interview

Tom Barman over TaxiWars: 'Ik, een jazzzanger? Zot!'

© Anton Coene

Pas nog kampeerde hij acht dagen na elkaar met dEUS in de AB, en nu staat Tom Barman er alweer. Niet als rocker, maar als jazzer, met de derde plaat van TaxiWars onder de arm.

De zomer is nog niet voorbij wanneer ik de Antwerpse wervelwind op een Brussels terras even door mijn wilde haardos laat waaien. Tom Barman is op dreef. Zinnen brandt hij aan elkaar als half opgerookte sigaretten, al komt de rook deze keer uit een vaper. “Coole baard,” complimenteer ik hem. Zijn antwoord luidt gelukkig niet “Da gade gij nie bepalen!”, maar wel: “Vinde gij da? Afin, merci. Mijn lief is er niet zot van. ‘Den helft van uw gezicht is weg!’ Maar ik word minder herkend. Dat is een meevaller. Zelfs vrienden die ik tegenkom op straat in Antwerpen kijken weg. Zalig! Anyways, we zullen zien hoe ver dat experiment reikt.”

Omgekeerd evenredig aan die baard klinkt Artificial horizon, het derde TaxiWars-album en de reden van onze causerie, iets gladgeschorener en minder experimenteel dan zijn voorgangers. Er loert al eens een pop-hook om de hoek, en in de tragere songs slurpt Barman van dezelfde bron waaruit de meest harmonieuze dEUS-ballads zijn ontsproten. “TaxiWars is hardcore jazz met een punky benadering,” zei de frontman nochtans vijf jaar geleden over het debuut van het kwartet waarin verder nog steeds saxofonist-pianist Robin Verheyen, bassist Nicolas Thys en drummer Antoine Pierre troef spelen. Is er dan wat veranderd?

“Ja en nee,” krabt Barman zich over de kin. “We zijn op deze plaat duidelijk meer gegaan voor de songs. We wilden ons instrumentarium uitbreiden, zonder er extra muzikanten bij te halen. Robin heeft een beetje de rol opgenomen van Klaas (Janzoons) bij dEUS, hij wisselt nu tussen sax en piano. Dat geeft meer variatie. Voorheen speelde hij ook al wel wat toetsen, maar nu heeft hij echt op de piano gecomponeerd. Dat maakt het sowieso wat harmonieuzer. En ik ben altijd een melodieman geweest. Maar hardcore is het nog steeds: het uitschrijven van de composities, de snelheid waarmee we werken, die is héél erg jazz.”

1473_taxiwars.jpg

De hoes van Artificial horizon drukt die variatie ook uit: niet meer monochroom zoals het vorige artwork, maar met verzadigde kleuren en harde schaduwen. Net een Harry Gruyaert.
Tom Barman: Cool. Ik ben een grote fan van het werk van Harry Gruyaert. Ik heb die foto zelf genomen van op de achterbank van mijn auto. Het was mij om dat floue zicht te doen.

Het zicht dat ik bij jullie album kreeg, deed me soms denken aan Following sea, de voorlopig laatste en meest poppy plaat van dEUS. Denk je nooit, oei, ik kom in hun vaarwater?
Barman: Is er iets fout met dEUS? (Lacht) Ik zie geen gevarenzone. Sommige nummers zullen ook dichter aankruipen tegen het solowerk van Robin, dat veel vrijer is.

Als jullie eerste plaat kubisme was, welke stijl is deze ‘moeilijke derde’ dan?
Barman: Goh, aan dat soort catchphrases heb ik een hekel. Figuratiever? Journalisten typeren TaxiWars als jazz voor mensen die bang zijn van jazz. Wij willen ook breder gaan, ook al blijven veel mensen in vakjes denken en zullen wij altijd tussen twee stoelen vallen.

Ben jij TaxiWars begonnen met een missie?
Barman: Hoe bedoel je?

