gezelschap van Overseas: pianist Harmen Fraanje (Nederland), percussionist Zé Luis Nascimento (Brazilië), saxofonist Toine Thys (België), oedspeler Ihab Radwan (Egypte) en celliste Annemie Osborne (Luxemburg).

Wanneer stonden jullie in deze meltingpot het verst van jullie comfortzone?
Radwan:
Traditionele Egyptische muziek is gecomponeerd en melodieus. Ik kan me makkelijk laten meedrijven met haar melodieën. Maar in het Midden-Oosten gebruiken we geen akkoorden, of harmonie, zoals in het Westen. Ik moest dus altijd op zoek naar een muzikaal bindmiddel.
Thys: Bij mij is het net omgekeerd. Met akkoorden voel ik me op mijn gemak. Ze geven me ideeën. Maar in de modale muziek, zoals dat heet, zijn er dus geen akkoorden. Dan is het de uitdaging om daar met mijn sax iets zinvols te ondernemen dat de aandacht vasthoudt en de luisteraar de weg toont. Ik zou mijn vertrouwde jazzding kunnen doen tijdens het samenspel met Ihab en op die manier de oriëntaalse traditie incorporeren in mijn palet. Maar dat zou ongepast zijn. Ik herinner me de eerste Afrikaanse groep waarmee ik ooit speelde: Afrikän Protoköl. Het liep vanaf het eerste concert goed. Althans, dat dacht ik. De groep speelde haar grooves, ik mijn solo's en het publiek applaudisseerde. Maar na enkele concerten kreeg ik het gevoel dat de Afrikanen niet begrepen wat ik deed, en ik had geen idee waar hun muziek naartoe ging. Pas na dertig concerten slaagden we erin een echte band te smeden. Iets heeft pas echt betekenis als je elkaar ontmoet op dezelfde frequentie. Dat geldt ook voor Overseas.
Radwan: Iedereen heeft zijn manier om een verhaal te vertellen. Het gaat om elkaar gezelschap houden op een betekenisvolle manier. Daarbij moet je bereid zijn om je eigen paradigma's even opzij te schuiven en mee te gaan in het verhaal van de andere, benieuwd naar waar dat leiden kan. Ik denk niet dat Toine en ik een bepaalde stijl verdedigen, veeleer een manier van schrijven. Het doet er niet toe of we nu onder jazzmannen, traditionele muzikanten of klassieke componisten zijn. Wat denk jij, Toine?
Thys: Ik zat met mijn gedachten bij mijn bovenbuur, een vrijgezel van vijftig jaar, een erg timide kerel. Maar hij danst graag. Tijdens de lockdown volgt hij een onlinecursus en hoor ik zijn gestamp soms door het plafond. Ik was me aan het inbeelden hoe hij zijn vrije expressie beleefde… (Hilariteit)

Jullie eerste album is genoemd naar de afsluitende compositie 'Tamam morning'. Waarom?
Radwan:
'Tamam' betekent in Egypte: 'alles gaat goed'. Het nummer start optimistisch, zoals elke ochtend. Maar dan ontvang je een nieuwtje en voel je misschien een angst, en die klinkt ook door in de muziek, die wat melancholischer van toon wordt. Daarna gaat het op en neer, om te eindigen met: 'het zal wel lukken'. Het nummer is als een cyclus, die altijd goed eindigt, de ideale slotnoot.
Thys: Ik herken me er wel in. Het laatste album van mijn trio heette niet voor niets The optimist. Het nummer is positief, ondanks de melancholie die opduikt. Ik hou van het idee dat je 's ochtends nooit weet hoe de dag zal aflopen. Dat geldt overal ter wereld, maar zeker in Afrika, waar mensen vaak niets kunnen veranderen aan de problemen waarmee ze overdag geconfronteerd worden. Alles is er onvoorzien, maar ook dan breekt er de volgende ochtend gewoon een nieuwe dag aan.

OVERSEAS: TAMAM MORNING
www.igloorecords.be

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?