Ambities van een filmmaker: Mourad Boucif

Niels Ruëll
© Brussel Deze Week
06/09/2008
Drie filmmakers, alle drie opgegroeid in Molenbeek, alle drie autodidact... Mourad Boucif had nauwelijks een budget, toch draaide hij een oorlogsfilm. Want het verhaal van de Noord-Afrikaanse tirailleurs die in de Tweede Wereldoorlog in Gembloers hun leven gaven, ligt hem na aan het hart.

De opnames van het oorlogsdrama Les larmes d'argent dateren van mei. Maar voor me zit een nog steeds uitgeputte, getekende man. "Ik zou het niet opnieuw doen," zegt Mourad Boucif met een zucht. "Ook de geëngageerde mens heeft zijn limieten. We lagen op het spoor te spartelen en zagen een trein in volle vaart naderen. We zijn niet onthoofd, maar onze schouders hebben de trein wel gevoeld. Tijdens de opnames heb ik me als regisseur kunnen uitleven, maar mijn vrouw, Vanessa Brichaut, kreeg alle problemen op haar nek - zij was de producente. Dat was niet echt de bedoeling. We hebben bij zowat alle producenten aangeklopt. Maar iedereen vond dit project te zwaar. 'België heeft geen traditie in oorlogsfilms.' - 'Maak eerst nog een kleine film.' Je gelooft niet wat ik allemaal heb moeten aanhoren."
"Vorige herfst kwam ik in een vervelend parket terecht: ik dreigde de 870.000 euro kwijt te spelen die ik had gekregen van het Vlaams Audiovisueel Fonds, de Cocof, het Marokkaanse ministerie van Cultuur en een Marokkaanse tv-zender. Toegezegde subsidies moeten binnen de drie jaar gebruikt worden. We hadden 2,75 miljoen nodig. Een bescheiden Belgische film kost anderhalf miljoen euro. Mijn project hield twee veldslagen in en zware opnamen in België, Frankrijk en Marokko. Ik ben al acht jaar met deze film in de weer. De productie is opgezet in 2003. Met dat beetje geld zijn we toch beginnen te filmen. Pure waanzin."

Trauma's
"Enkele dagen voor de eerste opnames hebben we nog ernstig overwogen om de stekker eruit te trekken," vervolgt Boucif. "In het wereldje ging het gerucht dat we onze nek zouden breken. Het was niet gemakkelijk om een filmploeg verzamelen: mensen kwamen en gingen. Ook binnen de uiteindelijke ploeg waren er mensen van overtuigd dat we kopje-onder zouden gaan. De productie is heel zwaar geweest. Fysiek én emotioneel kregen we het hard te verduren."
De eerste beelden zijn er nu en Mourad Boucif is er uitermate tevreden over. "Gun ons de tijd om van onze trauma's te herstellen. In een goede afloop heb ik het volste vertrouwen. De moeilijkste scènes zijn achter de rug: de mars van de soldaten, de veldslagen waaronder de slag om Gembloux, de scènes met honderden figuranten. We hebben nog geld voor de opnames in Marokko en een paar scènes die alleen in de winter gedraaid kunnen worden. Voor de afwerking van de film is er niet genoeg geld meer. Maar ik maak me sterk dat ik in Frankrijk nog wat geld vind op basis van de teaser die ik met de bestaande beelden kan maken."

Laatste getuigen
Wat drijft iemand om in Marche-en-Famenne een oorlogsfilm te draaien met één enkele tank, 35 soldaten om het Duitse leger voor te stellen en nog eens 45 voor het Franse leger? Met een onderbetaalde filmploeg? Is dat grootheidswaanzin, of brandt het heilige vuur? "Rationeel had dit project geen kans op slagen. Je moest zot zijn om eraan te beginnen," geeft Boucif toe. "Maar dit is een hyper-belangrijke film. Voor het Collectif pour la Mémoire et la Dignité dat ik mee heb opgericht om de zaak van de Noord-Afrikaanse oud-strijders te behartigen. Maar ook voor de mensheid. Als de kleine gasten zich op school afvragen waarom ze donkerder van huid zijn dan anderen, moeten ze te horen krijgen dat hun vaders of grootvaders naar hier zijn gekomen om Europa op te bouwen. En ze mogen weten dat ook hun grootvaders of overgrootvaders hier in de Tweede Wereldoorlog voor ons gevochten hebben. Wedden dat dat beter werkt dan ze voor nietsnutten en parasieten uit te schelden?"