Dat je jazz wilde afhelpen van zijn stempel als moeilijk, highbrow genre?
Barman: Zot, nee! Ik hield en hou gewoon van die muziek. En ik ben een contraire mens. Ik heb er vrienden mee doen lachen, “this is my side project!” Héél Spinal Tap. (Lacht) Bij TaxiWars is het allerbelangrijkste: snel kunnen schakelen. Een luid nummer zacht spelen, een kort uitrekken? Dat doen Robin, Nicolas en Antoine on the spot. In tegenstelling tot het rockidioom dat ik kende, is TaxiWars very light on its feet. Zeker in vergelijking met dEUS, waar je meteen vijftien mensen moet meesleuren. TaxiWars is vier man in een camionetje, klaar.

Vijf jaar terug was je toch een pionier in het weer edgy maken van jazz. Vandaag zijn er véél jonge mensen door begeesterd. Hoe komt dat?
Barman: Oh, man. Geen flauw idee. Het is in de eerste plaats een mediading. Jazz krijgt veel aandacht, de groepen die in de aandacht komen, krijgen dan weer optredens. Het is de perfecte storm van interessante jazzprojecten. En in tijden van extreme reproductie en oppervlakkigheid, krijgt iets wat authentiek aanvoelt en waarvoor gewerkt moet worden opnieuw een soort van elan. Dénk ik, hé.

Je kan jazz ook vergelijken met elektronische muziek: het is een van de laatste genres waar nog vooruitgang in zit. Met dank aan jonge dwarskoppen als STUFF. en MDCIII die zich afzetten tegen de conservatoria en de traditie.
Barman: Misschien is dat het, ja. Het laatste muziekgenre waar alles overhoop moest worden gegooid. Wat heel gezond is.

Voel je die traditie wel nog bij TaxiWars?
Barman: Heel hard, ja. Robin en Nicolas en Antoine kennen hun klassiekers. Maar ze hebben die verteerd, zoals ik Tom Waits, Beefheart en Iggy Pop ook heb verteerd.

Mijn liefde voor jazz is onder meer aangewakkerd door de sample van ‘Cristo redentor’ van Donald Byrd in ‘Summer’s here’ van Magnus, waarmee je Any way the wind blows op gang blies. Heb jij ook zo’n eurekamoment gehad?
Barman: Dat is langzaamaan gegroeid. Begin jaren 1990 kocht ik mijn eerste sampler. In de mediatheek ging ik op zoek naar baslijntjes en drums, zoals ze in de hiphop deden. Ik nam alles mee waarvan de hoes graaf was en de namen exotisch. Dus niet de dubbele witte van The Beatles, maar Eternal now van Don Cherry. De wildheid, de chaos, de melodie, de vrijheid. Dat was een eyeopener. Het hielp ook wel dat ik verliefd was op zijn stiefdochter, Neneh. (Lacht)

Door de klimaatverandering wordt het straks zo heet dat alle vinyl dreigt te smelten. Welke jazzplaat zou je zeker in de vriezer stoppen?
Barman: Wow. (Denkt een halve seconde na) It’s time, van Max Roach. Door de koren, de energie, de simpele melodielijnen. Dat heeft me in de rock ook altijd beïnvloed. In liner notes lees je dan weer dat die plaat door de pop is geïnspireerd. Voilà. Ik zal altijd vertrekken vanuit een popreflex. Alleen van vocale jazz moet ik niets hebben.

Zegt de zanger van een jazzgroep!
Barman: (Fel) Maar ik zing toch geen jazz? Ik zou het zelfs niet kunnen! Ik zie daar een gezonde beeldenstormende factor in. Van: dit gaat wat mensen op de tenen trappen, dit gaat puristen nerveus maken. En ik denk dat dat gelukt is. Ach, ik wilde mij gewoon amuseren.

Je gebruikt opvallend veel stemvervormers. Net omdat je geen jazzzanger bent?
Barman: Vooral omdat ik dan met alter ego’s kan werken. En omdat ik het gevoel heb dat ik óók een instrument heb, tegenover die klasbakken achter mij. Harmonizer, flanger, distortion, delay, doubling, tripling, koor, ik gebruik álles waarvan ik denk: dit past. Steph (Misseghers) van dEUS vindt dat ik het soms overdoe. Maar ik ben een beperkte zanger, en ik probeer dat dan op die manier te compenseren.

Je voegt veel grain toe. Maar je stem is sowieso rauwer geworden.
Barman: Dat is waar. Maar ik zing ook graag als een engel. Allee, ne raren engel dan. Tijdens de opnames ben ik een tijdje gestopt met roken. Man! Ik ontdekte registers waarvan ik niet wist dat ik ze had. Ik zing ergens een stukje falset. Falset! Mensen vragen, wie is dat? (Lacht)

Herkalibreren
Artificial horizon trapt af met ‘Drop shot’. Tom Barman was vroeger een fervente squasher. “Het dropshot was mijn specialiteit, ik vind het ook de mooiste slag.” Drop shot is ook de titel van zijn tweede film, waarmee hij op het einde van het schrijfproces zit. “En meer ga ik daar niet over zeggen.” (Lacht) Dan doen wij het: Drop shot gaat over een loner die na een mislukte deal in een ontwenningskliniek terechtkomt, waar hij een bekende tennisster ontmoet. Eigenlijk geeft hij er in de track een stuk van weg, met een sample Alain Delon in Le samouraï, een misdaadfilm uit 1967 van het Franse film-noiricoon Jean-Pierre Melville, en een van de favoriete films van Barman.

‘Drop shot’ vertelt ook een heel filmisch verhaal, over iemand die een andere kijk op het leven krijgt. En toch lijkt de song breder te gaan, en kaart hij de toestand van vandaag aan.
Barman: Eerst werkte ik bij TaxiWars met een soort conceptuele beeldtaal over transport en beweging. Maar dat kan je niet blijven uitmelken. Dus kijk je rond. En ja, de toestand zit erin, maar dan subtiel, want dat wordt snel belegen en nog erger, belerend. Ik herinner me een documentaire waarin Bob Dylan echt pissed wordt omdat ze hem “topical” noemen. Ik snap dat. Geen songschrijver wil vastgepind worden op een nieuwsbericht. Fok da!

“Now ignorance and fear are governing / And beauty and the truth not sovereign,” zing je. En in ‘On day three’ “A change, a riot is coming on / Waves are splashing / Against the throng.” Dat zijn toch niet mis te lezen statements?
Barman: Het sijpelt dus door, zoals ik zei. (Lacht) Die tekst was vooral ook geïnspireerd door de percussie van Antoine. Daar zit iets heel dreigends in. Dat soort frases heb ik altijd wel gehad. Maar misschien hoor je mijn vocals nu beter omdat er minder gaande is rond mij. Bij dEUS moet ik opboksen tegen een paar gitaren, keyboards, percussie, strijkers.

Van de toestand naar de tussenstand: nog opvallender zijn de liedjes die over een soort...
Barman: ... midlife gaan. Zeg het maar. (Lacht)

“I ain’t young and I ain’t old,” klinkt het in ‘Safety in numbers’.
Barman: Ik ben 46. (Met rauwe stem) Kutleeftijd. Ik ga blij zijn als ik vijftig ben. Gelukkig kan ik het uitzweten in mijn muziek. Nu, ik noem het geen crisis. Ik ben niet depressief. Dat is die artificial horizon, een instrument dat piloten gebruiken in de cockpit wanneer het zicht te slecht is om de horizon te zien. Wanneer je het gevoel hebt dat bepaalde zekerheden niet zo zeker zijn. Dat je hele belief system moet geherkalibreerd worden.

Stel je je nog grote doelen?
Barman: Ja, maar ik plak er geen tijd meer op. Een Amerikaanse schrijfster waarvan de naam me ontsnapt, verwoordde het zo: “The problem with drive is that you’re almost constantly doing stuff that you really wanted to do ten years ago.” Daar kan ik me wel in vinden.

“Life is what is told, when you weren’t listening,” uit ‘Different or not’ vind ik ook een goeie.
Barman: Fokking hell, man, iemand die mijn teksten heeft gelezen! (Lacht) Dat heb ik geschreven toen ik begon te mediteren, zo’n zes jaar geleden. En toen kwam Robin af met die beat, die heel sixties aanvoelde. Dat plaatje klopte gewoon. ‘Infinity cove’ vat het samen, denk ik: fotografen gebruiken zo’n witte kamer om oneindigheid te creëren. Maar het kan ook blindheid veroorzaken, omdat je geen grenzen meer ziet. Soms moet je een diagnose stellen. Ik ben blij dat ik dat met deze plaat heb kunnen doen, dan kan ik de volgende dEUS met een lichter palet schilderen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?