"Indigènes (Franse speelfilm over hetzelfde onderwerp, NR) kostte 25 keer meer dan de mijne, maar komt niet verder dan de boodschap dat Noord-Afrikanen aan de zijde van het Frans leger vochten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze maken er patriotten van en reppen met geen woord over hoe ze verplicht werden om mee te vechten en hoe slecht ze behandeld werden. Die oorlog was de hunne niet. Het waren geen idealisten, maar boeren die gedwongen werden, of armoedzaaiers die geen andere uitweg zagen. Pas toen ze zagen wat de nazi's aanrichtten, zijn ze zich bewust geworden van het gevaar en hebben ze de oorlog gelegitimeerd."
"Ik voel me verantwoordelijk. Mijn geweten verplicht me om de film af te werken. Ik haal de oud-strijders naar hier voor herdenkingsplechtigheden of om te komen getuigen op scholen. Ik had ze graag de opnames laten bijwonen. Maar ze zijn te oud en te verzwakt. Bijna wekelijks sterft er iemand. En met hem zijn verhaal, zijn historische getuigenis."

Vruchtbaar Molenbeek
Dit uitgesproken engagement onderscheidt Mourad Boucif van Taylan Barman en Nabil Ben Yadir, de Molenbeekse vrienden met wie hij in 2002 Au-delà de Gibraltar draaide. De eerste Belgische film over en door migranten was dat jaar dankzij een stormloop op Cinema Arenberg een van de meest succesvolle Belgische films.
"De gelijkenissen zijn treffend: we zijn alle drie kinderen van migranten, jongens van Molenbeek én autodidact. Maar we koesteren heel verschillende gevoeligheden. Mijn films bijvoorbeeld moeten de gemeenschap iets bijbrengen. We zijn alle drie al een hele poos in de weer met ons eigen project. Het is een gril van het noodlot dat we op precies hetzelfde moment die film maken. Maar dát we filmen, is geen verrassing. We behoren tot een nieuwe generatie artiesten. We hebben misschien geen filmopleiding gevolgd, maar we beschikken over een persoonlijke geschiedenis die boeiend materiaal oplevert. En we voelen het heilig vuur branden. Filmen is een noodzaak. Taylan en Nabil hebben ook moet véchten voor hun film."
"Dat we alle drie van Molenbeek zijn, is ook al geen zuiver toeval. De grond is er vruchtbaar - en niet voor terrorisme en delinquentie zoals sommige media ons willen doen geloven, maar voor kunstenaars. Er wonen er meer dan je denkt; Molenbeek heeft ook een populair verenigingsleven. Het leven is er intens. Toegegeven, niet altijd in de positieve zin. Maar voor een kunstenaar is dat eten en drinken."

Navelstreng
Boucifs filmcarrière maakte geen einde aan zijn activiteiten als straathoekwerker. "Ik heb het contact met het terrein nodig. Met de vzw La Source doen we aan permanente scholing en expressie. Cinema als socio-culturele vector voor een kwetsbaar publiek. Dure woorden? Ik geef je een voorbeeld uit de praktijk. Een langspeelfilm als Les larmes d'argent mogen draaien is een unieke ervaring. Ik vind niet dat film het voorrecht moet zijn van een elite, van een krans bevoordeelden. Je moet er alleen voor zorgen dat je de lat hoog legt. De Molenbeekse school La Providence heeft de reputatie een van de zwaarste gevallen van het land te zijn. Zes jongens hebben als figurant aan de film meegewerkt. Vanzelfsprekend was het niet. Zoals alle groepjes onzekere jongeren waren ze nogal luidruchtig. Maar is dat het belangrijkste? Van tel is dat ze een intens moment beleefd hebben."
"Op 4 september word ik in Boom verwacht voor een herdenking van de Noord-Afrikaanse oud-strijders. Er hoort een tentoonstelling bij en ik zal mijn documentaire inleiden. Extreem rechts zal weer lachen."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Sint-Jans-Molenbeek , Cultuurnieuws

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni